Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Je valt jezelf vaak tegen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Je valt jezelf vaak tegen

Heiliging: tussen ideaal en werkelijkheid [2]

6 minuten leestijd

Heiliging is maar niet een zaak van de buitenkant, van outfit. Het niet gelijkvormig worden aan deze wereld is alleen maar mogelijk door innerlijk veranderd te worden door de vernieuwing van onze gezindheid. Heiliging is core business van de kerk.

Israël kreeg niet tien losse geboden. Nee, die geboden beginnen met: ‘Ik ben de Heere, uw God…’ Daarom moet Israël de Heere dienen en gehoorzamen.
Omdat het Zijn volk is, het speciale eigendom van de Heere. En daarom moeten de Israëlieten zich zo gedragen zoals Hij het van hen vraagt.
Niet om Zijn volk te wórden, maar omdat het Zijn volk ís.
In het Oude Testament merk je dat deze heiligheid waartoe ze geroepen zijn het hele leven raakt.
Heel ontspannen past Petrus in het Nieuwe Testament deze oudtestamentische kwalificaties toe op de nieuwtestamentische gemeente: een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom en een heilig volk (vergelijk Ex.19:5-6 met 1 Petr. 2:9-10).
In Romeinen 12 hanteert Paulus dezelfde methodiek. Christenen, overwegend heidenen, worden aangespoord om hun lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk.
Paulus noemt dat de redelijke godsdienst. ‘Logisch’ staat er eigenlijk in het Grieks. In overeenstemming met je roeping. Opvallend is dat het oudtestamentische woord ‘offer’ wordt toegepast op het christenleven in een heidense metropool. Je merkt hoe heiliging maar niet een zaak van de buitenkant is.

Ideaal
In de brief aan de Kolossenzen (1: 28) schrijft Paulus zelfs dat dit de bedoeling is van Zijn bediening: ‘opdat wij ieder mens volmaakt zouden stellen in Christus Jezus’.
De echo van wat Jezus in de Bergrede zegt: ‘Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is’ (Matt.5:48). En zo zijn we bij de volgende gedachtelijn: het spanningsveld tussen ideaal en werkelijkheid.
Het ideaal komen we op diverse plekken tegen in de Schrift. In Efeze 5 gaat het bijvoorbeeld over de liefde van Christus richting de gemeente.
Hij heeft Zich voor haar gegeven, overgegeven, ‘opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord, opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn’ (vs.26). Dat is een heel hoog ideaal.
In Filippenzen 2:15 lezen we ook iets dergelijks: ‘opdat u onberispelijk en oprecht zult zijn, kinderen van God, smetteloos te midden van een verkeerd en ontaard geslacht, waaronder u schijnt als lichten in de wereld’. Ik herhaal het citaat van dr. Wentsel: ‘in de hemel is de complete heiligheid van de gemeente in de lichamelijkheid van Jezus present’. Dit is werkelijkheid sinds Hemelvaart en Pinksteren. In de hemel is dit present.

Op aarde
Op aarde wordt er nog aan gewerkt door de Heilige Geest. Hij leert ons deel te hebben aan het sterven en de opstanding van Christus (Rom. 6:3) In Kolossenzen 3:1-3 brengt Paulus dat ook heel stellend naar voren: ‘U bent met Christus opgewekt, U bent gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God’. Dit is de stijl van de Heilige Geest. Alleen in één adem voegt Hij hier aan toe: ‘dood dan uw leden die op de aarde zijn: ontucht, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht, die afgoderij is’. In één woord: onheiligheid. In de hemel: gerechtvaardigd in Christus, geheiligd in Christus.
En deze hemelse werkelijkheid wordt op aarde geconcretiseerd, stap voor stap. De gerechtigheid en de heiligheid van Christus is ons toegerekend (1 Kor.1:30).
Maar, zo schrijft dr. Wentsel: ‘tot de heiliging behoort ook de geleidelijke liquidatie van de oude mens, de kennis van eigen zonden, de schuldbelijdenis, de bestrijding van slechte karaktereigenschappen’. Zoals Martin Lloyd-Jones ooit zei: ’a christian is a dying man’, ‘een christen is een stervend mens’.

Aangevochten zaak
Voor een kerkenraad die geestelijk leiding geeft aan de heiliging betekent dit: oog hebben voor dit groei-element van de heiliging.
Het houdt in: jongeren en ouderen aansporen om tot Christus te gaan, maar ze vervolgens op deze weg achter Christus aan ook te stimuleren en te coachen. Het komt eropaan het juiste tempo aan te houden: niet te snel, niet te langzaam.
Prediking, pastoraat en catechese komen hier op ons netvlies.
Waardevol kan in dit verband de opmerking van dr. Wentsel zijn om de aanduiding wedergeboorte niet te veel te beperken tot de start van het geestelijk leven, maar, zoals het vaak ook in het Nieuwe Testament gebruikt wordt, te zien als een begrip dat niet alleen het begin van het nieuwe leven aangeeft, maar ook het uitlopen op de nieuwe schepping. ‘De individuele wedergeboorte loopt uit op de wedergeboorte van de gehele schepping’ (Matt.19:28). Inderdaad, een spanningsveld tussen ideaal en werkelijkheid.
Is de werkelijkheid vaak nog een aangevochten zaak: je valt jezelf vaak tegen, gaat toch weer onderuit.
Maar je mag weten: de Heilige Geest maakt Zijn werk af. ‘In de hemel is de complete heiligheid van de gemeente in de lichamelijkheid van Jezus present.’

Groei
Soms merk je een bepaalde aversie tegen het begrip ‘groei’ alsof dat een verdacht woord zou zijn. Maar het begrip groei is door en door bijbels. Maar het is wel een gekwalificeerde groei: Hij, Christus moet wassen, groeien en ik minder worden. Dat is het specifieke van de bijbelse groei.
Het woord groei laten we dus staan. Anders zou je als kerkenraad met de armen over elkaar kunnen gaan zitten. Maar nu gaan de handen uit de mouwen. Of beter gezegd: de handen gaan samen. Om te bidden voor groei, voor het toenemen van de kennis van Christus. Maar ook voor groei in onderling dienstbetoon (Ef.4:16) om zo te komen tot geestelijke volwassenheid.
Gemeenteopbouw is hierbij de term. Toen Bucer in de 16e eeuw actief was in Straatsburg merkte hij hoe moeilijk het was om in een volkskerk de punten op de i te zetten. Hij vormde christliche Gemeinschaften, cellen rondom toegewijde avondmaalsgangers, om zo doordeweeks het evangelie verder vorm te geven in het leven van velen. Naderen wij hier de volmaaktheid? Is zondeloosheid bereikbaar? Nee. ‘In de hemel is de complete heiligheid van de gemeente in de lichamelijkheid van Jezus present.’

Vriendelijk verzoek
Ondertussen valt de ernst en de aandrang op in het Nieuwe Testament. Pinksteren is meer dan een vriendelijk verzoek. De Heilige Geest zegt niet: ‘Zou je er nog eens over na willen denken, lijkt het je wat?’
Bonhoeffer heeft ons de ogen geopend voor de goedkope genade. Zeker, de zondaar wordt gerechtvaardigd, door Christus, maar de zonde niet. Zo blijft er dus een spanningsveld tussen ideaal en werkelijkheid. Dit is het spanningsveld in de tekst in de Bijbel, in het leven van de christen.

Volgende keer: heilig leven in een geseculariseerd land.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Je valt jezelf vaak tegen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken