Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het geheim van de consistorie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het geheim van de consistorie

Verhaal van ds. Barger is schandvlek voor kerk

7 minuten leestijd

In maart 1894 komt in Harlingen een gewelddadig einde aan het leven van Cato Mirande (23). Ze was al twee jaar lang in het geheim de minnares van hervormd dominee Johan Barger (40). Onderzoeksjournalist Simon Vuyk haalt een geschiedenis naar voren die heel Nederland heeft verbijsterd.

Dezer dagen werd ik, vanwege een vraag van een kerkhistoricus, nog weer eens herinnerd aan een merkwaardige ontdekking. In het archief van een kerkelijke gemeente ontbraken de notulen uit een bepaalde periode. Ze bleken te zijn verbrand, al kon niemand zeggen wie de dader was. Of het brandje had gefungeerd als mantel der liefde om boze zaken te bedekken? Of was het ontstaan vanwege een schroeiend geweten bij de dader? De geschiedenis vermeldt het niet. We hoeven notulen echter niet te verbranden om het nageslacht te vrijwaren van kennis aangaande moeilijke kwesties. Notulen zelf kunnen ook bepaalde schrijnende toestanden onvermeld laten of diplomatiek verwoorden. Wie wel eens kennis neemt van kerkelijke notulenboeken van lang geleden, ontdekt hoe summier de verslagen soms waren. Bovendien maakte de predikant ze nogal eens zelf, omdat hij de schrijftechniek beter beheerste dan de mannenbroeders. Wat hem niet zinde, kon hij tegelijk in de doofpot stoppen.

Vriend
In het dramatische leven van ds. Johan Barger (1853-1900) is de doofpot herhaaldelijk gebruikt. Hij groeide op in Amsterdam en raakte daar onder de bekoring van ds. J.J.L. ten Kate, de dichter-dominee, die bijvoorbeeld Psalm 23 zo fraai berijmde: ‘De Heer is mijn Herder,/ ’k heb al wat mij lust’, geschreven tijdens de Doleantiestrijd. Hij was een gloedvol redenaar en Johan wilde graag zo ook dominee worden. Na zijn studie in Utrecht, met ‘drank – veel drank – vooral jenever’, wordt hij dominee in het Zuid- Hollandse Goudswaard. De gemeente zocht ‘een rechtzinnige predikant, die met veel gevoel kan preken’. Hij wordt er op 2 mei 1880 bevestigd door ds. Ten Kate. De intredetekst is 1 Thessalonicenzen 2:4: ‘Wij spreken alleen omdat God ons daartoe waardig heeft gekeurd en ons het Evangelie heeft toevertrouwd. Niet om mensen te behagen maar om God, die de mensen doorgrondt.’ De nieuwe predikant heeft echter zijn vriend uit zijn studententijd meegenomen, de jeneverfles. Direct na de dienst, als de spanning weg is, moet hij ontspannen. ‘Op zijn eigen wijze nagenieten. Samen met zijn vriend.’ En dan begint hij zijn dagboek te schrijven, dat lopen zal van 1880 tot 1894.

Geheim
Al snel gaat het mis. Er komt groot verloop in de kerkenraad. In 1882 barst de bom. Ds. Barger legt vrijwillig zijn ambt neer. De notulen zwijgen echter in alle talen; de predikant schreef ze zelf. Met attestatie, een getuigenis van goed gedrag, vertrekt hij naar Amsterdam. Voor de buitenwereld wordt alles netjes afgewikkeld. De reden voor het vertrek was echter: ‘Diefstal en geweld. Gedrenkt in jenever.’ Het bleef het ‘geheim van de consistorie’. Hij wordt dominee in Enumantil- Lettelbert, ‘uiterst rechtzinnig’, ‘piëtistisch’. Maar de fles gaat weer mee. Daar gaat zijn huwelijk stuk en trouwt hij met een catechisante. Gesprekken in de kerkenraad daarover worden niet genotuleerd. Wel gaat hij naar een andere gemeente, Garnwerd-Oostum. Johan Barger vermeldt intussen alles wat zich voltrekt in zijn privéleven, gerelateerd aan zijn ambt, in zijn dagboek, minutieus, openhartig.

Moord
Met ‘uitstekende getuigschriften, niet dolerend, rechtzinnig, van de Utrechtse school’, komt hij uiteindelijk in Harlingen. Hij wordt er bevestigd door ds. Hendrik Arie Leenmans, een kerkleider, ooit preses van de generale synode, die veertig jaar in Harlingen stond – de latere, in hervormd-gereformeerde kring bekende ds. H.A. Leenmans was de kleinzoon van diens broer **. Het drama dat zich in Harlingen gaat voltrekken vat ik nu in enkele zinnen samen. De dominee gaat vreemd, in de afgesloten studeerkamer van de pastorie, met Catharina Helena Mirande, twee dagen per week naaister in de pastorie, een catechisante. Op den duur met de oorschelp van de echtgenote aan de deur. Intussen ‘vloeit de jenever rijkelijk’. Als de jonge vrouw zich na lange tijd terugtrekt uit de verhouding, schrijft hij in zijn dagboek: ‘Ik ben wanhopig.’ Hij blijft meeslepend preken, ‘devoot bidden’. Dan komt zijn laatste preek. In het dagboek schrijft hij: ‘Ik was van plan de Bijbel naar beneden te werpen en mijzelf met de dolk dood te steken.’ Maar dan vermoordt hij de jonge vrouw in de pastorie, na haar met een list daarheen te hebben gelokt, door bemiddeling van zijn vrouw. Hij krijgt levenslang, omdat sinds kort de doodstraf is afgeschaft. Die was tien jaar eerder nog wel voltrokken aan Ype van der Schaaf, ’het prototype van een crimineel uit de onderklasse’, ook vanwege een moord. De doodstraf paste niet meer bij ‘het beschavingspeil van de samenleving’. ‘Hoe beschaafd is een samenleving als zelfs een predikant – een gerespecteerd lid van de bovenklasse – een kopstuk van de Hervormde Kerk – het prototype van een goed en eerzaam mens – tot zoiets barbaars als een moord in staat is?’ is wel de vraag van de officier van justitie.

Onder de naamlozen
Hoewel Barger in zijn dagboek had aangegeven dat hij een plan tot moord beraamde, verweerde hij zich tegen levenslang met te zeggen dat hij niet met voorbedachten rade had gehandeld. Hij had de hand aan zichzelf willen slaan. Verder kreeg de fles de schuld. De rechters waren echter onverbiddelijk. In eenzaamheid sleet hij zijn dagen in de gevangenis. Hij vermaande daar de opzichters als ze zonder gebed hun boterham nuttigden. Hij leefde bij de donkere Psalm 88: ‘Van der jeugd ben ik bedrukt en doodbrakende.’ Op 3 mei 1900 overlijdt hij. Hij wordt op kosten van de gemeente begraven, onder de naamlozen, zonder steen. Ook hier is de doofpot ruim gehanteerd. Ook hier zwijgen de notulen, of ze hullen zich in nietszeggende woorden.

‘De blikken dominee’
Vanwaar dan al deze informatie? Want uiteindelijk is ook Bargers dagboek vernietigd. Simon Vuyk diepte de gegevens op uit de vele archieven, ook uit de rechtbankverslagen waarin letterlijk uit het dagboek wordt geciteerd. Hij componeerde het geheel tot een onthutsend boek. Waar bleef het dagboek? In ieder geval heeft ds. Leenmans zich gemeld bij het paleis van justitie, wetend dat het dagboek veel andere informatie over de kerk bevatte die hij liever niet breed verspreid zag. Het boek lag tot zijn geruststelling veilig opgeborgen bij het strafdossier. ‘Het dagboek van Johan Barger herbergt mogelijk een kerkelijke doofpot’, zegt Vuyk. In 1936 is echter een vernietigingslijst van gerechtelijke archieven opgesteld, met als (willekeurige?) grens oktober 1894 (!). Zou Leenmans nog hebben kunnen aandringen op legale vernietiging?, vraagt Vuyk. Niemand die het meer zeggen kan. Intussen leefde ds. Barger op straat voort als de blikken dominee. ‘Blikken’ staat voor slechte reputatie en niet voor namaakdominees, zoals voor niet-gestudeerde afgescheiden predikanten misprijzend gold. Met een variant – één van de vele – op een lied uit de zwarte Amerikaanse cultuur ging Barger over de tong:

Ta-ra-ra-boom-di-ee
De blikken dominee
Die schoot met kruit en lood
Zijn arme naaister dood
Nu zit hij in de kast
Al aan een ketting vast
de jongens roepen luid:
‘Hij komt er nooit meer uit!’


Tijdsbeeld
Het boek van Vuyk biedt intussen veel meer dan het pastoriedrama. De auteur beschrijft de standenmaatschappij, met de dominee behorend tot de hogere, nog onaantastbare klasse. De Industriële Revolutie komt voorbij, met de opkomst van het socialisme. De eerste trein gaat rijden. Ook de kerkstrijd vanwege de Doleantie komt voor het voetlicht. En, last but not least, het socialisme gaat gepaard met drankbestrijding. In Harlingen heet de muziekkapel ‘Sluit Schiedam’ – Schiedam is lange tijd de belangrijkste producent van sterke drank.

Schandvlek voor de kerk
Het verhaal als zodanig is dramatisch, een schandvlek voor de kerk. Maar de bedekking van het kwaad in zwijgende notulen mag ook ernstig heten. Dat zwijgen mag geen mantel der liefde heten, eerder maskering van ontoelaatbare toestanden. De les van Vuyks boek mag een aanmoediging zijn voor scribae die het monnikenwerk moeten verrichten. Zorgvuldigheid ook in het kleine, ook als het moeilijke toestanden betreft, dient eerlijke geschiedschrijving.

N.a.v. Simon Vuyk, ‘De blikken dominee. Een verboden liefdesaffaire die eindigde in moord’, uitg. Friese Pers Boekerij, Leeuwarden; 224 blz.; € 18,50.

** CORRECTIES EN AANVULLINGEN (2014)

Hier staat : ... de latere, in hervormd-gereformeerde kring bekende ds. H.A. Leenmans was de kleinzoon van diens broer" . Dit moet zijn : de zoon van diens broer [ds. C.J. Leenmans].

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Het geheim van de consistorie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken