Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Heiligheid en aanbidding

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Heiligheid en aanbidding

De eredienst [19, slot, engelen]

8 minuten leestijd

Paulus schrijft in 1 Korinthe 11 dat de vrouw een teken van gezag op het hoofd moet hebben omwille van de engelen (vs.7-9). Dat is een argument dat je niet direct verwacht. Wat hebben engelen met de eredienst te maken?

Paulus schrijft niet alleen over wat een vrouw moet. Hij zegt ook wat een man bij het bidden of profeteren niet moet. ‘Een man moet het hoofd niet bedekken.’ Hij is immers het beeld en de heerlijkheid van God.

TRADITIE EN PRAKTIJK
De uitleg van dit bijbelgedeelte is uitlegkundig maar ook inhoudelijk moeilijk. Wat de inhoud betreft staan we hier in het spanningsveld tussen traditie en gemeentepraktijk.
Met traditie bedoel ik dan niet een wijze van doen waarvoor wij wel respect moeten hebben maar waar wij niet aan gebonden zijn. De traditie of overlevering is hier het apostolisch getuigenis. Dat heeft Paulus ooit ontvangen, dat geeft hij door aan ons, en dat hebben wij te bewaren en weer door te geven aan de volgende generatie. Zo is niet alleen de instelling van het sacrament van het avondmaal aan ons overgeleverd (11:23), maar ook het evangelie van de opstanding van Christus (1 Kor.15:3).
De apostel begint dit bijbelgedeelte met een verwijzing naar de traditie: ‘En ik prijs u, broeders, omdat u in alles aan mij denkt en aan de overleveringen vasthoudt, zoals ik die aan u heb overgeleverd’ (11:2). Maar hij besluit met de opmerking dat je van dit onderwerp in de gemeentepraktijk geen twistpunt moet maken. Dat is niet zijn stijl als apostel. Het is ook niet de stijl van de gemeenten van God (11:16). Over de praktijk is dus te praten als we ons daarbij maar houden aan de overlevering.

ZEGGENSCHAP
Wanneer je op zoek bent naar de betekenis van een moeilijke tekst, is het goed om te letten op de herhalingen. Paulus gebruikt in de verzen 9 en 10 kort achter elkaar driemaal de woorden ‘omwille van’:
• een man is niet geschapen omwille van de vrouw, • een vrouw is geschapen omwille van de man,
• een vrouw moet zeggenschap op haar hoofd hebben omwille van de engelen. Om bij het laatste te beginnen: een vrouw moet ‘zeggenschap’ hebben op haar hoofd. De Statenvertaling vertaalt ‘een macht’. Het woordje ‘een’ staat niet in de oorspronkelijke tekst. Hiervoor wordt het woord exousia gebruikt. Dat betekent ‘macht’ in de zin van volmacht, zeggenschap, gezag (HSV). Zo heeft de Heere Jezus als de opgestane Heiland alle exousia, zeggenschap, gezag, in hemel en op aarde (Matt.28:18). Álle gezag, niet een gezag. Dat doet afbreuk aan de glorie van Jezus.

Op dezelfde wijze nu moet de vrouw bij het bidden en profeteren macht, zeggenschap, gezag op haar hoofd hebben. Enkele latere handschriften hebben die exousia, die zeggenschap, dat gezag ook gevisualiseerd door niet exousia te lezen maar kalumma, een bedekking of sluier. Maar je moet niet bij dat teken blijven steken. Het gaat om wat door dat teken tot uitdrukking wordt gebracht. De vrouw bedekt haar hoofd omwille van de engelen. Bij haar bidden en profeteren straalt direct de hemelse glorie op haar af.

SCHEPPING
Bij de man ligt dat anders. De eerste en de tweede keer dat Paulus de uitdrukking ‘omwille van’ gebruikt, doelt hij op de ordening die God ten grondslag heeft gelegd aan de schepping: een man is niet geschapen omwille van de vrouw, een vrouw is geschapen omwille van de man. Hij gebruikt tweemaal ‘geschapen’.
Maar de ordening die God ten grondslag heeft gelegd aan de schepping, stelt Paulus in het perspectief van het Evangelie. Dat is in 1 Korinthe zelfs het uitgangspunt. Paulus schrijft: Ik wil dat u weet dat Christus het hoofd is van iedere man en de man het hoofd van de vrouw en God het hoofd van Christus. Zijn zeggenschap heeft hij ontvangen van Christus, zoals Christus Zijn zeggenschap heeft ontvangen van God (11:3).
De verzen met het driemaal ‘omwille van’ ziet de apostel ook weer in het perspectief van het Evangelie. Hij schrijft namelijk: Evenwel is de man niet zonder de vrouw, en de vrouw niet zonder de man, in de Heere. Dat wil zeggen: in de gemeenschap met de Heere (11:11). De Heere in Zijn hemelse heerlijkheid is de Heer der engelen.
Christus is met eer en heerlijkheid gekroond, juist omdat Hij aan het kruis zou afzien van die kroon. Dat zei de Heiland op het moment dat Hij Zichzelf gevangen gaf: ‘Of denkt u dat Ik Mijn Vader nu niet kan bidden, en Hij zal Mij meer dan twaalf legioenen engelen ter beschikking stellen?’ (Matt.26:53).
Christus is de Heer der engelen als de Zoon des mensen. Wat dat betekent, zie je in het eerste nachtgezicht van Daniël. Aan de Zoon des mensen wordt gegeven heerschappij en eer en koningschap. Dan gaat het speciaal over de engelen. Het zijn er duizend maal duizenden en tienduizend maal tienduizenden. Zij dienen de Vader en daarom dienen zij ook de Zoon (Dan.7). Daarom leert de Zoon de Zijnen de Vader niet alleen bidden maar ook aanbidden: want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid.

NIEUWE VERBOND
In het tweede gedeelte van Hebreeën 12 (v.18-39) wordt het nieuwe verbond vergeleken met het oude verbond. Dit zijn de belangrijkste punten van verschil. Tegenover de berg Sion, de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, stond ooit een tastbare berg, de Sinaï.
Tegenover de feestelijke vergadering die de gemeente van de eerstgeborenen mag zijn en van wie de namen in de hemelen zijn opgeschreven, stond toen een volk dat de ontmoeting met God niet aankon.
Tegenover God, de Rechter over allen, en de Middelaar van het nieuwe verbond, Jezus, stond in die oude tijd alleen maar Mozes. Zelfs hij moest erkennen: Ik ben zeer bevreesd en sta te beven. Maar bovenal: het bloed van de besprenging, dat is het bloed van Christus, spreekt nu van betere dingen dan toen het bloed van Abel. Christus is immers onze grote Hogepriester. Hij is door Zijn eigen bloed voor eens en voor altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht (Hebr.9:11v.).
Vooral in de tekening van het nieuwe verbond vloeien de beelden in elkaar over. In de samenkomst met de gemeente word je opgenomen in de gemeenschap met God. Dan ben je thuis in het hemels Jeruzalem. God is daar. Hij is de God van de legermachten. Dat zijn de engelen. Tienduizendtallen!
Destijds, bij de verbondssluiting op de Sinaï, daalde de HEERE af in vuur. In het nieuwe verbond is dat vuur niet minder. Aan het slot van dit bijbelgedeelte spreekt de apostel zelfs over verterend vuur (Hebr.12:29). Heilig is Hij. Maar ‘omwille’ van Christus is Hij ‘onze God’. Zo noemt de Schrift Hem als de God van het verbond. Dit slot is de climax. In het nieuwe verbond gaan innigheid en heiligheid samen. Het is bevinding en aanbidding.

AVONDMAAL
Dat je in de samenkomst van de gemeente wordt opgenomen in de gemeenschap met God, werd in de kerk van oudsher beleefd bij de viering van het heilig avondmaal. Dat kreeg vorm in het zingen van het ‘Sanctus’. Dat gaat terug op een belevenis van Jesaja (hoofdstuk 6). Even valt voor hem de scheiding weg tussen de hemel en aarde, tussen wat in de belijdenis van Nicea wordt genoemd de zichtbare en onzichtbare dingen.
Dat komt trouwens meer voor in de Bijbel. Lees in dit verband vooral het boek Openbaring. Zo ziet Jesaja de Heere zitten op een hoge en verheven troon. De serafs rondom Zijn troon roepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de HEERE van de legermachten; heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid!’

Het avondmaal is de viering van het nieuwe verbond dat rust op het bloed van Christus. Dankzij de verzoening van onze zonden door Zijn bloed worden wij opgenomen in de gemeenschap met God en daarmee ook met Zijn heilige engelen. Daarom: sursum corda, de harten omhoog. In ons avondmaalsformulier wordt dat toegespitst op Jezus Christus, Die zit aan de rechterhand van God de Vader.

IN DE VERKONDIGING
In de Bijbel worden de engelen niet verzelfstandigd zoals mensen dat tegenwoordig vaak doen als ze het hebben over een engeltje op je schouder. De engelen laten de heerlijkheid van God zien. Je mag in de eredienst staan voor Zijn aangezicht, coram Deo. Vooral in de verkondiging van het Woord, gebeurt dat. ‘Let er dan op dat u Hem Die spreekt niet verwerpt.’ Hij ‘spreekt vanuit de hemelen’. Ook dat lezen we in Hebreeën (12:25). Wat betekent de eredienst gezien vanuit het aspect van ‘naderen tot tienduizendtallen van engelen’? De apostel zegt in Hebreeën 12: ‘Laten wij daarom, omdat wij een onwankelbaar Koninkrijk ontvangen, aan de genade vasthouden en daardoor God dienen op een Hem welgevallige wijze, met ontzag en eerbied’ (12:28). Laat dat ons gezegd zijn, met name onze kerkenraden, bij alle roep om laagdrempeligheid en eigentijdsheid in kerk en eredienst. In de eredienst is het altijd ‘Ere zij God’ in de hemel en op de aarde. Heerlijk, die feestelijke vergadering.

Wij loven U, o God, belijden U als Heer.
Eeuwige Vader, U geeft heel de wereld eer.
U zingen alle heemlen, serafs, machten tronen,
onafgebroken rijst hun lied op hoge tonen:

Gij, driemaal heilig zijt Gij,
God der legerscharen,
Wiens grootheid aard’ en hemel heerlijk openbaren.


GESPREKSVRAGEN

• Deelname aan de eredienst vraagt om eerbied. Hoe geef je daar vorm aan voor jezelf en hoe geef je daar met elkaar vorm aan als gemeente?
• In het Oude Testament wordt God vaak de HEERE van de legermachten genoemd. In het Nieuwe Testament is Christus de Heer van de engelen. Zo wordt de Heere verheerlijkt in aanbidding en lofprijzing. Zoek daarvan voorbeelden op uit het Oude en uit het Nieuwe Testament. Wat leer je uit deze voorbeelden voor je persoonlijk geloof?
• Wat hebben wij volgens de Bijbel in de eredienst de engelen te zeggen en wat hebben de engelen ons te zeggen?


Ds. H.J. de Bie is hervormd emeritus predikant te Huizen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Heiligheid en aanbidding

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken