Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Mannen met een overtuiging

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Mannen met een overtuiging

Vader & zoon in de theologie [2, Gaspar en Abraham van der Heyden]

8 minuten leestijd

De Mechelse familie Van der Heyden moet rond 1500 tot de gegoede burgerij hebben behoord. Er komen mannen met een overtuiging uit voort. Zoon Gaspar wordt de eerste predikant van de protestantse kruisgemeente in Antwerpen, achterkleinzoon Abraham Leids hoogleraar godgeleerdheid (met sympathie voor het denken van Descartes).

Enkele jaren geleden organiseerde onze plaatselijke Ontmoetingskerk weer haar jaarlijkse verkoopdag, in de volksmond oneerbiedig rommelmarkt genoemd. Voor mij een mooie aanleiding om mijn ogen open te houden voor een bijzonder stukje antiek of dat ene perkamentje tussen de door mijn plaatsgenoten zo snood verworpen boeken. En zowaar, twee perkamenten: deel 1 en deel 2 van Geerardt Brandt’s Historie der Reformatie (Amsterdam, 1671, 1674). ‘Hoeveel mevrouw?’ Iets meer dan het doorsnee boek, vond ze. Samen dus 5 euro.
Brandt wat doorbladerend kom je de namen tegen van talloze vergeten figuren uit onze kerkgeschiedenis.
De ene naam trekt onmiddellijk, de andere niet. Zo’n boeiende naam is Gaspar van der Heyden (1530-1586), theoloog uit de tijd van Willem van Oranje, hofprediker Taffin en Marnix van Sint Aldegonde.
Onmiddellijk valt het moedige, onverschrokkene en militante op.
Gaspar vreest niet om in een tijd van vervolging te Antwerpen het Woord met vrijmoedigheid in het geheim te verkondigen. De gereformeerde leer is hem lief en alles waard. Wie iets anders belijdt vindt in hem een fel tegenstander.

Niet de minste
Van der Heyden, die uit een goede familie komt, is de eerste predikant van de Antwerpse kruisgemeente. Daar brengt hij de eerst nog ongeordende, op het calvinisme georiënteerde groepen binnen een kerkelijk verband samen.
Van ongeveer 1550 tot 1555 combineert hij zijn predikambt met zijn schoenmakersstiel, maar daarna wijdt hij zich op verzoek van de gemeente geheel aan de predikatie.
Hij komt na een vervolging en ‘miraculeuze ontsnapping’ te Frankfurt aan de Main. De vluchtelingengemeente aldaar krijgt nu in hem haar nieuwe voorganger. Niet de minste. Iemand die in een ander zijn meerdere kan erkennen. Hij staat open voor wijze raad.
Rondom het heilig avondmaal consulteert hij Calvijn, als er spanningen rijzen tussen gereformeerden en luthersen. Rondom avondmaal en Augsburgse Confessie ontstaat er een hooglopend conflict tussen de gereformeerden te Antwerpen en die te Amsterdam.
Van der Heyden wordt naar Amsterdam gezonden om de zaak recht te zetten. Hij houdt een lange rede en eist van de Amsterdammers dat zij hun mening herzien.
Ook de volgende dag drijft hij ‘sijne meening met groote hevigheit’.
Hij dreigt met excommunicatie, ‘sijn meening met seer hevige woorden uitdrukkende, en dat tot meermaelen toe’. Hij weet dus waar hij voor staat.

Leider
Datheen wordt een zeer goede bekende en collega. Na een periode in Frankenthal keert Gaspar naar de Nederlanden terug. Op 25 augustus 1566 preekt hij te Hulst, bij de Gentse Poort, tegen de wil van de plaatselijke overheid. Onmiddellijk daarop breekt een Beeldenstorm los in de Willibrorduskerk. Van der Heyden is echter niet uit op chaos. Een geordend kerkelijk leven, gelegitimeerd en gesteund door de overheid staat hem voor ogen. Samen met Marnix van St. Aldegonde zoekt hij in een rondzendbrief (1570) het kerkelijke leven te reguleren.
De synode van Emden wenst hem als voorzitter; zijn leidinggevende capaciteiten zijn opgevallen. In 1574, inmiddels predikant te Middelburg, mag hij het nog eens over doen; hij wordt voorzitter van de provinciale synode te Dordrecht. Het kleine mannetje (‘kort van persoon’, zegt Brandt) heeft iets meer dan de doorsnee dominee in zijn mars. Ook voor de nationale synode te Dordrecht (van 2 tot 18 juni 1578) wordt door hem het nodige werk verzet, ditmaal als assessor.

Aanzien
Met Marnix staat hij sterk afwijzend tegenover de doopsgezinden. Het noopt hem tot het schrijven van het Cort ende claer bewijs van den heijligen doop.
Een korte periode dient hij twee gemeenten: Middelburg en Antwerpen. Maar dat werkt niet, het wordt alleen Antwerpen.
In 1580 gaat Gaspar aan de slag met de Heidelbergse Catechismus: tekstcorrectie en toevoeging van bewijsplaatsen. Een werk dat niet door iedereen wordt gewaardeerd.
Op eigen houtje zo’n gerenommeerd geschrift van kanttekeningen voorzien – over (over)moed gesproken! Van der Heyden houdt van onderzoek, juist ook van de bijbeltekst in de grondtaal.
Antwerpen valt in 1585. In 1586 vlucht hij weer naar Frankenthal. Het wordt het jaar van zijn dood.
G.P. van Itterzon zegt in zijn artikel in het Biografisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlandse Protestantisme dat Van der Heyden, reformatorisch in de zin van Calvijn, van grote betekenis is geweest door zijn pastoraat, zijn synodale functies en zijn werk aan de Heidelbergse Catechismus. Hij genoot veel aanzien in de hoogste kringen. Zijn naam was aan het hof zeer bekend.

Gaspar jr.
Gaspar van der Heyden jr. (1566- 1626) heeft zo’n grote bekendheid niet gekregen. Ook hij mocht dienen in het ambt van predikant. Ook hij is als het moet vurig en fel. Dat weten ze in Amsterdam. Zo drukt Brandt een brief van de remonstrantse predikant Episcopius aan Uytenbogaert af over een doopkwestie, waarin hij zijn beklag doet over Casparus van der Heyden, die zich naar zijn mening zeer onheus heeft gedragen. Het gaat alles over de doopvraag met betrekking tot de ‘de leer die alhier wordt geleerd’. Hij ‘heeft seer onhebbelijk tegen mij uitgevaeren, seggende dat ik seer stout en vermeten was, die so dorste in de kerke Jesu Christi spreken’.
Van der Heyden zegt dat Episcopius er goed aan had gedaan eerst eens bij hem langs te komen voor advies: Je weet waar ik woon. ‘Gij sijt een jongman, die soo stout niet behoorde te spreeken. Gij hebt gehoort wat hier geleert is, dat een mensche niet anders is dan stof en aerde en dat hij niet behoort soo stout, trots en hoogmoedig te wesen.’ Vervolgens keerde hij mij de rug toe, zegt Episcopius.
En dat alles in alle oprechtheid strijdend voor de waarheid.

Abraham Heidanus
Kleinzoon Abraham van der Heyden (1597-1678), die zijn naam verlatiniseerde tot Abraham Heydanus – gaat wat bekendheid en betekenis betreft in de voetsporen van zijn grootvader. Ook bij hem vallen moed, bestuurlijke en didactische kwaliteiten en strijd voor de waarheid op. En meer nog dan bij vader en opa een bepaalde eigenzinnigheid, wat het ook kost. De Van der Heydens zijn moedig, militant en een tikkeltje majestueus.
Abraham verzet zich tegen de scholastiek en de disputeerlust in zijn dagen. Toch raakt hij ook zelf vermengd in een woordenstrijd. De aanleiding is zijn geschrift Proeve en wederlegginghe des Remonstrantschen Catechismi (1641) en overige schrijverij tegen de remonstrantse leer. Het leidt tot Een antwoord op de Proeve van de hand van Episcopius, de predikant die het ook al aan de stok had met zijn vader. Hierop antwoordt Abraham weer met De causa Dei. Dat is: De sake Godts verdedight tegen den mensche (1645). Episcopius is inmiddels overleden en hoeft het werk van meer dan duizend bladzijden niet meer te lezen. In felle bewoordingen bestrijdt Abraham de leer van de remonstranten.
Een anonieme schrijver reageert met een Wedersprake. Abraham wordt verweten dat hij slechts schrijft om hoogleraar te kunnen worden of gevierd dominee, met volle kerken. Maar als kanselredenaar kan hij daar toch al wel op rekenen.

Hoogleraar
Hij ontvangt inderdaad een benoeming tot hoogleraar aan de universiteit van Harderwijk, later ook van Heidelberg. Maar hij bedankt beide keren en aanvaardt een hoogleraarschap te Leiden. De titel van zijn oratie is De singularibus Scripturae. Hij betoogt dat de heilige Schrift de hoogste regel van het geloof is. Filosofische formules verbergen de waarheid eerder dan dat ze die ontdekken.
Door toedoen van Abraham worden de theologen Coccejus en Hoornbeek ook te Leiden benoemd. Met Hoornbeek ontstaat een hooglopend conflict over het sabbatsgebod: was dat er al in het paradijs of behoorde het tot de na de val gegeven ceremoniële wetten? Het meningsverschil loopt zo hoog op dat de Staten van Holland en de synode eraan te pas moeten komen.

Descartes
Over de synode gesproken. Ook Abrahams bestuurlijke kwaliteiten springen in het oog. In juli 1669 wordt hij preses van de provinciale synode te Gorinchem, in 1673 assessor tijdens de particuliere synode te Dordrecht.
Nog een keer komt het militante bij Abraham naar voren, namelijk in een conflict met Voetius over Descartes. Heidanus heeft zich ontwikkeld tot leider van het Leidse cartesiaanse denken. De genoemde Van Itterzon zegt: ‘Heydanus was een gematigd cartesiaan. Hij verzette zich tegen het dorre formalisme in theologie en filosofie, bepleitte de zelfstandigheid van beide, keurde de band van de scholastiek met Aristoteles af en meende dat de filosofie van Descartes de theologie niet kon schaden. Men mocht zijns inziens de natuurlijke zaken, die in Gods Woord niet zijn geopenbaard, met de rede vrij onderzoeken en dit dus ook zoals Descartes het deed.’

Afzetting
Als deze vriend en geestverwant van Coccejus onder pseudoniem het polemische geschrift Consideratien uitgeeft, leidt dat tot zijn afzetting als hoogleraar. Het mag wat kosten.
Intussen blijft voor Abraham staan dat we zonder het Woord niets van God weten. Het genadeverbond kan niet door de filosofie worden gekend. De Heilige Geest doet de Schrift verstaan.

---
Gaspar van der Heyden
(1530-1586)
1546 voelt zich aangetrokken tot reformatorische leer
1550 predikant kruisgemeente Antwerpen
1558 vlucht naar Duitsland, wordt predikant te Frankfurt
1566 terug naar Antwerpen
1567 predikant te Frankenthal
1574 idem te Middelburg
1579 idem te Antwerpen
1586 inspecteur van Bacharach (Dld.)
1586 overlijdt te Bacharach

Abraham Heidanus (1597-1678)
1617 studeert theologie in Leiden
1623 predikant te Naarden
1627 idem te Leiden
1648 hoogleraar godgeleerdheid te Leiden
1676 afgezet als hoogleraar

Volgende keer: vader Cornelis Hendrikus en zoon Maarten van Rhijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Mannen met een overtuiging

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken