Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Weldaad voor iedereen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Weldaad voor iedereen

De rustdag

7 minuten leestijd

Van de viering van de zondag kort na de Hervorming moeten we ons geen ideale voorstelling maken. Aan het begin van de zeventiende eeuw was er geen sprake van een zondagsviering in de puriteinse zin van het woord.

Noch de overheid noch de kerk bepleitte zondagsviering. Het zijn voornamelijk Engelse reizigers die zich verwonderen, verbazen of ergeren aan het geringe respect voor de heiliging van de sabbat. In de woorden van prof.dr. A.Th. van Deursen: ‘De Hollanders wilden heiliging van de zondag, met zo veel rust als daartoe nodig was.’ Sabbatsrust was het middel om de heiliging te verzekeren. Heiliging zoals we die al bij Luther tegenkwamen: opdat het Woord ongestoord verkondigd kan worden. De eredienst vraagt om rust en daar zijn regels en wetten voor nodig. Doorgaans golden de beperkingen en verboden slechts voor de duur van de kerkdienst. Kerkenraden en magistraten zijn van mening dat niet alle werk neergelegd moet worden. Beiden vergaderen zonder bezwaar op zondag. Wel moest men zich onthouden van slaafachtig werk omwille van tijdelijk gewin.

Christelijke sabbat
De overheidsbepalingen zijn doorgaans opgesteld op aandrang van de kerkelijke vergaderingen. Opmerkelijk is de tekst van een plakkaat van de Staten van Zeeland (1583): ‘Want in de heilige Schrift den sabbath des Heeren of zondag, en andere biddagen, door de kerken in tijden van nood ingesteld, moeten ten zeerste onderhouden worden.’ In dit plakkaat wordt gesproken over de sabbat des Heeren of zondag. In het geding om de zondag is dit een van de aangelegen punten: mag de zondag de christelijke sabbat worden genoemd en is dat historisch juist? In Zeeland zijn voor het eerst de principiële vragen over de zondag actueel geworden. Hier is de sabbatsstrijd begonnen. Een van de Middelburgse ouderlingen, Josias Vosbergen, was van mening dat de christelijke vrijheid in het gedrang kwam door een al te strenge en strikte onderhouding van de zondag. Uiteindelijk is de zaak als een gravamen doorgezonden naar de Synode van Dordrecht. In zijn boek Een eiland na de Reformatie. Schouwen- Duiveland 1572-1700 noemt
prof.dr. F.A. van Lieburg de sabbatskwestie het venijn in de staart van de Dordtse synode.

Synode
Ter synode was de zondagsviering al aan de orde gekomen tijdens de veertiende zitting, toen het ging over de catechismusprediking. Omdat op veel plaatsen geen middagdienst gehouden wordt waarin de catechismus wordt uitgelegd, besluit de synode dat alle predikanten – ongeacht het soms zeer geringe aantal kerkgangers – op zondagmiddag een leerdienst zullen houden, opdat de gemeente ‘alzo de gehele sabbat leert vieren’. Tijdens de zogenaamde nahandelingen komt de kwestie van de zondagsheiliging opnieuw aan de orde, wanneer nagedacht wordt over de vraag of nieuwe plakkaten van de overheid wenselijk zijn om de toenemende schending van de sabbat tegen te gaan. Ouderling Vosbergen, die de zondagsviering los wil zien van het vierde gebod, staat tegenover ds. Udemans. De heren professoren wordt verzocht een vriendelijke conferentie te houden om het meningsverschil tussen de Zeeuwse afgevaardigden te behandelen en te bezien of er ook algemene regels opgesteld kunnen worden in afwachting van een volgende nationale synode – die er niet meer gekomen is. Zes punten zijn goedgekeurd als compromis tussen de strijdende partijen:
I. In het vierde gebod der goddelijke wet is iets ceremonieels en iets zedelijks.
II. Ceremonieel is geweest de rust van de zevende dag na de schepping en de strenge onderhouding van die dag, het Joodse volk bijzonder opgelegd.
III. Zedelijk, dat een zekere en gezette dag de godsdienst zij toegeëigend, en waartoe zowel rust als tot de godsdienst een heilige overdenking er van nodig is.
IV. De sabbat der Joden afgeschaft zijnde, moet de dag des Heeren door de christenen plechtig geheiligd worden.
V. Deze dag is sedert de tijden der apostelen in de eerste katholieke kerk altijd onderhouden.
VI. Dezelve dag moet alzo de godsdienst toegeëigend worden, dat men daarop ruste van alle slaafse werken, uitgenomen die de liefde en tegenwoordige noodzakelijkheid vereisen, alsook van alle zodanige vermaken die de godsdienst verhinderen.

Strijd
Deze punten konden niet voorkomen dat gedurende de zeventiende eeuw een aantal keren de strijd in alle hevigheid is opgelaaid. De verleiding bestaat om van de vertegenwoordigers van beide richtingen, en dan met name Voetius en Coccejus, karikaturen te maken, alsof bij de een niets zou mogen en bij de ander alles geoorloofd zou zijn. De vele voorschriften die Voetius noemt in zijn Praktijk der godzaligheid beogen uiteindelijk ‘het roemen en prijzen van onze God, Wiens wonderlijke goedheid, wijsheid, macht en gerechtigheid in Zijn werken aan de dag treden. Dat deze overdenking en lofprijzing heel goed passen bij de sabbat kan men leren uit Psalm 92:1.’ Het blijft te betreuren dat synagoge en kerk niet op dezelfde dag het werk neerleggen. Aan de andere kant heeft de kerk steeds weer beseft dat zij het vierde gebod niet kan missen om de zondagsviering gestalte te geven.

Sociale motief
Een belangrijk aspect is het sociale motief. Dit haal ik naar voren, omdat het naar mijn mening de pas afsnijdt aan iedereen die vandaag de dag meent dat de zondagstraditie een zaak is van particuliere overtuiging van een aantal individuele burgers. Een overtuiging waaraan de plurale samenleving geen boodschap hoeft te hebben. In het vierde gebod ligt een gerechtigheid opgesloten die de gehele samenleving aangaat. In onze geseculariseerde samenleving wordt deze gedachte bestempeld als blind conservatisme, dat de samenleving wil bevoogden. Aan het einde van de vorige eeuw heeft de Raad van Kerken dit sociale motief onder de aandacht van de toenmalige regering gebracht: ‘De kerken zijn van mening dat de vrije zondag, een rustdag voor de hele samenleving, kerkgaand of niet, een weldaad is. Met grote bezorgdheid onderkennen zij de neiging deze weldaad op te offeren aan economie en commercie, hetgeen naar hun inzicht een onherstelbare schade aan zal brengen aan de samenleving.’ Velen zijn van mening dat het getuigt van bevoogding en betutteling als de overheid normen zou stellen aan de arbeidstijden. Ik herinner in dit verband aan een uitspraak van VVD-leider Rutte, onze huidige eerste minister, van 6 oktober 2007 tijdens de partijraad in Apeldoorn. Dat het kabinet het aantal koopzondagen aan banden wil leggen, noemde Rutte een vorm van betutteling. ‘Dat is Taliban in de polder’, zo citeerde hij zijn fractiegenoot Charlie Aptroot. ‘Dat André Rouvoet op zondag niet gaat winkelen, begrijp ik best, maar mag ik dat zelf beslissen?’

Milieu
Interessant is op dit punt een vergelijking met het milieu. Over milieu spreken we wanneer we de natuur bedoelen. Maar waarom zouden we de tijd, als ons temporele milieu buiten beschouwing laten? We vinden het heel normaal dat de overheid maatregelen neemt om de dreigende vernietiging van ons leefmilieu tegen te gaan. Maar heeft diezelfde overheid niet het recht te spreken over het temporele milieu? Dan bedoelen we de handhaving van het principe één-plus-zes dagen. Boeiend is dit verwoord door de rooms-katholieke theoloog Hans Küng: ‘Nadat het ecologische evenwicht al uit de voegen is geraakt, zou op deze manier (te weten bij het verlies van de gemeenschappelijke rustdag) het humane evenwicht van onze maatschappij ten diepste verstoord worden. (…) Zonder synchrone tijden nog meer versplinterde families, gebroken gemeenschappen, anoniem geworden samenleving.’

Schade
Het is bepaald niet gemakkelijk goed om te gaan met de vrijheid van de zondag als vier- en rustdag. Maar het berokkent ons mens-zijn grote schade als we hier niet zouden waken over de rijkdom van de rustdag. De sabbat van de Jood zo goed als de zondag van de christen is bestemd voor het eren van God, mens en dier. Eerste voorwaarde voor dat eren is: weer leren wat rusten is. En dat betekent: zuinig zijn op de zondag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Weldaad voor iedereen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken