Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE SLUWE VOS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DE SLUWE VOS

Herodiaanse vorsten [4: Herodes Antipas]

8 minuten leestijd

Herodes Antipas regeert over Galilea en Perea in de tijd van het openbare optreden van Johannes de Doper en Jezus Christus. Beide profeten zullen zijn pad kruisen.

Herodes Antipas, in het Nieuwe Testament steeds Herodes genoemd, is door zijn vader, Herodes de Grote, in een van zijn laatste testamenten als hoofderfgenaam aangewezen. Het is voor Antipas dan ook een bittere pil dat zijn vader kort voor zijn dood zijn broer Archelaüs als hoofderfgenaam benoemt.

Antipas’ protest hiertegen bij keizer Augustus heeft geen succes, zodat hij genoegen moet nemen met een klein deel van het koninkrijk, Galilea en Perea. Officieel is zijn titel tetrach (viervorst) maar door zijn onderdanen (en ook door de evangelisten Mattheüs en Markus) wordt hij doorgaans koning genoemd. Hij zal van 4 voor Christus tot 39 na Christus over zijn vorstendom regeren.

PILATUS

Antipas weet net als zijn vader een goede band op te bouwen met de Romeinse machthebbers. Josephus vertelt dat vooral zijn vriendschap met keizer Tiberius hecht is. Wanneer Antipas een nieuwe hoofdstad in Galilea laat bouwen, noemt hij die ter ere van hem Tiberias (Joh.6:23) en het meer van Galilea wordt zo de Zee van Tiberias (Joh.21:1).

Met Pilatus, de nieuwe stadhouder van Judea, klikt het echter niet. Als Pilatus schilden met menselijke afbeeldingen in Jeruzalem brengt, protesteert Antipas daartegen bij de keizer. Ook het harde optreden van Pilatus tegen Galileeërs die de tempel in Jeruzalem bezoeken, waarbij meerderen omkomen (Luk.13:1), zal hun relatie geen goed hebben gedaan.

GEHEIM ADVISEUR

In het zuidelijke deel van Antipas’ rijk, Perea (het Overjordaanse), treedt Johannes de Doper op (Joh.1:28, 3:26). Hij preekt en doopt bij de Jordaan, maar komt ook aan het hof van Antipas. Als Antipas trouwt met Herodias, de vrouw van zijn halfbroer Filippus, levert Johannes daar kritiek op (Mark.6:18). Antipas laat hem op aandringen van Herodias gevangen nemen en opsluiten (Mark.6:17).

Herodias wil Johannes doden, maar Antipas wil dat niet omdat hij ontzag heeft voor deze profeet (Mark.6:20). Antipas beschermt Johannes in de gevangenis tegen zijn vrouw en geeft hem ruimte om met zijn leerlingen en anderen contact te houden (zo ook met Jezus, Matt.11:2).

Antipas luistert graag naar Johannes en raadpleegt hem voor zijn beleid. ‘Veel dingen deed hij pas na hem erover gehoord te hebben.’ (Mark.6:20) Zo wordt de gevangen Johannes een geheim adviseur van Antipas, zoals de gevangen Jeremia dat ooit was voor koning Zedekia. Deze situatie verandert door tussenkomst van Herodias. Zij zint op een mogelijkheid om Johannes uit de weg te ruimen. Die kans doet zich voor bij een verjaardagsfeest van Antipas. In de burcht Machaerus, waar Johannes in de kerker gevangenzit, wordt een groot feest georganiseerd waarbij veel hooggeplaatste gasten aanwezig zijn.

Herodias’ dochter Salome danst voor de aanwezigen en bekoort Antipas daar zo mee dat zij van hem een wens mag doen. Hierbij zweert hij die te zullen vervullen. Salome vraagt dan in opdracht van Herodias het hoofd van Johannes de Doper. Was dit een vooropgezette val? Antipas kan nu in ieder geval niet meer terug en laat Johannes, tegen zijn wil in, onthoofden (Mark.6:21-28).

OORLOG MET NABATEA

Antipas’ huwelijk met Herodias heeft nog een ander gevolg. Antipas’ eerste vrouw is de dochter van koning Aretas van Nabatea, het Arabische rijk aan de zuidgrens van Perea (vgl. 2 Kor.11:32). Vermoedelijk was het huwelijk van Antipas met haar bedoeld om deze grens van zijn rijk veilig te stellen.

Nu zij door Herodias’ komst van haar plek is gestoten, gaat zij terug naar Nabatea en beklaagt zich bij haar vader, Aretas. Deze valt met zijn leger Perea binnen en brengt Antipas een grote nederlaag toe. Antipas vraagt keizer Tiberius om steun en deze schiet hem met Romeinse troepen te hulp. Veel Joden zien Antipas’ nederlaag als een straf van God voor het doden van Johannes de Doper.

BEDREIGER VAN JEZUS

In het andere gebied van Antipas, Galilea, treedt Jezus op. Zijn prediking en wonderen maken daar grote indruk. Als Antipas hiervan hoort, is hij bang dat Hij de uit de dood opgestane Johannes de Doper is (Mark.6:14-16). Antipas had dus zowel een slecht geweten als besef van Gods werkzaamheid in Johannes de Doper en in Jezus van Nazareth. Antipas wil weten wie deze Johannes/Jezus is en wil Hem daarom ontmoeten (Luk.9:9). Om de dreigende belangstelling van Antipas te ontlopen, wijkt Jezus uit naar het gebied van Filippus (Luk.9:10). Niet lang daarna dreigt Antipas Jezus te willen doden (Luk.13:31). Als deze bedreiging Jezus ter ore komt, noemt Hij Antipas ‘die vos’ (Luk.13:32). Zoals een vos zijn prooi niet rechtstreeks aanvalt maar op een sluwe manier besluipt, zo valt ook Antipas Jezus niet rechtstreeks aan maar indirect: hij intimideert Jezus door te dreigen met moord en hoopt Hem zo uit zijn land te verjagen. Jezus laat Antipas berichten wat Hij doet: ‘Ik werp demonen uit en verricht genezingen’ (Luk.13:32). Daarmee wijst Hij hem erop dat Hij de Sterke is over Wiens komst Johannes gesproken heeft. Tevens profeteert Hij dat Hij inderdaad de dood tegemoet reist die hij Hem toewenst. Hij zal echter niet in zijn territorium gedood worden maar in het centrum van Israël, Jeruzalem (Luk.13:33). Antipas’ vijandige houding tegenover Jezus zien we ook weerspiegeld in de houding van de herodianen, de partij die nauw met de Herodiaanse vorsten samenwerkt. Leden uit deze groep spannen met een aantal farizeeën tegen Jezus samen (Mark.12:13, Matt.22:16).

ONTMOETING MET JEZUS

Antipas’ wens om Jezus persoonlijk te zien komt uit tijdens het proces van Jezus. Antipas verblijft die dagen in Jeruzalem om het paasfeest te vieren. Wanneer Pilatus tijdens de rechtszaak hoort dat Jezus uit Galilea afkomstig is, draagt hij Hem over aan de jurisdictie van Antipas. Jezus wordt naar zijn paleis gebracht en geboeid voor hem geleid.

Antipas is blij Jezus te ontmoeten. Hij heeft veel over Hem en Zijn wonderen gehoord en hoopt nu zelf een wonder mee te maken (Luk.23:8). Uitgebreid begint hij Jezus te ondervragen, maar tot zijn teleurstelling antwoordt Jezus hem met geen woord. Dan laat Antipas uit frustratie hierover zijn soldaten met Hem spotten. Ze trekken Jezus een prachtig gewaad aan alsof Hij een koning is en zenden Hem zo naar Pilatus terug. Zonder dat te beseffen beeldt Antipas de waarheid uit: de geboeide Man voor hem is inderdaad de Koning.

VERBROEDERING

De gang van zaken in Jezus’ rechtszaak heeft voor Antipas nog een onverwacht gevolg. Pilatus’ welwillende houding jegens hem, waarbij hij hem niet alleen om advies vroeg maar de hele zaak aan hem overdroeg en zijn eigen vriendelijke reactie daarop, waarbij hij op zijn beurt de zaak weer overdroeg aan Pilatus, leiden tot verbroedering van beide heersers. De wederzijdse erkenning van elkaars bevoegdheden maakt de voormalige vijanden deze dag tot vrienden (Luk.23:12).

CHRISTENEN AAN HET HOF

Van een paar mensen uit het hof van Antipas horen we dat zij tot geloof in Jezus Christus zijn gekomen. Lukas noemt Johanna, de vrouw van Antipas’ rentmeester Chusas. Zij is een van de volgelingen die met Jezus meetrekt en Hem ook financieel ondersteunt (Luk.8:3).

In de gemeente van Antiochië horen we van ene Manahen (Hand.13:1). Het Griekse woord waarmee hij wordt aangeduid, betekent letterlijk ‘zoogbroeder’, maar kon in hofkringen ook een intieme vriend aanduiden. Deze Manahen was dus in ieder geval kind aan huis bij Antipas.

Lukas heeft voorafgaande aan het schrijven van zijn boeken diverse ooggetuigen ondervraagd (Luk.1:2). Het is goed mogelijk dat hij Manahen en/of Chusas heeft gesproken en van hen allerlei dingen heeft gehoord over Antipas en zijn hof. Ondanks dat mensen uit zijn omgeving in Christus geloven, is er geen enkele aanwijzing dat Antipas zelf het evangelie heeft aangenomen.

ONDERGANG

In 37 overlijdt keizer Tiberius. Hij wordt opgevolgd door Caligula. Het lukt Antipas niet om zijn gunst te winnen. Integendeel, zijn neef Herodes Agrippa I (Hand.12) stookt keizer Caligula tegen hem op, waardoor hij in ongenade valt. Caligula neemt Antipas in 39 zijn vorstendom af, schenkt het aan Herodes Agrippa I en verbant hem naar Lugdunum (Lyon), waar hij een paar jaar later sterft.

INTIMIDATIE

Antipas speelt een trieste rol in het Evangelie. Hij liet Johannes de Doper doden en Jezus Christus bedreigen en later bespotten. Hij had verscheidene aanwijzingen dat God op een bijzondere manier in Jezus van Nazareth werkzaam was, maar kwam niet verder dan Hem op een sluwe manier te intimideren. Antipas hoorde als vorst een leeuw te zijn, maar tegenover de leeuw uit de stam van Juda gedroeg hij zich als een vos.

Ds. D.M. Heikoop is predikant van de hervormde gemeente te Rijswijk (N.-Br.).

Volgende week deel 5, over Herodes Agrippa I.

Johannes de Doper voor Herodes Antipas tijdens een verjaardagsfeest in de burcht Machaerus. Een schilderij van Pieter de Grebber.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

DE SLUWE VOS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken