Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De gemeente

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De gemeente

In de kerk zijn we permanent afhankelijk van Christus

8 minuten leestijd

Dikke boeken zijn geschreven over de vraag wat het wezen van de christelijke gemeente is. Opmerkelijk is dat het Nieuwe Testament vooral in metaforen, in beelden over de gemeente spreekt.

Iedere metafoor laat weer een ander aspect zien van wat kenmerkend is voor de gemeente van Christus.

1. De gemeente is een bruid (Openb.22:17).
De gemeente is de bruid van Christus, de Bruidegom. Hij heeft Zijn gemeente lief met een unieke, onbaatzuchtige liefde. Om haar als bruid te werven, verliet Hij de heerlijkheid die Hij had bij Zijn Vader in de hemel. Christus beschermt Zijn bruid. Hij leidt haar en zorgt voor haar. Vol verlangen ziet de gemeente uit naar de dag van de bruiloft (Openb.19:7). Dan haalt Christus haar voor altijd Thuis en zullen zij voorgoed verenigd zijn.

2. De gemeente is een kudde (Joh.10).
Net als iedere kudde kan ook de gemeente niet zonder herder. Die Herder is Christus. Hijzelf noemt Zich in het evangelie de Goede Herder. Anders dan de ontrouwe herders die in Ezechiël 34 worden beschreven, laat deze Herder Zijn schapen nooit in de steek. Hij heeft niet Zichzelf op het oog, maar alleen het welzijn van de schapen. Hij beschermt hen en zet desnoods Zijn leven voor hen op het spel. Dat deed Hij daadwerkelijk toen Hij Zich als een Lam liet offeren aan het kruishout.

3. De gemeente is een gebouw (1 Kor.3:9).
Er wordt ook wel gesproken over een geestelijk huis (1 Petr.2:5), een tempel (Ef.2:21,22). Het fundament van dit gebouw is Christus. Hij is de basis, de dragende grond van het bouwwerk (Matt.21:42). Zonder fundament houdt een gebouw geen stand. Vroeg of laat stort het in. Dankzij het volbrachte werk van Christus blijft het gebouw van de gemeente overeind ondanks alle stormen die over haar heentrekken. De gemeenteleden worden geroepen zich als levende stenen te laten inmetselen in dit gebouw (1 Petr.2:5).

4. De gemeente is een lichaam.
Zij is het lichaam van Christus. De apostel Paulus is zeer gehecht aan deze beeldspraak. In niet minder dan drie bijbelgedeelten besteedt hij er uitvoerig aandacht aan, namelijk in Romeinen 12, 1 Korinthe 12 en Efeze 4. Hij wijst er steeds weer op dat Christus het Hoofd van de gemeente is. Net zoals het hoofd onmisbaar is voor het goed functioneren van het menselijk lichaam, zo is Christus allesbepalend voor het reilen en zeilen van de gemeente.

Vervreemd
Op verscheidene plaatsen blijkt de eenheid van de gemeente onder druk te staan, omdat gemeenteleden graag hun eigen wensen ten aanzien van bijvoorbeeld de liturgie gerealiseerd zien. Ook leeft hier en daar onvrede over de prediking, waardoor sommigen zich vervreemd voelen binnen de gemeente waar ze gedoopt zijn en belijdenis hebben gedaan. Wanneer we vragen hebben rond de eenheid binnen de gemeente, heeft een bijbelstudie over Efeze 4:1-16 ons veel te bieden. Dit bijbelgedeelte wordt ook wel de Magna Charta voor gemeenteopbouw genoemd.

Pijlers
Een viertal woordparen geeft ons meer zicht op het wezen van de gemeente. Zij worden ons tevens aangereikt als pijlers van gemeenteopbouw.

Organisatie - organisme
De gemeente is een organisatie. In de kerk kunnen we niet zonder afspraken en regels. De kerk heeft ook een adres nodig en een centrum, waarin beleid kan worden uitgedacht en ontwikkeld. Dat is altijd zo geweest.
De Reformatie is niet denkbaar zonder het organisatietalent van de hervormers. Vooral Martin Bucer, de hervormer van Straatsburg is daar zeer actief in geweest. Hij heeft stad en land afgereisd om gemeenten te helpen bij de opbouw, nadat de strakke structuur van de Rooms-Katholieke Kerk was weggevallen. Ter wille van een geordende gang van zaken schreef Bucer kerkordes en gaf hij tal van adviezen.
Intussen moeten we niet vergeten dat de gemeente van Christus in de eerste plaats een lichaam is. En een lichaam is geen organisatie, maar een organisme. We leveren ons in de kerk daarom ook niet uit aan managers en organisatiedeskundigen. We beseffen dat de gemeente niet maakbaar is en weten ons permanent afhankelijk van het Hoofd, Christus.

Eenheid - verscheidenheid
Een en andermaal legt Paulus de vinger bij de eenheid van de gemeente (1 Kor.12:12; Ef.4:3). Die eenheid is allereerst en allermeest een geschonken eenheid. Wie door het geloof aan Christus verbonden is, weet zich ook verbonden aan de andere leden van de gemeente. In de kerk zoek je elkaar niet uit, maar word je aan elkaar gegeven.
De leden horen bij Eén en weten zich één in Hem en in alles wat zij dankzij Hem hebben ontvangen. Tot zeven keer toe valt het woordje één in Efeze 4: één lichaam, één geest, één hoop, één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen. Zeven keer, dat kan geen toeval zijn. Zeven is het getal van God, van de goddelijke volmaaktheid.
Behalve een geschenk is de eenheid van de gemeente tegelijk een opdracht. Wij hebben alert te zijn ten opzichte van gevaren die de eenheid van de gemeente bedreigen. In de gemeente van Korinthe ontstonden conflicten, omdat iedereen zijn eigen voorkeur voor een bepaalde voorganger had. De één was helemaal weg van Paulus, een ander hield het op Apollos en voor weer een ander was Petrus de gevierde man. Paulus roept de gemeenteleden tot de orde en vraagt hun met klem: is Christus dan soms gedeeld? Dat is het ernstige van verdeeldheid en ruzies in de gemeente. Daarmee scheuren we het lichaam van Christus. Een slechtere dienst kunnen we de gemeente niet bewijzen.

Ambten - gaven
In alle bijbelgedeelten waarin Paulus spreekt over de gemeente als het lichaam van Christus brengt hij ook de gaven van de Geest, de zogeheten charismata ter sprake. Ieder levend lid van de gemeente ontvangt één of meer gaven. In 1 Korinthe 12 worden onderwijs en dienstbetoon bijvoorbeeld als gaven genoemd.
In Efeze 4 somt Paulus medewerkers op die ons doen denken aan de ambten: evangelisten, herders en leraars. Volgens Paulus zijn dat ook charismata. Wij hebben het vaak over ambten en gaven, maar beter is het te spreken over ambten en andere gaven.
Waar het om gaat is dat zowel de ambten als de gaven er zijn ten dienste van de gemeente. De ambtsdragers worden geroepen om de heiligen, de andere gelovigen, toe te rusten. In vers 16 gebruikt de apostel het woord gewrichtsbanden. De banden en pezen in een menselijk lichaam houden de ledematen bij elkaar en stimuleren deze om hun specifieke taak te verrichten.
In de tijd van het Nieuwe Testament meende men dat de gewrichtsbanden tevens het kanaal vormden waarlangs het lichaam voedingsstoffen ontving. Zo hebben de ambten in de gemeente de taak om de gaven in de gemeente op te sporen, te coördineren, te voeden en toe te rusten. Het is niet goed als de predikant en de andere kerkenraadsleden menen alles zelf te moeten doen en regelen. Zij dienen de gemeenteleden, ouderen en jongeren, mannen en vrouwen, zoveel als mogelijk te betrekken bij het beleid en bij de uitvoering daarvan.

Groeien - bouwen
De apostel Paulus gebruikt twee woorden die belangrijk zijn voor het functioneren van de gemeente: groeien en bouwen (Ef.4:15,16).Groei is eigen aan ieder gezond lichaam. Een baby die niet groeit, is niet in orde. Daarom houdt het consultatiebureau het groeiproces nauwlettend in de gaten. Zo nodig krijgt het kind medicijnen om remming van de groei tegen te gaan. Intussen heeft geen arts en geen ouder de groei van het kind zelf in de hand. Iets of iemand laten groeien is ons mensen niet gegeven.
Hetzelfde geldt ook voor de gemeente van Christus. Dat besef maakt ons voortdurend afhankelijk van Hem die wel groei kan geven. Het gebed is daarom ook zo ontzettend belangrijk voor het gemeentewerk.
Naast groeien is er evenwel ook sprake van bouwen. Daarbij worden gemeenteleden ingeschakeld. De gemeente is Gods bouwwerk, maar wij mogen Gods medearbeiders zijn (1 Kor.3:9). Het komt erop aan dat ieder de gave die hij of zij heeft ontvangen inzet voor de opbouw van de gemeente. Het boekje Nehemia biedt een prachtig voorbeeld van het samen bouwen (Neh.3). Schouder aan schouder wordt daar gewerkt aan de opbouw van de muren rond Jeruzalem. Iedereen wordt ingeschakeld: priesters en mensen uit het volk, mannen en vrouwen, mensen met een hoge opleiding en mensen met een eenvoudig beroep. Niemand kan gemist worden.Hebben ook wij niet ooit beloofd om mee te helpen aan de opbouw van de gemeente? Toen we belijdenis van het geloof aflegden, hebben we immers ja gezegd op de vraag: ‘Belooft u met de u geschonken gaven mee te werken aan de opbouw van de gemeente van Christus?’


Dr. M. van Campen is hervormd emeritus predikant te Ede.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2013

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De gemeente

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2013

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

PDF Bekijken