Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De stem van de Levende

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De stem van de Levende

Pasen schept hoge verwachtingen van de preek

7 minuten leestijd

De preek is een vast onderdeel van de zondagse eredienst. Maar wie hoort door de preek de stem van de Levende? Zonder Pasen valt er niets te preken. Dat blijkt duidelijk in 1 Korinthe 15, als Paulus de opstanding uit de doden verdedigt.

Tegenover mensen die de opstanding van het lichaam loochenen, laat hij aan de hand van de redenering van het ongeloof zien dat de ontkenning van de lichamelijke opstanding de prediking van het Evangelie ondermijnt. Want als doden niet opstaan, dan is ook Christus niet opgewekt. En als Christus niet is opgewekt, is de prediking zonder inhoud, en het geloof evenzo. Dan zijn wij valse getuigen van God, zegt Paulus. Wij hebben immers van God getuigd dat Hij Christus uit de doden heeft opgewekt (1 Kor.15:13-15). Het verband tussen Pasen en de prediking blijkt overigens meteen aan het begin van dit hoofdstuk. Paulus roept de Korinthiërs in herinnering dat hij hun heeft overgeleverd wat hij zelf had ontvangen: Christus is gestorven voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften. En Hij is begraven en op de derde dag opgewekt, opnieuw zoals God heeft gezegd (1 Kor.15:3-4). Naar dit verkondigde Evangelie roept Paulus de gemeente terug.

Zeepbel

De loochening van de opstanding is een bedreiging voor de prediking. Immers: wat valt er te preken als Christus niet is opgestaan? Dan lijkt het op bellenblazen. Als zo’n mooie zeepbel uit elkaar klapt, houd je niets over. Zonder Pasen zijn preken woorden zonder inhoud.

In positieve zin betekent dit dat Pasen de verkondiging inhoud geeft. De evangelieboodschap draait immers om Christus, de Gekruisigde en de Opgestane. Veelzeggend genoeg loopt 1 Korinthe 15 uit op een paaspreek. Paulus wijst de redenering van het ongeloof resoluut van de hand: ‘Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden en Hij is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn.’ (1 Kor. 15:20) De beste weerlegging van de dwaling is de prediking van het Evangelie.

De vraag is dan wel wat we bedoelen met de evangelieverkondiging. Paulus gebruikt in 1 Korinthe 15 verschillende werkwoorden: evangeliseren (vers 1), overleveren (vers 3), prediken (vers 12) en getuigen (vers 15). Ieder woord heeft een eigen nuance, maar ze veronderstellen alle dat er iets beslissends voorafgaat aan de evangelieverkondiging. God heeft Zijn Zoon opgewekt uit de dood. Wie preekt, geeft stem aan de boodschap van de Levende. Omdat Christus de Gekruisigde én de Opgestane is, valt er te preken; alleen daarom!

Gods daden

Zo bezien komt elke preek langs het kruis van Christus. En het gaat in de verkondiging altijd via Zijn open graf. Hiermee is niet gezegd dat elke preek een Goede Vrijdagpreek of een paaspreek is. Het Evangelie kent immers vele facetten: rechtvaardiging en heiliging, kennis van je schuld en getuige zijn in deze wereld, leven met God en met elkaar, zorg voor de schepping en het perspectief van het Koninkrijk. Preekstof genoeg voor een mensenleven. Maar zonder kruis en opstanding hangt het in de lucht. De preek is meer dan een aantal ideeën over God; ze is verkondiging van Gods grote daden. Zoals de verlossing uit Egypte en Babel bepalend is voor de verkondiging in het Oude Testament, zo bepaalt Pasen de nieuwtestamentische prediking. Pasen is immers: God maakt een nieuw begin. Hij weet raad met onze zondeschuld. Als Koning zal Hij heersen. En straks wordt de dood, de laatste vijand, tenietgedaan. Dan zal God het lichaam van al de Zijnen opwekken. Wat in oneer is gezaaid, wekt Hij op in heerlijkheid.

Kwetsbaar

De daden van God geven de preek inhoud. Daarmee is nog iets beslissends gezegd over de prediking. Verkondigen gebeurt uit Naam van God, op Zijn gezag. Dat moeten we bedenken, juist als de zondagse preek een kwetsbare aangelegenheid is. Want soms lijkt preken verdacht veel op bellenblazen. De preek kan als een zeepbel uit elkaar spatten. Ze raakt de hoorder niet, al doet de predikant nog zo zijn best. De preek raakt niet aan het leven, om welke reden dan ook. En trouwens: ook de prediker kan zichzelf soms de vraag stellen of preken wel zin heeft.

Misschien voelt hij het juist op Pasen wel dat de verkondiging boven de gemeente blijft hangen. En hij weet ook van ongeloof, soms diep verborgen in het hart. Een valse getuige zijn, dat gevaar ligt altijd op de loer. Maar dan moeten prediker én hoorders terug naar het begin. Alsof Paulus het vandaag tegen ons zegt: Broeders en zusters, ik maak u het Evangelie bekend. Preken begint bij het heilsfeit: Christus is gestorven voor onze zonden en Hij is opgewekt! Om het leven van mensen te raken, moet het in de preek over de levende Christus gaan.

Verwachting

Het moet echter niet alleen óver Hem gaan; waar het Evangelie met gezag klinkt, daar is de stem van de Levende. Door Woord en Geest komt Christus tot ons. Een preek is meer dan goede uitleg met een actuele, praktische toepassing. Dat kunnen immers woorden over Christus blijven. Predikers moeten er op bedacht zijn: maken we Christus niet monddood, met al onze woorden? Onze woorden kunnen de zaak dichttimmeren, dan is er geen ruimte voor de Geest. En dan komt Christus niet aan het woord. Wie dichtbij het Woord blijft, geeft daarmee ruimte voor Christus: Ik leef, en u zult leven! Hij zoekt ook vandaag mensen op. Zoals Maria Magdalena, Petrus en Johannes. En zelfs Thomas, met al zijn vragen. God weet ons te vinden, in onze nood en dood.

Dat bevrijdt de preek van overspannen verwachtingen: ze moet boeiend zijn, op de tijd betrokken, met voldoende aandacht voor kinderen, activerend om missionaire gemeente te zijn, appellerend om te geloven en om dit in de praktijk handen en voeten te geven. En, om er nog andere belangrijke elementen aan toe te voegen: in de preek moet het gaan zonde en genade, over de toe-eigening van het heil, over hoe je met de Heere kunt leven en sterven. Waar de stem van de Levende klinkt, komt het allemaal aan bod. Niet alles in een preek tegelijk, maar van stap tot stap. Zoals Jezus Zijn discipelen opzocht, in hun ontreddering. Hij sprak hen aan, in hun eigen taal. Hij zond hen uit, de wereld in. En op Zijn Woord geloofden ze Hem. Daarom preken we, vol verwachting van Christus. Omdat we geloven dat Hij, de Levende, ook tot ons spreekt, in deze tijd.

Behelpen

Niet alleen de predikant moet bedacht zijn op de stem van God; de hoorder niet minder. Inderdaad: om de stem van Christus te horen, hebben we de zondagse preek nodig. Het is een kwetsbaar middel, maar we mogen er wonderen van verwachten. Waar het Woord klinkt, daar is immers de stem van Christus te horen. Het lijkt alsof we ons moeten behelpen met de preek. Een predikant is immers geen engel. Maar God bedient Zich van de preek, om ons aan te spreken.

Dit schept hoge verwachtingen. Preken is immers verkondigen, Christus in het middelpunt zetten: ‘Zie het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt.’ Bij Hem moeten we zijn! ‘God moet tot ons komen in het gewaad van de verkondiging. Er moet ons gezegd worden wie en wat God is. Dan kan, daardoor, het geloof in ons hart gewekt worden. Uit onszelf weten we dat nooit zo precies, wie en wat God is. Wij houden het althans niet vast. We leven er niet uit. We geloven het ook nooit helemaal. Daarom moeten we daar steeds weer aan herinnerd worden. Dat geschiedt in de prediking. Deze wordt elke zondag gegeven en elke zondag is een paasdag in het klein: daar wordt ons telkens gezegd dat God alle dood te boven komt en overwint, ons opwekt en doet opstaan – opdat we dat telkens weer zouden geloven. In Jezus Christus zijn alle beloften van God ‘ja en amen’ (A.A. van Ruler).

Over drie dagen zal het Pasen zijn.

Zo gij Zijn stem dan heden hoort,
gelooft Zijn heil- en troostrijk woord.
Verhardt u niet, maar laat u leiden.


Gespreksvragen

1. In hoeverre speelt het verwachtingspatroon van de hoorder een rol bij de preekvoorbereiding? Wat betekent het in dit verband dat in de preek de stem van de Levende klinkt?
2. Pasen schept hoge verwachtingen. Probeer concreet te maken wat dit inhoudt voor de wijze waarop we de zondagse preek ontvangen.
3. In hoeverre moet elke preek ‘langs het kruis en via het open graf’? Zo ja: hoe krijgt dit gestalte in de preek? En zo nee: waarom niet?


Dr. A.J. Kunz is docent godsdienst aan Driestar educatief te Gouda.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 18 April 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De stem van de Levende

Bekijk de hele uitgave van Thursday 18 April 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken