Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ziel tijdelijk zonder lichaam

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ziel tijdelijk zonder lichaam

Levenseinde [3, waar zijn onze doden?]

8 minuten leestijd

Onze doden, ze waren bij ons en van ons maar zijn nu gestorven. En begraven – als dat ten minste mogelijk was. Waar verkeren ze nu? De Bijbel zegt daar het een en ander over.

Eenmaal leven we. En eenmaal sterven we. Dan keert het lichaam terug tot stof.
Dan is er een begrafenis. Het graf is er voor Abraham, voor Jakob, voor David, voor Elisa. Het is er zelfs voor Jezus. Daar houdt het voor het oog op, maar niet voor het bijbelse geloof. Het geloof weet dat het lichaam wel gedood kan worden, maar de ziel niet (Matt.10:28).
Het geloof weet van een doorgaand bestaan, door de dood heen.

Verwachting
Het Oude Testament is summier over wat na de dood gebeurt. Toch spreekt het duidelijk van de verwachting van de gelovige dat God hem na de dood zal opnemen (Ps. 49:16). Zelfs in heerlijkheid (Ps.73: 24). Job spreekt in geloof uit dat God over zijn stof zal opstaan en dat hij uit zijn vlees God aanschouwen zal (19:25-27). Ook Jesaja heeft het over het opstaan van het dode lichaam (26:19).
Het Nieuwe Testament spreekt er duidelijk en met ronde woorden over. Jezus belooft toekomst over de dood heen: ‘Ik ben de opstanding en het leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven’ (Joh.11:25). Paulus spreekt uit dat hij zijn sterven als winst ziet, omdat hij dan met Christus zal zijn.

Twee soorten
Doordat we allen gezondigd hebben, zijn we buiten Christus allen veroordeeld. Gods Zoon is echter mens geworden, om mens te zijn zoals God het bedoelt en om onder het oordeel te komen dat wij verdiend hebben. Dat heeft Hij gedragen in Zijn leven op aarde en vooral in Zijn sterven aan het kruis. Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven en wordt niet veroordeeld. Wie niet in Hem gelooft is en blijft veroordeeld (Joh.3:16-18). In deze lijn van tweeërlei leven op aarde is er ook tweeërlei toekomst na de dood. Daniël 12:2 spreekt ervan: ‘En velen van hen die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken, dezen ten eeuwigen leven, en genen tot versmaadheden, en tot eeuwige afgrijzing.’ Jezus spreekt over het Vaderhuis met de vele woningen (Joh.14:2), maar ook over de plaats waar wening en tandengeknars zal zijn (Matt.24: 51). Lazarus is met Abraham in de gemeenschap van God, zegt Hij, terwijl de rijke man in de pijn verkeert (Luk.16:22,23).
Waar onze doden nu zijn heeft alles te maken met de vraag of tijdens hun aardse leven het geloof in Jezus Christus hun deel is geworden. Zo is ook voor ons die leven het al of niet geloven in Jezus Christus bepalend voor waar wij straks zullen zijn. De vraag is dus: waar sta ik eigenlijk?

Voorlopig
Tot aan Christus’ wederkomst is er een bepaalde voorlopigheid in de eeuwige toekomst. Dat heeft ermee te maken dat het lichaam in het graf is. Slechts de ziel, die niet gedood kan worden, leeft voort.
Sommigen hebben gedacht dat er dan een soort zielenslaap moet zijn. Maar Paulus schijnt daar niet in te geloven: hij verlangt om ontbonden te zijn en met Christus – liever spoedig dan over langere tijd. Ook woorden uit 2 Korinthe spreken duidelijke taal: ‘En wij weten dat, zo ons aardse huis van deze tabernakel gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt maar eeuwig in de hemelen’ (5:1).
Jezus belooft bovendien de moordenaar die vraagt hem te gedenken als Hij in Zijn koninkrijk gekomen zal zijn: ‘Heden (!) zult gij met mij in het paradijs zijn.’ Dat paradijs is de plaats van de gemeenschap met God. Dat wordt bevestigd als Jezus sterft en zegt: ‘Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest’ (Luk.23: 43,46).
De gereformeerd vrijgemaakte predikant B. Telder, die in de jaren zestig van de vorige eeuw de zielenslaap leerde, vertaalde Jezus’ woorden tot de moordenaar overigens met: ‘Voorwaar zeg Ik heden: met Mij zult gij eenmaal in het paradijs zijn.’ Zijn kerkverband heeft die opvatting afgewezen en antwoord 57 van de Heidelbergse Catechismus onderschreven, dat zegt: ‘Dat mijn ziel na dit leven van stonde aan tot Christus haar Hoofd, zal opgenomen worden.’

Tijdelijk zonder lichaam
De ziel is dan het ‘ik’, maar nu tijdelijk zonder lichaam. Dat is in de Bijbel geen ziel die verlost is van het lichaam, zoals in het Griekse denken, maar een ziel die zonder het lichaam niet compleet is, een ziel die wacht op de openbaring van de kinderen Gods (Rom.8:19).
In Openbaring lezen we over de zielen onder het altaar die hunkerend uitzien naar de tijd dat Gods Koningschap volledig zal blijken en Hij recht zal doen (6:9-13). Al verheugen ze zich voluit in God, toch is er nog een uitzien naar wat God beloofd heeft en wat komen gaat.
Ondertussen is de ziel in een situatie van rust. Rust in de zin van niet meer hoeven strijden en zwoegen (Openb.14:13) en volledig opgaan in de sabbatsrust van God (Heb.4:9). Gemeenschap met Christus is haar deel. Vandaar ook blijdschap en heerlijkheid.

Wederkomst
Als Jezus wederkomt, gebeurt er ontzaglijk veel. De geschiedenis wordt voltooid. De bestaande hemel en aarde met de zonde en haar gevolgen komen ten einde. Een nieuwe hemel en aarde, waar gerechtigheid woont, nemen hun plaats in (2 Petr.3:10-13). Dan vindt ook de opstanding van de doden plaats. Mensen worden weer compleet mens, met ziel en lichaam. Mensen die gestorven zijn zullen eerst opstaan. Degenen die nog leven ontvangen die verandering in een enkel ogenblik, met een lichaam dat niet langer aan het verderf onderhevig, maar onvergankelijk is. Het is een geestelijk lichaam, dat wil zeggen een lichaam door de Geest beheerst (J. van Genderen) (1 Kor.15:51-54).

Oordeel
Heel de mensheid zal dan het oordeel meemaken. Dat oordeel brengt niemand van pijn tot heerlijkheid of andersom. Wie door het geloof met God verzoend was en vergeving van zonden kreeg, had al deel aan het eeuwige leven en houdt daar deel aan. Wie niet geloofde blijft in zijn zonde en buiten de gemeenschap van God. Maar het oordeel zal die situatie openbaar maken en Gods gerechtigheid zal ten volle blijken. Ook de duivel en zijn helpers zullen geoordeeld worden en definitief in de tweede dood geworpen worden.
Ondertussen mogen we verwachten dat het leven voor de gelovigen op de nieuwe aarde verder zal gaan. Het nieuwe Jeruzalem van God daalt daar immers op neer.
Maar het zal er op de aarde dan hemels aan toe gaan.

Niet te peilen
Hoe zal het zijn? Ten diepste is de werkelijkheid van de toekomst niet te peilen. De Bijbel spreekt in beelden. Wie buiten de gemeenschap met God is, komt in de buitenste duisternis, in de pijn, in zelfverwijt en gejammer, in honger en dorst zonder dat er enige verzadiging is.
Zonder God kun je nu eenmaal niet beter verwachten.
Wie in de gemeenschap met God is, verblijft in het licht, in vreugde, in verzadiging. De Bijbel geeft het beeld van een bruiloftsmaal en van een stad die ruimte heeft voor iedereen, in de heerlijkste luister.

Herkenning
Is er herkenning na de dood? De één kan het zich niet voorstellen, omdat je dan ook mensen zou missen in de hemel. De ander kan zich niet indenken dat er geen herkenning zou zijn.
Een paar bijbelse inzichten kunnen ons helpen. Allereerst dat mensen na het leven op aarde hun identiteit hebben behouden: Abraham is nog steeds Abraham, Mozes nog steeds Mozes, Elia nog steeds Elia. Vervolgens belijden we de gemeenschap der heiligen. Bijbels gezien is dat een bewuste gemeenschap, die alleen functioneert in het kennen en herkennen van elkaar. We geloven dat die gemeenschap alle gelovigen omvat. Dan moet er straks toch ook herkenning zijn?
Het zou ook vreemd zijn dat ons beloofd wordt dat we straks ten volle zullen kennen en tegelijk aan te nemen dat we elkaar dan niet meer zullen kennen. Als we in Christus geloven, mogen we verwachten dat het straks een groot ontmoeten wordt. Zonder dat we iemand zullen missen, ook al zullen niet allen die we kenden er zijn. Het gemis is voorbij, want rouw, verdriet, en tranen zijn daar verleden tijd. Het heeft ermee te maken dat we samen vol zijn van de drie-enige God.

Volgende week: nadenken over je eigen sterfdag.
---
Leestip
Dr. P.J Visser, ‘De hemel dichterbij. Stille tijd met het oog op de eeuwigheid. 50 korte overdenkingen’, uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 120 blz.; € 11,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Ziel tijdelijk zonder lichaam

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken