Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

Van een predikant die zijn ambtelijke dienst in de hervormde gemeente van Marken begon, ontving ik het volgende stuk uit Het Vaderland van 18 september 1929.

Het eiland Marken is in godsdienstig opzicht zeer behoudend. De Ned. Herv. Gem. is er confessioneel. Onder de ringpredikanten zijn ethisch-orthodoxen en ook twee vrijzinnigen, de predikanten D. Faber van Nieuwendam en G.J.J. Rensink uit Broek in Waterland. De consulent van de Herv. Gem. te Marken is de ethisch-orthodoxe ds. J. N. Vaandrager uit Monnikendam.

De confessioneele kerkeraad van de vacante Herv. Gem. te Marken had aan de beide vrijzinnige ringpredikanten verzocht ‘liever niet in de vacature te komen preeken’. Ds. Faber van Nieuwendam, vroeger te Tilburg, was terstond bereid zijn vacaturebeurten te Marken af te staan, echter niet ds. Rensink uit Broek in Waterland.

Nu was het jl. Zondag alzoo de vacaturebeurt van ds. Rensink en deze predikbeurt was ook een week vooraf, van den kansel afgekondigd, aanvang 10 uur. Afgeloopen week was nog een deputatie van Marken’s kerkeraad bij ds. Rensink op bezoek geweest, met het verzoek ‘nu toch de beurt niet te vervullen’, maar deze vrijzinnige predikant bleek daartoe niet bereid.

Geen nood, de kerkeraad liet op verschillende punten van het eiland briefjes aanplakken, waarop, in strijd met de wet en met de waarheid, stond: ‘Zondagmorgen om tien uur geen dienst. Aanvang van den dienst om 11 uur 45, spreker candidaat Van Evert uit Den Haag.’

Nadat nu ds. Rensink met de boot te Marken aankwam, werd deze predikant opgewacht door vier kerkeraadsleden van Marken, met het herhaald verzoek, om s.v.p. maar weer direct terug te keeren naar Broek in Waterland, de kerkdeuren zijn en blijven gesloten en er is geen dienst. (…)

Eindelijk om kwart over 11 zwichtte de kerkeraad voor den aandrang van boven en werden de kerkdeuren geopend. De koster liep echter schielijk weg en wilde de klok niet luiden. Geen nood, ds. Rensink knapte dit zelf wel even op en alzoo werden toch de kerkgangers opgeroepen. De organist kwam niet en wilde evenmin den sleutel van het orgel geven. Dan maar zonder orgel en nadat in de kerk een zestig menschen gezeten waren, kon eindelijk ds. Rensink zijn predicatie aanvangen over het levend geloof en het levende woord, dat niet aan oude formules of menschelijke leeromschrijvingen gebonden is (…). En de Markers luisterden stil en eerbiedig naar deze nog nooit gehoorde klanken, zoo schrijft ds. Rensink in het Handelsblad.

***

Nog eens een fragment uit Kerk op Dordt van de hand van Peter Dillingh, over geschorste kerkenraadsleden:

Kun je belijdenis doen als je niet gelooft in de lichamelijke opstanding van Christus? Die vraag lag in 1876 op tafel in de Dordtse kerkenraad. Ouderling N. Franken weigerde te assisteren bij de aanneming van de belijdeniscatechisanten van dr. P. Steen, een van de vrijzinnige predikanten. De kerkenraad steunde hem daarin. Een jaar later weigerden de ouderlingen ook aanwezig te zijn bij de bediening van het avondmaal door vrijzinnige predikanten. (…)

In 1879 bepaalde de algemene synode dat ‘bezwaren tegen de geloofsovertuiging van aannemelingen geen grond tot afwijzing opleverden’. De Dordtse kerkenraad sloot zich aan bij de orthodoxe protesten tegen deze bepaling. De ouderlingen trokken de consequentie dat ze niet meer wilden meewerken aan de aanneming van belijdeniscatechisanten van de drie vrijzinnige predikanten. De predikanten tekenden bezwaar aan bij het classicaal bestuur. Na een kerkrechtelijke procedure van tien maanden werden alle zestien ouderlingen in januari 1980 geschorst. De orthodoxe predikanten ds. J. Eigeman en ds. E.A.G. van Hoogenhuijze voerden het verzet aan tegen de schorsing. (…)

In augustus 1880 werden Eigeman en Van Hoogenhuijze geschorst vanwege onwettige kerkenraadsvergaderingen en de eigenmachtig geschrapte avondmaalsdienst; Eigeman voor een jaar en Van Hoogenhuijze voor een maand.
Eigeman ging in beroep bij de algemene synode. Die bracht zijn schorsing terug tot een half jaar.
Op 5 februari 1881 preekte Eigeman voor het eerst weer in de Grotekerk, over Richteren 2:1-5: ‘Stof tot weenen’.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 2012

De Waarheidsvriend | 28 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 2012

De Waarheidsvriend | 28 Pagina's

PDF Bekijken