Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Collegiaal in lastige situaties

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Collegiaal in lastige situaties

Afscheid ds. Van Dam als begeleider predikanten

7 minuten leestijd

Wie weet dat in onze kerk drie predikanten het werk van hun collega’s begeleiden? Het afscheid van een van hen, ds. Gideon van Dam, is reden om hun dienst voor het voetlicht te halen, een uiting van zorg van de landelijke kerk voor haar werkers in het veld.

Ds. G.P. van Dam begon op 1 december 1984 als predikant voor de werkbegeleiding, eerst alleen in de Gereformeerde Kerken in Nederland. Hij werkte in de zuidelijke helft van Nederland. Gedurende het SoWproces werd de samenwerking met de Nederlandse Hervormde Kerk steeds intensiever. Al in 1996 was er sprake van een geïntegreerde aanpak van het werk. Drie collega’s vormen momenteel het team, zodat het werk in drie regio’s verdeeld is. Ook heeft ieder een eigen specialisme. Voor ds. Van Dam was dat geestelijke begeleiding.
De werkbegeleiding is verantwoordelijk voor de verplichte werkbegeleiding of het mentoraat voor beginnende predikanten en kerkelijk werkers (pastores) en werkbegeleiding op verzoek.

Wat was de scopus van uw werk als werkbegeleider?
‘Ik heb daarover in het kader van mijn afscheid een boek geschreven dat door de dienstenorganisatie uitgegeven is. (Gideon van Dam, Altijd leerling. Mijn kijk op de werkbegeleiding van pastores. Een autobiografie.) In mijn boek heb ik vijf pijlers van werkbegeleiding beschreven.’

Respectvolle aandacht
- ‘Een service van de kerk als geheel aan haar werkers. De werkbegeleiding wil een vrijplaats voor pastores zijn. Het is een concrete vorm van collegialiteit in lastige situaties. De predikant voor de werkbegeleiding geeft respectvol aandacht aan het verhaal van een pastor. Hij doet dat zonder last of ruggespraak en namens de kerk als geheel: werkbegeleiding is zo een uiting van de zorg van de landelijke kerk voor haar werkers in het veld.
Daarom is het van betekenis dat dit vanuit het ambt gedaan wordt. Werkbegeleiding is geen hulpverleningswinkel. Het is begeleiding vanuit collegiale verbondenheid.
Daarbij wordt gelet op de spelregels van de kerk: kerkorde, generale regelingen, leidinggevende rol van ambtelijke vergaderingen. Er is sprake van ambtsgeheim.’

Klankbordfunctie
- ‘Een uitnodiging tot een houding van reflecteren. Werkbegeleiding heeft een klankbordfunctie en begint met een leervraag. De pastor wordt uitgenodigd de eigen praktijk te beschrijven en daarover na te denken. Eigen oplossingen kunnen bevestigd worden en er kan tegenstem geboden worden. Hierbij speelt luisteren naar de Bijbel een rol.
- Een levende herinnering aan het hart van pastor zijn. Werkbegeleiding biedt ontmoetingen die een herinnering willen zijn aan het hart van pastor zijn. Zeker in conflictsituaties is die herinneringsfunctie noodzakelijk. Waar gaat het in alles uiteindelijk om? Wat dient de gemeente? Wat dient het komen van God? Wat helpt de betrokkene geestelijk vrij te blijven of te worden?
- Een hulp bij het verkennen van eigen hulpbronnen. Werkbegeleiding daagt uit de wezenlijke hulpbronnen aandacht te geven. Daar hoort altijd ontvankelijkheid voor de Bron, voor God, bij. Dat kan concreet worden in het uitnodigen daarvoor tijd te nemen. Ook kan gewezen worden op mogelijke boeken, artikelen of cursussen en natuurlijk op het belang van echt vrije tijd.
- Een vorm van geestelijke begeleiding. De werkbegeleider draagt, ook in buitengewoon lastige fasen, het besef bij zich dat aandacht geven aan moeilijke ervaringen kostbaar kan blijken. Het is wezenlijk niet weg te lopen voor wat als lastig ervaren wordt. Dat aandacht geven loont vroeg of laat.’

Wat betekende voor u het ambtelijke karakter van uw taak?
‘De genoemde pijlers laten iets proeven van het ambtelijke karakter. Dit werk is collegiale begeleiding vanuit een ambtelijke verbondenheid met de landelijke kerk. Dat blijkt ook uit de aanpak in het mentoraat. Het is van belang dat de mentor een collega is die het werk van binnenuit kent.’

Hoe zag een gemiddelde werkdag er voor u uit?
‘Gemiddeld was ik drie dagen per week onderweg. Collega’s komen naar het Protestants Landelijk Dienstencentrum in Utrecht of naar mijn huisadres in Eindhoven. De dagen in Utrecht bestaan meestal uit vier werkbegeleidingsgesprekken en daarnaast teamoverleg. Ook had ik een coördinerende verantwoordelijkheid voor het team werkbegeleiding. Thuis ontving ik ook pastores en had mailcontacten, bereidde kerkdiensten en lezingen voor en schreef zo nodig artikelen.’

Relatieproblemen
Welke ontwikkeling heeft u de afgelopen jaren gezien in het functioneren van predikanten? In de afgelopen 27 jaar is het nodige verschoven. Een paar veranderingen zijn me opgevallen. In de eerste jaren werd ik regelmatig geconfronteerd met relatieproblemen van predikanten. Meestal betrof dat een echtscheiding. De vertrouwensrelatie met kerkenraad en gemeente was dan vaak in het geding. Soms kwam bij de bekendmaking van huwelijksproblemen van de predikant andere kritiek los.
Relatieproblemen lijken inmiddels ‘gewoner’ gevonden te worden, en gemeenteleden rekenen die vaker tot het privédomein van de pastor. Het wordt betreurd, maar men overweegt geen maatregelen tegen de pastor. Wellicht speelt hierin ook mee dat pastores minder gezien worden als modelfiguur voor het leven als gelovige.’

Denken in productiviteit
‘Pastores krijgen ook minder te maken met kritische vragen rond leerstellige kwesties. Nu klinkt er vaker kritiek op pastores die te weinig kritisch omgaan met geloofsvooronderstellingen. Pastores lijken eerder intellectuele uitdaging te moeten bieden dan gelovige bevestiging. In de jaren tachtig werd ten aanzien van de kerkdienst vaker van voorgangers verwacht dat ze lieten horen wat de verkondiging voor de dagelijkse praktijk betekent. Nu hoopt men eerder dat de predikant taal aanreikt die niet binnenkerkelijk is.
Ook de beleving van veel kerkenraadsleden ten aanzien van de positie van de predikant is veranderd.
Met name moderamenleden stellen zich anders op ten opzichte van een predikant. Hij wordt vaker tegemoet getreden als werknemer.
Zij zijn vertrouwd met functioneringsgesprekken en denken in productiviteit. Het is niet altijd eenvoudig te onderscheiden tussen de vrijheid van het ambt en de noodzaak van openheid en overleg over de taakvervulling.’

Roepingsbesef
‘De laatste jaren kom ik regelmatig bij jonge predikanten tegen dat ze een grote afstand ervaren met de kerkelijke cultuur, en onvoldoende uitdaging beleven in de beroepsuitoefening. Ze missen een prikkelend beroep op hun vakbekwaamheid en wetenschappelijk gevormd zijn. In dat verband is de ontwikkeling van permanente educatie een weldaad.
Het predikantenbestand is verder duidelijk meer gemêleerd geworden en het deeltijd predikantschap wijdverbreid. Ook binnen de geledingen van de Protestantse Kerk zelf is sprake van meer kleuren.
Dat kan ook spanningen geven. Naar mijn ervaring is er de laatste tijd weer een toegenomen aandacht voor roepingsbesef als dragende notie. Zeker in de opleiding geestelijke begeleiding krijgt dat expliciet aandacht.’

Wat kwam u vooral tegen bij de predikanten die zich rekenen tot de Gereformeerde Bond?
‘Naast de zaken die hierboven genoemd zijn, kom ik met name het omgaan met de spanning tussen de orthodoxe en een evangelische stroming tegen. Het blijkt dat er vanuit die verschillende stromingen tegenstrijdige eisen aan predikanten worden gesteld. Bondscollega’s dreigen wel eens vermalen te worden in die botsingen. Zeker geldt dat voor collega’s die meer afwachtend of zacht in het ambt staan.’

Ambtelijke verbondenheid
Welke advies heeft u inzake de samenwerking tussen kerkenraad en predikant voor de kerkenraad? En voor de predikant? Even kort door de bocht:
- Het is van belang altijd te blijven werken aan ambtelijke verbondenheid. Dat wordt ervaren in het voor en met elkaar bidden en met aandacht de Bijbel te lezen.
- Het is belangrijk dat de kerkenraad blij is met een predikant die zich blijvend wil vormen.
- Altijd is het goed om aandacht te geven aan het Ene Nodige. Het kerkelijk beleid mag daarop afgestemd worden.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Collegiaal in lastige situaties

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken