Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

HULPMIDDEL VOOR CHRISTEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HULPMIDDEL VOOR CHRISTEN

Belijdenissen van de Vroege Kerk [1, Apostolicum]

8 minuten leestijd

Als we, meestal in de middag- of avonddienst, als gemeente ons geloof belijden, gebruiken we daarvoor in het algemeen de apostolische geloofsbelijdenis. Het is de kortste en bondigste van de drie oude geloofsbelijdenissen en dan denk je algauw dat het ook de oudste is, maar dat is maar ten dele waar.

In zijn oorspronkelijke vorm, als geloofsbelijdenis van de christelijke gemeente in Rome, is het Apostolicum inderdaad de oudste van de drie. In die vorm stamt zij uit de derde eeuw na Christus. Maar in de loop van de eeuwen zijn er steeds dingen aan veranderd en eraan toegevoegd. Voor zover we kunnen nagaan heeft de apostolische geloofsbelijdenis pas rond 800 zijn definitieve vorm gekregen. De meest opvallende toevoegingen zijn de belijdenis van Christus’ ‘nederdaling ter helle’ en de omschrijving van de kerk als ‘gemeenschap der heiligen’.

APOSTELEN
Het verhaal was dat de apostolische geloofsbelijdenis rechtstreeks op de apostelen terugging. Ze zouden haar hebben opgesteld voor ze de wereld introkken, als samenvatting van het geloof dat zij zouden gaan verkondigen. Elke apostel zou een artikel aan de belijdenis hebben bijgedragen. Vandaar dat ze ook de Twaalf artikelen worden genoemd. Dit verhaal moet als een vrome legende worden beschouwd, die het gezag van de belijdenis moest verhogen. Toch is de gedachte de belijdenis op de apostelen teruggaat niet helemaal uit de lucht gegrepen. Al in de tijd van het Nieuwe Testament waren er samenvattende geloofsformulesin omloop. Bekend is het begin van 1 Korinthe 15, waar Paulus het Evangelie samenvat zoals hij het ontvangen en aan de Korinthiërs doorgegeven had, namelijk ‘dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften, en dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt op de derde dag, volgens de Schriften’ enzovoort. Ook in Romeinen 8 vinden we formules die aan een geloofsbelijdenis doen denken: Christus is het, ‘Die gestorven is, ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons bidt’.
In deze en dergelijke formules kregen de eerste christenen het geloof overgedragen. Ook de dag dat Christus de wereld zou oordelen maakte deel van het Evangelie uit (Rom.2:16), en ook het geloof dat God de wereld heeft geschapen (Rom.1:16,17,18ev.). Het verschil met de latere geloofsbelijdenissen is dat de formules nog niet woordelijk vastlagen.

HERKENNINGSPUNT
Dat er zulke geloofsformules waren, is voor de eerste christenen zeer belangrijk geweest. Het grootste deel van de gelovigen kon niet lezen of schrijven. De Bijbel kenden zij van het voorlezen tijdens de samenkomsten en de uitleg die daarbij gegeven werd. Als ze tijdens het luisteren een geloofsformule hoorden, was dat voor hen een herkenningspunt, dat hen hielp de rest van de tekst te plaatsen.
Die functie zou een vaste formule als de apostolische geloofsbelijdenis ook nog kunnen hebben. Voor wie Romeinen aan de hand van de Twaalf artikelen leest, wordt deze ‘moeilijke’ brief meteen een stuk duidelijker. De eerste hoofdstukken gaan dan over ‘God de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en de aarde’. Vanaf halverwege hoofdstuk 3 komt de Zoon in beeld, met het offer dat Hij voor de wereld wilde brengen. De brief zit vol geloofsformules (4:24, 25; 5:6; 6:4 enz.), waarvan we moge aannemen dat de eerste hoorders ze kenden. Ze lijken op formuleringen die wij kennen uit de geloofsbelijdenis. Deze formules gaven aan de ongeletterde gelovige zelfstandigheid. Ze stelden hem in staat de prediking te volgen en zelfs te beoordelen als dat nodig was.

APOSTOLICUM De apostolische geloofsbelijdenis (Twaalf artikelen van het geloof ) is de eenvoudigste van de christelijke geloofsbelijdenissen. De belijdenis is langzaamaan ontstaan uit (vooral) bijbelteksten. De juiste datering is onzeker, waarschijnlijk vindt ze haar oorsprong in de eerste of tweede eeuw na Christus. Eén van de vroegst bekende aanzetten voor het Apostolicum is terug te vinden in de geschriften van Ireneüs van Lyon (overleden ca. 200). Voor zover bekend is de apostolische geloofsbelijdenis voor de eerste keer volledig op schrift gesteld in een tekst van de monnik Pirminius in de 8e eeuw.

KAREL DE GROTE Rond 800 na Christus, toen er chaos in Europa heerste en de kerk weg dreigde te zinken in onwetendheid, bepaalde Karel de Grote dat zijn onderdanen de geloofsbelijdenis moesten leren en dat geestelijken scholing moesten krijgen in de uitleg daarvan. Dan wisten de mensen tenminste weer waarvoor zij leefden. In onze tijd, waarin een ‘goed gevoel’ de plaats van het geloof dreigt in te nemen, lijkt het me goed iets dergelijks opnieuw te doen: de kerkgangers de inhoud van ‘het’ geloof weer te leren en dat eenvoudig te doen aan de hand van de apostolische geloofsbelijdenis. En, denk ik, al lijkt het even niet van deze tijd: wat zou het ook aan Europa weer richting kunnen geven!

DOOPVRAGEN
De oorsprong van geloofsbelijdenissen als de apostolische ligt in de vragen die nieuwe gelovigen hadden te beantwoorden bij hun doop. Daarbij kregen zij de vraag of zij in de Vader, de Zoon en de Heilige Geest geloofden. Bij iedere persoon werd een korte omschrijving toegevoegd. Bijvoorbeeld: ‘Geloof je in God, de Vader, de Almachtige?’ waarop hij of zij dan moest zeggen: ‘Ik geloof.’ Maar de gelovige moest zijn geloof ook zelfstandig kunnen opzeggen. Daar dienden belijdenisformules als de apostolische geloofsbelijdenis dan voor.
De oervorm van deze belijdenis, de geloofsbelijdenis van de christenen in Rome, vinden we bij enkele kerkvaders overgeleverd. Ik schrijf hem hier uit in het Nederlands:

Ik geloof in God, de Vader, de Almachtige,
En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere,
Die geboren is uit de Heilige Geest en de maagd Maria,
Die onder Pontius Pilatus gekruisigd is en begraven,
Op de derde dag uit de doden is opgestaan,
Ten hemel is gevaren, Zit aan de rechterhand van de Vader,
Vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
En in de Heilige Geest, De heilige kerk,
De vergeving van de zonden, De opstanding van het vlees (het lichaam).


AANVULLING
Je ziet in één oogopslag wat later aangevuld is. Zo ontbreekt hier een verwijzing naar God als Schepper. Dat is niet vreemd, want in de eerste tijden lag dat nog in het woord Vader besloten. Bij ‘Vader’ dacht men toen niet meteen aan de eerste Persoon in de Drie-eenheid, maar aan de Vader, dat is: de voortbrenger van alle dingen (denk aan Jakobus 1:17, waar God ‘Vader der lichten’, dat is: van de hemellichamen, wordt genoemd). Jezus Christus was dan Zijn Zoon. Later, toen men bij ‘Vader’ allereerst aan de Vader van Jezus de Zoon ging denken, moest de gedachte dat God de Schepper van alle dingen is, apart onder woorden worden gebracht.
Ook de wijze van de menswording van Jezus moest, nadat er discussies over ontstaan waren, preciezer worden geformuleerd. Het is geworden: ‘ontvangen van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria’. Wie de belijdenissen vergelijkt, ziet hoe het gelovig denken zich in de kerk ontwikkelde.

NEDERDALING
Het artikel van Christus’ nederdaling ter helle, roept, met name bij gereformeerde christenen, de meeste vragen op. Betekent ‘hel’ hier ‘dodenrijk’? Zo is het in de oude kerk wel gepredikt: dat Christus na Zijn dood naar beneden is gegaan om de rechtvaardigen uit de tijd van het Oude Testament, uit de wachtruimte waar zij zich bevonden, te bevrijden. Of is ‘hel’ hier de woonplaats van de duivel? Zo werd het ook wel gepreekt: dat Christus tussen dood en opstanding de macht van de hel had gebroken en ons uit de klauwen van de duivel had bevrijd. Calvijn kon in dit alles enkel verzinsels zien en betrok het artikel op het geestelijk lijden van Christus, een opvatting die we ook in de catechismus aantreffen (antwoord 44). Dat laat zich goed als een evangelie prediken. Toch geeft de Bijbel ook aanleiding om te spreken van wat ik zou willen noemen ‘het openbreken van de dodenrijk’. Christus’ verlossingswerk heeft ook kosmische kanten: toen Hij stierf werden de graven geopend (Matth.27:51ev.). Hij versloeg de dood op eigen terrein: het graf waar wij naartoe zullen gaan, is door Hem opengebroken. De woorden ‘gemeenschap der heiligen’ bevatten een dubbelzinnigheid. Zij duiden de kerk aan als de gemeenschap van degenen die geheiligd zijn door het geloof in Christus. Maar de uitdrukking kan ook ‘gemeenschap aan de heilige dingen’ betekenen, waarbij we dan aan de sacramenten moeten denken, in het bijzonder aan het heilig avondmaal. Zo kan men de kerk als geloofsgemeenschap en als sacramentsgemeenschap zien. Het is goed om die twee dicht bij elkaar te houden.

JONGE MILITAIR
Toen ik predikant in de legerplaats Seedorf was, vroeg een jonge militair mij of ik hem het geloof kon leren en kon dopen voor hij drie weken later op uitzending naar het voormalige Joegoslavië zou gaan. Ik heb hem toen de apostolische geloofsbelijdenis (en daarnaast ook de Tien geboden en het Onze Vader) laten leren. Bij ieder artikel heb ik een paar geschikte bijbelplaatsen gezocht en die met hem besproken. Na drie weken knielde hij als goed geïnstrueerde gelovige bij de doopvont. Het voorschrift van de oude Karel was zo gek nog niet.


Dr. J. van Eck uit Ede is hervormd emeritus predikant


Volgende week deel 2: de geloofsbelijdenis van Nicea- Constantinopel. Op pagina 10 en 11 gaat ds. A. de Lange in op de plaats en betekenis van de geloofsbelijdenis in de eredienst

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

HULPMIDDEL VOOR CHRISTEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken