Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

Dr. W. Verboom beschreef zijn ervaringen in zijn eerste gemeente Benschop, waar hij van 1968 tot 1973 predikant was, onder de titel Vrees en vreugde (uitg. Groen, Heerenveen). Ds. I. Kievit werd daar in 1918 predikant. Verboom zegt over hem:

Dominee Kievit was een begaafd predikant en theoloog, die bewust niet voor de academie koos, maar voor de gemeente. Hij was een voorstander van de Anti- Revolutionaire Partij en keerde zich tegen de Staatkundig Gereformeerde Partij, die in 1918 voor het eerst meedeed met de verkiezingen. Ds. L. Kievit, later de ‘jonge Kievit’ genoemd, is in de pastorie in Benschop geboren. De komst van ds. I. Kievit moet een verandering in prediking, kerkdienst en gemeenteleden hebben teweeggebracht. Temeer omdat hij als gezaghebbend predikant en theoloog sterk dacht vanuit de rechtvaardiging door het geloof. Hij had het niet zo op allerlei toeleidende wegen, hield een ‘afsnijdende, onderscheidende’ prediking en preekte de radicaliteit van het geloof in Christus. Niet voor, buiten of na Christus is de enige zaligheid te vinden, maar uitsluitend in Hem en dat heil wordt de mens door de Heilige Geest toegeëigend sola fide, alleen door het geloof. Prof.dr. W. Balke zegt van hem:
‘Hij preekte altijd vanaf schetsen: drie kleine velletjes. Maar hij kon op de kansel alles omkeren en een preek aus einem Gusz
houden. Er zat geen opbouw in, in die zin dat er naar een climax werd toegewerkt, het was heel sterk vanuit de exegese gebracht. Zelfs als hij een preek over dezelfde tekst hield, werd het een volslagen nieuwe preek. Dat kon hij al prekende.
(…) Het waren geen beschrijvende preken over allerlei toestanden in het geloofsleven, maar getuigende preken. Hij was sterk appèlerend, hij was niet iemand die aan de ene kant de deur openzette en hem aan de andere kant weer dichtdeed. Hij was natuurlijk wel een kind van zijn tijd. Ook de bevindelijkheid uit die tijd werd door een bepaald cultuurpatroon bepaald. Het beperkte daarvan had hij zelf heel goed door. Daar kon hij in een gesprek heel kritisch over zijn, bijvoorbeeld over hoe er in bevindelijke kringen omgegaan werd met de bruidsmystiek, met de uitleg van het Hooglied; dat noemde hij gesublimeerde erotiek. Op de kansel was hij haast een kinderlijk bewogen mens. In de trant van: ‘Als het Evangelie zo rijk is, hoe kan het dan bestaan dat niet iedereen daar ja en amen op zegt.’ Waar het Kievit om ging, binnen het kader van het bevindelijke cultuurpatroon waarin hij stond, was een reformatorische en bijbelse herbronning.
Dat betekende dat hij de oude schrijvers wel kende, maar dat daar zijn hart niet in lag. Hij noemde ‘vader Brakel’ wel eens in een catechismuspreek, maar het merkwaardige is dat hij, toen hij zijn bibliotheek opruimde, slechts de werken van Spurgeon en Calvijn bewaarde. Dat was het voor hem. ’s Zondagsavonds na het preken pakte hij de Franse geschriften van Calvijn, die las hij graag. Die eloquentie, dat taalgebruik van Calvijn is gewoon ook esthetisch een genot. Het heeft ook een hele kernachtige bijbelse spits. Het gaat af op de kern van de zaak en draait er niet
omheen.

Ter lering van allen die ds. Kievit op ondeugdelijke gronden vandaag voor hun geestelijke kar willen spannen.

***

Uit het boek van dr. R. de Reuver, Anders verder (Ark Media, Amsterdam), een fragment over de ontkerkelijking in Engeland:
Een golf van ontkerkelijking spoelt over Engeland. In 1998 is nog slechts 20% van de bevolking kerkelijk, 40% is kerkelijk afgehaakt (de-churched), terwijl nog eens 40% onkerkelijk (non-churched) is. Bezoekt rond 1900 55% van de kinderen een zondagsschool, in 1940 is dit nog slechts 35% en in 2000 is dit percentage geslonken tot een te verwaarlozen percentage van 4%. Deze enorme verandering van de Engelse samenleving raakt de anglicaanse kerk fors. Ondanks haar nationale status en functie is ze verdrongen uit het centrum van de macht en van de cultuur.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken