Bekijk het origineel

DE KLACHT van een HOOGBEGENADIGDE APOSTEL 6

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DE KLACHT van een HOOGBEGENADIGDE APOSTEL 6

7 minuten leestijd

Ik, ellendig mens, wie zal mij vet' lossen uit het lichaam dezes doods? Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere. (Rom. 7:24 en 25).

Het is toch een bodemloze afgrond van zonde en ongerechtigheid. Men had het toch vroeger nooit kunnen denken, dat zich deze diepten van grondeloos verderf nog openbaren zouden. Maar men moet er wat van leren wat de apostel in het 18e vers gezegd heeft: Want ik weet, dat in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont. Dat breekt de hoogten van alle zelfverheffing hoe langer hoe meer af. Dat doet ons aan de weet komen wie of de mens is en dat aan hem in het zaligworden de minste eer niet toekomt. Zo wordt in de heiligmaking de kroon bij vernieuwing nog eens omgekeerd. De kroon gaat er af en een verdoemelijke, walgelijke, stinkende zondaar blijft er over, die uit kracht van de ontdekking aan hetgeen de mens in zichzelf is, hoe langer hoe meer zich krijgt af te keren van alle verheerlijking van het schepsel. Zo had de apostel zichzelf leren kennen en zo spreekt hij van zichzelf als een ellendig mens. Onverbeterlijk en onveranderlijk bevond hij zich in zijn verdorven natuur. Daarom roept hij uit: wie zal mij verlossen? Dan gaat de vrome eigengemaakte godsdienst er bij de mens wel aan, hoewel hij door ontdekking er nog maar al te veel van bij zichzelf vinden kan. Maar hier schiet toch een krachteloos mens over die met alle vleselijke krachten van het schepsel zich niet helpen kan. Die krijgt het toch nergens benauwder onder dan onder een godsdienst, waarin men zelf nog wat maken kan.

Maar de apostel laat ten besluit toch zien, dat hij verstaat wat of hij in dit hoofdstuk aangaande dej^cvangelische heiligmaking en de verlossing door Christus beschreven heeft. Ik dank God, zo roept hij uit, door Jezus Christus, onze Heere. Allereerst geeft hij met deze dankzegging te kennen, dat hij hier de reeds aanvankelijke verlossing erkent, die hem is geschonken. Waar hij nu in de weg der heiligmaking kennis maakte met de macht van dat verdorven vlees, daar kreeg hij nu te zien welk een verlossing hem reeds was geschonken, daar de zonde toch over hem niet heersen kon, daar hij niet onder de wet, maar onder de genade was. Hoe dat ook de wet der zonde hem gevangen nam en hij in dat lichaam dezes doods moest zuchten, de zonde had toch haar heersende macht over hem verloren, zodat hij geen dienstknecht der zonde was.

Maar hierin erkent de apostel de genade Gods. a, hierin zal dat volk de genade Gods leren rkennen, want waar ze hun krachteloosheid «ren kennen tegenover de macht van het verdorven vlees, daar wordt het genadewonder zoveel te groter, dat die wet der zonde hen toch let meer tot haar dienstknecht maken kan. O ie kracht Gods waardoor ze bewaard worden ^n die onbezweken trouw, die nooit hun val gs' ^°gen zal! Dat is die kracht der Goddelijke geïade, die veel sterker is dan de macht van het Verdorven vlees. Hoe menigmaal moeten ze van- Fge de waarneming van de macht van dat verdorven vlees wel niet met bange vrees zijn ver- 'uld van in die macht geheel en voor goed erstrikt te raken. Daarom zijn ze ook gelukzahg die geduriglijk vrezen. Als Goddelijke genade er niet boven stond, ze zouden ook nog door de macht van dat verdorven vlees verslonden wordeil. Maar ik dank God, zegt de apostel, door Jezus Christus, onze Heere. Nu komt te heerlijker uit, zo wil hij zeggen, - wat of ik in dit hoofdstuk geschreven hebï namelijk dat ik door Christus vrijgemaakt ben van die wet die mij eertijds vanwege de macht van het verdorven vlees tot de dood gevangen hield. Want toen wij in het vlees waren, wrochten de bewegingen der zonden, die door de wet zijn, in onze leden, om de dood vruchten te dragen. Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welke wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des geestes, en niet in de oudheid der letter. Nu kan de zonde toch geen oorzaak meer nemen door het gebod, zo wil hij zeggen, om des doods vruchten te dragen. En zo kan de wet mij ook niet meer in dienstbaarheid der zonde gevangen houden. Bij de mens van nature is het zo, dat de vloek der wet waaronder hij ligt, de zonde machtigt om de mens onder haar heersende kracht gevangen te houden. Maar o, nu die verlossing waarin de apostel zich beroemen mo< 'ht!

En hoe iiij nu ook zuchi: eii'-''kioesi in he(. lichaam der zonde en des doods, hij mocht weten dat die vrijmaking door Christus hem ook eens tot een volkomen verlossing zou zijn. Hij zou eens verlost worden van het lichaam dezes doods. Ik dank God, zo roept hij uit. Hij dankt God Die hij als een verzoend God en Vader in Christus had leren kennen en Die naar Zijn grote barmhartigheid hem had wedergeboren tot een levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden. Hij dankt God die in de verlossing door Christus hem aanvankelijk geschonken. Zijn eeuwig welbehagen had geopenbaard waarnaar Hij hem verordineerd had tot de eeuwige heerlijkheid en tot de onverderfelijke, onverwelkelijke en onbevlekkelijke erfenis. Hier hgt de eeuwige ruimte en de ademtocht voor de benauwde ziel die onder de macht van het verdorven vlees in het lichaam dezes doods hier op aarde nog moet zuchten. Dankende de Vader, Die ons bekwaam gemaakt heeft, om deel te hebben in de erve der heiligen in het hcht; Die ons getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft in het Koninkrijk van de Zoon' Zijner liefde; in Dewelke wij de verlossing hebben door Zijn bloed, namelijk de vergeving der zonden. Zo dankt de apostel God, door Jezus Christus, onze Heere. Door Hem in Wie Hij naar Zijn onnaspeurlijke wijsheid die weg der verlossing bepaald heeft. Door Hem Die door de Vader Zijn kerk niet alleen tot rechtvaardigmaking, maar ook tot heiligmaking en een volkomen verlossing geschonken is. Door Hem, Die de Leeuw uit de stam van Juda is, Die overwonnen heeft. Door Hem Die met Zijn voorbede steeds voortreedt bij de Vader en Die Zijn kerk gereinigd en geheiligd door Zijn dierbaar bloed, Zijn Vader voor zal stellen als een reine maagd zonder vlek of rimpel. Door Hem is het dat Paulus niet met die vraag behoeft te blijven zitten van: Ik, ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Nooit was er die verlossing geweest, als er Die Middelaar niet was. Daarom zal uit die smartelijke ontdekking die we u aan de hand van die uitroep van de apostel beschreven hebben, die veflossing door Hem toch te meer waarde krijgen voor de kerk. Door Hem verkrijgt die kerk toch eens die volkomen verlossing van het lichaam dezes doods. Hoe vast ook gekluisterd ze zich hier bevinden kan door die banden van dat hchaam dezes doods, maar die gevangenis is toch door Christus gevangen genomen. Eens zullen die banden toch voor goed verbroken worden. Zulk een verlossing staat de kerk door Christus te wachten. Hetgeen het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord en in het hart des mensen niet is opgeklommen, namelijk om God zonder zonde eeuwiglijk te dienen en te prijzen. Om eeuwiglijk God te danken door Jezus Christus, onze Heere. O neen, dan is het toch nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen en dan blikken we hier toch nog maar door een spiegel in een duistere rede. Wat zal toch die verlossing zijn! Mocht de danktaal van de apostel ons dan nog eens opwekken om van uit dit lichaam dezes doods ons reikhalzend uit te streikken naar die onuitsprekelijke zaligheid, waarin we eeuwig verlost van ons zelf, ons volmaakt in God'verhezen zullen. Amen.

Bru.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1955

De Wachter Sions | 4 Pagina's

DE KLACHT van een HOOGBEGENADIGDE APOSTEL 6

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1955

De Wachter Sions | 4 Pagina's

PDF Bekijken