Bekijk het origineel

Uit de Landstreek der Jordaan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit de Landstreek der Jordaan

8 minuten leestijd

Aan mijn geliefde vriend in Mesech.

Geliefde Vriend!

Zo mochten we de vorige keer reeds stilstaan bij de Hefelijkheid van 's Heeren woningen zoals de dichter daarvan spreekt in het 2e vers van de 84e Psalm. We hebben gezien dat die woningen hem niet alleen liefelijk waren vanwege de uitwendige schors van Israels godsdienst, maar omdat hij door het geloof de rijke betekenis mocht verstaan van al wat er in die woningen des Heeren te aanschouwen was. Alles wees in die woningen naar Christus heen. De woningen zelf wezen ook naar Christus heen. Wat gaf het anders te kennen dan dat de Zone Gods Zelf eens onder de mensen tabernakelen zou, wanneer Hij als de waarachtige God in de menselijke natuur onder de mensen zou leven en verkeren. Dat wil wat zeggen, vriend! Hoe dierbaar begint Johannes in zijn Evangelie met ons op de rijke betekenis daarvan te wijzen, als hij zegt: In de beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in de beginne bij God. Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. En dan zegt hij in het 14e vers: En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijne heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van de Vader) vol van genade en waarheid. En dan gaat hij nog verder met ons op de rijke betekenis daarvan te wijzen, als hij in vers 17 en 18 zegt: Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in de schoot des Vaders is. Die heeft Hem ons verklaard.

Daar hebt ge dus de rijke betekenis van Christus' menswording. Hij, Die in de schoot des

Vaders was, het uitgedrukte Beeld van Gods Zelfstandigheid en het Afschijnsel van 's Vaders heerlijkheid is in de menselijke natuur op aarde gekomen. Maar waar Hij uit kracht van eeuwige generatie het uitgedrukte Beeld Gods is en dus alle volmaakte Goddelijke eigenschappen in Hem te vinden zijn, daar is Hij God in de volmaaktheid van Zijn Wezen en eigenschappen op de aarde gaan verklaren. En in dat doel van Zijn komst en dat tot zaligheid van de uitverkorenen, heeft Christus Zelf Zich verheugd, wat we lezen .in Matth. 11 : 25 tot en met 27 en Luc. 10 : 21 en 22: Te dier ure verheugde Zich Jezus in de geest, en zeide: Ik dank U, Vader, Heere des hemels en der aarde; dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve de kinderkens geopenbaard; ja, Vader, want alzo is geweest het welbehagen voor U. Alle dingen zijn Mij van Mijn Vader overgegeven; en niemand weet, wie de Zoon is, dan de Vader; en wie de Vader is, dan de Zoon, en die het de Zoon zal willen openbaren.

We hadden nooit God in de volmaaktheid van Zijn deugden tot onze zaligheid kunnen kennen, als de Zone Gods tot dat einde niet in de menselijke natuur op de aarde gekomen was. Alle ware kennis van God die ter zaligheid is, zijn we door onze diepe val geheel en al kwijtgeraakt. Dat is de duisternis waarin wij door onze zondeval zijn terechtgekomen. En nooit was er meer in die duisternis enig licht van zaligmakende Godskennis te vinden geweest, als de Zone Gods niet in het vlees gekomen was. Maar daarom is het dat Johannes in dat zelfde gedeelte zoeven door ons aangehaald, van Christus spreekt als het Licht dat in de wereld gekomen is. In Hetzelve was Eet Leven, en het Leven was het Licht der mensen. En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen. De minste rechte bevatting van de volmaakte deugden Gods is er bij de mens niet meer te vinden. Maar wat zal het dan zijn, als God Zich buiten Christus straks bij zijn dood aan hem zal gaan verklaren in de volmaakte deugd van Zijn rechtvaardigheid en van Zijn ontzaglijke eeuwige toorn tegen de zonden. Dan zal God Zichzelf dus ook verklaren aan de mens, maar buiten Christus. En zo had God nu rechtvaardig alle mensen hier op de aarde in die duisternis kunnen laten liggen totdat Hij Zichzelf bij de dood en dan tot in alle eeuwigheid verklaren zou in Zijn rechtvaardigheid en gramschap.

Maar nu wil Hij Zich in Christus hier op de aarde gaan verklaren in al Zijn volmaakte deugden tot de zahgheid Zijns volks. O vriend, dat wil toch wat zeggen. Heel de wereld ligt in duisternis door de zonde verzonken en heel het mensdom van God gescheiden en verlaten. En nooit was er meer één vonkje van dat volheer- Hjke licht van een ware zaligmakende kennis van Gods volmaakte deugden bij de mens te vinden geweest, als de Zone Gods niet op de aardf was gekomen. Doch we weten, zegt de apostel Johannes, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, dat wij de Waarachtige kennen; en wij zijn in de Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige leven. Zoals God Zich nu nooit in de onnaspeurlijke rijkdom van Zijn eeuwi4; e hefde en ondoorgrondelijke barmhartigheid en dat door de allerluisterrijkste uitschittering van Zijn rechtvaardigheid had kunnen verklaren aan de mens voor de val, zo doet Hij dat nu na de val. Nu gaan we een weinigje de bedoehng van Johannes vatten, als hij zegt: Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in de schoot des Vaders is. Die heeft Hem ons verklaard. God is niet te zien met lichamelijke ogen. Zo heeft Adam in de staat der rechtheid Hem ook niet kunnen zien. En zo heb ik Hem ook nooit gezien, zegt Johannes. Maar ik heb Hem gevoeld. Ik heb Zijn toorn gevoeld, in de overtuiging van mijn schuld. Ik heb Zijn rechtvaardigheid waargenomen in mijn ziel. Maar ik heb ook Zijn eeuwige liefde gevoeld zoals die zich in Christus ontsloot. Ik heb Zijn zoete gunst gevoeld in de liefderijke nederbuiging van dat dierbare en volzalige Wezen tot mijn ziel. De eniggeboren Zoon, Die in de schoot des Vaders is. Die heeft Hem ons verklaard. Nu gaan we aanvoelen waarom de woningen des Heeren zo liefelijk voor David waren. Daar mocht hij de zoete gunstrijke tegenwoordigheid des Heeren waarnemen in zijn ziel. Dat God Zich een woning liet bouwen onder de mensen, dat gaf te kennen dat God Zijn gunstrijke tegenwoordigheid onder de mensen betonen wilde. En daar had David in zijn ziel wel eens wat van waargenomen in de weg van de Goddelijke instellingen. Daarom waren die woningen hem zo liefelijk. En waar hij nu van die woningen verstoken was, daar kon God hem even zo goed nog iets van die gunstrijke tegenwoordigheid doen ondervinden. En dat wilde de Heere genadiglijk doen ook. Maar toch was het hart van David aan de instellingen verbonden. Zou dat bij Gods volk nog niet zo zijn? Het is geen goed teken als we buiten de instelhngen leven kunnen. Er zijn er velen die geloven dat de instellingen er niet meer zijn. Zij blijven thuis zitten, ook al zou de waarheid nog in hun omgeving te beluisteren zijn. Volgens hen is de openbaring van de kerk er niet meer. Ik verwacht van die mensen dat ze dan wel veel in de eenzaamheid het zullen beweneii dat de woningen des Heeren er niet meer zijn. Maar ik wil er gelijk bij zeggen dat ik het sterk betwijfel of ze dat doen. Ik denk dat ze nog wel erg in d'r .schik zijn met d'r huisgodsdienstoefeningen. Maar hoewel David van de instelhngen verstoken was, hij geloofde nog wel dat ze er waren. En die zitten er nu nog wel in het land, zo hier en daar, die werkelijk niet meer kunnen opgaan, maar die toch nog wel geloven dat het er nog is, al is het weinig geworden. Maar die gevoelen nu temeer hoe liefelijk dat die woningen zijn. Hun ziel is ook wel eens begerig en bezwijkt soms van verlangen, naar de voorhoven des Heeren. We hopen daar een volgende keer wat meer van te schrijven aan de hand van het volgende vers. Er mocht voor hen in de landstreek der Jordaan nog eens wat vertroosting openvallen uit de 84e Psalm, want vriend, ik moet toch altijd aan hen denken als ik zo uit de landstreek der Jordaan aan U zit te schrijven. Ik hoop ze dan ook op deze wijze nog een beetje te kunnen bereiken. Ze zouden heus niet thuis behoeven te zitten als ze overal onder op konden gaan, want aan woningen ontbreekt het daartoe niet. Het Christendom van deze tijd zal zulke mensen niet kunnen begrijpen die thuis blijven zitten en er zich over moeten beklagen dat ze van de woningen des Heeren verstoken zijn. Er zijn toch overal kerken genoeg? Maar ja, die mensen hebben nu eenmaal aan een kerkgebouw en een beetje uitwendige godsdienst niet genoeg. Och, ze kunnen soms zichzelf niet verklaren. Bij zichzelf soms niet anders dan voorwerpelijkheid te kunnen vinden en toch met die voorwerpelijkheid niet mee te kunnen. Zulke mensen zijn dat nu. Nu vriend, ik breek weer eens af. Ontvang de hartelijke groeten van

Uw liefhebbende vriend uit de landstreek' der Jordaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 april 1956

De Wachter Sions | 4 Pagina's

Uit de Landstreek der Jordaan

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 april 1956

De Wachter Sions | 4 Pagina's

PDF Bekijken