Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

‘Hij draagt zijn rusting nog’

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

‘Hij draagt zijn rusting nog’

Duivel voor Luther concrete bedreiging

6 minuten leestijd

De moderne mens, ook de moderne christen, spreekt doorgaans meer over psychische klachten, depressies of neerslachtigheid dan dat hij het over de duivel heeft. Bij Luther en diens generatie was dat anders.

Wat is reformatie voor Luther? Reformatie is iets dat God doet, in Christus. Deze reformatie komt aan het einde der tijden, in de snel naderende voleinding – een voleinding door vuur, oordeel en crises heen. Christus is de Reformator, dat wil zeggen de Rijk Godsbrenger, de Alles Nieuwmaker, de Nova Creator.
Deze reformatie, deze koninklijke openbaarwording van de Albeheerser maakt een einde aan de deformatie van de schepping door de duivel. Aan de daarin ontstane chaos door de duivelse machten van het kwaad en de zonde. Aan de chaos door aardbevingen, tsunami’s, vulkaanuitbarstingen en uitputting. Aan de chaos in de mensheid en haar geschiedenis die voor Luther geen evolutionaire ontwikkeling naar een hoger stadium is, maar een revolutionaire neergang, een angstaanjagende deformatie, onderweg naar haar voleinding, haar reformatie.

Grote tegenstander
Tot dat moment is de duivel de grote tegenstander van God en de Zijnen. Hoe is hij dat? Zoals onze Heere God de thesis decalogi (de stelling van de tien geboden) is, zo is de duivel de antithesis decalogi (de tegenstelling van de tien geboden).
Wie dus een juist beeld (of tegenbeeld) van de duivel wil zien, die lette op de decaloog, de tien geboden. Luther maakte dat heel concreet. In de kop van de duivel ziet hij alle lasteringen tegen het eerste gebod, zoals God niet geloven, Hem niet vrezen noch Hem vertrouwen, noch Hem liefhebben. De zonden tegen het tweede gebod, zoals God lasteren, tegen Hem morren en Zijn Naam misbruiken, dat zijn de mond en de tong van de duivel. De overtreding van het derde gebod, zoals Gods Woord niet gehoorzamen, het lasteren, verachten, vervolgen en Zijn dienaars laten sterven van honger en alle godsdienst in de wind slaan, dat zijn de nek en de oren van de duivel. Zo verbindt hij de borst, het hart, de buik, handen en wil aan de andere tafel van de wet.
Ziedaar de duivel zoals Luther hem in levenden lijve voor zich ziet.

Geweten als invalspoort
Luther noemt het geweten de invalspoort van de duivel. Vooral in de nacht. ‘De duivel beangstigt en plaagt de mensen op allerlei wijze, zodat hij zelfs sommigen in hun slaap met hevige dromen en gezichten verwart en laat schrikken, zelfs zodanig dat soms het gehele lichaam transpireert uit angst voor de nog grotere angst in het hart.’
Zo komt een mens in gewetensnood, de duivel maakt via je zonden je geweten wakker. Wanneer de satan ons verzoekt en aanvalt vanwege onze zonden en zegt: ‘Kijk eens, zus en zo heb je geleefd en tegen God gehandeld’, zodat hij ons in vertwijfeling brengt en ons ingeeft dat wij door die zonden gevangen zouden zijn in zijn rijk en dus verdoemd, dan moeten wij zeggen: ‘Jij booswicht, hoe durf jij het in je hoofd te halen mij zulke dingen aan te praten? Mijn Heere Christus heeft mij bevolen dat ik je niet mag geloven ook al spreek je nog zo de waarheid.
Want jij bent een leugenaar en de vader van de leugen. Daarom duld ik het niet dat jij mij omwille van mijn zonden wilt verdoemen. Want jij bent alreeds geoordeeld en veroordeeld. Op grond van welke macht gebruik jij de gerechtigheid en zulk een geweld tegen mij? Jij hebt mij toch niet mijn vrouw of mijn kinderen of het leven geschonken? Jij bent ook mijn heer niet of de schepper van mijn lichaam noch van mijn ziel die jij jezelf wilt toe-eigenen. Jij hebt mij ook deze ledematen niet geschonken waarmee ik gezondigd heb. Waarom matig jij jezelf dan zo aan?’

Zuurpruim
Een saure Geist is voor Luther een neerslachtig, depressief type. Stel je voor, je wordt wakker. Buiten is het donker en guur. Je kunt en wilt niet uit bed. Er wacht weer zo’n lange en grauwe dag. Je weet amper hoe je door die sleur en alledaagsheid moet komen.
Alles lijkt zo zinloos en troosteloos en triest. En je wordt vervuld met wat de Duitsers noemen de langweiligkeit en de traurigkeit, de verveling en de treurigheid.
Dat doet de duivel, zegt Luther.
Want dat is een saure Geist, een zuurpruim. ‘Ik moet vrolijk zijn’, zei hij, ‘dat ik van vreugde geheel gezond ben en van vreugde niet ziek kan worden.
Maar de duivel gaat onophoudelijk tekeer en maakt mij treurig en bekommerd en dat gebeurt en overkomt mij nu dikwijls.’
‘De duivel is een treurige geest en maakt treurige mensen, daarom kan hij niet tegen vrolijkheid.
Doordoor is het ook dat hij van de muziek wegvlucht zo snel hij maar kan, niet erbij blijft als mensen zingen, in het bijzonder geestelijke liederen.’ ‘Treurigheid’, zei Luther in 1541, ‘is een werktuig en instrument van de duivel, waardoor hij vele dingen uitricht. Want hoe dieper iemand in treurigheid verkeert en zijn gedachten volgt, des te meer de duivel bij hem wint aan invloed en bemoeizucht. Gedachten vormen een instrument waardoor hij toegang tot ons heeft. Daarom, waar treurigheid is, daar heeft de duivel een goede zaak met ons.
Daarom, bid ijverig, en als je treurig bent, ga om met gelovige mensen en troost jezelf met Gods Woord.’

Vertroosting
In dit alles noemt Luther de duivel doctor consolatorius ofwel ‘doctor in de vertroosting’. Hoe kan dat?
Wel, zegt Luther, die duivel mag dan wel tieren en razen en vloeken, maar hij is niet los van God.
Als gevallen engel is hij Gods tegenstander maar desondanks in Gods dienst genomen en tegen zijn wil ook gebleven. Hij is niet anders dan een diakonos dei, een diaken of dienaar van God. Als zodanig valt de duivel christenen voortdurend aan en lastig. ‘De aanvechtingen van de godvrezende christen zijn krachtig en nuttig en een rechte christelijke school en oefening voor vlees en bloed. Wie nooit verzocht en aangevochten is, die verstaat en weet niets. Daarom is het gehele psalter in haast elk vers niets anders dan aanvechting, treurigheid, kommernis en een boek vol van aanvechtingen.’ De duivel doet zijn aanvechtersarbeid in de dienst van God.

Gevecht
De duivel is dus de aanstichter van veel, zo niet alle ellende. Dat laat Luther niet maar gelaten over zich heen komen, nee, hij vecht ertegen en voert vooral een strijd tegen hem met Gods Woord en met het gebed.
Voor Luther is het besef dat er aan deze wereld en haar gedaante een einde komt allesbeslissend. Troost je als je worstelt met de vragen en de angsten van de wereld en haar geschiedenis. Als je je machteloos voelt.
We kunnen van Luther leren dat christenen ver boven de angstpsychosen van de moderne en postmoderne tijd hebben te staan. Want zij hebben een huis in de hemel. Daarom leven zij ook anno nu in het kader van het ‘reeds en nog niet’, in de verwachting van de komst van het rijk van God en van Christus Reformator. Maranatha.

Deauteur maakte voor deze bijdrage gebruik van collegeteksten en publicaties van dr. Heiko A. Oberman en dr. G.H.M. Posthumus Meyjes.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

‘Hij draagt zijn rusting nog’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken