Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Houding leidt tot schorsing

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Houding leidt tot schorsing

Gedrag ds. Bartlema in oorlog ‘niet waardig’

8 minuten leestijd

Het gros van de hervormd-gereformeerden heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog een afkeer van het nationaalsocialisme. Toch zijn velen niet actief in het verzet. De opvatting dat de bezetter een oordeel van God is, weerhoudt hen vaak. Ds. Roelof Bartlema is de meest prominente predikant die hierin gelooft. En dat heeft hij na de oorlog geweten.

Ds. Bartlema (1889-1963), wiens leven en werk dr.ir. J. van der Graaf in Zij hadden wat te zeggen (2004) in algemene zin schetst, is bij het uitbreken van de oorlog een ervaren predikant, die als krachtige persoonlijkheid, begaafd theoloog en bezield prediker ingang heeft bij velen. Er is één probleem: Bartlema is niet zomaar leerling van prof. Hugo Visscher, hij volgt hem ook door dik en dun: in zijn afsplitsing van de ARP, in zijn kritiek op het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, maar ook in de pro-Duitse uitlatingen die hij als voorzitter van de jongelingsbond doet in onder meer De Vaandrager.

Exit als bondsvoorzitter
Dit alles wordt ds. Bartlema niet in dank afgenomen. Eind 1941 krijgt hij van zijn medebestuursleden zelfs een motie van wantrouwen aan zijn broek. Bartlema legt deze naast zich neer en ontkent desgevraagd lid van de NSB of ‘pro-Duitsch in de ongunstigste zin van het woord’ te zijn. Nadat in oktober 1941 papierschaarste het einde van De Vaandrager betekent, gaat het helemaal mis.
Bestuurslid en hoofdredacteur M. Noteboom werpt hem voor de voeten het Ministerie van Volksvoorlichting te hebben aangeboden zélf hoofdredacteur van het blad te worden en dit dan ‘in de geest van de nieuwe orde’ te redigeren. Ds. Bartlema ontkent, en ook penningmeester J.H. van Erven meent dat de bondsvoorzitter waarschijnlijk heeft toegezegd het blad niet tégen de nieuwe orde te redigeren.
De brief is nooit gevonden, maar de beschuldiging blijft tot na de oorlog boven ds. Bartlema’s hoofd hangen.
Zijn dagen als voorzitter zijn geteld.
Op de jaarvergadering van 1942 stemmen de jongelingen hem met grote meerderheid weg. Ds. Bartlema ziet in persona non grata te zijn geworden: hij bidt het Onze Vader en vertrekt.

Hervormd Zeist
Ook in zijn kerkenraad komt ds. Bartlema klem te zitten. Sinds 1925 is hij een van de drie predikanten van de hervormde gemeente van Zeist, in 1941 9500 leden groot. Ds. Bartlema is de enige predikant van gereformeerde signatuur. In gemeente en kerkenraad heeft hij zijn eigen volgelingen, maar deze zijn niet afzonderlijk georganiseerd. De kerkenraad is één geheel. Bovendien is de kerkenraad tegelijk bestuur van de plaatselijke hervormde scholen. Ds. Bartlema wordt dus van dichtbij op de vingers gekeken, niet het minst door zijn collega J.G.W. Goedhard.
Telkens klinken dezelfde verwijten tegen ds. Bartlema:
• Ds. Bartlema’s theologie deugt niet: hij had opgeroepen tot onderwerping aan de Duitsers overeenkomstig het bevel van Romeinen 13 om de ‘gestelde machten’ te gehoorzamen, maar de bezettende macht was eerder die van Openbaring 13: het beest uit de afgrond.
Overigens neemt het Provinciaal Kerkbestuur van dr. H. Berkhof, die in april 1944 predikant te Zeist werd, over dat ds. Bartlema de kansel wel ‘vrij heeft gehouden van propaganda voor de bezettende macht’ en ook wel bad dat de bezetter niet tegen Gods wil zou ingaan.
• Ds. Bartlema heeft de kanselboodschappen van de synode ‘tegen de geestelijke boosheden in de lucht’ niet voorgelezen. Als rechtvaardiging voert hij aan dat de synode dit niet reglementair had voorgeschreven.
Kerkordelijke opvattingen en theologie raken hier elkaar: op grond van zijn visie op Romeinen 13 erkent ds. Bartlema niet de noodtoestand die de synode deed spreken.
• Tegen alle andere leden in adviseert ds. Bartlema de kerkenraad in zijn hoedanigheid van schoolbestuur benoemingen van nieuw personeel ter goedkeuring voor te leggen aan de rijksinspectie.
• Bartlema doet tijdens de kerkdiensten geen voorbede voor de koningin. Hij ontkent dit, maar krijgt voor de voeten geworpen dat hij niet bad voor haar terugkeer, maar voor haar bekering.

Visitekaartje
Los van de beschuldigingen over Bartlema’s gedrag in hervormd Zeist en de oncontroleerbare beschuldiging over De Vaandrager keren enkele andere verwijten telkens terug:
• Van de Duitsgezinde drukker en uitgever J.H. van Lonkhuyzen aanvaardt ds. Bartlema een visitekaartje ter introductie bij de Beauftragte van de Rijkscommissaris te Utrecht.
Daarop staat: ‘Mit herzlichste Empfehlung für ds. Bartlema. Ein Pfarrer, der unsre Zeit versteht’. Bartlema wil bij de Beauftragte zijn opgepakte zoon Klaas vrijpleiten. Voor het Tribunaal geeft hij later ronduit toe dat de acceptatie van het visitekaartje ‘een ongelukkig feit’ en een ‘fout’ is geweest.
• Tot op het laatst is ds. Bartlema huisvriend van prof. Visscher. Voor het tribunaal houdt Bartlema het erop dat hij zowel Visscher als Van Lonkhuyzen heeft gevraagd of zij lid van de NSB waren. Toen zij ontkenden, had hij niet doorgevraagd of ze althans nationaalsocialistisch gezind waren. Bleef ds. Bartlema in goed vertrouwen contact houden?
Of wílde hij het fijne er niet van weten? In ieder geval achtte hij een NSB-lidmaatschap in strijd met zijn levensovertuiging.

Huisarrrest
Hoe sterk de bezwaren tegen ds. Bartlema leven blijkt wel als hij na de bevrijding de vlag uitsteekt voor de teruggekeerde wettige overheid. De wetenschapshistoricus dr. R. Hooykaas ergert zich daar geweldig aan.
In een brief aan de Politieke Opsporings Dienst (POD) van Zeist haalt hij fel uit naar de ‘moffenvriend Bartlema’. Ook enkele kerkenraadsleden melden zich op dat adres. De POD legt de predikant subiet huisarrest op tot 12 december 1945.
Via kerkenraad en classis komt de zaak-Bartlema bij het Provinciaal Kerkbestuur van Utrecht. Dit schorst Bartlema – tegelijk met zijn hervormd-gereformeerde collega J.H. Koster uit Montfoort – op 1 oktober 1945 voor acht maanden op grond van het feit dat hij zich ‘in den bezettingstijd niet waardig heeft gedragen, kerkelijk en als vaderlander, en door zijne onvoorzichtige en dubbelzinnige houding zich zedelijk medeplichtig heeft gesteld aan het gruwelijk beleid van de bezettende macht’.
Vervolgens wordt het burgerlijk proces verder doorgezet. Dr. Berkhof vindt het intussen wel welletjes. In een brief aan de officier-fiscaal van het Tribunaal Utrecht vraagt hij clementie, omdat ds. Bartlema zijns inziens kerkelijk al afdoende is gestraft. De officier-fiscaal laat zich niet vermurwen. Inderdaad, ds. Bartlema wordt meer geoordeeld wegens zijn verkeerde gezindheid dan vanwege verkeerde handelingen. Maar het tribunaal zal gaan over zijn verkeerde gezindheid als staatsburger.

Voor de rechter
Op 3 september 1947 staat ds. Bartlema voor zijn rechters om zich te verdedigen tegen dezelfde aanklachten als in de kerk. De uitspraak is niet mis. Als intellectueel legt het tribunaal hem strenge maatstaven aan. Ds. Bartlema’s interpretatie van Romeinen 13 heet ‘een verachtelijk standpunt’ en zijn daaruit voortvloeiende oproep tot gehoorzaamheid aan de bezetter wordt opgevat als ‘hulpverlening aan de vijand’.
Het visitekaartje van Van Lonkhuyzen weegt zwaar, evenals de ‘verachtelijke en bekrompen weigering’ om de synodale boodschappen van de kansel voor te lezen. Bartlema’s beroep op zijn kerkrechtelijk standpunt heet ‘een cynische onbeschaamdheid’. Wegens zijn ‘grove misdragingen’ krijgt hij bovenop zijn kerkelijke straf zes maanden voorwaardelijke internering, wordt hem voor tien jaar het kiesrecht ontnomen en krijgt hij een boete van 500 gulden.

Klimaat
Ds. Bartlema’s verdedigers trekken op alle punten aan het kortste eind, hoewel hun nuanceringen de moeite waard zijn. Zij herinneren eraan dat de tegenstanders van nu al voor de oorlog met Bartlema in de clinch lagen. Sterk is hun uiting van verwondering over het feit dat Bartlema tijdens de bezettingsjaren nooit in de kerkenraad is ‘aangevallen’. Zo’n tweehonderd mannen tekenen een brief waarin zij uitspreken hun geliefde dominee weer op de kansel te willen zien. Ook herinneren zij eraan dat zelfs verzetsmensen tijdens de bezetting graag bij ds. Bartlema bleven kerken vanwege zijn Woordbediening.
Het klimaat is er echter bepaald niet naar om enige zelfkritiek te beoefenen. Tekenend daarvoor is een rapport van de inlichtingendienst van het Militair Gezag dat stelt dat Bartlema ten opzichte van Jodenvervolgingen, onderduiken en sabotage ‘in het algemeen geen positieve critiek [liet] horen, waar ieder rechtgeaard Nederlander een vast standpunt innam’...

Gezag herwonnen
Van de in totaal ongeveer 1500 hervormde predikanten zijn er na de oorlog ongeveer twintig onder tucht gesteld. Onder hen was ds. Bartlema de meest vooraanstaande hervormdgereformeerde. In eerste instantie krijgt hij heel wat te verduren. Toch blijft hij nog enkele jaren in Zeist. In 1948 vertrekt ds. Bartlema naar Giessendam. Vanaf 1951 tot zijn dood is hij in Ridderkerk een geliefd prediker. Van der Graaf herinnert zich deze periode als ‘gouden jaren’ voor de gemeente. Elke ‘oorlogsschaduw’ is verdwenen. Collega’s als ds. W.L. Tukker tonen hun waardering voor zijn persoon en werk.
De regionale kring van Hervormd- Gereformeerde Intellectuelen heeft onder zijn leiding een hoog peil.
Prof. Visscher heeft door zijn pro- Duitsheid vrijwel al zijn invloed verloren, ds. Bartlema – die Visscher op zijn woord bleef geloven en hem vrijuit bleef citeren – is er niet duurzaam door beschadigd. Was het oordeel over hem daarvoor ook niet al te rigoureus gemotiveerd en geformuleerd?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Houding leidt tot schorsing

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken