Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Drie mooie dingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Drie mooie dingen

In de Heidelberger is het alles of niets

8 minuten leestijd

De Heidelbergse Catechismus is een waardevol leer- en troostboek. Al vier en een halve eeuw. Maar wat springt er nu uit? Drie mooie dingen: de doelstelling van de catechismus, het taalgebruik van alles of niets en het onderwijs over ons bidden.

Het eerste mooie punt betreft de doelstelling van het leren van de catechismus. Dat wordt ons duidelijk als we erop letten dat de catechismus (naar de derde druk) in de kerkorde van de Palts van 1563 is opgenomen.
De kerkorde begint met bepalingen te geven voor de doop van de kinderen van de gemeente. Daarna volgt de tekst van de Heidelbergse Catechismus en daarna volgen aanwijzingen voor een korte belijdenis van het geloof en de viering van het heilig avondmaal.
Zo bezien kan de catechismus de leerweg genoemd worden die je als gedoopt kind gaat vanuit de doop naar de beaming ervan in geloof en bekering en de toelating tot het avondmaal. Om het met de woorden van Paulus te zeggen: we leren door de Heilige Geest Christus kennen (Ef.4:20) en daardoor als gedoopt mens te leven.

Doopcatechese
In dit perspectief moeten we de vraag-en-antwoordmethode zien. Wat is jouw enige troost in leven en sterven? luidt de eerste vraag. De Heere God heeft ons de schatten en gaven van Christus beloofd. Nu gaat het erom dat we die belofte van God leren beantwoorden door ons eigen persoonlijk geloof. Daarvoor dient de vraag-en-antwoordmethode.
Die heeft dus niet alleen maar een didactische betekenis, maar ook een theologische. Het hele leerproces in de catechismus staat onder het voorbehoud van het werk van de Heilige Geest. De Heidelberger biedt geen verzameling losse waarheden, maar het geloof van de kerk der eeuwen, dat ons in de mond wordt gelegd. De Heilige Geest wil het in ons hart brengen.
In een vroege Franse en Duitse vertaling van de catechismus (1587) eindigt het eerste antwoord veelzeggend met de woorden: ‘Waarom ik in Zijn naam gedoopt ben en een christen heet’ (dont suis baptizé en son nom, & renommé Chrestien; Darum ich auch in seinem Namen getauffet bin und ein Christ genennet werde). Deze vertalingen hebben het begrepen, de catechismus bevat doopcatechese.

Radicaal
Het volgende mooie punt in de catechismus is het feit dat hij ongeveer tweehonderd keer woorden gebruikt die een totaliteit tot uitdrukking brengen: zoals alle zonden, alle mensen. Hierin horen we de taal van de liefde, die uitgaat van het alles of niets.
Om op dit alles-of-nietsmodel in de catechismus meer zicht te krijgen, zou je kunnen zeggen dat de catechismus een leerboek is in de radicaliteit van onze ellende, in de radicaliteit van onze verlossing en in de radicaliteit van onze dankbaarheid. De bekende drie onderdelen van de geloofskennis worden in hun diepte, breedte en hoogte afgetast.

Ellende
(a) De zonde heeft ons als hele mens aangetast. Wij zijn zó verdorven dat wij geheel en al onbekwaam zijn tot iets goeds en geneigd tot alle kwaad (vr.8). Wij allen zijn in zonden ontvangen en geboren (antw.7), alle mensen zijn in Adam verloren (vr.20). De Heidelberger drukt de ernst van de zonde uit in uitdrukkingen als: ik heb tegen al de geboden van God zwaar gezondigd en geen daarvan gehouden en ben nog steeds tot alle kwaad geneigd (antw.60).
De zonde neemt ook alle mogelijke concrete vormen aan: alle afgoderij (antw.94), alle verkeerde handelingen en vergrijpen (antw. 110). De gelovige heeft tegen al die zonden zijn leven lang te strijden (antw.56); zij kleven hem altijd aan (antw.126).

Verlossing
(b) De catechismus is één grote lofzang op de uniciteit van het heilswerk van Jezus Christus. Van het begin tot het eind wordt beleden dat Hij onze enige Zaligmaker is. Zijn offer aan het kruis is het enige offer waarmee Hij voor onze zonden betaald heeft (antw.37,66,69).
Daarom hebben wij in Hem volkomen genoegdoening voor onze zonden (antw.60). Hij heeft ons daardoor ook van al onze zonden vrijgekocht en ons van alle heerschappij van de duivel verlost (antw.34).
In de relatie met Christus mogen we ook delen in Gods vaderlijke zorg. Hij zal voor mij zorgen met alles wat mijn lichaam en ziel nodig hebben en ook al het kwaad ten beste keren (antw.26). Alle dingen dienen mij zelfs tot mijn zaligheid (antw.1). Daarom verwacht ik in alle droefenis en vervolging met opgeheven hoofd Christus uit de hemel (antw.52). Dit is werkelijk mijn enige troost voor lichaam en ziel, in leven en sterven. (vr.1) Met het feit dat Christus de enige Zaligmaker is, correspondeert het gegeven dat ik alleen door het geloof in Hem gered word (antw.61,65). Samen met de nadruk op het geloof wordt onderstreept dat het alleen maar door genade is dat we behouden worden (antw.60). Anders gezegd: we delen in het heil zonder enige verdienste van onze kant (antw.86).

Dankbaarheid
(c) Wanneer we door het geloof in Christus ingeplant zijn, is het onmogelijk dat we geen vruchten van dankbaarheid voortbrengen (antw.64). Wederliefde doortrekt ons hele bestaan. De Heilige Geest leert ons God lief te hebben met ons gehele hart (antw.94), Hem te prijzen in al onze woorden en werken (antw.99) en Hem te danken met geheel ons leven (antw.86).
We verlangen te leven naar alle geboden van God (antw.114), alle goede werken te verrichten (antw.90). We haten ten allen tijde en met ons hele hart alle zonden en hebben alle gerechtigheid lief (antw.113). We begeren eerder alle schepselen prijs te geven dan in het minste of geringste Gods wil te overtreden (antw. 94).

Bidden
Het derde mooie punt betreft het onderricht over ons bidden (zondag 45 t/m 52). Wat mij hierin treft is dat de catechismus ons zó onderricht dat hij ons de inhoud van het gebed vóórbidt met de bedoeling dat wij die nabidden. Het gebedsonderricht is niet vrijblijvend, maar gaat uit van de belofte van de Heilige Geest, in onze doop bezegeld, om in ons hart te willen wonen.
Bidden kunnen we alleen maar in het geloof. Het is daarom iets moois wanneer wij als gemeente in de kerkdienst, maar ook in onze persoonlijke gebeden thuis, zelf bidden met de woorden van de zondagen 47 tot en met 52.

Aandachtspunten
De catechismus reikt ons de volgende aandachtspunten aan:
• Wie God is. U bent door Christus onze Vader en U zult ons wat wij U met een oprecht geloof bidden, veel minder weigeren dan onze vaders ons aardse dingen ontzeggen. Wij mogen over Uw hemelse majesteit niet op aardse wijze denken en verwachten van Uw almacht alles wat wij voor lichaam en ziel nodig hebben. (HC120,121)

• Wat het doel van ons leven is. Leer ons U op de juiste wijze kennen en heiligen, roemen en prijzen om al Uw werken. Leer ons dat wij ons gehele leven daarop richten dat Uw naam om onzentwil niet gelasterd, maar geprezen wordt. Dat we onze eigen wil prijsgeven en Uw wil gehoorzamen en zo onze roeping vervullen. (HC122,124)

• Hoe we in de rechte relatie met God leven. Leer ons te geloven dat onze zonden om het bloed van Christus ons niet toegerekend worden, zoals we ook zelf het als een getuigenis van Uw genade in ons bevinden, dat het ons vaste voornemen is onze naaste van harte te vergeven. (HC126)

• Hoe we leven zoals God het wil. Leer ons te erkennen dat U de enige bron van alle goeds bent en dat onze zorg en moeite en Uw gaven ons niet ten goede komen zonder Uw zegen en dat wij daarom ons vertrouwen alleen op U stellen. (HC125)

• Hoe we kunnen volharden in het geloof. Leer ons om door de kracht van de Heilige Geest overeind te blijven en gesterkt te worden en altijd krachtig weerstand te bieden, totdat we uiteindelijk in de strijd van het geloof de overhand krijgen. (HC127)

• Wat het doel van de (verloste) schepping is. Leer ons te geloven dat eenmaal de volkomenheid van Uw rijk aanbreekt, waarin U alles in allen zult zijn. Daardoor zal niet onze naam, maar Uw heilige naam eeuwig de lof worden toegebracht (HC123,128).

Nooit uitgeleerd
Het mooie in deze dingen is dat ze niet ver boven ons verheven zijn, maar heel dicht bij ons komen. Het gaat om ons leven als gedoopte mensen, om het alles of niets van de liefdesrelatie met de Heere en om ons bidden als het vertrouwelijk gesprek van een kind met zijn hemelse Vader. Daarin raken we nooit uitgeleerd. De catechismus leren, daar doen we levenslang over.


Dr. W. Verboom uit Harderwijk is emeritus hoogleraar geschiedenis van het gereformeerd protestantisme.

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Drie mooie dingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken