Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

VOORBEDE IN DE HEMEL

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

VOORBEDE IN DE HEMEL

6 minuten leestijd

Als Christus naar de hemel is gevaren en weer deelt in dezelfde heerlijkheid als de Vader, kan het gesprek tussen Beiden als voorheen, op voet van gelijkheid, worden voortgezet. Is Jezus gebed dan nog wel nodig?

Christus’ hemelvaart hield het einde van Zijn vernedering in. Omdat Hij Zichzelf vernederd heeft tot de kruisdood heeft God Zijn Zoon bovenmate verhoogd (Fil.2:8,9). Groter eer dan te zitten aan Gods rechterhand bestaat niet. In de hemel lijkt Christus’ gebed overbodig, in ieder geval onnodig. Toch is dat niet zo.

NIET DEZELFDE
Er is intussen zoveel gebeurd. De Zoon Die thuiskomt, is niet ‘Dezelfde’ als die het Vaderhuis verliet. Hij komt niet alleen maar als Zoon thuis, Hij komt terug als Hogepriester. Wel heeft dit priesterschap wortels in de eeuwigheid, dus was Christus al hogepriester (Ps.110:4; Hebr.7:21).
Verschil met voorheen is echter dat Christus door Zijn lijden, sterven en opstanding dit hogepriesterschap effectief heeft gemaakt. Als dienstdoend hogepriester (met een eeuwig priesterschap) bidt Hij ook.
Wel is het zo dat deze gebeden nu niet meer Hemzelf betreffen, zoals tijdens Zijn aardse leven. De gebeden van Christus in de hemel zijn zonder uitzondering voorbeden (Rom.8:34, Hebr.7:25). Hebreeën 7:25 geeft drie invalshoeken om de betekenis van de voorbede te bezien.

EXCLUSIEF
De voorbede van de hemelse Christus is in zekere zin exclusief.
Dat wil zeggen: ze gelden niet iedereen altijd en overal. Toen Jezus op de grens was gekomen van Zijn aardse leven, liet Hij al doorschemeren dat Zijn voorbede begrensd was: ‘Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld…’ (Joh.17: 9). De vraag voor wie die ‘hen’ zijn, blijft evenmin onbeantwoord. Het zijn degenen die Zijn woorden hebben aangenomen en Hem als de door God gegeven Middelaar hebben erkend (Joh.17: 9 en 8).
Voor hen bidt Hij nog steeds. In Hebreeën 7:25 worden zij aangeduid als degenen die door Hem (de eeuwige hogepriester) tot God gaan. Dat is de voorwaarde waaraan moet zijn voldaan om in Christus’ voorbede begrepen te zijn. Daarmee is de exclusiviteit van Christus’ voorbede nader bepaald. Die exclusiviteit is niet gelegen in de mensen voor wie Christus voorbede doet. Alsof zij beter, vromer, geschikter zouden zijn dan anderen om voor die voorbede in aanmerking te komen.

UNIEK
Integendeel, er is immers geen sprake van ‘dat wij onze gebeden op grond van onze waardigheid voor God zouden brengen, maar wij doen dat alleen op grond van de uitnemendheid en waardigheid van onze Heere Jezus Christus, wiens rechtvaardigheid de onze is door het geloof ’, zoals Guido de Brès in de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt.
Het exclusieve ligt dus niet in degene die bidt, maar in Hem Die voorbede doet. Hij is een exclusieve hogepriester, als gevolg waarvan eventuele andere voorbidders zijn buitengesloten. Dat maakt Christus ook tot een unieke hogepriester, in de zin dat er maar één zo is. Dat is Hij. Daarom ‘geloven wij dat wij geen toegang hebben tot God dan alleen door de enige Middelaar en Voorspraak Jezus Christus, de rechtvaardige’, schrijft Guido de Brès. ‘Hiertoe is Hij mens geworden en heeft Hij de goddelijke en menselijke natuur verenigd, om ons mensen toegang te geven tot de goddelijke majesteit’ (NGB, art. 26).

EEUWIG
Het priesterschap van Christus duurt eeuwig, omdat Hij altijd leeft. De christenjoden, aan wie de brief aan de Hebreeën is geadresseerd, dreigden terug te vallen in de Joodse wettische religie. De schrijver wijst hen op de gevolgen van hun mogelijke terugval. Zij zullen daardoor Christus kwijtraken. In plaats daarvan zullen zij het moeten doen met een gemankeerd priesterschap en een fragmentarische priesterdienst. Immers, niet één priester diende aldoor. Hun dienst was fragmentarisch, want werd door de dood afgebroken. De hele oudtestamentische priesterdienst stond in het teken van voorlopigheid. Naarmate de tijd voortschreed, raakte het steeds dichter bij de verdwijning. Om uiteindelijk plaats te maken voor een volmaakt, want ononderbroken, eeuwigdurend priesterschap. Het eigenaardige priesterschap van de priester-koning Melchizedek was daarvan een verre vooruitbeelding.
Door Zijn opstanding uit de doden heeft Jezus met kracht bewezen de Zoon van God te zijn. Hij leeft eeuwig. Met deze eeuwig levende Christus is de priesterdienst van de voorbede onafscheidelijk verbonden. Zijn eeuwig leven is garantie voor eeuwigdurende voorbede. Zoals door alle eeuwen heen de regenboog als een teken van Gods trouw aan de hemel verschijnt, zo staat de belofte van Christus’ voorbede als een koepel over de kerk der eeuwen.
Persoonlijk toegespitst betekent dit dat ieder die leunt op de biddende Middelaar mag weten dat zijn hele leven omsloten is door de voorbede van Christus. ‘En om ons nog meer moed te geven om tot Hem te gaan, zegt de Schrift verder: Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder zonde. Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip (Hebr. 4:14-16)’ (NGB, art. 16).

VOLKOMEN
Als een machtige belijdenis vernemen we van de hemelse hogepriester Christus: ‘Hij kan volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan…’ Wij denken daarbij vooral aan het volkomen offer dat Christus heeft gebracht. Daar mankeert niets aan. En omdat Christus’ offer volkomen is, kan Hij volkomen zalig maken allen die in hun naderen tot God geen andere pleitgrond overhouden dan het offer van Christus.
Zo is het ook. Maar de belijdenis van Hebreeën 7:25 omvat meer. Zalig maken is een werk dat Christus weliswaar eens en voorgoed heeft gedaan aan het kruis en in Zijn opstanding uit de dood, maar in de uitwerking daarvan komt meer kijken. Was Petrus zalig toen Hij Jezus beleed als de Zoon van God (Matt.16:16)? Wis en zeker. De zaligspreking van Petrus klinkt uit Jezus’ eigen mond (17). Is het daarmee klaar? Welnee. In een uiterst kritiek moment van Petrus’ leven, waarin satan erop uit is deze discipel als tarwe te ziften, horen we van het geheimenis van Christus’ voorbede: ‘Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoudt’ (Luk.22: 31,32).
Dachten we dat Simon Petrus de enige was op wie satan het heeft gemunt? Als Christus niet leeft om voortdurend te pleiten komt niet één gelovige in de veilige haven Van Zijn voorbede moet werkelijk alles komen: ons geloven, ons hopen, ons volharden en ga zo maar door. Het is alles vrucht van Christus’ voorbede.
Die voorbede is dan ook de enige reden dat arme zondaren zalig worden. Want wij vertonen altijd weer de neiging om bij de goede herder weg te lopen. Als we dan in het donker verdwaald zijn en in die nood roepen tot God, is dat roepen vrucht van Jezus’ voorbede, maar ook dat we de stem van de Herder weer horen.
Wat hebben we dat we niet aan Zijn voorbede te danken hebben?!
Dat moet ons aansporen om voortdurend God door middel van deze Voorbidder te zoeken. ‘Wat hebben wij dan nog meer nodig, daar Christus zelf uitdrukkelijk zegt: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij (Joh.14:6)? Waarom zouden wij een andere advocaat zoeken, daar het God behaagd heeft ons Zijn Zoon te geven om voor ons te pleiten? Laten wij Hem niet loslaten Dat moet ons aansporen om voortdurend God door middel van deze Voorbidder te zoeken. ‘Wat hebben wij dan nog meer nodig, daar Christus zelf uitdrukkelijk zegt: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij (Joh.14:6)? Waarom zouden wij een andere advocaat zoeken, daar het God behaagd heeft ons Zijn Zoon te geven om voor ons te pleiten? Laten wij Hem niet loslaten om een ander te nemen, of liever, om een ander te zoeken, zonder die ooit te vinden. Want toen God Hem aan ons gaf, wist Hij heel goed dat wij zondaars waren. Daarom roepen wij naar het gebod van Christus de hemelse Vader aan door Christus, onze enige Middelaar, zoals ons in het gebed des Heeren geleerd is. En wij zijn er zeker van dat de Vader ons zal geven al wat wij Hem bidden in Christus’ naam (Joh.16:23)’ (NGB, art.26).



Ds. P. van der Kraan is hervormd predikant op Urk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

VOORBEDE IN DE HEMEL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken