Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jezus’ wordingsgeschiedenis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Jezus’ wordingsgeschiedenis

4 minuten leestijd

Het boek van het geslacht van Jezus Christus, de zoon van David, de Zoon van Abraham.Mattheüs 1:1

Toch is juist in dat veel vergeten begin van het evangelie een rijke bron van gedachten en ook een troostrijke prediking gelegen, ook voor ons. Mattheüs leest om zo te zeggen, voordat hij aan de beschrijving van Jezus’ geboorte toe komt, de dodenlijst voor. Dat niet om in een soort ‘Allerheiligen’ gestorvenen te verheerlijken, maar om duidelijk te maken dat Jezus, over Wie hij spreken gaat, Davids Zoon is, langverwacht.
Vandaar dat tientallen getuigen opgeroepen worden die duidelijk moeten maken: zo is God door de historie van Israël gegaan; hier greep Hij, machtig en soeverein in Zijn handelen, een man: Abraham, Izak, Jakob; daar werd een vrouw het voorwerp van Zijn bemoeienis: Rachab uit Jericho, Ruth, Bathseba. Allen wezen heen naar Hem, Die te komen stond. Nee, meer dan dat, ze vormden samen de baarmoeder, waaruit het Licht der wereld voortkwam. Vandaar dat wij Mattheüs 1:1 ook zo vertalen kunnen: wordingsgeschiedenis van Jezus Christus... Inderdaad zo ‘gewerd’ Jezus.

Jozef Een wolk van getuigen, een lange lijst van personen die mochten meewerken aan de komst van Christus in het vlees. Maar dan lezen we in het zestiende vers: ‘En Jakob gewon Jozef, de man van Maria, uit wie geboren is Jezus, gezegd Christus.’ Vergist Mattheüs zich hier niet? Jezus, de Zoon van Maria is toch eigenlijk niet de zoon van Jozef ? In het vervolg van het evangelie kunnen we toch duidelijk lezen dat Jozef bij Jezus’ ontvangenis en geboorte door God werd uitgeschakeld? Zullen we dan maar zeggen: Mattheüs heeft tevergeefs gepoogd de Joden duidelijk te maken dat deze Jezus de Zoon van Jozef en Maria en daarom de lang beloofde Davidszoon was?
Het is anders. In Jozef, de man van Maria, blijkt dat God wel gebruikmaakt van mensen, maar ze niettemin op het beslissende moment erbuiten zet. De geboorte van de Zoon van God in het vlees blijft een wonder van God de Heilige Geest alleen. Er komen slechts mensen aan te pas om gezegend te worden. Dat is een troostrijke prediking, ook voor ons. Israël, hoewel door God gebruikt, kon zelf niet voor een Verlosser zorgen. Die kwam van een andere, van Gods kant.

Geen tranen
Zo blijkt de mens alsook alle mensenwerk onbekwaam te zijn om te verlossen. Er komt van ons mensen letterlijk niets in aanmerking bij God als grond voor de zaligheid. Wij worden er met al het onze radicaal tussenuit gezet. Niet ons beste brave leven, niet onze ijver in de dienst des Heeren, ook niet de tranen om ons bedorven bestaan of uit Godsgemis kunnen redden. Hij alleen.
Moegewerkte zondaar, leg u aan Zijn voeten. Bij Hem is redding, bij Hem alleen. Hard voor het vlees, zalig voor het verontrust gemoed. Mattheüs 1 maakt ons duidelijk wat de apostel Paulus later in Galaten 4 onder woorden brengt: ‘Wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet, opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou en opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden.’
Hebben wij het hartelijk geleerd dat God de eisen van Zijn heilige wet handhaaft en dat Hij elke zonde, ook de ‘kleinste’ gedachtezonde, niet door de vingers kan zien, maar met de eeuwige dood straffen moet? Zonder deze kennis van onze verdoemelijkheid onder de heerschappij der wet, is er geen behoefte aan Jezus als Middelaar en Verlosser.

Voor een ander
Maar als door de ontdekkende genade van Gods Geest onze ogen geopend worden voor onze hopeloze staat, mag het eerste hoofdstuk van het Nieuwe Testament ons tot een heerlijke troost worden: met terzijdestelling van alle mensenwerk, is Jezus geworden uit een vrouw, geworden onder de wet. In Zijn lijdelijke gehoorzaamheid heeft Hij de straf volkomen gedragen en in Zijn dadelijke gehoorzaamheid de eis der wet volmaakt vervuld. Het was allemaal voor een ander, voor Abraham, voor Rachab, voor Ruth de Moabitische, voor Jozef en Maria, voor mensen die zuchten onder de wet, ook nu, al hadden zij zonden als van Rachab en moesten zij met Ruth erkennen: voor mij geen plaats in de vergadering van Israël.
De mensen uit Mattheüs 1 komen alleen aan bod om gezegend te worden. Heerlijk evangelie. Deze Jezus roept het verloren zondaren toe: ‘Kom, laat Mij dat voor U onmogelijke werk der zaligheid verrichten. Ik ben een volkomen Zaligmaker. Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.’


Deze meditatie is een enigszins bewerkt fragment van de overdenking in ‘De Waarheidsvriend’ van 17 december 1981, geschreven door ds. C. den Boer, destijds hervormd predikant te Woudenberg en studiesecretaris van de Gereformeerde Bond.

Dit is de vierde en laatste afl evering in een reeks meditaties uit precies honderd jaargangen van ‘De Waarheidsvriend’.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Jezus’ wordingsgeschiedenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken