Bekijk het origineel

Elia aan de beek Krith 2

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Elia aan de beek Krith 2

6 minuten leestijd

Daarna geschiedde het Woord des Heeten tot hem, zeggende: Ga weg van hier en wend U naar het Oosten, en verberg U aan de beek Krith, die vooraan de Jordaan is; enz.

1 Koningen 17 : 2^-7

In het voorgaande schreef ik u over Elia aan de beek Krith, op hoog bevel. Elia had des Heeren Woord aangehoord en in gehoorzaamheid Gods bevel opgevolgd. Het leefde in Elia's hart: 'k Zal ii-oor Gods oog, naar Zijn bevelen leven; Zo wordt door Zijn naam altoos verheven; zo wordt Zijn lof vergroot (Ps. 56:6).

Dezulken zullen gewaar worden dat de bevelen des Heeren recht zijn. Verblijdende het hart; het gebod des Heeren is zuiver, verHchtende de ogen. En in het houden van die is grote loon. Nu wil ik met u stilstaan bij Elia aan de beek Krith, met rijke belofte. Eha had te doen met een bevelend God, maar ook met een belovend God. Zo was het ook met ons in Adam in de staat der rechtheid. Daar hebben wij ook Gods bevelen en belofte ontvangen. En in Adam hebben wij allen die bevelen en beloften aanvaard. Daar was het: Doe dat en gij zult het eeuwige leven verwerven. Het eeuwige leven was daar de inhoud van 's Heeren belofte. Doch wij hebben de gehoorzaamheid vrij en moedwillig opgezegd en de belofte versmaad, verworpen, verbeurd, verzondigd. Kreeg men dat goed in te zien, dan zou er anders gedacht en gepredikt worden over de belofte, en het welmenend aanbod van genade. Ach werden toch de ogen geopend van onze diepe val enerzijds, dan zou men inzien dat er geen één is die iets met de belofte en/of genade op heeft tenzij de Heere ons schuldenaar gemaakt heeft. Gelooft men nu werkelijk dat de mens in zijn diepe val gewilüger is dan in de staat der rechtheid? Och wat kan een mens zichzelf toch al inbeelden en wijsmaken, zichzelf toeëigenen als een rechthebbend schepsel.

Gods belofte aan Elia was strikt persoonlijk. De Heere zelf gaf Elia deze belofte mede naar de beek Krith. En wat was de inhoud van die belofte? En het zal geschieden, dat gij uit de beek drinken zult, en Ik heb de raven geboden, dat zij u daar onderhouden zullen. Dat was de rijke belofte. De Heere zou voor Elia zorgen. Er was plaats bij Eüa voor deze belofte. En met vreugde heeft Eha deze belofte aangehoord. Het klonk in zijn ziel: Hij zal hen nimmer om doen komen in dure tijd en hongersnood. Deze belofte was als een bevestiging op Zijn prediking aan Achab: Er komt honger en dorst. Doch voor Elia was het: Uw brood is zeker efi uw water gewis. Deze belofte was dus voor het onderhoud van het tijdelijke leven. Met die belofte mocht Elia zich begeven naar de beek Krith. De Heere zal voor hem zorgen! Elia kreeg geloof om die belofte te aanvaarden, om de Heere te laten zorgen om op die belovende God zijn vertrouwen te stellen. Geliefden, Die Zelfde God leeft nog en belooft Zijn kinderen en knechten te zullen onderhouden. Zie Lukas 12 : 22Z34. Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten zult, noch voor het lichaam, waarmede gij u kleden zult; het leven is meer dan het voedsel, en het üchaam dan de kle­ ding. Aanmerk de raven. God voedt dezelve; hoeveel gaat gij de vogelen te boven! enz. Uw Vader weet dat gij deze dingen behoeft.

Jaren terug al werd ik ook eens door de verzekeringsmannen scherp aangevallen over de Goddelijke verzorging van het tijdelijke leven. Met vrijmoedigheid mocht ik hen wijzen op Gods onfeilbaar Woord. En 's avonds las ik tot krachtige bemoediging op de achterzijde van een scheurkalenderblaadje het volgende:

God zorgt

Wijk twijfeling, wijk, laat mij met rust. Want God zal voor mij zorgen. Zendt Hij nog heden de uitkomst niet, Wellicht zendt Hij haar morgen; En als het morgen niet geschiedt. Er komen nog meer dagen; Want Hij, die weet wat mij ontbreekt. Hij hoort ook al mijn klagen.

Wie weet, wie zich reeds met mijn lot Gans onbedacht bemoeien. En wie welUcht reeds 't veld bezaait. Waarop mijn graan moet groeien. Wie weet, wie reeds de tafel spreidt, Die mij tot spijs zal strekken. En waar nu nog het schaapje weidt. Welks wol mij zal bedekken.

Wie weet, waar reeds het beekje vliedt Dat mij zo straks zal drenken. Wie weet het. Heer', wie. Gij alleen. Gij, die mij 't al komt schenken. Wis hebt Gij reeds mijn weg bepaald. Wellicht leidt die door streken. Die ik niet ken, maar waar Gij 't mij Aan niets zal doen ontbreken.

Wie weet het plekje op deez' aard Dat Gij mij hebt beschoren? Wie kent het dorpje en den gaard. Die voor mij zijn verkoren? Gij weet het, trouwe Vader, Gij! Voor U is niets verborgen. Dus twijf'ling, wijk, laat mij met rust, Want God zal voor mij zorgen.

Geliefde lezers, tot heden heeft de Heere getoond een waarmaker van Zijn Woord te zijn. Misschien dat er een enkele lezer is die daaruit ook moed mag scheppen.

Weinigen zijn er nog waar de Heere Zijn belofte aan kwijt kan. Veel liever gelooft men in de verzorging door de staat of verzekeringen en fondsen. En och, bleef dat nu nog maar beperkt tot de onbekeerden. Doch hoe droevig is het te moeten vernemen, dat ook die, van wie men het liefst zou geloven dat de Heere Zijn genade aanvankelijk verheerlijkt heeft, de Heere niet laten zorgen. We zouden wel mogen vragen: wat gelooft gij van Gods voorzienigheid? Is Hij niet de Almachtige? , de GewilUge? , de Getrouwe? , de Alwetende? Heeft Hij ooit een der Zijnen beschaamd? Neen, wel beproefd, maar nooit teleurgesteld. Hij bevestigt te allen tijde: Eer ze roepen zal Ik hen antwoorden. Zijn belofte zij in Christus ja en amen.

Aan Elia maakte de Heere van te voren bekend de wijze waarop Hij hem zou onderhouden. Dat doet de Heere lang niet altijd aan Zijn volk, kinderen en knechten. Menigmaal is het voor hen een geheel verborgen zaak hoe de Heere hen zal onderhouden. Doch des te wonderlijker wordt daarmede de uitkomst. Kan de Heere bij u nog wonderen doen?

De wonderen zullen wonderen blijven, toch is er nog verschil in de wijze van verzorging. Israël werd in de woestijn gespijzigd door manna uit de Hemel. Elia kreeg de belofte dat de raven hem zouden onderhouden. Niet dat hij onderhouden zou worden als de raven, maar door de raven. Dit maakt het grote onderscheid tussen de algemene verzorging Gods voor mens en beest en de bijzondere verzorging van Zijn duurgekochte volk. Aan de beek Krith moesten de raven dienstbaar zijn om Eha te onderhouden. Daar in de plaats der verberging, ten tijde van grote nood.

Ik heb de raven geboden, dat zij u daar onderhouden. Waarom gebruikte de Heere niet een duif of een zwaluw of een andere vogel? De Heere is vrij om een voorwerp te kiezen dat Hij wil gebruiken. Menigmaal gebruikt de Heere zulke voorwerpen om Zijn Goddelijke verzorging des te wonderlijker te maken. Voor EHa, de raven geboden. En als de Heere ze gebiedt dan moeten die beesten, of ze willen of niet. Een raaf is een vraatzuchtig beest

T.

A

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 oktober 1954

De Wachter Sions | 4 Pagina's

Elia aan de beek Krith 2

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 oktober 1954

De Wachter Sions | 4 Pagina's

PDF Bekijken