Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Preekbeurtenvergoeding

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Preekbeurtenvergoeding

Alles met orde – vragen over de kerkorde

6 minuten leestijd

Is het bedrag dat staat aangegeven als preekbeurtenvergoeding een vrijblijvend advies of een dwingende bepaling? Die vraag kwam op naar aanleiding van een ingezonden brief van drs. C. Hendriks in ‘De Waarheidsvriend’ van 20 oktober.

Drs. C. Hendriks schreef: ‘Het formele antwoord luidt: het landelijk dienstencentrum geeft een advies maar iedere gemeente is vrij te doen wat men ter plaatse wil.’ Overigens adviseerde hij om het vooraf goed te communiceren met de gastpredikant als de kerkrentmeesters van de adviesvergoeding willen afwijken. Een predikant stuurde een reactie waarin hij stelt dat ‘deze afspraken wel degelijk bindend zijn voor de gehele kerk, ten gunste van allen die de bevoegdheid hebben om het Woord te bedienen!’ Hij voegde daaraan toe: ‘het kan toch niet waar zijn dat het refrein uit Richteren leidraad wordt voor het kerkenraadsbeleid, met als argument dat de verhoging van de preekbeurtvergoeding (slechts) een advies is. (...) Precies om te voorkomen dat een ieder doet wat goed is in eigen oog, omdat het wettige gezag ontbreekt, hebben we in de Protestantse Kerk een kerkorde, met een bijbehorende generale regeling en daaruit voortvloeiende uitvoeringsbepalingen. Die kerkorde slaat de piketpalen voor het kerkenraadsbeleid, niet het Richterenrefrein.’

Niet vrij
Als het gaat om de vraag wie gelijk heeft, moet ik de predikant bijvallen. De concrete bedragen voor traktement, verhuiskosten, reiskosten en andere vergoedingen voor predikanten worden vastgesteld door het georganiseerd overleg (GO). Dit overleg bestaat uit een delegatie van de kerk (met twee leden benoemd op voordracht van de Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer (VKB)) en een delegatie namens de predikanten. De vergoeding voor een preekbeurt wordt vastgesteld op grond van artikel 37-1 van de generale regeling predikantstraktementen en opgenomen in de uitvoeringsbepalingen. Deze bepalingen zijn bindend. Het staat een gemeente niet vrij om een predikant meer of minder traktement te betalen dan in de uitvoeringsbepalingen is vastgelegd en dat geldt ook van de vergoeding voor een preekbeurt. De vergoeding bedroeg in 2011 100 euro en is voor 2012 inmiddels vastgesteld op 118 euro.

Kleine gemeenten
Overigens was het de bedoeling van drs. Hendriks – zo heeft hij mij verzekerd – om de moeilijke situatie van kleine gemeenten aan de orde te stellen. Met de verwijzing naar de Richterentijd bedoelde hij slechts aan te geven dat er door de landelijke kerk geen controle wordt uitgeoefend of gemeenten zich wel aan de vastgestelde vergoedingen voor een preekbeurt houden. Omdat in de praktijk daarvan nogal eens wordt afgeweken, adviseerde hij om goede afspraken te maken.
Als het gaat om de zorg voor de kleine gemeenten valt de predikant hem volledig bij. Hij schrijft onder meer:
‘Toen ik als kandidaat in 2001 preekbevoegdheid kreeg, ontving ik 125 gulden, en een jaar later 65 euro voor een preekbeurt. Van 65 naar 120 euro in 11 jaar tijd is bijna een verdubbeling. Dat is stukken hoger dan de inflatie over deze periode (die zal rond 20 procent liggen). (...) Ik vraag me af of het GO wel goed genoeg doordacht heeft wat deze verhoging betekent voor de plaatselijke gemeenten. Zeker, in veel gemeenten in ons land wordt nog maar één dienst per zondag gehouden.’
Is er niet gekeken naar de volle breedte van de kerk, naar gemeenten die vasthouden aan twee diensten per zondag? In 2013 bestaat de Heidelbergse Catechismus 350 jaar. ‘De leerdienst is toch hét argument voor het vasthouden aan de avonddienst, zelfs als deze steeds minder bezocht wordt?’

Nog meer in de knel
‘Met de komende verhoging gaat het echter heel moeilijk worden’, vervolgt de predikant. ‘Niet alleen kleine gemeenten hebben hiermee te maken. Een voltijdspredikant zal zo’n 60 à 70 beurten van de 125 diensten per jaar vervullen. Dat betekent dat voor 55 à 65 diensten een gastpredikant moet worden aangetrokken. Twintig euro verhoging (van 100 naar 120) betekent dan een toename van zo’n 1200 euro voor rekening van het college van kerkrentmeesters. In hoeverre is dit een punt van aandacht geweest in het GO, waar toch ook twee deelnemers vanuit de VKB zitting in hebben? (…)
Moeten de kerkenraden zich dan maar neerleggen bij besluiten van het GO? (…) Laat de VKB, laat het GO, laat het dienstencentrum maar weten dat door dit besluit de financiële positie nog meer in de knel komt. Nog meer, want ook de traktementslasten gaan voor veel gemeente de komende jaren sterk stijgen.’

Handen ineen
‘Ik zou willen voorstellen dat de Confessionele Vereniging, het Confessioneel Gereformeerd Beraad, de Gereformeerde Bond en wellicht ook het Evangelisch Werkverband ook op dit punt de handen ineen slaan om als belangenbehartiger op te treden van gemeenten die vast willen houden aan twee diensten per zondag.’ Ik heb aan het schrijven van deze predikant niets aan toe te voegen.

Eerdere bijdragen aan deze rubriek zijn te vinden op www.kerkrecht.nl en via www.dewaarheidsvriend.nl.

---
Toelichting
Het Georganiseerd Overleg Predikanten heeft de volgende toelichting gegeven bij het besluit om de preekbeurtenvergoeding te verhogen: ‘De verhoging van de preekbeurtvergoeding in de jaren 2011 en 2012 heeft plaatsgevonden omdat de vergoeding in de jaren 2006-2010 niet was aangepast en omdat beide delegaties in het Georganiseerd Overleg Predikanten van oordeel waren dat de hoogte van de vergoeding niet in overeenstemming was met de arbeid die ervoor gevraagd wordt. Het voorbereiden en houden van een dienst vergt exclusief reistijd al gauw zo’n twaalf uur werk, als een nieuwe preek gemaakt moet worden. Kan de predikant een eerder gemaakte preek gebruiken, dan moet exclusief reistijd ook al gauw op vier uur arbeid gerekend worden. Als norm is nu afgesproken dat een gastpreekbeurt vier uren arbeid vergt (feitelijk wordt er dus van uitgegaan dat de gastpredikant een eerder gemaakte preek gebruikt) en beloond moet worden met het tarief voor incidentele hulpdiensten (= het bruto traktement bij tien periodieke verhogingen). In 2012 levert dat een bedrag van 118 euro per dienst op. Voor steeds meer predikanten, met name voor hen die in deeltijd werkzaam zijn, wordt de preekbeurtvergoeding een onderdeel van het noodzakelijke inkomen. De kleine synode en het Georganiseerd Overleg Predikanten zijn van oordeel dat predikanten kernfiguren zijn in het functioneren en voortbestaan van de kerk. Voor hun werkzaamheden op academisch niveau dienen zij beloond te worden met een kwalitatief goed pakket aan arbeidsvoorwaarden. Het is onjuist een terugloop in de middelen der kerk te vertalen in een lage of lagere beloning van de professionele krachten. Gemeenten hebben andere middelen om hun financiële zorgen tegemoet te treden, bij voorbeeld het stimuleren van de geldwerving, een andere inzet van onroerend goed, samenwerking met andere gemeenten en, als zij aan de eisen daarvoor voldoen, een beroep op steun van de solidariteitskas.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 2011

De Waarheidsvriend | 28 Pagina's

Preekbeurtenvergoeding

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 2011

De Waarheidsvriend | 28 Pagina's

PDF Bekijken