Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Man van golvende heuvels

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Man van golvende heuvels

Boeken met nieuwe lezers [1, Lewis]

8 minuten leestijd

Bejegenden reformatorische christenen in Nederland C.S. Lewis een aantal jaren terug met argwaan, anno 2013 is hij een door hen gelezen en geroemd schrijver. Wat verklaart deze verandering?

In 1998 was het honderd jaar geleden dat C. S. Lewis werd geboren. Ik werkte destijds bij het Reformatorisch Dagblad en kreeg, tot mijn grote genoegen, de taak toegewezen om die geboortedag uitvoerig te herdenken met een speciale bijlage. Ik toog aan het werk, nodigde gastscribenten als A.Th. van Deursen en Ewald Mac- Kay uit en reisde af naar Oxford, waar C.S. Lewis had gewoond en gewerkt en waar ik zijn secretaris Walter Hooper kon interviewen. Het werd een mooie bijlage, vond ik eerlijk gezegd zelf, en anderen met mij. Maar de (toenmalige) hoofdredacteur was danig ontstemd. Wat een aandacht voor zo’n bedenkelijk figuur als die Lewis! Bij de geboortedag van ds. Kersten deden we toch ook niet zo uitbundig?!
Tot op zekere hoogte kon ik me dit hoofdredactionele ongenoegen wel indenken. Op de Guido de Brès in Rotterdam had ik klasgenoten gehad die altijd met Lewis schermden. Dat waren altijd dezelfde evangelische jongens geweest. Alleen daarom al, beken ik nu, leek het mij veiliger die Lewis te mijden. In mijn studententijd werkte ik bij boekhandel Lindenberg in Rotterdam en boekjes met titels als Met reden geloven en Brieven uit de hel zette ik bij het ‘aanvullen’ steevast met enig afgrijzen, zo niet weerzin, in de boekenkast. Die Lewis, dat leek me nu echt iemand die je met een paar simpele verstandelijke syllogismen een even simplistisch EO-geloof wilde aanpraten.

Ontdekking
Begin jaren negentig verbleef ik voor mijn promotieonderzoek enige tijd in Oxford. Op een avond lag ik al in bed, toen er op de deur van mijn flat in Lady Margaret Hall werd geklopt. Het was Arend Smilde, oud-collega van Lindenberg. We gingen samen wat drinken en het viel mij op dat Arend mij tamelijk zeker van zijn zaak door University Parks loodste richting een café waar hij hoe dan ook naar toe wilde. Het was The Eagle and Child aan St. Giles, en toen we binnen waren begreep ik ook waarom we hier moesten zijn.
Overal hingen herinneringen aan beroemde bezoekers van weleer: Tolkien en Lewis en hun vrienden, verenigd in The Inklings. Het gesprek boven onze pints kwam als vanzelf op Lewis, die in Arend al een dankbaar bewonderaar had gevonden. Ik verwoordde mijn wantrouwen, en Arend zei dat ik, als ik dan zo deskundig in de zestiende eeuw wilde worden, in ieder geval English Literature in the Sixteenth Century moest lezen. De volgende dag bezorgde hij mij het boek, ik begon schoorvoetend te lezen, en heb het niet meer neergelegd tot ik het uit had (bij wijze van spreken, het gaat om bijna 700 bladzijden).
Dat was mijn eerste ontdekking. Die EO-dominee was in Oxford een groot geleerde geweest. Hij had er gestudeerd, was er na een korte onderbreking als gevolg van de Eerste Wereldoorlog teruggekeerd, en had daar het ambt bekleed waarvoor mensen als hij alleen maar geschikt zijn: dat van fellow en tutor. Hij gaf les aan Magdalen College, schreef geleerde, zeer leesbare en lezenswaardige boeken, maar ook sprookjes en sciencefiction, en werd aan het einde van zijn leven nog even hoogleraar in Cambridge. Hij overleed in 1963.

Joy’
Na die ontdekking ben ik ook zijn theologisch werk gaan lezen. En ook dat sprak mij enorm aan. Waarom dat zo was, kon ik aanvankelijk niet goed onder woorden brengen. Het zat ’m in de stijl, in het klassieke van zijn denken, en in het onmiskenbare plezier waarmee hij alles had opgeschreven.
Maar er was meer dan dat. En ik denk ook dat dat ‘meer’ de redenen omvat waarom Lewis zo populair is geworden, ook in kringen die hem, net als ik destijds, met enige argwaan hebben bejegend. In de eerste plaats gaat het om de katholiciteit van zijn denken. Lewis kerkte in de Church of England, maar hield zich nooit met denominatieve kwesties bezig. Een van zijn beste boeken is Mere Christianity, uitstekend vertaald als Onversneden christendom (‘uitstekend’, wanneer men bedenkt dat het woord ‘sektarisch’ is afgeleid van een woord dat ‘snijden’ betekent). Daarin beschrijft hij het algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof, zoals dat ‘altijd en overal en door iedereen’ is beleden. Lewis is de man van een soort 12 artikelenoecumene, en dat is een verademing.
Dat werk van Lewis is verder doortrokken van een belangrijke notie die Lewis zelf Joy noemde. Letterlijk betekent dat natuurlijk ‘vreugde’, maar daarmee is niet alles gezegd. Het gaat om het verlangen dat diep in het hart van ieder mens huist, een verlangen dat voortkomt uit een verdrietig stemmend gemis en dat door een gedicht, de liefde, de wondere schoonheid van de natuur, het geluid van de vleugels van overtrekkende vogels kan worden opgeroepen. Het verlangen richt zich op tal van zaken, maar er ligt altijd iets achter die zaken. Ons verlangen blijft hier altijd onvervuld. Uiteindelijk is er slechts Eén die die leegte kan vullen: God.

Goede schepping
Met die centrale notie hangt een andere gedachte samen. De gedachte namelijk van de (oorspronkelijk) goede, zinvolle schepping. Zoals God alleen ons diepste verlangen kan vervullen, zo vervolmaakt de genade onze natuur die op God is aangelegd. Het geloof herstelt ons tot het normale en natuurlijke. De zonde is abnormaal en onnatuurlijk.
Die gedachte lijkt mij veel gezonder dan een andere gedachte die door sommige theologen naar voren wordt gebracht. In hun denken en ervaren is in deze wereld niet veel goeds meer te bespeuren. Niet Joy stempelt het levensgevoel van mensen, maar een vretende twijfel in een wereld die volstrekt absurd is. In dat denken is het geloof een sprong uit deze wereld en zijn natuurlijke orde in een gans andere wereld die met de huidige wereld weinig gemeen heeft of kan krijgen. Lewis laat zich met radicale denkers als Barth niet verzoenen. En hij lijkt mij heel wat gezonder. Het radicale raakt (als dat al niet te positief geformuleerd is) ons leven als op het vervliegende moment van een snijpunt. Bij Lewis (die je in dit opzicht, en misschien ook nog wel in andere, ‘ethisch’ kunt noemen) omhelst de genade ons leven, wijdt het, heiligt het, en dat op een even onnadrukkelijke als zekere wijze. Dat normale en natuurlijke uit zich bij Lewis, tot slot, in een soort onbekommerdheid die al even weldadig aandoet. Die secretaris die ik ooit interviewde, Hooper, noemde dat Lewis’ law of inattention. Het gaat daarbij om het vermogen onszelf te vergeten en ons te richten op de ‘dingen’ buiten onszelf, op God, op onze geliefden. Daar hoort ook de overweging bij dat we onze ervaringen (bevindingen) nooit moeten analyseren. Zodra we dat doen, zijn ze weg. Introspectie is het einde van de zaak.

Vertalingen
Lewis is ooit in Nederland geïntroduceerd door Jur ten Have, de naamgever van de inmiddels door Kok overgenomen uitgeverij. Dat was kort na de Tweede Wereldoorlog. Met de vertalingen uit die tijd hebben we het lange tijd moeten doen, totdat de man die mij ’s nachts in Oxford uit mijn bed klopte, aan zijn lange en eervolle taak begon om zo ongeveer alles wat Lewis heeft geschreven in het Nederlands te vertalen en oudere vertalingen te herzien of te vervangen. Zo zijn alle belangrijke theologische boeken van Lewis, zijn sprookjes en romans in hedendaagse vertalingen beschikbaar. Momenteel werkt Arend Smilde aan de vertaling van Lewis’ vele essays. Lewis’ nagedachtenis is er goed mee, want Smilde heeft zijn werk voorbeeldig verricht. Niet alleen heeft hij Lewis’ Engels met smaak en verstand in uitstekend leesbaar Nederlands overgezet, maar hij heeft dat werk in veel gevallen ook voorbeeldig ingeleid en geannoteerd. Ook dat is een reden waarom Lewis steeds nieuwe lezers heeft gevonden en zal blijven vinden.

Engelse heuvels
Behalve waardering blijft het werk van Lewis ook kritiek ontmoeten, soms zelfs bij één en dezelfde persoon. Dr. P. de Vries, hersteld hervormd predikant in Boven-Hardinxveld, bijvoorbeeld heeft in enkele artikelen niet alleen zijn respect voor de apologetische waarde van Lewis’ boeken geuit, maar ook de kanttekening geplaatst dat dat werk zelden uitloopt op een heldere lofzang op de persoon van Christus en diens plaatsvervangend sterven voor onze zonden, zoals je dat bijvoorbeeld in de werken van puriteinen aantreft. En als je hun werken en Lewis op dit punt vergelijkt, is die vaststelling juist. Lewis’ geest reisde niet door de diepe dalen in een landschap van Schotse ‘woeste hoogten’, maar door de zacht golvende, Engelse heuvels.
Lewis is bekend en populair geworden door de films over zijn leven en door de verfilming van zijn Narniasprookjes. In dat levensverhaal gaat het dan vooral over zijn late en onwaarschijnlijke huwelijk met de Amerikaanse Joy Davidman, die kort na hun trouwen aan kanker overleed. Dat is goed en wel, maar er is niks beter dan zijn boeken te lezen en zichzelf de vreugde te gunnen van een inwijding in de schat aan kennis en wijsheid die Lewis heeft nagelaten


Dr. B.J. Spruyt is docent maatschappijleer en geschiedenis op het Wartburg College in Rotterdam en voorzitter van de Edmund Burke Stichting.


Dit is het eerste deel in een reeks over theologen dan wel christelijke auteurs die in de loop der tijd een ander lezerspubliek kregen. Volgende week: Bonhoeffer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 2013

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Man van golvende heuvels

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 2013

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken