Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Lach!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Lach!

8 minuten leestijd

Het gereformeerde kerkgebouwtje zat bijna helemaal vol met enkele gemeenteleden en veel vakantiegangers uit Nederland. De voorganger deed zijn uiterste best om de gasten in staat te stellen de Franse dienst te volgen. Tijdens de preek liet hij een Nederlandse vertaling op het scherm projecteren. Telkens lazen wij iets over ‘de rijke krankzinnige in de schotelantenne’. Het ging om de rijke dwaas uit Lucas 12, dat begrepen we nog wel.
Maar waar kwam die schotelantenne vandaan?

Na enig nadenken ging mij een licht op.
Het Franse woord voor ‘gelijkenis’ is ‘parabole’. Maar dat woord gebruiken de Fransen ook voor een schotelantenne.
De voorganger had zijn tekst ingevoerd in de vertaalmachine van Google. Google, een product van onze tijd, weet alles van schotelantennes, maar kennelijk niet zoveel van gelijkenissen. De voorganger bleek de humor van het voorval te kunnen inzien. Ik bewaar in elk geval een goede herinnering aan zijn inzet om ons zoveel mogelijk van het evangelie mee te geven
.

Bovenstaande impressie is van de hand van prof.dr. Gert Kwakkel in De Reformatie. Het zomernummer staat in het teken van de blijdschap onder het motto: een christen is herkenbaar aan zijn vreugde. Dat die vreugde diepe wortels heeft wordt onder meer duidelijk uit dagboekfragmenten van de Canadese Ann Voskamp, die in haar leven een groot verlies leed, en een doorwrocht betoog van de hersteld hervormde predikant W. van Vlastuin over geloof en affectie bij Jonathan Edwards.
In deze zomereditie van Uit de pers kies ik voor een iets lichtere toon.
Ds. Jos Douma uit Haarlem schrijft in zijn column heel praktisch over de betekenis van blijdschap, getiteld ‘Blij, blijer’.

Hoe blij ben ik? Die vraag stel ik mezelf op het moment dat ik erachter kom dat blijdschap een kenmerk is van een volgeling van Jezus. Als Paulus de vrucht van de Geest introduceert (Gal 5:22-23) is blijdschap (vreugde) zelfs de eerste karaktertrek die hij noemt na liefde. Maar hoe kan ik groeien in die vreugde? Hoe kan ik een blijere christen worden? Hoe kan de Geest van blijdschap steeds meer bezit van me nemen? Drie handreikingen.

1. Lach! Er is een verband tussen blijdschap en de lach. Uit de christelijke kerkgeschiedenis is er zelfs zoiets als de ‘Paaslach’ bekend. De priester kwam na de paasdienst de trappen van het altaar af en kwam tussen de gewone gelovigen staan. Dan vertelde hij een ‘Ostermärlein’, een grappig paasverhaaltje. Het was eigenlijk een mop, met de bedoeling de mensen tot lachen te brengen. Want er moest gelachen worden, gelachen van blijdschap omdat de Heer waarlijk was opgestaan. Zo moeten we als christenen, ook samen in de kerk serieus werk maken van het lachen. Waar de lach galmt, komt de blijdschap op gang!

2. Wees dankbaar! De theoloog Karl Barth zei eens: ‘Blijdschap is de eenvoudigste vorm van dankbaarheid.’ Er is dus verband tussen dankbaar zijn en blij zijn. Denk eens na over de manier waarop je je dag begint. Wat gebeurt er over het algemeen gedurende de eerste vijf minuten dat je wakker bent geworden?
Ben je meteen bezig met wat er allemaal moet gebeuren, wat er allemaal in je agenda staat, wat er in je leeft aan zorgen en verplichtingen? Leer om die eerste minuten van de dag te beginnen met dankbaarheid. Dank God voor het licht, voor je leven, voor het feit dat Hij er is, voor Jezus, voor de mensen om je heen, voor zijn liefde. Begin de dag met dankbaarheid en je zult beloond worden met blijdschap.

3. Wees genadig! In het Grieks liggen de woorden voor blijdschap (chara) en genade (charis) dicht bij elkaar. Als je wilt groeien in blijdschap, wees dan genadig. Wees genadig voor jezelf: veroordeel jezelf niet als je iets fouts doet maar breng het bij God en ga ontspannen verder. Wees genadig voor anderen: reken anderen niet af op hun fouten, word niet bitter, raak niet gefrustreerd. Deel de genade die je zelf ontvangt ook weer uit aan anderen: je collega’s op je werk, je partner, je kinderen, je ouders, je buurvrouw. Wees genadig, en de blijdschap van de Heer zal door je hart heen stromen!

In Mensen, het blad van het IKON-pastoraat schrijft ds. Bram Grandia – net als ds. Douma onder zijn eerste handreiking – over de betekenis van humor. Daarvoor gaat hij te rade bij de Joodse traditie.

In zijn fraaie boekje ‘Wie niet in wonderen gelooft, is geen realist’ vertelt Frank Arnau een prachtig verhaal over zo’n uitweg. De kanselier van Karel de Vijfde haat de opperrabbijn Ephraïm Nachum en wil hem tot elke prijs vernietigen. Hij verzamelt belastend bewijsmateriaal en legt dat voor aan de keizer. Deze heeft sympathie voor de opperrabbijn en wil hem een laatste kans geven. Hij ontbiedt de rabbijn en zegt: ‘Er zijn zware aanklachten tegen u. U zou moeten sterven door het zwaard. Maar in onze grenzeloze genade zullen wij het laatste oordeel aan de Hoogste laten. Daarom hebben wij bevolen dat in een bokaal twee bonen gelegd zullen worden‚ een witte en een zwarte. U‚ opperrabbijn zult, zonder een woord te zeggen, op straffe des doods, uit de bokaal een boon nemen. Pakt u de zwarte zo bent u een kind des doods, pakt u de witte, dat u leve en begenadigd zij.’

Rabbi Ephraïm Nachum buigt diep en verdwijnt. In gedachten verzonken loopt hij door de lange gang van het paleis. Hij gaat op de grond zitten bij een hoge pilaar en denkt na. Afgezien van de kans dat hij de witte boon zal pakken, ziet hij geen uitweg. Zijn leven, zo rekent hij uit, is al voor de helft verloren. Dan hoort hij voetstappen. De kanselier nadert in gezelschap van zijn kamerheer. ‘De jood kan ons weer ontglippen’, zegt de kamerheer. ‘Ik voel dat het geluk hem welgezind is en hem de witte boon in handen zal spelen.’ De kanselier zegt spottend: ‘U vergist zich, edele ridder. De jood zal geen witte boon kunnen pakken.’ En giechelend voegt hij er aan toe: ‘… want ik leg in de bokaal twee zwarte bonen, zodat hij in elk geval een zwarte boon pakt.’ ‘Grandioos! ’ roept de kamerheer geestdriftig. ‘Een geniaal idee!’

De rabbijn sluipt terneergeslagen het paleis uit. Nu is er geen redding meer. Hij kan alleen maar een zwarte boon pakken en hij mag — op strafte des doods niets tegen de keizer zeggen over het duivelse plan van diens kanselier. Hij gaat naar huis, sluit zich op in zijn studeerkamer, kijkt omhoog opdat hem licht geschonken mag worden door Hem. De volgende dag loopt hij kaarsrecht tussen de lijfgarde door tot voor de treden van de troon. Hij loopt de scherprechter voorbij, die het zwaard met beide handen omklemt, gereed om zijn ambt te vervullen. De keizer wenkt de kanselier. ‘Reik de jood de bokaal aan!’ De kanselier doet wat hem bevolen wordt en houdt rabbi Ephraïm met spottende blik de bokaal voor. Ephraïm Nachum strekt zijn hand uit, grijpt diep in de bokaal, haalt er een boon uit, verbergt die in zijn hand, brengt hem snel naar zijn mond en slikt hem in. ‘Jij bent ten dode opgeschreven!’ roept de kanselier. ‘Jij hebt het bevel van de keizer getrotseerd!’ De rabbi buigt diep voor de keizer. ‘Waarom heb ik uw bevel getrotseerd? U hebt mij bevolen uit de bokaal een boon te nemen. Ik zal sterven door het zwaard als het een zwarte boon is en ik zal begenadigd zijn als het een witte boon is. Ik heb een boon uit de bokaal genomen‚ zoals u mij hebt bevolen Grote keizer, beveel nu uw kanselier dat hij uit de bokaal de boon neemt die ik niet genomen heb. Als het de witte boon is, dan was mijn boon de zwarte en moet ik sterven door het zwaard, maar als het de zwarte is dan ben ik begenadigd, want dan heb ik de witte boon gepakt.’


Ds. Grandia: ‘Ik vind dit een ontroerend mooi verhaal. Het lijkt op dat mooie Estherverhaal. Hier wordt een rabbi volledig vastgezet. Hij kan geen kant op, maar hij vindt – Goddank – een uitweg, een exodus.’

Je kunt er ook de echo in horen van Psalm 2, waarin de wereldmachten samenspannen tegen de Heere en Zijn gezalfde. Die in de hemel troont lacht echter. De hoogmoed en de dikdoenerij worden spottend aan de kaak gesteld. Want er is er maar Een die regeert. En die vrolijke wetenschap mist zijn uitwerking niet op de volgelingen van Jezus
(zie Hand.4:23-31). Ik wens u een vrolijke zomertijd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Lach!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken