Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Steeds dezelfde loopjes

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Steeds dezelfde loopjes

Triniteit en prediking [1]

8 minuten leestijd

De weerzin tegen gezag neemt toe. Ook het gezag van de predikant én van zijn boodschap staan onder druk. Wat betekent deze ontwikkeling voor de verkondiging? Is er plaats voor dogmas, bijvoorbeeld voor de leer van Gods drie-eenheid in de prediking?

Maakt het voor de verkondiging en het leven van de kerk verschil dat zij in God als de Drie-enige gelooft, of is dat geloof meer iets wat op zichzelf staat en verder geen gevolgen heeft?
Bij de behandeling van deze vragen bewegen we ons op het snijpunt van twee zaken die vandaag beide aangevochten zijn: de prediking en het dogma. Deze twee zijn aangevochten omdat ze allebei een gezag veronderstellen dat niet alleen in de samenleving, maar ook in de kerk niet langer vanzelfsprekend is.

Monoloog
De sterk toegenomen mondigheid van veel gemeenteleden ondermijnt de prediking. In een cultuur waarin iedereen overal over mag meepraten, is het vreemd dat in de kerk slechts één persoon de hele tijd aan het woord is. Ook in de kerk vinden steeds meer mensen dat vreemd. Men wijst erop dat het er in de eerste christelijke gemeente wel anders aan toeging: ‘Telkens wanneer u samenkomt, heeft iedereen wel een psalm, of een onderwijzing, of een andere taal, of een openbaring, of een uitleg’ (1 Kor.14:26). In zo’n samenkomst viel nog eens wat te beleven.
De monoloog van de predikant vandaag de dag wordt daartegenover gemakkelijk als weinig enerverend ervaren – en is dat helaas soms ook. Vandaar dat de vraag kan opkomen: waar staat eigenlijk dat er gepreekt moet worden als de christelijke gemeente samenkomt?
Is preken, het met gezag spreken van de christelijke heilsboodschap, niet veelmeer iets wat in zendingssituaties thuishoort?
Ik zet het met opzet wat scherp neer. In de praktijk wordt natuurlijk in vrijwel elke christelijke eredienst gepreekt. Ook de Vergadering van Gelovigen erkent tegenwoordig dat de Heilige Geest niet alleen spontaan een woord kan ingeven tijdens de samenkomst, maar ook iemand kan verlichten die zich thuis voorbereidt op een toespraak in wat dan toch ook de ‘woorddienst’ heet.
Vrijwel iedereen beseft: in de christelijke samenkomst kunnen we een grondig voorbereide en goed gebrachte bijbelse toespraak niet missen. Maar de scepsis jegens die ene dominee die van a tot z de dienst leidt en daarbij de meeste tijd vult met een lange preek, is ook ‘onder ons’ wel snel groeiende.

Starheid
Verder vertel ik niets nieuws als ik zeg dat ook het dogma onder grote druk staat. Voorheen was dat natuurlijk ook al zo, maar toen kwam de kritiek vooral uit de hoek van de liberale theologie. Die was er altijd op uit om het dogma meer of minder grondig te herzien.
Vandaag komt daar het nodige wantrouwen vanuit evangelicale hoek bij. Allereerst is daar de bekende oneliner dat we aan de Bijbel wel genoeg hebben. Daarachter gaat het misverstand schuil dat het dogma iets anders of iets meer zou zeggen dan de Bijbel, terwijl het in werkelijkheid slechts de samenhangen in de Bijbel tot uitdrukking wil brengen.
Vervolgens geldt vaak dat wat de Geest mij aan inzichten ingeeft over een bepaald thema, vele malen spannender is dan wat er in de kerk altijd, overal en door iedereen over dat thema geleerd is. Het wóórd dogma alleen al ademt een sfeer van vroegere tijden, van starheid en onaangepastheid. Dat is niet alleen het geval bij de schare die de wet niet kent.

Authentiek
Ook een gedegen onderzoeker als de Canadese filosoof Charles Taylor ziet temidden van alle levensbeschouwelijke pluraliteit nog wel enige toekomst voor het christendom, maar dat zal dan wel een minder dogmatisch christendom zijn. Want elk vaststaand dogma staat op gespannen voet met één van de kernwaarden van de hedendaagse westerse cultuur: die van de authenticiteit.
Je zou paradoxaal genoeg kunnen zeggen dat er vandaag nog maar één dogma is: wees authentiek.
Praat geen anderen na, en zeker niet een heleboel anderen, maar spreek voor eigen rekening, wees jezelf. Ook bijvoorbeeld een preek kan ons vandaag vooral nog raken, wanneer de voorganger er iets in vertelt over zichzelf, over eigen ervaringen en inzichten.
Wie nadenkt over de verhouding van het dogma van de triniteit tot de prediking, heeft dus te maken met een dubbele aanvechting. Of eigenlijk met een driedubbele, want over de specifieke problemen en ergernissen die de drie-eenheidsleer met zich meebrengt, heb ik het dan nog niet eens gehad.
Zelfs dogmatici hebben het er vaak niet zo op. ‘Aan de Schrift vreemd en voor het gelovige denken onverteerbaar,’ oordeelde bijvoorbeeld H. Berkhof (Christelijk geloof, p.327).
We staan dus al met al niet voor een eenvoudige taak, wanneer we willen aangeven wat de betekenis van het trinitarisch dogma voor de prediking is.

Onopgeefbaar
Niettemin behoren zowel de prediking als het trinitarisch dogma wezenlijk bij wat het inhoudt om kerk te zijn. We kunnen op geen van beide dus beknibbelen of bezuinigen. Het dogma is onopgeefbaar, omdat het de bijbelse samenhangen verwoordt op een manier die individuele voorkeuren overstijgt, en instemming gevonden heeft in de kerk der eeuwen.
Niet minder is de prediking onopgeefbaar, omdat, zoals Paulus schrijft, het ‘God behaagd heeft om door de dwaasheid van de prediking zalig te maken die geloven’
(1 Kor.1:21). Zo eenvoudig is het in feite. Dat preken dwaasheid is, gekkenwerk, vond men in Paulus’ tijd ook al. En Paulus spreekt het niet eens tegen, hij erkent het veeleer.
Maar hij zegt er wel iets bij: het heeft God behaagd om nu juist door de dwaasheid van al dat gepreek zalig te maken wie geloven.
Zo heeft God het gewild. Hij heeft zich niet kenbaar willen maken langs de weg van menselijke wijsheid, via wetenschap en filosofie, maar langs de weg van de verkondiging. Kort en bondig gezegd: zonder verkondiging geen geloof.
Paulus schrijft erbij, dat God dat in Zijn wíjsheid gedaan heeft. Want als God ervoor gekozen had om Zich wel te laten benaderen via de route van menselijke wijsheid, via wetenschap en filosofie, dan zouden de mensen met het hoogste IQ de hoogste ogen gooien. En daar heeft God dus een stokje voor gestoken, zoals ook Christus zelf al aangaf (Matt.11:25v).
In plaats daarvan heeft God voor de weg van de prediking gekozen.
Niet erg opzienbarend en verheffend, zo’n mannetje dat staat te praten, maar dat past wel precies bij diens thema, namelijk het kruis van Christus. Ook dat gold en geldt maar als een vreemd en dwaas verhaal. Niet erg subtiel, elegant en diepzinnig, maar eerder nogal cru.

Inhoud
Hoe dan ook – het heeft God behaagd om door de dwaasheid van díe prediking zalig te maken die geloven. Preken dus – maar wat en hoe dan? Wat zal dan de inhoud van de prediking zijn? Nou dat staat er dus bij in 1 Korinthe 1: de heilsbetekenis van het kruis van Christus.
Maar is dat wel genoeg? Of zijn er werken van Vader, Zoon en Heilige Geest die elke preek aan bod moeten komen? Nu, laat ik het maar rechttoe rechtaan zeggen: geen. Er zijn geen werken van Vader, Zoon en Heilige Geest die in elke preek aan bod móeten komen. Want als je op die manier over de preek denkt, ontstaat er al gauw een situatie waarin bij voorbaat vastligt waar de uitleg van de gekozen bijbeltekst op uit moet komen. En dat is dan al gauw altijd hetzelfde.
De bijbeltekst wordt gelezen door de lens van het dogma; en wie het dogma erin terug wíl vinden, zal het ook terug kunnen vinden. Alleen het is wel de dood in de pot voor de prediking. Want niet het dogma maar de Schrift bepaalt de inhoud van de prediking.
En de Schrift is, zoals we weten, het buitengewoon gevarieerde bronnenboek van de kerk. De gemeente leeft van die Schriften in hun veelvormigheid en gevarieerdheid, waarmee zij heel het leven omvatten en over allerlei situaties iets te zeggen hebben. Niet in elke preek hetzelfde dus.

Saai en voorspelbaar
Eén van de klachten – en men hoort deze tegenwoordig vaker dan vroeger – tegen de preken die we als voorgangers houden, is dat ze zo saai en voorspelbaar zijn. Dat de prediker via hetzelfde soort loopjes vrijwel altijd tot eenzelfde slotsom komt. Dat heeft vaak te maken met een onjuist gebruik van het dogma, alsof in de preek altijd dezelfde kernzaken (dogma’s) genoemd zouden moeten worden.
Hiertegenover sprak Noordmans zijn gevleugelde woord, dat een goede preek het dogma juist scheef trekt.


Presentatie ‘Christelijke dogmatiek’
Volgende week donderdag vindt aan de VU in Amsterdam de presentatie plaats van de ‘Christelijke dogmatiek’.
Mr. Piet Hein Donner, vicepresident van de Raad van State, krijgt dan het eerste exemplaar uit handen van de auteurs dr. G. van den Brink en dr. C. van der Kooi.

Volgende week: spreekregels voor het preken vanuit de triniteitsleer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Steeds dezelfde loopjes

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken