Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

OP WEG NAAR 2017

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

OP WEG NAAR 2017

6 minuten leestijd

Op weg naar een gemeenschappelijke herdenking van 500 jaar Reformatie hebben de Lutherse Wereldfederatie en de Rooms- Katholieke Kerk een gemeenschappelijke verklaring ondertekend over de rechtvaardiging. Is dit inderdaad een mooie basis?

In deze verklaring uit 1999 staan veel behartigenswaardige dingen, maar ze laat tegelijk veel ruimte voor de klassieke rooms-katholieke opvattingen zoals die in Trente zijn geformuleerd en door de protestantse belijdenisgeschriften zijn veroordeeld. De verklaring stelt wel dat de veroordelingen van de zestiende eeuw niet meer van toepassing zijn, omdat de beide kerken een ontwikkeling hebben doorgemaakt. Rome is inderdaad na het Tweede Vaticaanse Concilie opener geworden voor de goede intenties van Luther en voor die elementen uit de protestantse traditie die de misstanden in de zestiende- eeuwse Rooms-Katholieke Kerk aan het licht hebben gebracht.

KRITISCH LEZEN

Maar wie de verklaring analyseert en vergelijkt met de decreten van Trente en de protestantse belijdenisgeschriften, merkt al snel dat de nieuwe inzichten vooral aan de Lutherse kant te vinden zijn. Dat ligt ook voor de hand, want Rome is minder sterk beïnvloed is door de moderne theologie dan de protestanten. Daarom blijft het voor orthodoxe gereformeerden van belang om zulke oecumenische verklaringen kritisch te lezen, zonder iets af te doen van de oprechte intentie om de kerkelijke eenheid te bevorderen en elkaar te zoeken in wat samenbindt. Bij de formulering van de verhouding tussen rechtvaardiging en heiliging zet de ‘Gemeenschappelijke verklaring over de rechtvaardigingsleer’ in bij de vereniging met Christus: ‘Wanneer de mens in het geloof aan Christus deel heeft, rekent God hem zijn zonde niet toe en brengt in hem werkzame liefde tot stand door de Heilige Geest.’

GODS HANDELINGEN

Dat is in overeenstemming met woorden van de Heidelbergse Catechismus, die leert dat alleen degenen die door het geloof in Christus ingelijfd worden, zalig worden en dat het door die vereniging met hem onmogelijk is dat zij geen vruchten van dankbaarheid voortbrengen. De gereformeerde traditie heeft op dit specifieke punt misschien zelfs minder moeite met de noodzaak van goede werken dan de lutherse traditie, waarin de nadruk soms wel erg eenzijdig op de rechtvaardiging lag. Er is hier echter wel een ander probleem. De verklaring overbrugt de kloof tussen roomskatholiek en luthers door een sterke sacramentele opvatting van de genade. Dat blijkt vooral bij de uitleg van het geloof. Over welk geloof hebben wij het eigenlijk? De verklaring spreekt van ‘het geloof in het heilshandelen van God in Christus’. Waarom niet gewoon het geloof in Christus? Een christen gelooft toch niet in Gods handelingen, maar in God Zelf ?

SACRAMENTEEL

Bij het beoordelen van een oecumenische tekst moet je misschien niet te kritisch zijn, maar deze definitie van het geloof heeft alles te maken met het sacramentele karakter van de genade. Je krijgt de genade van God door middel van de sacramenten. Natuurlijk spelen de sacramenten in de rooms-katholieke traditie een grotere rol dan in de lutherse, waar de prediking van wet en evangelie altijd voorop staat. Maar vergis je niet, ook in de lutherse traditie heeft de prediking een sterk sacramenteel karakter en wordt het geloof niet alleen door de sacramenten versterkt, maar ook gewerkt. De verklaring stelt dat het heil aan de mens ‘door de Heilige Geest (…) in de doop geschonken’ wordt. In de volgende paragraaf heet het zelfs: ‘Wij belijden gezamenlijk dat de Heilige Geest in de doop de mens met Christus verenigt, rechtvaardigt en hem werkelijk vernieuwt.’ Daarom is het geloof dus geen geloof in Christus, maar in het heilshandelen van God, dat zich voltrokken heeft in het werk van Christus én nog steeds voltrekt in de sacramenten. Je moet, met andere woorden, geloven dat je door de doop met Christus verenigd, gerechtvaardigd en vernieuwd bent. De gereformeerde opvatting over de doop is anders. Daar eigent de Heilige Geest de gedoopte door het geloof toe wat hij in Christus al heeft. Wezenlijk is dan niet het geloof in de werking van het sacrament, maar in de belovende God en in de persoon van de Zaligmaker. Je mag op grond van Gods beloften, die in de doop verzegeld worden, in Christus geloven, zodat je met Hem verenigd en door Hem gerechtvaardigd en vernieuwd wordt.

INGEGOTEN

De onderlinge accentverschillen tussen rooms-katholieken en lutheranen zijn op dit punt minder groot dan die tussen de orthodoxgereformeerden enerzijds en de rooms-katholieken en lutheranen anderzijds. Het is in dat licht ook begrijpelijk dat gereformeerden die oproepen tot terugkeer naar Rome vaak ook een sacramentele opvatting over de genade hebben. De meeste oecumenische documenten gaan ervan uit dat iedereen die gedoopt is en het evangelie hoort, daarmee ook deelt in het heil. Het geloof heet dan officieel wel een gave van de Geest, maar dan moet je toch vooral denken aan iets wat je bij de doop krijgt ingegoten. Het zaligmakende werk van de Heilige Geest komt nauwelijks aan de orde.

ZONDE

Ook de rooms-katholieke opvatting over de zonde is niet echt veranderd sinds de zestiende eeuw. Rooms-katholieken beschouwen volgens de gemeenschappelijke verklaring de neiging tot de zonde niet als zonde, omdat er alleen maar zonde kan zijn als er van opzet sprake is. De neiging om te zondigen is niet in overeenstemming met het oorspronkelijke plan van God, maar ze is ook weer niet zo erg dat je daardoor de straf van de eeuwige dood verdient. Als een christen opzettelijk zondigt en zich zo van God afkeert, ‘moet hij in het sacrament der verzoening vergeving en vrede ontvangen door het vergevingswoord dat hem krachtens het verzoeningswerk van God in Christus wordt toegezegd’. Zonder het blijvende sacrament van de biecht en de absolutie, kun je dus niet in de genade blijven delen. Hier wordt de genade uiteindelijk toch weer afhankelijk gemaakt van de bemiddeling door de priester. Zelfs als je ontkent dat de neiging om te zondigen de toorn van God opwekt, zal geen christen zo sterk zijn dat hij of zij nooit meer bewust zondigt. De intentieverklaring ‘Van conflict naar gemeenschap’ dat afgelopen juni verscheen, borduurt voort op de gezamenlijke verklaring van vijftien jaar geleden. Beide kerkgemeenschappen willen in 2017 samen de 500e verjaardag van de Reformatie herdenken. Zij stellen dat het in een tijd van secularisatie en globalisering niet meer verantwoord is om een zestiende- eeuws conflict te laten voortduren. De kerk staat in de 21e eeuw voor nieuwe uitdagingen. Zonder die uitdagingen te bagatelliseren of de nood van de seculiere context te ontkennen, blijft het wel de vraag wat uiteindelijk de prijs van dit soort oecumene is. Uit de documenten waarin Rome consensus zoekt, blijkt dat de rooms-katholieke geloofsleer weinig is veranderd, ondanks de nieuwe openheid en de mildere toon. Die geloofsleer kan ook niet ververanderen zonder het gezag van de kerk en de traditie radicaal aan dat van de Schrift te onderwerpen, want Rome gelooft dat de decreten van de kerk – inclusief die van het concilie van Trente – tot stand gekomen zijn onder de onfeilbare leiding van de Heilige Geest. Oecumene met Rome is in de praktijk vaak vooral te danken aan verwatering van het orthodoxe protestantisme, dat de eigen belijdenisgeschriften als tijdgebonden documenten ziet. De oecumenische documenten weerspiegelen een protestantisme dat alle nadruk te legt op de sacramenten van doop en avondmaal – vaak meteen maar als eucharistie aangeduid – ten koste van het accent op de zaligmakende werking van de Geest, Die alleen ons aan Christus verbindt door het naakte geloof op het naakte Woord van God.

KATHOLIEK

Het vreemde daarbij is wellicht dat de orthodoxe protestanten, die omwille van hun belijdenis de oecumene met Rome afwijzen, in hun geloofsbeleving (waarbij het geloof het hele leven doortrekt) en in hun ethische opvattingen (over leven en dood of huwelijk en seksualiteit) veel dichter bij Rome staan dan de liberale protestantse gesprekspartners die in oecumenische dialogen hun kerken vertegenwoordigen. Er is sinds Willibrord en Bonifatius in Nederland maar een katholieke kerk. Sinds de Reformatie bestaat die kerk uit twee delen. Het ene deel is naar het woord van God gereformeerd en het andere zucht nog onder de hiërarchie van Rome. Het nog-nietnaar- het-Woord-van-God-hervormde deel van de katholieke kerk is gevangen in de Babylonische ballingschap van de dwaling en het naar-het-Woord-van-Godhervormde deel van de katholieke kerk is gevangen in de Babylonische spraakverwarring van de verdeeldheid. Hoe lang nog?

Dr. H. van den Belt is bijzonder hoogleraar Gereformeerde godgeleerdheid te Groningen vanwege de Gereformeerde Bond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

OP WEG NAAR 2017

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken