Bekijk het origineel

De rouwweg gaan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De rouwweg gaan

Gelovig omgaan met het lijden [7]

7 minuten leestijd

Velen hebben de neiging om met een boog om mensen met verdriet of gemis heen te lopen. Hoe begrijpelijk dat soms ook is, voor rouwdragenden is het pijnlijk. We zouden elkaar moeten aanmoedigen de spiraal te doorbreken.

Letterlijk betekent ‘condoleren’ samen verdriet hebben. En dat vraagt meer dan alleen een handdruk en wat stamelende woorden. Als een gemis zich al lang tevoren aankondigde, begint de rouwweg eerder en dus ook het condoleren.
Bij ingrijpende verlies- en gemiservaringen zouden we ook eens moeten denken aan echtscheiding, baanverlies of gedwongen verhuizing. Condoleren is gedeelde smart en dus halve smart.
Wie niet om de wonden van het leven heenloopt, maar als christen verlangt ook ‘wondverzorger’ te mogen zijn, moet zich daarvoor wel zorgvuldig laten toerusten, want lang niet alle tranen zijn zichtbaar. Daarvoor biedt de medicijnkast van het Woord van God heel veel. Geschiedenissen, psalmen en liederen krijgen opnieuw of voor het eerst glans en diepte.

Inlevingsvermogen
De neiging om met een boog om mensen met verdriet of gemis heen te lopen, is niet alleen een kwestie van gebrek aan tijd, maar vooral een zoeken naar het goede inlevingsvermogen. En als er ook vrees in schuilt om in het verdriet van anderen meegetrokken te worden, dan moeten we elkaar er maar eens aan herinneren wat er in Bethanië (letterlijk: huis van geween) allemaal is gebeurd en wat Prediker 7:2 over het klaaghuis zegt.
Vooral in het begin hoef je niet altijd ‘woorden’ te hebben (denk aan de vrienden van Job). Gewoon er zijn (‘ik weet niet wat ik zeggen moet’) en concrete en praktische hulp bieden, zonder de rouwdragende op zijn of haar rouwweg voorbij te lopen. Ook al gaf God ons twee oren en één mond (ook voor het pastoraat), in het begin worden woorden nauwelijks gehoord.

Verwerkt
Rouwverwerking is eigenlijk een te mechanisch woord, alsof er ooit een moment komt dat het ‘verwerkt’,‘ voorbij’ is. In de achteruitkijkspiegel van het leven worden mensen wel kleiner, maar verdwijnen ze (gelukkig) nooit.
Wanneer kan een mens zeggen: ‘ik heb het verwerkt’? Toch eigenlijk nooit? Ermee leren leven, dat is het hoogste waartoe we in deze gebroken wereld kunnen komen. Niet voor niets staat de tekst ‘daar zullen geen tranen meer zijn’ pas op de laatste bladzijde van de Bijbel.
Leren wandelen – en niet: blijven stilstaan – op de rouwweg is een moeilijke, maar ook een mooie opdracht, ook om op die weg stukjes samen met anderen op te lopen.

Stadia
Het is goed te weten dat elke rouwweg haar geëigende route heeft, die bij een langdurig ziekbed eerder begint dan bij een plotseling sterven.
Dat wil ook zeggen dat in het laatste geval het eerste deel van de rouwweg versneld moet worden afgelegd.
In het rouwpastoraat wordt meestal van de volgende stadia uitgegaan:
• verdoving; is geen vlucht maar zegen
• ontkenning; begrijpelijk, maar extra pijnlijk voor omstanders
• de waarom-vraag; zoeken naar een bijbels antwoord
• depressie; vruchteloos zoeken naar zin
• marchanderen en flink willen zijn
• aanvaarden; en dat is meer dan berusten

Marakring
Nu zich in onze tijd naast de verloskundige een nieuwe discipline in de ‘verlieskundige’ aandient, mogen we als kerk onze in de loop der eeuwen opgebouwde knowhow wel inbrengen. Een door de diaconie gesteunde Marakring kan daarbij goede diensten verlenen.
Misschien kan ook een memorieboek in de kerk of het verenigingsgebouw helpend zijn om met rouwdragende families mee te leven.
Je hoeft je niet te schamen voor je tranen wanneer je hart vervuld is van verdriet je hoeft ze echt niet te verdonkeremanen ook Jezus weende, kind, vergeet dat niet.

---
Verlieskundigen
Vijftig jaar geleden gingen vrouwen en kinderen niet mee naar de begrafenis, omdat zoiets ‘meer een mannenwerk’ was.
Bovendien leefde toen nog (en nu?) de gedachte ‘grote jongens huilen niet’. Er lijkt nu meer aandacht gekomen voor het ook zichtbaar plaats geven aan verdriet en gemis in het leven. Er zijn zelfs naast verloskundigen nu ook ‘verlieskundigen’ en ook begrafenisondernemingen bieden in hun diensten ‘gesprekken over rouwverwerking’ aan. Of we als kerk met deze ontwikkeling gelukkig moeten zijn, valt te betwijfelen. Het christelijk geloof geeft meestal andere en ook grondiger antwoorden op de vraag hoe Mara toch weer Naomi kon worden (zie het prachtige trouw- en rouwboekje Ruth). In de rouwbrieven en bedankkaartjes (met foto en een korte levensbeschrijving?) zou dat ook duidelijker zichtbaar kunnen worden.

Tranen
Vooral de psalmen (bijvoorbeeld: 6, 42, 56, 116, 126) zingen openlijk over tranen. Als we gehecht zijn aan psalmen in de eredienst en in het pastoraat, dan is het toch vreemd dat wij ons bij tranen van anderen of van onszelf ongemakkelijk voelen. Het zoutgehalte van mannentranen moge dan hoger zijn dan bij vrouwen, er zijn ook veel tranen niet zichtbaar.

Zichtbaar rouwen
Een kruis langs een weg. Bloemen in een bocht, die regelmatig ververst worden. Een advertentie, na 1 jaar, 5 jaar, 10 jaar.
Het lijkt wel alsof we steeds moeilijker afscheid kunnen nemen en behoefte hebben om (zoals vroeger, minstens het eerste jaar in de kleding) zichtbaar te rouwen. Of is dit een onderdeel van de ‘emotiecultuur’, waarvan gezegd wordt dat die op de tv wel goed scoort, maar in werkelijkheid toch oppervlakkig is? Het vraagt naast gebed ook vindingrijkheid om aan een sterven, vooral als dat plotseling kwam, een zichtbare plaats te geven.

Gespreksvragen
• Vanuit de gemeente komt een verzoek om meer en op een vaste plaats in de liturgie aandacht te besteden aan het overlijden van een gemeentelid. Hoe zou je daarop reageren, welke modellen ken je en voor welk zou je een voorkeur hebben?
• Steeds vaker willen familie en vrienden een onderdeel van de dienst van Woord en gebed voorafgaand aan een begrafenis verzorgen. Waar kun je blij mee zijn en waarmee zouden we als kerk moeite moeten hebben?
• Hoever moeten we als kerk de bijbelse lijnen over crematie doortrekken en wat zijn geschikte momenten om dat in de gemeente aan de orde te stellen?
• Van een praktisch onkerkelijke familie komt het verzoek voor een begrafenisdienst vanuit het kerkgebouw. Wat is onze reactie als voor een kerkelijke inbreng over vorm en inhoud van de dienst geen of nauwelijks ruimte is. Het is goed om zulke vragen te bespreken voordat ze zich echt voordoen.
• In buitenlandse (maar ook binnenlandse) kerkgebouwen vindt men memorieboeken, die wekelijks opengeslagen liggen bij mensen die in die week overledenen zijn, één, twee of meer jaren geleden. Wat zijn de voormaar ook de nadelen van zulke boeken. Zou je het willen invoeren?

Rouwfasen
Algemeen worden er een zestal rouwfasen onderscheiden. Het is goed om deze trappen ook met elkaar te verkennen en te bedenken dat ze net als de drieslag ‘ellende, verlossing en dankbaarheid’ in de Heidelbergse Catechismus niet eenmaal, maar herhaalde malen worden afgelegd.

Concrete aandacht
In het formulier voor de bevestiging van ambtsdragers wordt bij de diakenen ook gesproken over ‘troostrijke woorden’ (dus niet alleen: daden) voor rouwdragenden (dus ook: gescheiden geraakt, baanloos geworden, failliet gegaan enz.).
Als kerk moeten we in deze tijd, niet alleen in het persoonlijk pastoraat en in de voorbede, maar ook op bijbel- en gesprekskringen meer concrete aandacht aan zulke gemis- en verlieservaringen geven.

Volgende week het slot: Erwin Hout uit Ridderkerk over omgaan met een handicap.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De rouwweg gaan

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken