Bekijk het origineel

RITUELEN HELPEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

RITUELEN HELPEN

Rouwen [3, slot]

6 minuten leestijd

De Bijbel geeft ons informatie over rouwge-bruiken. Rouwgebruiken uit de jaren ’50 kwa-men in een vorig artikel in beeld. Wat kunnen we van dit alles leren voor onze tijd, waarin de uiterst persoonlijke benadering van omgaan met rouw centraal staat?

Ds. J.T. Maas is predikant van de hervormde gemeente te Vin-keveen. Tot voor kort stond hij in Polsbroek en Vlist.

Wie op een website van een van de grotere uit-vaartondernemingen kijkt, krijgt een duidelijk beeld van de verschuivingen in de ritue-len sinds 1950. Op zo’n site kun je ‘inspiratie opdoen’ om een uit-vaart naar eigen wens vorm te ge-ven. Zo is er de mogelijkheid om de begrafenis ’s avonds te laten plaatsvinden, omdat de overle-dene een avondmens was. Na af-loop van de plechtigheid is er voor de gasten witte wijn en tapas, precies zoals de overledene het wilde.

Rituelen rondom de dood blijven. Maar de gedachte die steeds meer terrein wint, is die van ‘de dood hoort bij het leven’. De dood wordt ontdaan van het ernstige besef dat zij de laatste vijand is. Het besef te moeten verschijnen voor de Rechter van hemel en aar-de verdwijnt in hoog tempo. Het kan toch niet zo zijn dat dit slui-penderwijs ook in de christelijke gemeente het geval is?

PERSOONLIJK

Onze tijd vraagt om een persoon-lijke en pastorale benadering van nabestaanden. Voor een christe-lijke gemeente biedt dat kansen om rouwdragenden te ondersteu-nen. We zien een positieve ont-wikkeling in de betekenis die de kerk tijdens het rouwen inneemt voor christenen.

In de jaren ’50 kwam de dominee op de dag van begraven een kort moment aan huis en bracht men op zondag rouw in de kerk. Dat waren rouwgebruiken waarbij het persoonlijke dikwijls helemaal op de achtergrond bleef.

Tegenwoordig kent een rouw-dienst vaak een op de overledene toegesneden toon, is er ruimte voor het uitspreken van een In memoriam en zijn er diverse mo-gelijkheden die als troostvol wor-den ervaren door nabestaanden. Tegelijk is er op die momenten ruimte voor een hoopvol getuige-nis dat klinken mag richting alle aanwezigen, zeker als de overle-dene mocht sterven in Christus. Al is het rouw in de kerk brengen veelal afgeschaft, nieuwe rouwge-bruiken mogen ingevoerd wor-den. In de hervormde gemeente Polsbroek en Vlist, waaraan ik tot voor kort verbonden was, speel-den we de afgelopen jaren ook in op de roep om meer persoonlijke aandacht rondom een overlijden. Sinds enkele jaren kondigt een ouderling voor de dienst het be-richt van overlijden af. Vervolgens zingen we staande ter nagedach-tenis als voorzang een Psalm die de nabestaanden zelf mogen uit-kiezen. Zo trachten we in tijden van rouw als gemeente elkaar tot hand en voet te zijn. Het gebruik voorziet in een behoefte.

OPENLIJK VERDRIET

Wat is nodig in onze tijd? Laten we trachten te leren van bijbels rouwen. Dat betekent onder an-dere dat we als nabestaanden ons niet moeten schamen voor openlijke uitingen van verdriet. Mij valt op dat nabestaanden die ‘sterk’ zijn daar-voor nogal eens complimenten ont-vangen.

Bij Jakob en Jozef zien we juist openlijk verdriet. Zou het dan–bij wijze van spreken–niet meer in lijn met de Schrift zijn om mensen te complimenteren die verdrietig zijn? Waarom direct naar kalmerings- of slaappillen grijpen? Mogen we niet uit Gods Woord leren, en daarbij van de psycho-logie, dat het uiten van ver-driet helpen kan in de ver-werking? We mogen le-ren verdriet toe te laten, ook omdat we weten en beseffen dat de dood de laatste vij-and is. Voor een gelovige mag er een heengaan in hoop en geloof zijn, maar verdriet mag in gebed ge-bracht worden bij de Heere. En daarbij ook het gebed om geloof en hoop op God.

VRIJHEID

Onze rouwrituelen zijn niet te ver-gelijken met die in de bijbeltijd en het jodendom. Dat was een andere tijd en een andere cultuur. Sinds 1950 is er rondom rouwgebruiken begrijpelijkerwijs heel wat verscho-ven in ons land. Wanneer hiermee het zicht op de ernst van de dood en het besef dat God levenden en do-den oordeelt, verloren gaat, dan moeten we een tegengeluid bieden. Maar er valt meer te zeggen. Name-lijk dat de mens met alle vrijheid soms maar moeilijk raad weet. Met de vrijheid neemt de onduidelijk-heid toe. Moet ik sterk zijn of kwetsbaar? Mag ik rouwen of niet? Is er nog ruimte om in mijn kle-dingkeuze uiting te geven aan openlijk rouwen of treedt hier slui-merende intolerantie op? En wan-neer ik niet openlijk rouw, komt er dan wel een moment dat ik een rouwfase kan en durf af te sluiten? Kortom, is de vrijheid wel zo hel-pend en helend als we denken? Bie-den kaders ook niet een helpende hand in de verwerking? Zeker, naar loodzware stiltes, een naargeestige sfeer en lege rituelen verlangt nie-mand terug. Maar wat als we werke-lijk leren van bijbeltijden en vroeger jaren?


Moet ik sterk of kwetsbaar zijn?


RITUELEN

Rituelen willen katalysatoren van rouw zijn, zodat de rouw werkelijk beleefd wordt en het verlies en ver-driet een plaats gegeven kan wor-den. Naar mijn inzicht moeten we ons goede rituelen niet laten afne-men en nieuwe rituelen niet op laten dringen. Daarom blijven we niet hangen in lege rituelen maar willen we er wel op een bijbels ver-antwoorde manier invulling aan geven. Een periode donkere kleding dragen als voortzetting van het rouwgewaad kan helpen. Laten we er dan wel het boeteaspect aan ver-binden, het besef dat we verzoend moeten zijn voordat we God kunnen ontmoeten. Vroeger lag een rouw-gewaad of doodshemd niet voor niets klaar bij wijze van memento mori.

GEEN ROUW MEER

Het is nodig elkaar te helpen om rouw en verdriet te verwerken. Ge-bed voor elkaar is van groot belang. Rouwgebruiken mogen en kunnen ons daarbij helpen. Maar dat gaat niet zonder Gods zegen. Daarom mogen we boven alles de troost bij God zoeken, in het volbrachte werk van Christus. Hij heeft gezegd: ‘Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was hij gestorven, en ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid. Gelooft u dat?’ (Joh.11: 25,26).

In Openbaring lezen we de troost-volle belofte: ‘God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. (…) En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw’ (21:4,5a).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

RITUELEN HELPEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken