Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van hart tot hart

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van hart tot hart

Leren je geloof te verwoorden is noodzakelijk

9 minuten leestijd

Nu de verscheidenheid binnen gemeenten is toegenomen, is het geloofsgesprek, het spreken van hart tot hart, belangrijk en nodig. In onze postmoderne cultuur is meer aandacht voor beleving, voor de persoonlijke verhalen. Mensen vragen om authenticiteit.

Geloofsverantwoording is een bijbelse opdracht. In Deuteronomium 6:20-25 wordt de opdracht gegeven om de kinderen de wonderen van God te vertellen. De aangewezen plek voor het geloofsgesprek is thuis, in het gezin. Dit is tegelijk misschien ook wel de moeilijkste plek, want juist daar gaat het om authenticiteit, echtheid. De doop is een uiting van een oprechte persoonlijke geloofskeuze, waarvan iemand in een getuigenis rekenschap aflegt. Ook bij ouders die (toch) hun kind laten dopen, kan de nadruk op ónze inzet en beslissing liggen. De doop is dan niet meer dan een plechtige belofte van ouders om hun kind voor de Heere groot te brengen. In Psalm 66:16 roept de psalmist op: ‘Kom, luister (…), ik zal vertellen wat God aan mijn ziel gedaan heeft.’ Dit is wezenlijk voor de kerk: Gods daden in Christus verkondigen en ook wat dit voor mij persoonlijk betekent, thuis, in de gemeente en in onze omgeving.

In de kerk
Juist in de kerk mag de bespreking van de ‘zaken’ niet ten koste gaan van het geestelijke aspect. Het geloofsgesprek is vooral in een kerkenraadsvergadering belangrijk: als je elkaar in het hart gekeken hebt, vergader je anders. Ook tijdens een huisbezoek is een goed geloofsgesprek onmisbaar; veel ouderlingen geven blijk van verlegenheid hiermee.
We zien dat in onze netwerksamenleving de zogeheten zuilen steeds minder afgebakend zijn. Hierdoor worden we meer aangesproken op wat we persoonlijk geloven. Daarom is het noodzakelijk dat we van jongs af leren ons geloof te verwoorden. (Be)oefenen van het geloofsgesprek in de gezinnen en in de gemeente is van groot belang. Hierbij gaat het om het besef van de rijkdom van onze traditie, het kunnen verwoorden wat voor ons wezenlijk is en tegelijk openstaan voor elkaar.

Elkaar vasthouden
Door het individualisme en de mondigheid is de verscheidenheid binnen de gemeente duidelijker zichtbaar. Hoe kunnen we elkaar vasthouden en met elkaar over het wezenlijke in gesprek zijn? Hierbij kan het geloofsgesprek een brug zijn. Het is een uitdaging om goed naar de ander te luisteren, open te staan voor de ander en tegelijk vrijmoedig te getuigen van wat Christus voor ons betekent.
Lukt het ons dat wat we geloven, onze geloofsleer vanuit de Reformatie, zo te vertolken dat we verstaanbaar zijn in onze omgeving? En hoe is dat in het geheel van de landelijke kerk? Als Gereformeerde Bond willen we in de Protestantse Kerk onze plek innemen en daarbij als vereniging de gereformeerde waarheid verbreiden en verdedigen. Ook hierin is het geloofsgesprek een belangrijk middel.

Eigentijds verwoorden
In een gesprek van hart tot hart wordt de inhoud van het geloof verbonden met de betekenis in het dagelijkse leven. Als we met elkaar delen wat ieder op zijn eigen weg van God geleerd heeft kunnen we ons in elkaar herkennen, elkaar vast houden en is er sprake van geloofsoverdracht en voorleven van het geloof.
Geloofsbeleving, bevinding is niet nieuw, maar het is een uitdaging om bevinding eigentijds te verwoorden en dat vraagt een kwetsbare opstelling. Hoe sta je niet zelf in het middelpunt, maar laat je het geloofsgesprek getuigend zijn, tot eer van God en tot opbouw van elkaar? Je kunt een ander niet schenken wat je zelf gevonden hebt, maar je kunt hem wel verlangend maken naar wat je geschonken is.
Een gevaar is dat een gesprek over geloofsbeleving uitloopt op subjectivisme. Daarom is het nodig dicht bij de Bijbel te blijven en je afhankelijk te weten van de Heilige Geest (Luk.11:13).

