Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

IETS OVER TONEEL

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

IETS OVER TONEEL

4 minuten leestijd

Reeds eerder schreven we iets wat Dr. A. Kuijper van de komedie zei. Hij achtte het voor de

Christen ongeoorloofd, evenals alle rechtzinnige vaderen. En terecht. Ieder, die iets krijgt te gevoelen van het gewicht der eeuwigheid en van het gruwelijke en zielsverwoestende van de zonde, zal zich ook afkeren van het onwaarachtige en doorgaans schandelijke gedoe van toneel enz.

Het is wellicht goed er eens op te wijzen, dat onder toneel ook vallen: bioscoop en televisie. Immers het daar gegevene komt op dezelfde wijze tot stand, n.1. door acteren. Verder ook hoorspelen en dergelijke, zoals die voor de radio ten gehore gebracht worden.

Hoe scherp Kuijper zich tegen de komedie keerde, moge ook blijken uit een door hem met een inleidend woord vereerd boekje, genaamd: , .Behoort een Christen in de Komedie? " Het bevat drie pleidooien van de Geneefse predikant G. Tophel, die in de leer zeker niet rechtzinnig mocht heten. Het verderfelijke van het toneel deed hem zich fel daartegen keren. Enkele gedeelten wilden we laten volgen:

„De goede (? B.) stukken zijn een brug voor de slechte, en herscheppen ons toneel in een kweekhof voor ondeugd. Langzamerhand verstompt daar werkelijk het zedelijk gevoel. Men gaat ongemerkt van wat eerbaar is tot het meest verlagende. Glijdt de schouwburg niet zelf langs dat hellend vlak? Past niet op hem het best dat woord der Openbaring: , , Die vuil is dat hij nog vuil worde"? Als men op de menselijke hartstochten wil werken, is men wel gedwongen •— wil men niet dat de lieden dadelijk verzadigd zijn •— de hoeveelheid vergift steeds te vermeerderen, tot men van de ene bedwelming in de andere vervalt, en zich wentelt in het onreinste slijk.

Op het toneel is men reeds lang daartoe gekomen; zeker ten minste in Frankrijk, en zelfs het heiligste wordt meegesleept. Huwelijks- en kinderliefde, kuisheid, beginselen en gewetensbezwaren, het vaderschap, de ouderdom, de vroomheid, het gebed, het Heilig Avondmaal, leven, dood, God-Zelf, er is niets zó eerbiedwaardig, zó rein, edel of heilig, dat het toneel niet in zijn slijkpoel heeft gesleurd: niets laags, verachtelijks, veroordelenswaards is er, hetwelk het zijn vrienden niet heeft opgedist. Altijd zoekend naar nieuwe prikkels voor de verwende gehemelten, is er geen onmogelijke toestand, die het toneel niet elke dag uitdenkt, om zo de ondeugd openlijk te kunnen vertonen, of wat erger is, haar onder een aanlokkelijke sluier te doen zien."

En even verder schrijft hij: , , 0, als ik bij die gelegenheid een droeve blik heb moeten werpen in het leven der toneelvrouwen, sedert heb ik mij overtuigd, dat het leven van dit arme jonge meisje maar al te zeer regel was, en geenszins uitzondering. Gij weet niet wat er in de schouwburg omgaat, gij, die er met heel uw huishouden zo vrolijk heen gaat. In die al te nauwe betrekking tussen twee geslachten, in een beroep dat hen steeds veroordeeld tot zedelijke vermomming, tot het dagelijks ruilen van het ene karakter voor het ander, nu het edelste, straks het laagste, in die tentoonstelling der vrouw, die recht tegen haar roeping in aan de blikken van een opgewonden publiek prijs wordt gegeven, in één woord in al die valse, dat blanketsel, die bestendige leugen —• in dat al moet zulk een aanval op de menselijke waardigheid liggen, ja zelfs op de kracht van eigen persoonlijkheid, dat het gevolg bijna onvermijdelijk een onzedelijk leven is."

En nog even verder: „Overigens zijn zulke gevallen (n.1. van een deugdzame vrouw, B.) aan het toneel zo zeldzaam — tenminste wat de vrouw betreft ^ dat men ze , , plaatselijke onnatuurlijkheden" noemt, en Rousseau terecht schreef: „Zullen wij het een eerbaar vak noemen, waarbij een eerbare vrouw een wonder is'. en dat altijd."

Hoewel deze schrijver dus niet tot de rechtzinnige gereformeerden behoorde, dacht hij er nog wel even anders over dan de zogenaamde gereformeerde professoren aan de Vrije Universiteit. De gereformeerde toneelclubs hebben zo weinig eerbied meer voor hun grote voorman, dat ze hem nu op de planken na-apen. Maar dit is de eigen vrucht van de stellingen van Dr. A. Kuijper, die in de leer van de hechte grondslagen van Gods Woord afweek. Welk een les voor ons allen. En wie zou niet vrezen, want benauwdheid der tijden kon wel eens nabij zijn.

B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 augustus 1955

De Wachter Sions | 4 Pagina's

IETS OVER TONEEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 augustus 1955

De Wachter Sions | 4 Pagina's

PDF Bekijken