Bekijk het origineel

UIT DE LANDSTREEK DER JORDAAN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

UIT DE LANDSTREEK DER JORDAAN

7 minuten leestijd

Aan mijn geliefde vriend in Mesech.

Geliefde Vriend!

We hebben thans nog iets over het Jubeljaar te schrijven. Zoals bij de behandeling van al die Oud-Testamentische feesten al gebleken is, is het volkomen en volbrachte Middelaarswerk van Christus daarin duidelijk voorgesteld geworden. Het Jubeljaar echter had een nog veel diepere geestelijke strekking dan al de feesten waarover we tot nog toe geschreven hebben. En we zouden dan ook maar het liefste, zonder u bij de uitwendige bepalingen voor dat Jubeljaar lang stil te houden, maar dadelijk op de geesteÜjke betekenis daarvan willen ingaan. Om kort te gaan, was dat Jubeljaar het vijftigste jaar onder Israël. Dit Jubeljaar moest op de grote Verzoendag die daaraan vooraf ging, met bazuingeklank worden aangekondigd. En wat we van het Sabbathjaar gehoord hebben, gold ook van het Jubeljaar, dat er dan niet gezaaid en geoogst mocht worden. De schulden werden kwijtgescholden en zij die uit armoede zich dienstbaar hadden moeten stellen, mochten weer in vrijheid wederkeren tot hun

vorige bezittingen en tot hun geslacht. De erfenis kwam dan weer in handen van de eerste bezitters. Men kreeg dus in dat Jubeljaar alles weer terug, wat men door armoede kwijtgeraakt was. Ge voelt dus gelijk al aan vrieftd, dat dit feest een diepere strekking had dan de vorige feesten die we behandeld hebben. En waar dat jubeljaar op de grote Verzoendag aangekondigd werd, kunnen wij die twee feesten ook in deszelfs geestelijke betekenis niet los van elkander zien. Ge herinnert u wel wat of we van de grote Verzoendag geschreven hebben. We hebben gezien hoe de geestelijke betekenis van wat er op die dag plaats vond, door Gods volk bevindelijk gekend wordt, als het God behaagt öm hen in de vierschaar der consciëntie te rechtvaardigen. Het Jubeljaar echter zegt ons, dat er nog wat meer is dan de vergeving van de schuld en dat is het terugbrengen tot zijn vorige bezitting. Dat er onderscheid tussen deze beide weldaden is, meen ik al eens geschreven te hebben met het voorbeeld uit de brief van Paulus aan Filémon van Onésimus. Filémon was door Onésimus bestolen. Onésimus had de vlucht genomen en had zeker niet meer te verwachten dat hij nog in gunst bij Filémon zou worden aangenomen. Door de prediking van Paulus echter was Onésimus bekeerd geworden. En nu schreef Paulus een brief aan Filémon en daarin laat hij hem weten, dat hij al wat of Onésimus van zijn heer gestolen had, zou betalen. Paulus nam dus de schuld van Onésimus op zich. Maar nu was het nog een andere zaak, of Filémon hem weer in gunst wilde aannemen. En daarom vraagt Paulus juist. „Doch gij, zo zegt hij, neem hem, dat is mijn ingewanden, weder aan. Want veclUcht is hij daarom voor een kleine tijd van u gescheiden geweest, opdat gij hem eeuwig zoudt weder hebben".

Het kan wel zijn, dat we iemand de misdaad vergeven die hij tegen ons begaan heeft, maar dat we hem toch niet meer in onze gunst aannemen. Paulus nu begeerde dat Filémon er niet alleen genoegen mee zou nemen, dat hij voor Onésimus de schuld betaalde, maar dat hij hem ook weer in zijn gunst zou aannemen. En dat is nu ook voor elk mens zo noodzakelijk, om niet alleen van de schuld verlost, maar ook in de gemeenschap Gods weer te worden aangenomen. Nu Ugt dat er vanzelf in, dat waar de schuld van de zondaar door Christus weggedragen is en dat waar die schuld de zondaar ook dadelijk wordt kwijtgescholden, hem ook de herstelling in zijn vorige staat door God geschonken wordt. Maar in de zuivere orde des heils worden de weldaden door Christus verworven, afzonderlijk gekend en is er dus een opklimmen in de kennis van die zaligheid die Christus teweeggebracht heeft. En welk een grote zaak het nu ook is, te mogen weten dat de schuld ons vergeven is, nog groter is het dat door Christus weer een volkomen herstelling te vinden is in de gemeenschap Gods, waar we ons uitgezondigd hebben. En daarop wees nu zo heerlijk hetgeen dat God bepaalde omtrent het Jubeljaar. En nu is de Heere er vrij in hoe dat Hij ons de weldaden van het eeuwige genadeverbond wil doen kennen. Het kan bijvoorbeeld zijn, dat Hij ons bij de vergeving van onze schuld tegelijk doet weten dat wc weer in Zijn gemeenschap opgenomen, ja als kind bij Hem zijn aangenomen. Echter is het de meest gewone weg des Heeren om de éne weldaad op de andere te doen volgen. En nu zien we in de meeste gevallen ook wel, dat de Heere bij degenen die Hij yan hun schuldvergeving de verzekering gegeven heeft, , in het leven verder doortrekt om hen door Zijn Geest te verzegelen van hun kindschap en hun deel aan de erfenis. Ook zien we wel dat daar meest niet zo'n lange tijd meer tussen ligt. Hij brengt dan Zijn volk na de daad der schuldvergeving weer in een gemis, dat ze in de eerste tijd soms zelf niet verklaren kunnen. Ze gevoelen dat er als het ware een leegte bij hen is en toch weten ze zelf niet wat of er bij hen nog aan hapert. Maar het één of andere middel gebruikt God soms om hun dat nader bekend te maken. Dan worden ze er aan ontdekt, nog geen thuiskomen met medeweten voor hun ziel te hebben ontvangen. Het vrijmoedig toegaan tot God als Vader in Christus wordt gemist. Dat wordt een schrijnende wond; dat wordt een smartelijk gemis. De Heere doet het hen in die weg gêvoeUg inleven, welk een scheiding de zonde teweeggebracht heeft. Al weten ze dat God in Christus Zijn toorn tegen hen heeft afgelegd, het is toch nog weer wat andets om te mogen weten dat Hij ze ook in Christus weer als kind geëigend heeft. Nu keert weliswaar de rechterhjke toorn niet meer terug, want die benauwheid zal niet ten tweeden male oprijzen, maar om bij de schuldvergevende liefde eens meer tot de diepte van de Vaderlijke liefde te worden ingeleid, is toch weer een andere zaak.

De ziel moet twee dingen leren verstaan. En dat is, dat God naar Zijn rechtvaardigheid de zonden niet ongestraft kan laten, maar ook dat Hij krachtens Zijn heiligheid met de zondaar geen gemeenschap hebben kan. En hoe nodig is het nu dat de ziel het niet alleen weten zal, dat de gerechtigheid Gods door de Borg voldaan geworden is, maar tevens de Christus de zondaar gewassen door Zijn Bloed, weer in gemeenschap met dat vlekkeloos heilige Goddelijke Wezen terug kan brengen. Dat nu kondigt de grote Verzoendag aan, maar dat ook móet zielsbevindelijk worden gekend. En als ge nu een voorbeeld in de discipelen neemt, dan kunt ge daarin duidelijk zien, dat een stad niet op een enkele dag gebouwd wordt en een huis niet op enige reize. Al had Christus Zich ook als opgestaan uit de dood aan hen geopenbaard en al was het alzo grote Verzoendag voor de discipelen geworden, ze stonden er toch ook weer blind voor dat Hij nog ten hemel op moest varen en dat op de Pinksterdag de Heilige Geest moest worden uitgestort. Die hen in alle waarheid leiden zou en dus ten volle zou doen verstaan, wat of de betekenis was van al de gebeurtenissen die achter hen lagen. De hemelvaart van Christus immers was noodzakelijk om de kerk weer terug en thuis te brengen in de eeuwige gemeenschap Gods. Maar dit alles nu wordt door de toepassende en verzegelende bediening des Geestes hier op aarde reeds door het geloof omhelsd en alzo wordt de zaligheid die daarin ligt, hier reeds door het geloof gesmaakt. Ge begrijpt wel, dat als er van die gangen wat openvalt, dat we er dan nog niet over klaar zijn. We hopen dus de volgende keer, als de Heere er nog iets van zou willen openen, nog verder over dat Jubeljaar te schrijven. Ontvang nu wederom de hartelijke groeten van

Uw liefhebbende vriend injifl^ landstreek der Jordaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 november 1954

De Wachter Sions | 4 Pagina's

UIT DE LANDSTREEK DER JORDAAN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 november 1954

De Wachter Sions | 4 Pagina's

PDF Bekijken