Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Op weg naar Pasen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Op weg naar Pasen

8 minuten leestijd

Zeven weken of – zoals ook in steeds meer kerken van gereformeerde signatuur opgeld doet – veertig dagen lang zijn wij op weg naar Pasen. Een periode van inkeer en omkeer, waarin velen ook ernst maken met vasten en bidden. Kontekstueel, het ‘tijdschrift voor gereformeerd belijden nù’, staat in een themanummer stil bij de liturgie op weg naar Pasen.

Ds. A.J. Zoutendijk uit Utrecht focust op de prediking in de lijdenstijd. Hij stemt in met dr. J. Koopmans, die in zijn preekschetsen de nadruk legde op wat God doet op Golgotha. Het kruis als de bron van de christelijke vreugde en van de vernieuwing van ons leven. Echter, door de grotere, terechte aandacht voor de Stille Week in veel gemeenten, met ruimte voor stilte en concentratie op het lijden van Christus, vertoeven we misschien wel korter op Golgotha dan vroeger, toen bijvoorbeeld de zeven kruiswoorden werden bepreekt. Maar de reikwijdte van het kruis is groot, zo laat ds. Zoutendijk zien.

Een andere invulling van de Stille Week: wat betekent dat voor de overige lijdenszondagen? Als we ons in de Stille Week concentreren op het kruis, moeten we dat dan op de voorgaande zondagen ook doen? Of zijn we dan meer bezig met de weg van Jezus? Hij kwam immers met de boodschap van het Koninkrijk en Hij baant de weg erheen door lijden en dood. We gaan in de lijdenstijd met Hem op weg naar Jeruzalem en dat betekent: naar Pasen. Zo vertellen de evangelisten het ons.
De lijdensweken zijn gericht op Pasen. Dat is helemaal waar, maar het is ook een halve waarheid. Het omgekeerde geldt namelijk ook: vanuit Pasen komt het kruis in het volle licht. Zonder Pasen en Pinksteren hebben wij geen recht en geen reden om het kruis hoog op te richten in de gemeente.
Het is dus te weinig als je zegt (zoals het Liedboek voor de kerken doet): dit is de tijd voor Pasen. Dat wekt de indruk van een overgangsfase, de zure appel waar we doorheen moeten bijten. Maar het kruis is het centrum van ons christelijk geloof. Paulus gaat zover dat hij schrijft: Ik had besloten u geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus – de gekruisigde (1 Kor. 2). Hij zegt niet: de opgestane. Maar die bedoelt hij wel, want de gekruisigde is de levende Heer. En een andere levende Heer is er niet.
Daarom ligt de prediking van het kruis heel gevoelig. Je moet er zo over spreken dat de hoorders Jezus als de Gekruisigde lief krijgen. Dat ze gaan huilen over zichzelf. En dat het begin van de eeuwige vreugde zich van hen meester maakt (Catechismus, vraag 58). Dat is affectief gezegd, maar het kan ook in deze woorden, uit het avondmaalsformulier: Hij werd gebonden om ons te ontbinden, Hij werd onschuldig ter dood veroordeeld opdat wij in Gods gericht zouden worden vrijgesproken, Hij riep met luide stem ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten’ opdat wij door God aangenomen en nimmermeer door Hem verlaten zouden worden.
De lijdenszondagen zijn een goede kans om deze taal in te zingen in de harten van de hoorders en hen erin op te voeden. Zondag aan zondag. Hoe dat vorm krijgt, welke bijbelgedeelten daarbij gelezen worden en welke aanpak de preek bevat – dat is zo gevarieerd als het leven zelf. Waar de hoorders heen geleid worden, dat is cruciaal. De gekruisigde centraal.
Het kruis is redding, maar het is ook een levenshouding. Wanneer schrijft Paulus: Het gaat alleen om Jezus, de gekruisigde? Dat doet hij als er gedoe is in de gemeente over gelovigen die zichzelf betere christenen vinden dan anderen. Er ontstaat een klimaat waarin men elkaar de maat neemt en elkaar passeert. Christen zijn wordt zelfontplooiing en werken aan je eigen imago. Maar het nieuwe leven staat in het teken van het kruis: de ander belangrijker achten dan jezelf; niet alleen je eigen belangen voor ogen houden maar ook die van een ander. Kortom, de gezindheid hebben van Christus (Filip. 2).

Isenheimer altaar
Het Isenheimer altaar is het meesterstuk van Matthias Grünewald (1515). Het stelt Christus voor, hangend aan het kruis met rechts Johannes de doper die op Hem wijst als het lam van God. Je kunt ernaar kijken als een geweldige artistieke prestatie; je kunt erdoor geraakt worden omdat het lijden van de gekruisigde je ziel beroert.
Maar het gaat nu om iets anders. In het Isenheimer klooster werden zieken opgevangen die leden aan het Sint-Antoniusvuur, een ziekte met zweren over het lichaam, de lijders stierven een pijnlijke dood. Grünewald beeldde Christus af met deze zweren over zijn hele lichaam. Als een zieke werd opgenomen, werd hij eerst een kwartier lang neergezet voor dit altaarstuk. Ze moesten wel kijken, de lijders. Op die plek konden ze niet anders. En ze geloofden met hun zweren. Paulus zegt ergens: Ik heb jullie Christus voor ogen geschilderd als de gekruisigde (Gal. 3:1, vert. NBG). Christus zo schilderen met woorden dat er voor de hoorders niets anders overblijft dan Hem aan te nemen. Dat is de bedoeling.

Emeritus predikant dr. G.C. van de Kamp (Delft) maakte in de jaren tachtig de overgang mee van de zeven lijdenszondagen naar de veertigdagentijd. Hij waardeert die verandering, al plaatst hij er ook kanttekeningen bij.

In kerken waar men de drie dagen van Pasen viert [Witte Donderdag, GoedeVrijdag en Pasen, GvM], houdt men zich aan de telling van de veertig dagen met zes zondagen. De zes weken voor Pasen tellen weliswaar 42 dagen, maar omdat de zondagen geen vastendagen zijn, blijven er 36 dagen over. Om aan het getal 40 te komen begin je te tellen op de woensdag voor de eerste zondag van de 40 dagen, de zogeheten Aswoensdag.
De traditie van de zeven lijdenszondagen is een typisch Nederlands gebruik, waarbij het getal zeven verwijst naar de zeven kruiswoorden. In mijn jeugd hoorde ik vanaf de zevende zondag voor Pasen preken over het lijden van Christus. Waar deze traditie wordt losgelaten, verdwijnt de gewoonte van de wekenlange meditatie over het lijden en sterven van Christus. (…) Het belang van de viering van de drie dagen van Pasen is dat de samenhang van het lijden en sterven van Christus en zijn opstanding beter bewaard wordt. De traditie die vanaf de eerste lijdenszondag tot en met Goede Vrijdag in de verkondiging stil stond bij het lijden en de dood van Christus had moeite met de betekenis van Pasen. De herontdekking van de klassieke viering betekent een heilzame correctie. Ook voor de viering van het avondmaal. De eenzijdige concentratie op de gedachte van de verzoening door het bloed van Christus, laat andere aspecten van de maaltijd van de Heer onderbelicht. Het avondmaal kan weer een viering worden ‘waar de Levende zelf met heel de eschatologische werkelijkheid van het verlossend pascha in woord en teken in ons midden is’ (Lammens).

Gemis
De veertigdagentijd herinnert zeker bij het hanteren van de klassieke lezingen aan de tijd van voorbereiding op het ontvangen van de doop met daarbij behorende vasten. Niet voor niets neemt de gedachtenis aan de eigen doop in de paaswake in huidige liturgieën een prominente plaats is. De accentverschuiving is duidelijk. Maar als dan ook nog de Palmzondag niet meer behandeld wordt als Passiezondag en de prediking op de Goede Vrijdag vervalt, gebeurt precies het omgekeerde van wat ik als kind meemaakte. De verkondiging over de laatste dagen van Jezus valt stil. Ik heb dat op den duur als een gemis ervaren. Zeker dichter naar Pasen toe – op de passiezondagen, de vijfde en zesde zondag in de veertig dagen – valt te bepleiten ook in de verkondiging aandacht te geven aan de eigenlijke passie. Het is daarom belangrijk op een evenwichtige manier om te gaan met de accenten van de beide tradities.
Wie in de Stille Week de Heer op de voet volgt en zich de gebeurtenissen te binnen brengt die in de evangeliën verhaald worden, ontkomt niet aan de historische orde. Toch gaat het in de liturgie niet om historische ‘gedenkdagen’. De gemeente komt niet bijeen voor een herdenking en evenmin voor een religieus toneelspel. (…) Historisering en dramatisering worden vermeden, als de vieringen gedragen worden door het apostolisch vermaan Jezus Christus te gedenken die uit de doden is opgewekt (2 Tim. 2:8). Sleutelwoord voor de liturgie is gedachtenis. In de vieringen van de Stille Week komt de gemeente bijeen om het lijden en sterven van Christus te gedenken in de eenheid met zijn opstanding. In de gedachtenis is het verleden in het heden tegenwoordig met het oog op de toekomst. Het verleden is present als belofte voor de toekomst.

Ds. Zoutendijk en dr. Van de Kamp leggen verschillende accenten in hun bijdragen. Bij beiden proef ik het verlangen om ruimte te scheppen voor de ernst en de vreugde van het geheimenis dat de lijdende Knecht ons heeft liefgehad tot het einde toe. ‘Gedenken wij dankbaar de daden des Heren, Zijn leven, Zijn dood en verrijzenis.’


Ds. G. van Meijeren uit Utrecht is interim-predikant in de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 2013

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Op weg naar Pasen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 2013

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

PDF Bekijken