Openheid
Geloven heeft te maken met de diepste betekenis van ons bestaan, ons fundament, onze enige troost in leven en sterven en raakt daarom aan onze diepste emoties.
Een gesprek op inhoudsniveau (hoofd, verstand, kennis) lijkt veilig en gemakkelijk, een gesprek op bestaansniveau (hart, gevoel, zingeving) kan daarentegen ongemakkelijk aanvoelen of bedreigend overkomen.
Juist als we op deze diepere laag met elkaar in gesprek zijn, is een vertrouwensband belangrijk. Om een geloofsgesprek te kunnen leiden is een dienende houding nodig. Zorg voor een open sfeer, durf kwetsbaar te zijn, probeer te luisteren, te reflecteren, maar ook te inspireren en te ondersteunen, dit alles vanuit het ‘volgeling van Jezus’ zijn.
In verschillende werkvormen kan hiertoe uitgenodigd worden. Een kennismakingsrondje is een goed begin voor een open sfeer. Daarnaast is een bepaalde rust nodig, voor ieder tijd om over een vraag of een tekst na te denken. Laat ieder iets opschrijven en maak vervolgens een rondje, waarbij de aantekeningen gedeeld worden en aanleiding kunnen geven tot gesprek.

Ruimte maken
In de gebruikelijke vergaderingen kan ruimte gemaakt worden voor het geloofsgesprek. Het is een goede gewoonte een vergadering te beginnen met Schriftlezing en gebed. Vaak geeft de inleider een korte uitleg van het Schriftgedeelte. Juist dan kan het verrijkend zijn om eens een moment van stilte te vragen waarbij ieder kan bedenken of opschrijven wat dit bijbelgedeelte hem te zeggen heeft. Door middel van een ‘rondje’ kan een geloofsgesprek op gang komen. Het kan ook algemener, bijvoorbeeld aan de hand van de vraag: ‘Welk bijbelgedeelte rond het gebed spreekt u het meeste aan?’, of: ‘Welk bijbelgedeelte heeft u de afgelopen week het meest getroffen?’

Doorvragen
Als een gesprek oppervlakkig of te veel op inhoudsniveau blijft, is het goed om door te vragen. Open vragen zijn meer uitnodigend dan gesloten vragen en helpen de ander om zich persoonlijk uit te drukken. Doorvragen kan echter ook bedreigend overkomen. Daarom moet het juiste evenwicht tussen respect, belangstelling en overtuiging in het oog gehouden worden.
De vragen ‘Wat raakt u in dit gedeelte?’, ‘Waar raakt dit aan uw eigen leven?’ of ‘In welk opzicht heeft u daar zelf mee te maken gehad?’ kunnen helpen op die diepere laag te komen. Om in kringen tot een geloofsgesprek te komen (op bestaansniveau en niet alleen op inhoudsniveau) is dit soort vragen (zie ook kader) essentieel. Vanzelfsprekend blijft een goede exegese van een tekst daarbij nodig.
Ook kan in kringen gebruik gemaakt worden van een variatie op de lectio divina door een bijbelgedeelte met elkaar langzaam en hardop door te lezen. Laat in stilte de tekst nog een paar keer overlezen. Stel daarbij de vragen: wat roepen deze woorden op? Hoe raken ze aan je eigen leven? Welk licht laten ze daarop vallen? Laat enkele gedachten opschrijven. Door middel van een ‘rondje’ of in tweetallen kan vervolgens gedeeld en besproken worden wat boven kwam en wat de tekst verder te zeggen heeft.

Visualiseren
Ook visualisaties of ‘fototaal’ kunnen een diepere werking hebben of uitdagen om een persoonlijk verhaal te vertellen. Bij het spel ‘Kaarten op tafel’ bijvoorbeeld kunnen mensen aan de hand van een gekozen foto of plaatje vertellen worden waarom juist die afbeelding gekozen is bij de gestelde vraag.

Methoden
Bij het geloofsgesprek kunnen de Emmaüscursus en Scopus gebruikt worden. Deze missionaire cursussen verbinden de inhoud van Gods Woord met persoonlijke vragen, verbinden hoofd en hart en stimuleren het gesprek op bestaansniveau. Ook bij de nieuwe ‘opfriscursus’ Geloven met het hart is er ruime aandacht voor persoonlijke beleving.

T. van de Water-Luijk uit Nijkerk is freelance kerkelijk werker en lid van de commissie Toerusting van de Gereformeerde Bond.


Vragen
Goede vragen die tot een geloofsgesprek kunnen leiden, zijn:
• Waar zou je jezelf bevinden als je bij de gelijkenis van de verloren zoon een tijdlijn denkt van ‘weggelopen, keerpunt, op weg naar huis, bij de Vader’?
• Wat zou je antwoorden als Jezus vroeg: ‘Wie zeg jij dat Ik ben?’ (naar aanleiding van de vraag van de Heere Jezus ‘Wie zeggen de mensen dat Ik ben?’)
• Waar zie je de vrucht van de Geest in je eigen leven?
• Hoe ziet het wateroppervlak van jouw leven er op dit moment uit? (bij Luk.8:22–25)


Gilgalproject
De evangelisatiecommissie van de hervormde wijkgemeente Rehoboth te Hollandscheveld startte het project Gilgal om het geloofsgesprek in de gemeente te oefenen en bevorderen. Commissielid Herm Jan Mateboer: ‘We beseffen dat evangelisatie niet iets is wat je erbij doet, maar dat ze ons hele leven moet kleuren. Toch is het vaak moeilijk om met mensen buiten de kerk over het geloof te praten. Zelfs met eigen gemeenteleden is een persoonlijk gesprek over het geloof vaak een brug te ver. Dat geldt zeker voor gemeenteleden van andere generaties die niet aan dezelfde verenigingen of studiekringen deelnemen. Als wij als gemeenteleden onder elkaar moeilijk over het geloof te praten, is dat met mensen buiten de gemeente helemaal lastig.
De gemeenteleden die zich voor het Gilgalproject (zie Joz.4:21) werden verdeeld in twee groepen: jonger en ouder dan veertig jaar. De jongeren bezochten in tweetallen een adres van de oudere groep. Als steuntje in de rug waren er verschillende vragen in de kerkbode geplaatst, die konden worden besproken tijdens het bezoek, bijvoorbeeld: ‘Welke tekst uit de Bijbel betekent veel voor u?’ of ‘Waar bent u de Heere God dankbaar voor?’ De reacties waren erg positief. Deelnemers hebben de bezoeken als leerzaam en opbouwend voor de gemeente ervaren.’


Gesprek tussen generaties
Ds. M.C. Batenburg, hervormd predikant te Waddinxveen, plande in het jaarprogramma van de catechese voor twaalf- tot zestienjarigen een avond met als doel om oud en jong in gesprek te brengen over het geloof. Alle leden van wijk Noord werden uitgenodigd om op 12 februari aan te schuiven bij het wekelijkse catechese-uur, waarbij een aantal gemeenteleden ook persoonlijk werd benaderd. Ds. Batenburg: ‘Het eerste deel van de avond bestond uit een plenair gesprek van de jeugdouderling met een drietal gemeenteleden (30, 56 en 73 jaar). Zij kregen vragen als: Hoe heeft het geloof zich in de loop van jullie leven ontwikkeld? Zijn er mensen geweest die voor jullie een voorbeeld zijn geweest op de weg van het geloof? Wat zouden jullie willen meegeven aan jongeren?
Voor alle drie hadden levende getuigen van het geloof in Christus een belangrijke rol gespeeld. Ook klonk het belang door om God te zoeken als je jong bent. Na dit gesprek volgde een korte bijbelstudie over 1 Korinthe 12:12-27, over de gemeente als een lichaam, waarbij alle delen elkaar nodig hebben.
We sloten de avond af in gespreksgroepjes, waarin de vraag centraal stond wat verschillende generaties van elkaar kunnen leren over het geloof in Christus. Na afloop klonken tijdens koffie en limonade veel dankbare geluiden.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 2013

De Waarheidsvriend | 28 Pagina's

Van hart tot hart

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 2013

De Waarheidsvriend | 28 Pagina's

PDF Bekijken