Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

PLAN VAN AANPAK GEWENST

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

PLAN VAN AANPAK GEWENST

Financiële bewustwording is eerste aandachtspunt

9 minuten leestijd

In tientallen kleine hervormd-gereformeerde gemeenten staan de financiën onder druk. Om geldzorgen het hoofd te bieden, moet er dus een plan van aanpak komen. Het eerste wat daarvoor nodig is, is bewustwording.

De commissie Steunfonds gemeenten van de Gereformeerde Bond merkt in de praktijk dat het nogal eens lang duurt, voordat echt doordringt dat het financieel niet goed gaat met de gemeente. Daarom is het eerste advies van de commissie, die zelf lering heeft getrokken uit allerlei situaties in den lande: werk aan bewustwording.

GEEFPATROON

Soms duurt het lang voordat men beseft dat het met de geldstromen niet goed gaat. Meestal ligt dit aan het feit dat er nogal wat reserves zijn, er is nog eigen vermogen. Als kerkrentmeesters jaarlijks 25.000 euro tekort komen, is dat niet zo nijpend wanneer er een eigen vermogen van een half of heel miljoen is. Er wordt in onze ogen nogal eens te laks op gereageerd.

Dringend wordt het wanneer een gemeente geen toestemming krijgt om te beroepen vanwege het jaarlijkse tekort. Wat ons betreft zou een gemeente hieraan voorafgaand, dus eerder, actie moeten ondernemen. Dat zijn kerkrentmeesters verplicht aan hun gemeenteleden die geld geven. Zij zijn er verantwoordelijk voor. Daar past geen lijdzame houding bij als er tekorten zijn of dreigen te ontstaan. Ten diepste zijn zij ook verantwoording schuldig aan het Hoofd van de gemeente. Dat overstijgt de gemeenteleden natuurlijk verre.

Is het niet raadzaam zijn als kerkrentmeesters tijdig in kaart brengen hoe het geefpatroon zich zal ontwikkelen door de leeftijdsopbouw van de gemeente inzichtelijk te maken? Daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen. Ook financieel gezonde gemeenten zouden daar goed aan doen.

En als het ‘niet goed’ gaat, is het verstandig om bij elkaar te komen, dat te onderkennen en om samen te besluiten, echt besluiten dus, dat er een plan van aanpak moet komen.

INVESTEREN

In eerste instantie – en dat geldt natuurlijk voor alles in het gemeenteleven – is hiervoor gebed nodig. We moeten ons niet laten verleiden tot de gedachte dat dergelijke dingen maakbaar zijn. ‘Zonder Mij kunt u niets doen.’ (Joh.15:5) Dat geldt zeker ook voor een financieel plan van aanpak. Als de noodzaak daarvan is doorgedrongen, is gebed het machtigste wapen dat we hebben. Daarnaast staan kerkrentmeesters voor de taak om plannen van aanpak te maken. Hoewel de meesten van hen dan meteen aan bezuinigen denken, is dat niet de enige optie. Bezuinigen kan – en in de meeste gevallen is dat ook noodzakelijk – maar het is ook mogelijk de betrokkenheid te vergroten. De kerk is geen bedrijf. De kerk wil vooral en vooreerst het Evangelie van zonde en genade laten klinken. Daar ligt het hart van het gemeenteleven. Als dat respons oplevert, dan zal dat ook meer leden of beter gemotiveerde leden opleveren en dus meer opbrengst. Het één heeft nu eenmaal met het ander te maken, ook al voelt dat moeilijk.

Soms zien we dat gemeenten bij financiële krapte meer tijd en menskracht inzetten om de ‘wijngaard’ te bewerken. Dat doet de commissie Steunfonds goed. Investeren in evangelieverkondiging en pastoraat bedrijven is en blijft het hart van de gemeente.

POST VOOR POST

Hoe maak je nu zo’n plan van aanpak? Kort gezegd komt het erop neer dat kerkrentmeesters post voor post eens eerlijk onder de loep nemen. Daarbij is het vooral belangrijk dat ze vragen stellen bij iedere post. Gaan we wel op een goede manier met ons bezit om? Hebben we onroerend goed, landerijen, geldelijk vermogen en is daar wat mee te doen? Is de koster op termijn te vervangen door vrijwilligers? Moeten organisten een vergoeding ontvangen of kan dat ook anders? Zijn onze gemeenteleden te activeren om meer te geven? Is dat reëel? Is er iets te doen op het gebied van duurzaamheid, zodat dat op termijn voordeel oplevert? Er bestaan subsidies, maar winnen we die wel maximaal in? Soms moeten er grote vragen aan de orde komen: Moeten of kunnen we met een andere gemeente samengaan? Moet uiteindelijk toch een percentage van de predikantsplaats ingeleverd worden? Deze twee vragen worden vaak als laatste gesteld, je komt daarmee immers aan de kern van gemeente-zijn. Emotie gaat dan een grote rol spelen.

Maar juist om die laatste grote vragen te kunnen vermijden, moeten de eerstgenoemde echt gesteld worden. Daar moedig ik kerkrentmeesters toe aan. Het is noodzakelijk dat zij de situatie eerlijk onder ogen zien. De antwoorden zal elk college zelf moeten formuleren. Die zijn soms moeilijk en niet gewenst, maar tegelijk nodig. Zo kan dat gaan als je gemeente in de marge wordt.

HET VERMOGEN

Het vermogen vraagt ook om aandacht. In het verleden brachten liggende gelden zeven, acht en soms zelfs negen procent rendement op bij de bank. Dit is vandaag de dag natuurlijk helemaal niet meer zo. De bank geeft nu iets meer dan niets.

Als alle gemeenten nu weer het rendement van vroeger zouden kunnen realiseren, dan zouden er veel problemen opgelost zijn. Als een gemeente bijvoorbeeld een half miljoen eigen vermogen heeft en daar vijf procent rendement op kan maken, kan ze daarmee een exploitatietekort van 25.000 euro op jaarbasis oplossen. De begroting is dan sluitend. Om dit, nagenoeg zonder risico, in de praktijk te realiseren is echter niet eenvoudig. Er zijn wel gedachten over hoe dat zou kunnen – natuurlijk nagenoeg zonder risico – maar dat moet verder onderzocht worden. De commissie kan op dit moment niets toezeggen.

DESKUNDIGE HULP

De commissie stimuleert gemeenten ook om deskundige hulp in te roepen. Het is heel goed mogelijk dat colleges van kerkrentmeesters op een aantal terreinen te weinig kennis in huis hebben. Dat is geen schande, maar laten ze dan niet schromen om iemand met verstand van zaken om advies te vragen. Zeker als het over grote dingen gaat zoals beleggingen, onroerend goed of rentmeesterschap is het raadzaam notarissen of goed onderlegde adviseurs te raadplegen. Het zou zelfs zomaar kunnen dat een gemeente die zelf in huis heeft. Laten kerkrentmeesters niet aarzelen om vrijblijvend van hun inzet en kennis gebruik te maken. Ik benadruk wel dat dit vrijblijvend moet gebeuren en dat kerkrentmeesters dat ook duidelijk van tevoren aangeven.

Als commissie Steunfonds gemeenten worden we wel eens ingeschakeld voor een advies, lang voordat er grote problemen zijn. Dat waarderen we. Het betekent dat kerkrentmeesters er alert op zijn om de zaak op de rails te houden. Het is goed wanneer kerkrentmeesters voor belangrijke besluiten of keuzes ruim de tijd nemen, zodat ze een weloverwogen beslissing kunnen nemen. Grote beslissingen neem je niet op een achternamiddag, die mogen even overwinteren.

TRANSPARANTE COMMUNICATIE

‘Wie een toren bouwt, overrekent eerst de kosten.’ Dit betreft natuurlijk de financiën, maar het geldt ook voor de communicatie met de gemeente. Kerkrentmeesters moeten mee berekenen hoe de gemeente op bepaalde beslissingen en keuzes zal reageren.

Het is noodzakelijk om gemeenteleden transparant in te lichten. Zeker bij ingrijpende beleidswijzigingen of andere pittige maatregelen moet dat echt gebeuren. Bij voorkeur op tijd en in alle rust en met een open mind. Nog noodzakelijker is dat wanneer de gemeente een percentage van de predikantsplaats moet inleveren. Dat raakt de gemeente namelijk in het hart en kan met behoorlijke emoties gepaard gaan.


De gemeente is niet van de kerkenraad of van de gemeenteleden


We moedigen kerkenraden aan tot transparant overleg. Wie draagvlak en begrip wil kweken voor ingrijpende, maar noodzakelijke beslissingen, moet aandacht en tijd besteden aan het transparant voorlichten van gemeenteleden. Laten kerkenraden ook proberen op dergelijke bijeenkomsten ieder lid echt recht te doen. Iedereen moet zijn woord kwijt kunnen.

SAMENWERKING

De tijd kan aanbreken dat gemeenten samenwerking moeten overwegen om te overleven. Dat ligt altijd heel moeilijk. Soms ligt er ‘oud zeer’, van welke aard dan ook. Daarnaast heeft elke gemeente haar eigenheid: de liturgie, het kerkgebouw, de eigen vertrouwde plek, te veel om op te noemen. Ook voor kerkenraadsleden is het een geweldig grote stap als het zo ver moet komen. Laten we dan bedenken dat onze Zaligmaker het Hoofd van de gemeente is. Het is Zijn gemeente. De gemeente is echt niet van de kerkenraad of van de gemeenteleden. Kerkelijk denken waarbij we zien en geloven dat we lid mogen zijn van Zijn gemeente, geeft bescheidenheid. Deze manier van denken is essentieel voor een kerkenraad die terechtkomt in de fase van toewerken naar samenwerking. Daarnaast staat hij voor de lastige, maar noodzakelijke taak om de gemeente mee te nemen in deze kerkelijke visie. Dat vergt geduld en invoelingsvermogen.

De commissie wil kleine gemeenten niet ontmoedigen. Ook wil en kan ze hun niets opleggen. Kerkenraden blijven te allen tijde verantwoordelijk voor de stappen die genomen worden, overigens ook voor de stappen die niet genomen worden. Wel spoort de commissie kerkenraden en kerkrentmeesters aan de eigen situatie eerlijk onder ogen te zien en die met elkaar van hart tot hart te bespreken. Laten ze de noodzakelijke maatregelen nemen en dat met wijsheid en inzicht. ‘En als iemand van u in wijsheid tekortschiet, laat hij die dan vragen aan God, (...) Maar laat hij er in geloof om vragen en daarbij niet twijfelen. Immers, wie twijfelt, lijkt op een golf van de zee, die door de wind voortgestuwd en op- en neergeworpen wordt.’ (Jak.1:5,6)

J. Gelderblom uit Hekendorp is lid van de commissie Steunfonds gemeenten van de Gereformeerde Bond.


DORKWERD: HULP UIT KRIMPEN BIJ VBW

Vanuit ons kleine Dorkwerd kijken we recht op de meest noordelijke (en rijkste) nieuwbouwwijken van Groningen-stad. Als gemeente willen we graag mensen uit deze wijk verwelkomen om het goede nieuws van Jezus Christus aan door te geven. Want uiterlijke welvaart is geen garantie voor innerlijke vrede.

Een van de dingen die we als kerk hebben georganiseerd, is een Vakantie Bijbel Week voor kinderen. Omdat we zelf creativiteit, ervaring en mankracht voor een dergelijk groot project te kort kwamen, zochten we hulp bij een andere gemeente. Via allerlei bestaande contacten werd dat de gemeente van Krimpen aan den IJssel. In 2013 en 2015 kwam er een groep jongeren uit Krimpen voor een week naar Dorkwerd. De Dorkwerders zorgden voor onderdak en de jongeren organiseerden een fantastische week voor kinderen. Wij hebben genoten van het enthousiasme, de betrokkenheid en de inzet van de Krimpenezen. Die betrokkenheid bleek onder meer in december 2015, toen twee kinderen die via hun opa en oma naar de Vakantie Bijbel Week waren gekomen, in Dorkwerd werden gedoopt. Hartverwarmend om die ochtend vanaf de preekstoel een aantal jongeren uit Krimpen in de kerk te zien zitten.

MICHEL VAN HEIJNINGEN, KERKELIJK WERKER

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PLAN VAN AANPAK GEWENST

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken