Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wat West kan leren van Zuid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wat West kan leren van Zuid

‘Laten we niet denken dat we het allemaal weten’

8 minuten leestijd

Een gesprek met ds. J.P. Ouwehand, directeur van de GZB, en ds. L. Schaafsma, oudzendingswerker in Malawi en nu predikant in Baarn, over de noodzaak van een lerende houding, over wát wij van christenen uit het Zuiden kunnen leren en over hóe wij van hen kunnen leren.

Waarom gaat het niet goed met de kerk in Nederland?
Ds. Ouwehand: ‘Christenen in het Westen vinden het steeds moeilijker om hun geloof ter sprake te brengen. Maar de enige manier om de kerk levend te houden is een missionaire houding: anderen vertellen of laten zien wat het geloof inhoudt. Dat hoeft niet groots en meeslepend, dat kan op allerlei manieren. Iedere christen is een zendeling. De een in Thailand, de ander in de winkelstraat en weer een ander op zijn werk. Feit is dat veel gemeenten in Nederland missionair elan missen. Dat heeft gevolgen voor de vitaliteit van de kerk.’
Ds. Schaafsma: ‘Laten we eerlijk zijn. In veel gemeenten leidt de zendingscommissie een ingedut bestaan en staat het hoofdstuk ‘Zending’ achter in hun beleidsplan. Wat gaat er eigenlijk van ons uit? Ik begrijp heel goed dat christenen in Afrika zeggen: hoe is het mogelijk dat de kerk in het Westen zending in het buitenland bedrijft terwijl diezelfde kerk zoveel mensen verliest.’
Ds. Ouwehand: ‘Zending, evangelisatie, een missionaire houding of hoe je het ook noemt, hoort bij het wezen van de kerk. Het is niet enkel iets voor zendingswerkers van de GZB of voor de leden van de zendingscommissie. Het hoort bij ieder gemeentelid.’

Binnen de kerk
Ds. Schaafsma: ‘Zo’n houding moet ín de kerk beginnen, pas dan lukt het ook naar buiten toe. Maar ook binnen de kerk voeren we het geloofsgesprek niet meer. Vertellen we elkaar nog wat Jezus Christus voor ons betekent? Hoe we Hem willen volgen? Voor predikanten ligt hier een belangrijke taak. Wij zijn belangrijke voortrekkers op dit punt. Stimuleren wij het geloofsgesprek vanaf de preekstoel? Hoe enthousiast zijn we zelf ?’
Ds. Ouwehand: ‘Christenen in Afrika praten altijd en overal over hun geloof en vragen zich af waarom wij dat in het Westen toch zo moeilijk vinden. Daarom kunnen wij van hen leren. Misschien hebben wij hen nodig om zelf weer in beweging te komen.’

Hoe kunnen christenen uit het Zuiden ons helpen?
Ds. Schaafsma: ‘Het christendom in bijvoorbeeld Afrika heeft een aantal elementen die ook voor ons waardevol zijn en ons kunnen helpen om ons geloof levend te houden. We noemden al vrijmoedigheid. Iets anders is de eenvoud van het geloof. Het Westerse geloof is negatief beïnvloed door het rationalisme. We rationaliseren net zo lang door totdat we het zo goed mogelijk begrijpen, maar redeneren daarmee wel de verwondering dood. Een Afrikaanse gelovige is meer onbevangen. Een derde element is vertrouwen op God. Eerlijk is eerlijk: dat is in Afrika gemakkelijker omdat het daar noodzakelijk is. Als je daar ’s morgens opstaat weet je niet of er ’s avonds eten is. Door onze welvaart hebben wij God niet nodig. En verblijden wij ons ook niet over wat Hij in ons leven doet.’

Niet zielig
Ds. Ouwehand: ‘Wij moeten af van het idee dat mensen in het Zuiden zielig zijn en wij hen moeten helpen. Het is belangrijk dat wij hun kracht ontdekken en van hen leren. Zo kunnen we elkaar versterken in ons persoonlijke geloof en daarmee in ons missionair zijn. Van elkaar leren kan natuurlijk alleen als er echt contact is. Geen oppervlakkige kennismaking, maar een echte ontmoeting. De GZB wil die de komende jaren tot stand brengen. Vandaar ook onze nieuwe slogan: zending verbindt. Wij zijn bezig om een pakket met concrete handvatten te maken waarmee gemeenten aan de slag kunnen. Je kunt daarbij denken aan een gemeentereis, het uitwisselen van bijbelstudies en contact via sociale media. Concrete betrokkenheid op zending geeft een gemeente missionair elan. Een voorbeeld hiervan is de Maranathakerk in Rotterdam- Zuid. Vanuit deze gemeente zijn drie zendingsechtparen uitgezonden. Hun verhalen hebben in de Maranathakerk iets losgemaakt. De gemeente is bijvoorbeeld met een Alphacursus gestart.’

Niet elke gemeente heeft een eigen zendingswerker.
Ds. Ouwehand: ‘Dat klopt. Daarom ontwikkelt de GZB ideeën en materialen om ook in gemeenten zonder zendingswerker zending zo dichtbij mogelijk te brengen. Daarnaast werken wij aan meer uitzendmogelijkheden, zodat hopelijk meer gemeenten een eigen zendingswerker krijgen. Overigens vereist echte betrokkenheid, met of zonder eigen zendingswerker, een open houding. We moeten wel de noodzaak van het contact inzien en willen leren.’

Geen geestelijk museum
Ds. Schaafsma: ‘Dat kan betekenen dat dingen waarvan wij denken dat ze belangrijk zijn, opeens toch niet zo belangrijk blijken te zijn. In contact met Gods wereldwijde kerk leer je relativeren. Misschien raak je minder gericht op het verleden en meer op de toekomst. De kerk is geen geestelijk museum, maar een plek waar wij bouwen aan de uitbreiding van Gods koninkrijk. Tegelijkertijd hoeven wij onze tradities niet meteen af te schrijven. Ook moeten we het christendom in het Zuiden niet idealiseren. Je hebt bovendien te maken met cultuurverschillen. Zendelingen die naar Afrika gaan moeten daar geen Afrikaanse blanken maken. Net zo goed hoeven wij geen blanke Afrikanen te worden. Wij hebben onze eigenheid en een paar eeuwen Verlichting poets je ook niet zomaar weg. Maar laten we in elk geval openstaan voor wat ons kan helpen om ons geloof meer vruchtbaard te maken. Daarbij moeten we mensen die hun geloof anders vormgeven niet meteen veroordelen. Laten we stoppen met denken dat we het allemaal wel weten. Een muur vol theologische boeken zegt misschien iets over de kwantiteit, maar niets over de kwaliteit van ons geloof. Als wij onze niet-gelovige naaste willen bereiken – en als het goed is dringt de liefde van Christus ons daartoe – is doorlopende bezinning op ons geloofsgoed noodzakelijk. Wij leren: reformata semper reformanda. Dat betekent: de kerk die gereformeerd is moet steeds weer gereformeerd worden. Tot heil van onze naaste.’

---
Zending anno nu is een gezamenlijke roeping van de wereldwijde kerk. We moeten van elkaar leren, met elkaar samenwerken en elkaar helpen. Daarom wil de GZB de komende jaren gemeenten in Nederland en het Zuiden met elkaar verbinden. Vandaar de nieuwe slogan: zending verbindt. In zijn column van vorige maand in De Waarheidsvriend van 3 november, taxeert dr. H. Vreekamp de nieuwe huisstijl van de GZB. Hij vindt dat ze fris en eigentijds oogt, maar mist in de wereldbol in het GZB-logo Jeruzalem als uitgangspunt van de evangelieverkondiging. Hij adviseert het logo meteen weer aan te passen. De GZB waardeert zijn bijdrage. Wij kennen hem en begrijpen zijn standpunt, zoals hij natuurlijk begrijpt dat een organisatie die verantwoord met haar geld omgaat een volgende vernieuwing van de huisstijl nog een poosje uitstelt. Liever leggen wij nog eens uit hoe de nieuwe huisstijl de vernieuwde visie op zending symboliseert en ook hoe de GZB de komende jaren kerkelijke gemeenten in Nederland wil inschakelen om zijn nieuwe slogan – zending verbindt – concreet te maken. Aanleiding voor de nieuwe huisstijl van de GZB is het nieuwe beleidsplan. Wat wil de GZB de komende jaren doen en hoe wil hij dat doen? Om deze vragen te kunnen beantwoorden heeft de GZB nagedacht over wat zending anno nu betekent. Het is overduidelijk dat er veel verandert in de wereld om ons heen. Economische en politieke verhoudingen verschuiven en ook de kerkelijke wereldkaart verandert. Lag het zwaartepunt van het christelijk geloof honderd jaar geleden nog in het Westen, tegenwoordig woont bijna tweederde van alle christenen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. In veel landen daar is er een levende en groeiende kerk, terwijl kerken in Nederland kampen met teruglopende ledenaantallen. Een paar weken geleden vertelde oud- GZB’er ds. J.E. de Groot in De Waarheidsvriend hoe christenen op Cuba zich zorgen maken over de situatie in ons land en hem vroegen: ‘Wat is er toch met Nederland aan de hand?’ We komen in het Zuiden steeds vaker zendelingen tegen die een roeping voor Nederland hebben. Deze veranderingen hebben gevolgen voor de visie van de GZB op het zendingswerk. Zending is geen eenrichtingsverkeer van het ‘christelijke’ Westen naar het ‘heidense’ Zuiden meer. De GZB gelooft dat zending anno nu een gezamenlijke roeping van de kerk wereldwijd is. We moeten van elkaar leren, met elkaar samenwerken en elkaar helpen. Wederkerigheid is een woord dat al heel lang voorkomt in het woordenboek van de GZB, maar het is niet meer iets dat alleen waardevol is. Het is nu ook noodzakelijk. Dat betekent dat kerken in het Zuiden niet langer alleen ontvangen, maar ook geven en dat wij niet langer alleen geven, maar ook (leren) ontvangen. Dat is een proces waarin de GZB de komende jaren een rol wil spelen. De plaats om het in Nederland vorm te geven is de kerkelijke gemeente.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Wat West kan leren van Zuid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken