Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Recept voor 100-jarige

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Recept voor 100-jarige

Weinig kerkelijke bladen maken eeuw vol

7 minuten leestijd

Op 21 augustus overleed Cor Geurtz, de oudste man van Nederland, in de leeftijd van 110 jaar. Op de vraag hoe hij toch zo oud was geworden, antwoordde hij eens: door matig te leven en geen ruzie te maken. Hoe leerzaam ook, als verklaringen voor het eeuwjaar van De Waarheidsvriend volstaan ze niet.

Hoe bijzonder is het om als kerkelijk blad honderd jaargangen vol te maken?
Wat is er voor nodig om het zover, en dan nog wel in volle bloei, te laten komen? Bijzonder is het zeker. Vele kerkbladen hebben de afgelopen eeuw niet overleefd, andere leiden een kwijnend bestaan.

Weinig ruzie
Is het Geurtz’ levensdevies om geen ruzie te maken dat ook De Waarheidsvriend groen en fris liet blijven? Richting andere kerkbladen heeft het blad zich daar gedurende het grootste deel van zijn bestaan niet aan gehouden.
Naar geestverwanten toe heeft De Waarheidsvriend Geurtz’ devies wel hoog gehouden. Hoe fel redacteuren in bijvoorbeeld het Gereformeerd Weekblad soms ook van leer trokken, De Waarheidsvriend negeert de kritiek of reageert terughoudend.
Natuurlijk zijn er uitzonderingen. In de jaren zestig polemiseert ds. J. van Sliedregt bijvoorbeeld tegen dr. C. Graafland, ds. G. Boer tegen de schrijvers van de Open Brief.
Toch is interne discussie zeker niet typerend voor het bondsorgaan.

Draagvlak
In zijn algemeenheid zou je kunnen zeggen dat de trend is (geweest) dat De Waarheidsvriend intern krachtig positie kiest zolang het draagvlak daarvoor niet al te zeer onder druk komt te staan. Zo klinkt op de algemene ledenvergadering van 1928 de wens dat De Waarheidsvriend de politiek slechts principieel behandelt en zich niet inlaat met de praktische zijde.
Duymaer van Twist verdedigt daarop krachtig dat hij in zijn stukken ‘in geen enkel opzicht wenscht af te wijken van het Antirevolutionaire Program’. Van de bestuurstafel wordt ‘rondweg’ uitgesproken dat het blad vanaf het begin antirevolutionair is geweest ‘en ook zal blijven’. In 1937 leidt nieuwe discussie ertoe dat Duymaer van Twist enigermate wordt ingedamd. Er zijn er dan zelfs die liever de hele politiek uit het blad geweerd zien.
Deze discussie speelt even opnieuw als na 2000 op de achterzijde een paginagrote advertentie met Balkenende prijkt. Als de SGP steeds meer aanhang krijgt in hervormd-gereformeerde kring leidt dat ertoe dat het hoofdbestuur nog liever helemaal geen politieke beschouwingen heeft dan dat de verschillende politieke keuzes in de achterban de eenheid frustreren. Later lijkt het beleid te zijn geworden om beurtelings vertegenwoordigers van de diverse christelijke partijen aan het woord te laten, los van de partijpolitiek.

Terughoudend
Niet anders gaat het met de verschillende kerkpolitieke en theologische stellingnames: de diversiteit neemt toe, redacteuren reflecteren daar zo nu en dan op, maar in De Waarheidsvriend wordt er weinig gediscussieerd tussen voor- en tegenstanders. Zelfs in de berichtgeving wordt terughoudendheid betracht. Zo schrijven enkele bonders uit Vlaardingen in 1948 aan het hoofdbestuur het principieel eens te zijn met de afwijzende stellingname tegen jeugddiensten, maar zich om praktische redenen genoodzaakt te zien er in Vlaardingen aan mee te doen. Het hoofdbestuur gaat in zijn reactie zelfs zo ver zich te kunnen voorstellen dat praktische redenen ertoe nopen daaraan mee te doen, ‘maar het acht het beter daaraan geen publiciteit te geven in De Waarheidsvriend’.
Sommige geestverwanten hebben dit redactionele beleid niet kunnen verteren, zoeken voedsel in andere bladen, creëren om onder andere deze reden een nieuw blad als Kontekstueel, of in het uiterste geval zelfs een nieuwe kerk met eigen spreekbuis.
Van oude tijden af belijdt De Waarheidsvriend de gereformeerde waarheid en komt daarvoor op. In toenemende mate is gaan gelden dat zodra de verdeeldheid onder de ‘waarheidsvrienden’ zelf onbeheersbaar is geworden, het blad in de hervormde reflex schiet: eerst de vriendschap of althans de eenheid, dan de waarheid.
Geurtz’ devies te allen tijde de vrede te bewaren, deelde De Waarheidsvriend naar buiten toe dus niet, naar binnen toe zo veel mogelijk. Of het zo altijd de waarheid te vriend heeft gehouden, was bij een deel van de achterban aan twijfel onderhevig. Maar het heeft ongetwijfeld polarisatie gematigd door de meningen niet publiek te laten botsen.

Matig
Het advies matig te zijn heeft De Waarheidsvriend decennialang niet nodig gehad. Uit zichzelf bezuinigde het hoofdbestuur al op papierkwaliteit als het daarmee honderd gulden kon besparen. Maar sinds 2006 ging De Waarheidsvriend in orthodox Nederland voorop met de meest eigentijdse uitstraling.
Daar floreert het blad bij. Voor een verklaring van de levensduur van De Waarheidsvriend volstaan de deviezen van de tot voor kort oudste man van Nederland dan ook niet.

Andere factoren
Een zestal andere factoren verdient vermelding:
1. Stabiele redactie. De Waarheidsvriend heeft in een eeuw tijd slechts vijf hoofdredacteuren gehad en ook de zittingsduur van hoofdbestuursleden was lang. Verschillende persoonlijkheden, maar in de meeste opzichten eensgeestes.
En als dat laatste eens wat anders lag, zoals prof. Severijn ten opzichte van ds. Van Grieken, dan waren de omstandigheden in de Bond er niet naar om een nieuwe naam te opperen voor het vertrouwde orgaan.

2. Vaste koers. In veel gevallen moest bij andere bladen een nieuwe naam een nieuwe koers tot uitdrukking brengen. Een vitale factor in de overlevingskansen van De Waarheidsvriend is geweest dat de dominante continuïteit in het streven van de Bond evenals de lichte variëteit altijd prima te vangen is geweest onder de noemer van De Waarheidsvriend. Achter het blad heeft doorlopend een hoofdbestuur met een onwrikbare missie gestaan.

3. Overtuigde achterban. ‘Niet het geweldige, het geforceerde, maar het steeds herhaalde woord behaalt de overwinning!’, betoogt Van Grieken in 1931. In veel opzichten heeft deze hoofdredacteur gelijk gekregen. Een groot deel van de gereformeerd gezinden in de Hervormde Kerk liet zich overtuigen en leiden door de koers van De Waarheidsvriend, omdat deze aansloot bij hun gedachtegoed. Zelfs bonders kunnen daar hun reserves bij hebben, maar meer troost dan dat er altijd bonders met reserves zijn geweest is er niet. Vaak had De Waarheidsvriend wat te zeggen, en het grootste deel van het bondsvolk liet zich gezeggen.

4. Inhoud en vorm. In een tijd van afnemende kerkelijke binding zijn inhoud en vorm van groter gewicht dan toen een prof. Severijn het vervolg van zijn artikelen op vaak willekeurige punten opschortte tot het volgende nummer. Op redactioneel gebied scoort De Waarheidsvriend vandaag goed bij vele lezers, qua vorm, maar zeker ook qua thematiek. De omvang en verschijningsfrequentie stellen in staat naast ethische en praktisch-theologische onderwerpen ook de geloofsleer aan bod te laten komen.

5. Geld bijleggen. Voor zijn missie is hoofdbestuur van oudsher bereid geweest de noodzakelijke middelen in te zetten. Tot 1921 put het geregeld uit het Leerstoelfonds en het Studiefonds om tekorten bij de uitgave van De Waarheidsvriend aan te vullen. Desnoods betalen de vrienden in de crisistijd van de jaren dertig hun abonnementsgeld niet, het hoofdbestuur blijft het blad toch opsturen. De bond heeft altijd geld overgehad voor het bereiken van zijn doel.

6. Houdbare naam. De Waarheidsvriend heeft geen al te pretentieuze naam, vergeleken met De Bazuin en De Heraut, die op den duur te veel decibellen voortbrachten voor gereformeerde oren. Ook is de naam Waarheidsvriend duidelijk. Daarom kon ze langer mee dan bijvoorbeeld het confessionele zusje De Gereformeerde Kerk, dat het er niet beter op maakte door de naam uit te breiden tot Hervormd Weekblad De Gereformeerde Kerk. Tegelijk is de naam Waarheidsvriend minder tijdloos, en daarom ook minder eigentijds dan bijvoorbeeld De Wekker.
Niettemin kon de naam de tands des tijds redelijk doorstaan. De meeste bladen die kunnen bogen op hoge ouderdom, hebben hun naam vernieuwd.

Vitaal
Toen Geurtz honderd jaar werd, verzekerde zijn huisarts hem dat hij nog wel tien jaar zou kunnen leven.
Zijn woorden werden bewaarheid, ondanks twijfels van de honderdplusser zelf. Niemand hoeft zich af te vragen of De Waarheidsvriend nog tien jaar meegaat. Ze is immers vitaler dan Geurtz op zijn honderdste.
Maar Geurtz kende niet alleen zijn eigen lichaam, hij was er voor zijn voortbestaan ook afhankelijk van.
Dat geldt in mindere mate voor De Waarheidsvriend: de krachtige arm van het hoofdbestuur heeft het blad overeind gehouden als de levensader met de achterban in de knel kwam. Maar zonder een welwillende achterban gaat het op de langere termijn ook niet. Zolang de redactie dat inziet heeft het blad misschien af en toe een supervisor nodig, maar geen dokter.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 2012

De Waarheidsvriend | 32 Pagina's

Recept voor 100-jarige

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 2012

De Waarheidsvriend | 32 Pagina's

PDF Bekijken