Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

ONHEIL DAT VOORBIJGAAT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

ONHEIL DAT VOORBIJGAAT

Ds. G.C. Vreugdenhil sluit in dissertatie bestaan demonen niet uit

5 minuten leestijd

In Chili speelt de realiteit van geesten en demonen een grote rol in het dagelijkse leven van gemeenteleden. Voor oud-GZB-werker ds. G.C. Vreugdenhil vormden de vele verhalen over kwade geesten de directe aanleiding voor nader onderzoek. Dit mondde uit in een dissertatie over Psalm 91.

Ds. Vreugdenhil hoorde in Chili veel verhalen over kwade geesten die in huizen woonden en over voorwerpen die zomaar van plaats veranderden. Soms waren er vermoedens van demonische beïnvloeding of bezetenheid. Ook hoorden mensen stemmen die hen aanzetten tot zelfverminking, haat of zelfs moord. In deze context is Psalm 91 bijzonder populair. De psalm wordt afgebeeld op kleine schilderijtjes bij de ingang van het huis, of de Bijbel ligt opengeslagen bij deze tekst. Het lijkt erop dat aan deze psalm een soort magische kracht wordt toegekend. De auteur, tot 2007 docent Oude Testament aan de Evangelische Theologische Faculteit in Chili, besloot dit onderwerp uit te diepen en er een proefschrift over te schrijven. Het werk is voltooid in de pastorie van de hervormde gemeente van Woerden.

GEESTENWERELD

Psalm 91 noemt niet direct demonen, maar er is wel sprake van een strik van de vogelvanger en van de zeer verderfelijke pest. Er zijn angsten in de nacht, en op de dag kan het verderf verwoesten. In dat alles vertrouwt de dichter op zijn God. ‘Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.’

Het onderzoek gaat over de vraag of het mogelijk is dat de dichter een duistere geestenwereld bekend veronderstelt, zonder dat hij deze expliciet noemt. Om deze vraag te beantwoorden besteedt de promovendus veel aandacht aan de demonische wereld in het oude Egypte en Mesopotamië, en aan de vermeldingen in het Oude Testament. Ook komt het onderscheid naar voren tussen de primaire en de secundaire religie: mensen kunnen een officiële godsdienst aanhangen, maar ondertussen beïnvloed zijn door allerlei praktijken van de onofficiële volksreligie. Het is in dit verband opmerkelijk dat er bij de Dode Zeerollen een verzameling bezweringen is gevonden die de aanduiding 11Q11 gekregen heeft. Daarin staan drie onbekende psalmen die aan David worden toegeschreven, gevolgd door een eigen weergave van Psalm 91. In deze teksten worden de demonen direct aangesproken. Misschien is de psalm gebruikt om bezetenen te bevrijden.

MAGISCH SCHILD

De onderzoeker gaat grondig in op de literaire analyse van de psalm, en bespreekt ook alle beelden van bedreiging en bescherming. De studie loopt uit op de vraag: amulet of mezoeza? De psalm thematiseert verschillende vormen van onheil, en adresseert vooral demonisch onheil. Het is echter wel van belang hoe gelovigen in onze tijd de psalm gebruiken. Een gebruik als amulet of magisch schild strijdt met de grondbetekenis van de psalm. De boodschap is juist dat JHWH beschermt tegen demonisch onheil en gevaar. Wie op Hem vertrouwt, zal bevrijd en beschermd worden. Niet de tekst als zodanig, maar het vertrouwen op God is de sleutel. Toch kan het zichtbare gebruik van de psalm, als een mezoeza aan de deurpost (Deut.6:6- 7), helpen de betekenis voor ogen te houden.

UTRECHT

Het proefschrift getuigt van gedegen onderzoek en van de beheersing van allerlei onderdelen van de oudtestamentische wetenschap. Daarbij ligt er veel nadruk op de godsdiensthistorische benadering, om het oorspronkelijke milieu van de psalm op het spoor te komen. Ook is er veel aandacht voor de literaire indeling. Deze onderwerpen hebben te maken met de benaderingen die in Utrecht gangbaar zijn. Andere universiteiten letten meer op de canonieke samenhang tussen de psalmen onderling, of op de plaats in het geheel van de canon van het Oude Testament. Ook de bijbels-theologische lijnen zouden steviger aangezet kunnen worden. Opvallend genoeg onderneemt de auteur ook geen duidelijke poging om de psalm te dateren. Dus zelfs een studie van meer dan 500 pagina’s over één psalm is nog niet compleet.

ACTUALITEIT

Na afronding van het eigenlijke onderzoek is er nog een extra hoofdstuk 10 toegevoegd, ‘Relevantie en actualiteit’. Het begint met een citaat van prof.dr. A. van de Beek: ‘Als we geloven in een persoonlijk bestaan van de duivel en demonen in de nieuwtestamentische tijd, hebben we geen enkele reden om zo’n bestaan niet aan te nemen voor onze dagen.’ De promovendus bespreekt hier dat wij in een andere tijd leven dan in die van de Bijbel. Sinds de Verlichting is het geloof in de duivel, geesten en demonen op zijn retour. Voor de meeste vormen van ziekte en onheil kunnen wij medische en natuurwetenschappelijke verklaringen geven. Kunnen wij vandaag de dag dan nog wel spreken over demonen als reëel aanwezige wezens? Het is deze hermeneutische vraag die vervolgens aan de orde komt. De auteur meent dat het wetenschappelijk gezien juister is om tenminste rekening te houden met de mogelijkheid dat demonen reële wezens zijn. Daarvan getuigen ook de vele ervaringen van mensen uit verschillende tijden en culturen. Wie kiest voor een natuurlijke verklaring van de bevrijdingswonderen in het Nieuwe Testament als enige interpretatiemogelijkheid, moet de handelingen van Jezus ontmythologiseren en herinterpreteren in termen van het modern wetenschappelijke wereldbeeld. Heeft Jezus Zich dan vergist? Is Hij dan niet de Zoon van God?

EIGEN VERANTWOORDELIJKHEID

De auteur wil niet terug naar een primitief wereldbeeld met allerlei bijgeloof, maar hij bepleit een ‘kritisch realisme’. Dit is een benadering die rekening houdt met het feitelijk bestaan van geesten en demonen. Het gegeven dat religieuze taal metaforisch van aard is, mag niet onze ogen sluiten voor het feit dat deze taal ook bepaalde claims doet ten aanzien van de externe werkelijkheid. Tegelijkertijd moet er ook een kritische analyse zijn, want het gevaar bestaat dat mensen het bestaan van de demonen aangrijpen om hun eigen verantwoordelijkheid en schuld op deze machten af te schuiven. De duiding van bepaalde verschijnselen of een bepaald gedrag als demonisch mag nooit ten koste gaan van een integrale analyse vanuit verschillende beroepen (medisch, psychologisch en theologisch). Na deze positiebepaling worden concrete voorbeelden genoemd uit onze maatschappij: een moord op Urk, een schietpartij in Alphen aan den Rijn, en een Belgische moord op twee baby’s. De auteur betreurt het dat de overheid de duidelijke aanwijzingen voor demonische invloeden in deze situaties niet heeft bestudeerd.

SCHUILPLAATS

Dit laatste hoofdstuk is een mooi voorbeeld van de verbinding tussen theorie en praktijk. Daarmee is de cirkel rond. In Chili is er een andere cultuur dan bij ons en dat gaf de aanleiding tot dit proefschrift. Maar na de gedegen analyses (die voor heel wat lezers te technisch zullen zijn,) worden de lijnen doorgetrokken naar onze werkelijkheid. En dan wint de psalm aan actualiteit. Tegenover de demonische machten van het kwaad profileert de psalm de trouw en macht van JHWH, Die Zich laat kennen als een schuilplaats voor de mens in nood. Dan gaat het onheil voorbij.

Dr. M.J. Paul uit Ede is hoogleraar Oude Testament en doceert aan de CHE te Ede en de ETF te Leuven.


N.a.v. G.C. Vreugdenhil, ‘Onheil dat voorbijgaat. Psalm 91 en de (oudoosterse) bedreiging door demonen’, uitg. Boekencentrum Academic, Zoetermeer; 570 blz.; € 29,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

ONHEIL DAT VOORBIJGAAT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken