Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Loe de Jong krijgt 960 blz.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Loe de Jong krijgt 960 blz.

Zaak-Aantjes schaadt reputatie ‘oorlogshistoricus’

8 minuten leestijd

De biografie die Boudewijn Smits schreef over Loe de Jong (1914-2005) is een indrukwekkend verhaal over een imposant historicus, die met name de oorlogsjaren onnavolgbaar in beeld heeft gebracht.

Zijn dertiendelige boekwerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (1969-1988) groeide met 27 banden en 16.800 bladzijden uit tot een wetenschappelijk en cultuurhistorisch monument’, meldt de achterflap van de biografie van dr. Loe de Jong. ‘Historicus met een missie’ is de ondertitel, omdat hij de strijd tegen de nazi’s vers in het geheugen van de mensen wilde houden. De Jong werd de belangrijkste Nederlandse historicus van de twintigste eeuw maar liep ook ‘reputatieschade’ op. Honderden bekende en onbekende personen en al evenzoveel gebeurtenissen uit zijn leven passeren de revue in deze imposante, vuistdikke biografie (960 pagina’s). Ik beperk me tot drie momenten, waarin zijn emotionele betrokkenheid op de recente geschiedenis vanwege zijn afkomst aan het licht komt.

ISRAËL

Het eerste punt dat ik aanroer is zijn betrokkenheid op de staat Israël. De Jong was van Joodse afkomst. Maar hoe? Ik citeer letterlijk: ‘De Jong had omstreeks 1938 afscheid genomen van zijn Joodse herkomst, na de weifelende kennismaking met het zionisme van Sam de Wolff tijdens zijn school- en studietijd. Op jonge leeftijd had hij al een aversie ontwikkeld tegen alles wat in zijn familiekring zweemde naar Jiddischkat. Hij legde zijn Jood-zijn niet af, maar beschouwde het niet meer als een wezenlijk deel van zijn identiteit. Hij wilde geen Joodse Nederlander zijn, maar eenvoudigweg Nederlander. Na de oorlog behoorde hij tot de 27 procent van de Nederlandse Joden die waren ontsnapt aan de dodelijke greep van Hitler. Het kwaad van het nationaalsocialistische regime dat zijn familie had vervolgd en omgebracht, heeft De Jong niet aangetast in zijn Joodzijn, maar wel geconfronteerd met zijn genetisch Joodse afkomst. Hij voelde zich beschadigd door de zinloze waanzin van Hitlers rabiate antisemitisme. De Jong omarmde de staat Israël dan ook als levensverzekering tegen eventueel toekomstige antisemitische vervolging en niet als Joodse natie in het beloofde land.’

DAVID

Als columnist bij Vrij Nederland liet hij, zegt de biograaf, ’een opvallend chauvinistische toon’ horen over de vestiging van de staat Israël, terwijl de Nederlandse staat ‘diplomatiek uiterst voorzichtig opereerde’. En toen de eerste Israëlisch- Arabische oorlog uitbrak, verweet hij de Arabische staten dat zij zelf geen vinger uitstaken naar de Palestijnse bevolking in vluchtelingenkampen. Maar Israël ging een grootse toekomst tegemoet: ‘Deze David is geworteld in de twintigste eeuw, en Goliath leeft nog in de Middeleeuwen.’ Bij de Suezcrisis (1956) schreef hij dat Israël het recht had zich te verdedigen tegen ‘Arabische agressie’, terwijl alom, zei hij, de mening postvatte dat Israël ‘natuurlijk toch de agressor was’. Na zijn tweede bezoek aan Israël schreef hij: ‘De staat Israël is er, voor het heden en voor de toekomst en er is geen staat ter wereld die een zo hecht fundament vindt in een zo smartelijk verleden.’

CLAUS

Toen de openbaar geworden relatie van Beatrix met Claus onder vuur kwam te liggen (‘Claus d’raus’), omdat Claus bij een Duitse eenheid betrokken zou zijn geweest die in 1944 in Noord- Italië strijd had geleverd tegen de partizanen aldaar, verrichtte De Jong in opdracht van het Rijks Instituut voor Oorlogsdocumentatie (RvO) een bliksemonderzoek. In de Volkskrant kreeg hij het verwijt dat hij zich vrijwillig ‘een historische rechercherol’ had laten aanmeten om ‘Claus von Amsberg onbevlekt met onze Trix’ te laten trouwen. Zijn onderzoek wees uit dat Claus ‘op geen enkele manier met oorlogsmisdaden in verband gebracht kon worden’. Nederland kon de toekomstige prins-gemaal, die geen foute Duitser was geweest, in de armen sluiten. In Londen was De Jong bovendien bekeerd van ‘gematigd republikein’ tot ‘vurig orangist’. Toen hij koningin-moeder Wilhelmina voor de televisie herdacht op haar sterfdag (28 november 1962), typeerde hij haar als ‘ koninklijke persoonlijkheid met haar scherp inzicht en warm hart en met al haar fiere strijdbaarheid’. Twee jaar later brak hij niet alleen een lans voor Wilhelmina, maar ook voor premier Gerbrandy in Londen, ‘die met zijn grote bescheidenheid, in volledige overgave aan zijn immens moeilijke opdracht en, als het moest (en dat moest nogal eens) met Friese koppigheid, zijn oorlogstaak (had) verricht, (en) de naam van ons land hooggehouden’ had. In deel 9 van zijn grote oeuvre schreef hij dat, toen het land bevrijd was, Wilhelmina bij de natie een aanhankelijkheid had verworven ‘in een mate als, na Willem de Zwijger, geen lid van het Oranjehuis ooit had gedaan’.

AANTJES

Ten slotte de zaak-Aantjes, door de vrouw van De Jong getypeerd als ‘de rotste opdracht van zijn loopbaan’. De Jong had het oorlogsverleden van Willem Aantjes onderzocht. De datum 6 november 1978 staat nog onuitwisbaar in mijn geheugen gegrift. Loe de Jong gaf een persconferentie, waarin hij stelde dat Aantjes, toen fractieleider van de ARP in de Tweede Kamer, ‘op de leeftijd van ruim 21 jaar is gemobiliseerd in het kader van de Waffen SS’, de militaire tak van de SS. ‘Wij hebben geen enkele reden om aan te nemen dat hij daar, zoals hijzelf heeft beweerd, gevangene is geweest’. En ten slotte: ‘In alles wat de heer Aantjes tot dusver heeft meegedeeld, heeft hij voor zover ons bekend, op wezenlijke punten verzwegen wat zich in bedoelde periode met hem heeft afgespeeld.’ Het verweer van Aantjes was dat hij zich bij de Germaanse SS had aangemeld om Duitsland te kunnen ontvluchten. Dat maakte voor de Jong geen verschil: ‘in moreel opzicht beide even kwalijk’. Aantjes stelde ten aanhoren en aanschouwen van het hele volk dat hij wel fouten had gemaakt, maar niet fout was geweest. Aantjes, die ook naam had gemaakt als ‘Bergredenaar’ op het eerste congres van het CDA (23 augustus 1975), trad af als partijleider van de ARP en kreeg politiek gezien levenslang. Overigens was in kleine kring zijn ‘oorlogsverleden’ bekend, onder anderen bij Aantjes’ vriend Maarten Schakel (burgemeester van Noordeloos en ook lid van de Tweede Kamer). Daarom was hem in 1967 door de ARP een ministerschap onthouden.

EMOTIE

De golven laaiden na de persconferentie van De Jong en het aftreden van Aantjes hoog op. Al spoedig keerde deze zaak zich ook tegen De Jong zelf. Hij was door emoties gedreven geweest, bevooroordeeld vanwege zijn Joodse achtergrond. De conclusies die hij had getrokken waren voorbarig, een wetenschapper onwaardig. Hij had als standrechter gefungeerd. De biograaf typeert hem als ‘snelrechter in oorlogstijd’. De Jong heeft later wel erkend emotioneel te zijn geweest maar niet fout. Hoewel hij zijn status als ‘grootste specialist van de bezettingsgeschiedenis’ niet verloor, leed hij door de zaak-Aantjes wel reputatieschade, concludeert de biograaf.

OMISSIE

De zaak-Aantjes is veelvuldig en in vele toonaarden beschreven. Voor de biograaf is het een van de uitvoerigst beschreven kernonderwerpen. Nochtans is er een omissie in deze biografie. Toen de zaak speelde, werd alom − ook terzijde door Aantjes zelf – zijn afkomst ter sprake gebracht. Voor wie het nog niet weet: Aantjes was in Bleskensgraaf opgegroeid, kwam in de Tweede Kamer als opvolger van lt.-generaal Duymaer van Twist, die jarenlang lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond was geweest en voor de ARP de hervormd-gereformeerde stroming in de Kamer ‘vertegenwoordigde’. Aantjes schreef in die jaren van tijd tot tijd artikelen in De Waarheidsvriend, onder andere ook een in memoriam bij het overlijden van ds. P. Zandt. Langzaam was hij echter weggegroeid uit de hervormdgereformeerde kring. In de media werd uitvoerig vermeld hoe lijdelijk men in de kring waaruit Aantjes stamde was geweest ten opzichte van de bezetter of er zelfs mee had gecollaboreerd. ‘Zo waren ze’, was de teneur in de media. Ik herinner me nog hoe een innerlijke verontwaardiging zich van mij meester maakte. Op 9 november, drie dagen na de persconferentie van de Jong, schreef ik een uitvoerig artikel in Trouw, op 16 november opgenomen in De Waarheidsvriend, onder de titel ‘De geestelijke achtergrond van Aantjes’. ‘Zo waren er’, schreef ik toen. Maar dat was bepaald niet de hoofdlijn in hervormd- gereformeerde kring. Toen ik het artikel nog eens terug las, beleefde ik opnieuw hoe existentieel ik toen bij de zaak betrokken was, met schaamte over falen in eigen kring, waar dat was voorgekomen. Met een appèl voor een uitgestoken, vergevingsgezinde hand naar Aantjes, maar ook met verwerping van de oorzaak van zijn oorlogsverleden in zijn afkomst uit Bleskensgraaf, waar ds. J. van Sliedregt in de oorlogsjaren predikant was. Over de brede discussie inzake de geestelijke achtergrond van Aantjes in vrijwel alle media rept de biografie niet. Dat is eigenlijk onbegrijpelijk. Het blijft bij politieke commentaren.

Dr. Loe de Jong schaadde door zijn optreden in de zaak-Aantjes zijn reputatie als historicus, maar volgens biograaf Boudewijn Smits verloor hij zijn status als ‘grootste specialist van de bezettingsgeschiedenis’ niet.

N.a.v. Boudewijn Smits, ‘Loe de Jong 1914-2005. Historicus met een missie’, uitg. Boom, Amsterdam; 960 blz., € 39,90.

Dr.ir. J. van der Graaf is oud-algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Loe de Jong krijgt 960 blz.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken