Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vrouw en ambt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vrouw en ambt

Drie nieuwe publicaties leggen verschillende accenten

9 minuten leestijd

Al minstens een halve eeuw duikt de vraag telkens opnieuw op: mag een vrouw een kerkelijk ambt bekleden? Mag ze diaken, ouderling of zelfs predikant worden? Nieuwe uitgaven over dit thema blijven verschijnen. Ook afgelopen jaar rolden drie boekjes over vrouw en ambt van de pers.

We geven ze hier aandacht. Laat ik beginnen met Meedenken met Paulus. Letter en Geest in de bezinning op vrouw en ambt van de christelijke gereformeerde predikant dr. Bert Loonstra. Een theologische uitwerking van wat mijn goede kennis als gewoon gemeentelid verwoordde (zie kader).

Letter en Geest

Loonstra behandelt het onderwerp vanuit hetgeen Paulus zegt over de verhouding tussen ‘letter’ en Geest. De wet van de zonde en de dood vervloekt ons, maar de wet van de Geest brengt leven, aldus de auteur. Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet. Onder die vloek vallen volgens hem niet alleen alle Joodse wetten, ook de wet van de Tien geboden valt eronder. Het gaat immers niet om de letter, maar om de wet in het hart, de wet van de Geest. De gelovigen zijn door Christus bevrijd en moeten zich niet opnieuw een slavenjuk laten opleggen.

Toch wil ds. Loonstra ook weer niet alle concrete geboden die de apostel oplegt, in de ban doen. Maar hij gaat er wel veel vrijer mee om dan bijvoorbeeld Augustinus en Calvijn deden.

Eerstgenoemde wees in zijn (door Luther verslonden) De Spiritu et littera nadrukkelijk op de vreugde in het onderhouden van Gods wet. Onbegrijpelijk dat Loonstra dit klassieke standaardwerk over de letter en de Geest niet heeft meegewogen.

Ook Calvijn wees er, net als Augustinus, op dat allerlei concrete apostolische vermaningen niet op gespannen voet staan met Paulus’ visie op letter en Geest, maar dat ze maatgevend zijn voor alle tijden. Terwijl er voor Loonstra eigenlijk maar één criterium is: staan ze ten dienste van de verbreiding van het Evangelie?

Zwijgteksten

Dat is voor hem tevens het enige criterium voor de beoordeling van de zogenaamde zwijgteksten, zoals 1 Korinthe 14:34 en 1 Timotheüs 2:11-14. De voortgang van het Evangelie was in Paulus’ dagen het meest gediend met de bestaande verhoudingen. Vandaar dat ook hij vrouwen het zwijgen oplegde in de gemeente en dat hij slaven opriep zich te schikken in hun lot.

In onze tijd ligt dit allemaal anders. Daarom moeten we, volgens de auteur, uit naam van het bevrijdende Evangelie, bepaalde concrete voorschriften terzijde leggen om niet te worden ingesnoerd door onbegrepen regels en om geen wezensvreemde identiteit opgedrongen te krijgen. Het is hetzelfde geluid als in de recente dissertatie van Myriam Klinker-de Klerck klinkt.

En de scheppingsorde dan? Die is voor Loonstra ook geen aangelegen punt, omdat scheppingsordeningen volgens hem binnen de kaders van bepaalde culturen worden geïnterpreteerd.

Verrassend vind ik wel dat Loonstra, met een beroep op de scheppingsvisie van Paulus, aarzelend geneigd is een uitzondering te maken voor de vrouw als predikant. Dat is naar mijn idee niet geheel consequent, want waarom heeft hij dan ook niet dezelfde aarzeling bij vrouwelijke ouderlingen?

De vraag blijft wel of Loonstra’s hermeneutische benadering recht doet aan het bijbelse spreken. En of we niet te veel cultuurvolgend worden, in plaats van voldoende cultuurkritisch te blijven. Bovendien zou je met de hermeneutische sleutel die Loonstra hanteert ook zomaar Paulus’ teksten over de homoseksuele praxis kunnen neutraliseren, als zijnde een blokkade voor de voortgang van het Evangelie. Juist in ons huidige culturele klimaat is dat goed voorstelbaar. Denk maar aan alle commotie rondom de Nederlandse versie van de Nashville-verklaring.

Alleen ambtelijk?

Heel anders dan Loonstra gaat ds. Pieter Niemeijer, predikant in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), met de zwijgteksten om. Hij stond, totdat hij in 2014 opnieuw met dit onderwerp aan de slag ging, helemaal achter de klassieke uitleg, namelijk dat aan de vrouw geen leer- of regeerambt toekomt.

Hij kan ook absoluut niet uit de voeten met hen die hermeneutische sleutels hanteren als Loonstra. Hij concludeert dat je op deze manier de Bijbel duidelijk het zwijgen oplegt. Hij verwijst dan naar Bonhoeffer die een dergelijke manier van redeneren vergeleek met een kind dat van vader naar bed moet, maar dat reageert: ‘Vader wil dat ik naar bed ga omdat ik rust moet hebben, maar ik word rustig van spelen en dus ga ik niet naar bed maar blijf ik spelen.’

Ds. Niemeijer bekent dat zijn nieuwe onderzoek hem heel wat zekerheden uit handen geslagen heeft. De genoemde teksten uit 1 Timotheüs 2 tonen volgens hem aan dat de exegese van de zwijgteksten nogal verambtelijkt is. Terwijl het in vers 8 nog over ‘alle plaatsen’ gaat, staat boven vers 9 in de HSV ‘De vrouw in de gemeente’.

Bovendien vraagt hij zich af waarom de scheppingsorde in dergelijke teksten alleen schijnt te gelden in de kerk. Een scheppingsorde is immers een orde voor de hele schepping. Volgens hem heft de gelijkwaardigheid van man en vrouw in Christus de scheppingsorde op.

Handelingen 15

Niemeijers betoog wordt echt spannend wanneer hij ingaat op de ‘enculturatie’, het gestalte geven van het Evangelie in de cultuur. Toen het Evangelie de Grieks-Romeinse cultuur binnenkwam, werden niet alle Joodse inzettingen meer gehandhaafd, zoals bijvoorbeeld de besnijdenis, de spijswetten en de sabbat. De Geest ruimde beletsels op en opende wegen om te gaan. In Handelingen 15 klinken dan de woorden: ‘… het heeft de Heilige Geest en ons goedgedacht u verder geen lasten op te leggen dan…’ Waarom zou in onze tijd daar dan ook niet de last van de zwijgteksten onder mogen vallen? zo vraagt hij zich af.

Toch blijft het volgens mij dan nog wel de vraag waarom juist de heidenapostel Paulus na het bewuste apostelconvent in Handelingen 15 deze teksten nog ‘oplegde’. Was dat echt alleen vanwege de culturele context?

En als Niemeijer stelt dat begaafde en leidinggevende vrouwen eeuwenlang uitzonderingen waren, maar dat ze nu steeds meer voorkomen en we daar misschien toch wel de leiding van de Geest in mogen zien, vraag ik me meteen af of onze tamelijk geesteloze tijd zoveel meer vrouwen die begiftigd zijn met de zogenaamde charismata, telt dan enkele eeuwen geleden. Hoewel velen tegenwoordig natuurlijk wel meer onderlegd zijn.

Geen wenkend ideaal

Tot pagina 77 lijkt heel ds. Niemeijers betoog op een nauwkeurig uiteengezet pleidooi voor vrouwen in het ambt. Maar hoewel hij schrijft dat de zwijgteksten het dienen van zusters niet hoeven te verbieden, blijft hij toch voorzichtig in zijn conclusies. Er is volgens hem geen direct en ondubbelzinnig schriftbewijs ‘vóór de inschakeling van zusters’ wat de ambten betreft.

Ook geeft hij toe dat de apostelen afstand nemen van een zich emanciperende samenleving en dat ze vrouwen hun plaats in Gods orde wijzen. Hij stelt duidelijk dat, hoewel de Bijbel wel altijd kritisch en bevrijdend op een cultuur inspreekt, ze er toch nooit de slaaf van mag worden. Hij waarschuwt er ook uitdrukkelijk voor om niet op een zogenaamde geestelijke manier Gods gebod buiten werking te stellen. Bovendien ziet hij de huidige stand van zaken in onze samenleving niet als een wenkend ideaal of als een ijkpunt voor de positie van man en vrouw in de kerk. ‘Wat we nu zien, is een veredeld individualisme en concurrentiegedrag. (…) De Bijbel heeft ons en onze samenleving nog wat te leren.’ Heel actueel is zijn oproep om het man en vrouw-zijn niet met elkaar te vermengen. ‘…maak je niet aan elkaar gelijk, want je bent geroepen om elkaar aan te vullen en zo een eenheid te vormen.’ (p.59)

Consequenties

Als de schrijver, die zijn uiterste best heeft gedaan om allerlei weerbarstige teksten zo vrouwvriendelijk mogelijk uit te leggen, niet zonder slag of stoot de consequentie van de noodzaak van vrouwen in het ambt trekt en toegeeft dat hij zelf gevoelsmatig nog niet zover is, dan moet ons dat tot de nodige voorzichtigheid manen. Het feit dat in het boek Handelingen geen vrouwen tot apostel werden aangesteld en dat de Heere Jezus ook alleen maar mannelijke leerlingen koos en dat alleen zij in Openbaring 21 genoemd worden als degenen wier namen staan op de fundamenten van het nieuwe Jeruzalem, geeft te denken.

Alle ruimte

Tot slot kwam in 2018 ook het boek Samen met de vrouwen. Bijbelstudies over m/v in de kerk uit. De auteurs, uit een breed scala aan disciplines, geven eerlijk aan dat ze bij de uitleg en toepassing van bepaalde teksten eigen keuzes hebben gemaakt en dat ze onder andere ook beïnvloed zijn door de tijdgeest. Dat is in het hele boek merkbaar. Ze komen tot de conclusie dat Paulus aan vrouwen alle ruimte biedt om hun gaven in de verschillende bedieningen en ambten te gebruiken, ook ‘om in het openbaar met gezag het evangelie te verkondigen’. (p.60).

Zowel in dit boek als in dat van ds. Niemeijer kom je wel onder de indruk van de plaats die de Bijbel aan vrouwen toekent. Vanuit deze positieve insteek hadden zij gerust duidelijker kunnen toegeven dat er ook gedeelten in de Bijbel staan die weerbarstiger zijn dan wij zouden wensen.

Ik denk aan de uitspraak van dr. Sam Janse in ‘Letter & Geest’ (de wekelijkse bijlage van Trouw) van 28 december: ‘Je kunt het van grote delen van de Bijbel zeggen: masculien, vrouwonvriendelijk, patriarchaal. (…) Bedenk ook dat wie alleen maatschappelijk en politiek correcte teksten wil lezen een klein bijbeltje overhoudt.’


Niet eenduidig

Rond Kerst vertelde ik een goede kennis, lid van een hervormd-gereformeerde gemeente zonder vrouwelijke ambtsdragers, dat ik bezig was met een artikel over de zogenaamde ‘zwijgteksten’ in de Bijbel.

Hij vroeg zich verbaasd af of we ons daar nog steeds mee bezighouden. In onze tijd draaien vrouwen in alle sectoren mee, stelde hij vast. ‘Zouden ze dat dan niet mogen in de kerk? Het gaat er toch om dat mensen met het Evangelie in aanraking komen en gaan geloven?’ zo luidde zijn redenering.

Deze reactie geeft duidelijk weer dat ook in onze kring het denken over dit onderwerp niet zo eenduidig is. Bovendien luistert het in onze tijd van genderneutraliteit en gelijkheidsdenken allemaal zeer nauw.


N.a.v. Dr. Bert Loonstra, ‘Meedenken met Paulus. Letter en Geest in de bezinning op vrouw en ambt’, uitg. Buijten & Schipperheijn Motief, Amsterdam; 127 blz.; € 12,95.

N.a.v. Pieter Niemeijer, ‘Over zwijgteksten, scheppingsorde en Geesteswerk. Bijdrage aan het denken over vrouw en ambt’, uitg. Vuurbaak, Hilversum; 111 blz.; € 14,95.

N.a.v. Henk Folkers, Maaike Harmsen, Almatine Leene en Maarten Verkerk (red.), ‘Samen met de vrouwen. Bijbelstudies over m/v in de kerk’, uitg. Boekencentrum, Utrecht; 64 blz.; € 10,99.


Ds. H. Liefting uit Gouda is emeritus predikant en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Vrouw en ambt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken