Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

In meer kerkelijke banen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

In meer kerkelijke banen

Christelijke dogmatiek [1]

7 minuten leestijd

Een paar jaar geleden sprak ik tegenover dr. C. van der Kooi mijn teleurstelling uit over het feit dat het boek van de atheïstische dominee Hendrikse zon succes heeft. Ik vroeg hem wat we daaraan zouden kunnen doen. Van der Koois antwoord was kort en duidelijk: Zelf goed theologiseren.

Nadat ik het door hem en zijn collega G. van den Brink geschreven boek Christelijke dogmatiek. Een inleiding had gelezen, kon ik alleen maar met vreugde constateren dat de auteurs voortreffelijk theologiseren. Ze kunnen met het resultaat van hun studie – waarover de uitgever al een week na verschijning besluit om een tweede druk uit te brengen – alleen maar worden gefeliciteerd. Ik hoop dat voor theologisch en kerkelijk Nederland hetzelfde zal gelden.

Berkhof
Dit boek komt naast en misschien op den duur wel in de plaats van de bekende geloofsleer van dr. H. Berkhof Christelijk Geloof, waarvan de eerste druk een kleine veertig jaar geleden verscheen. Decennialang heeft die de theologische discussie mede bepaald en vele predikanten en leken stof tot overdenking gegeven.
De auteurs verzetten zich niet tegen Berkhof en willen hem niet vervangen, maar ze willen onder erkenning van de waarde en betekenis van zijn inzichten die toch weer in meer traditioneel kerkelijke banen ombuigen. Er is dan ook een duidelijke overeenkomst maar ook een even duidelijk verschil met Berkhofs boek. Berkhof betoont zich een oecumenisch theoloog, van wie de reformatorische herkomst nog wel duidelijk is. Van den Brink en Van der Kooi willen reformatorische theologen zijn die wel het oecumenische gesprek met andere christenen in verleden en heden willen aangaan.

Klassieke dogmata
De auteurs kiezen bewust voor het woord dogmatiek en niet geloofsleer in de titel. Ze weten dat de woorden dogma en dogmatisch voor velen een ongunstige klank hebben. Toch kiezen zij voor het woord dogmatiek in de titel. Zij beschouwen een kerkelijk dogma niet als iets wat autoritair wordt opgelegd, maar als iets wat de christelijke kerk niet kwijt wil, namelijk de ontdekking van een nieuw ingrijpen van God in de geschiedenis.
Hier openbaart zich al een verschil met Berkhof, die de vroegkerkelijke dogmata van de drie-eenheid en de twee naturen van Christus met een geheel nieuwe interpretatie eigenlijk terzijde schoof. De auteurs blijven zich bij die dogmata aansluiten, al proberen ze die wel op een eigentijdse manier, in andere woorden uit te leggen.
Hetzelfde geldt voor belangrijke reformatorische leerstellingen als de rechtvaardiging door het geloof en de verkiezing. Ik juich de positieve aansluiting bij de klassieke dogmata toe, omdat die het boek kerkelijker en minder persoonlijk en dus minder aan een bepaald moment gebonden maakt.

Kerkelijke achtergrond
Het boek is erg toegankelijk geschreven. Bij ieder belangrijk onderwerp wordt eerst overzichtelijk aangekondigd waarover het zal gaan, en daarna wordt aan de lezers een aantal vragen en suggesties voorgelegd. De auteurs denken hierbij naar mijn indruk meer aan lezers met een kerkelijke achtergrond dan aan buitenkerkelijken.
Dit lijkt me volkomen juist. Het boek staat meer in de catechetische dan in de apologetische traditie: en dat is begrijpelijk, want apologeten hebben over het algemeen weinig bekeerlingen gemaakt, maar hoogstens tijdelijk diegenen overtuigd die al overtuigd waren.
Dan kan men zich beter direct tot diegenen wenden die al christen zijn, maar wel vol existentiële en intellectuele vragen zitten. Soms suggereren de auteurs ook om die vragen na lectuur van het betreffende gedeelte opnieuw te stellen.

Trinitarisch
Laat ik nu enkele punten uit de inhoud aan de orde stellen. De auteurs presenteren hun studie als een trinitarisch opgebouwde dogmatiek. In aansluiting bij Karl Barth – voor wie zij regelmatig sympathie tonen ook daar waar zijn inzichten binnen de reformatorische traditie vernieuwend waren – (en enkele theologen uit de negentiende eeuw) en afwijkend van wat men doorgaans in de gereformeerde dogmatieken heeft gedaan plaatsen zij de leer van de drie-eenheid aan het begin van de inhoudelijke uiteenzettingen over God en Zijn openbaring.
Zij geven duidelijk aan dat bij het spreken over de drie-eenheid het er niet zomaar om gaat in wat duidelijkere woorden na te zeggen wat al in de Bijbel staat, maar dat hier eigen denkwerk van theologen aan het werk is geweest en nog steeds behoort te zijn.

Steigerwerk
In de behandeling van die leer is vaak aan de orde geweest het verschil tussen een openbaringstriniteit en een wezenstriniteit. Ik herinner me nog dat ik ruim veertig jaar geleden een (nog steeds) rechtzinnige gereformeerde predikant hoorde zeggen: ‘Met beschouwingen daarover krijg je de mensen niet meer achter de kachel vandaan.’
De auteurs slagen er wel in deze vraagstelling relevant en invoelbaar te maken. Ze wijzen er terecht op dat achter het poneren van slechts een openbaringstriniteit de gedachte kan schuilen dat we de Zoon en de Geest alleen maar nodig hebben om bij de Vader te komen, dat zij alleen het steigerwerk zijn dat kan worden afgebroken zodra het huis klaar is.
Daarmee wordt de heilsweg gerelativeerd en de indruk gewekt dat er iets veel belangrijkers is dan de openbaring in de Zoon en de Geest, namelijk een wezen van God achter die openbaring.
Ik geef de auteurs hierin gelijk als ze daarmee de gedachte willen afwijzen dat wij in dit leven de Zoon en de Geest niet meer nodig hebben als we eenmaal door hen God (menen te) hebben gevonden.
Het wordt echter iets anders als we dit op de voleinding laten slaan, als God alles in allen zal zijn en ook de Zoon Zich zal onderwerpen (1 Kor.15:28). De auteurs zijn toch ook niet van mening dat de vleeswording hoe dan ook (ook zonder zondeval) zou hebben plaatsgevonden, omdat God daarin Zijn eeuwige drie-enige wezen wil openbaren.
Ik geef graag gewonnen dat het hier een moeilijk vraagstuk betreft waarvan de behandeling de grenzen van een inleiding wellicht zou overschrijden.

Eigenschappen
Nauw hiermee samen hangt de leer van Gods eigenschappen en Gods wezen. In dit verband speelt de these van de hellenisering van het christendom, of liever: die van de christelijke theologie een belangrijke rol. Men heeft vaak betoogd dat christelijke theologen onder invloed van Griekse filosofen, vooral van platonisten, op een onbijbelse manier over Gods wezen hebben gespeculeerd.
Met wat de auteurs in bijzonder genuanceerde beschouwingen hierover zeggen kan ik volledig instemmen. Als enige kritiek zou ik hebben dat deze hele problematiek niet, zoals zij zeggen, door Adolf von Harnack op de kaart is gezet – en wel op een bijzonder zorgvuldige manier, zou ik eraan willen toevoegen –, maar al sinds de Reformatie aan de orde is en in de eerste helft van de achttiende eeuw een veelbesproken vraagstuk was.

Toewending
De auteurs voeren er een geslaagd pleidooi voor om de eigenschappen van Gods toewending (die van Zijn liefde en genade) voorop te stellen en die van Gods hoogheid (bijvoorbeeld Zijn eeuwigheid en onveranderlijkheid) te beschouwen als bepalingen die de unieke aard van Gods toewending kwalificeren.
Hiermee is duidelijk gemaakt dat we in de openbaring inderdaad met God Zelf te maken hebben, maar dat God niet in Zijn openbaring aan ons opgaat (laat staan daarin tot aanzijn zou worden gebracht waar wij mensen in liefde en compassie met elkaar communiceren).

N.a.v. G. van den Brink en C. van der Kooi, ‘Christelijke dogmatiek’; uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 720 blz.; tot 1 december € 55,- daarna € 65,-.

Volgende week staat de auteur stil bij de leer van de schepping, christologie, Schriftgezag en eschatologie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

In meer kerkelijke banen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken