Bekijk het origineel

ZWAARD, ONTWAAK!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

ZWAARD, ONTWAAK!

6 minuten leestijd

Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen de Man, Die Mijn Metgezel is, spreekt de Heere der heirscharen; sla die Herder, en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden. Zacharia 13 : 7.

Wederom zijn we genaderd tot de weken, voorafgaande aan Paschen, waarin door ons het lijden des Middelaars wordt overdacht. Het lijdt geen twijfel dat wij in bovenstaande woorden een duidelijke voorzegging aangaande dat lijden des Middelaars kunnen vinden. Geheel de weg Zijns levens hier op aarde is een lijdensweg geweest, maar aan het einde van Zijn leven is Zijn lijden aanmerkelijk verzwaard.

Er wordt hier over een ontwaken van het zwaard gesproken. Dat zwaard had dus tot opheden nog als geslapen en gerust in de schede. Wel had Christus al veel tegenspreken van de zondaren tegen Zich moeten verdragen, maar men had de handen aan Hem nog niet kunnen slaan-. Steeds lezen we weer, dat men Hem wilde doden, maar dat men de handen niet aan Hem Kon slaan, omdat Zijn ure nog niet was gekomen. Christus mocht niet door het oproerig volk gedood worden. Hij moest door de Rechters tot de dood veroordeeld worden.

Het zwaard waar de tekst van spreekt, was het zwaard van Gods rechtvaardigheid. God heeft het zwaard gegeven om daardoor wraak uit te oefenen. Zo is de Overheid Gods dienaresse die het zwaard draagt. En zij draagt het zwaard niet tevergeefs. Zij is een wreekster tot straf degene die kwaad doet. Door middel van de Overheid oefent God Zijn gerechtigheid in het straffen van de misdaad. Zo moest het zwaard van Gods gerechtigheid ook tegen Christus in het rechterlijke vonnis van Pilatus ontwaken. Wel heeft Pilatus het recht verkracht. Hij heeft de Onschuldige overgegeven tot de dood. Ten volle is Pilatus van Christus' onsohuld overtuigd geweest. Herhaalde malen heeft hij moeten erkennen, geen schuld in deze Mens te vinden. En toch was Pilatus' vierschaar Gods vierschaar, waarin die Middelaar om de zonden der Zijnen werd gesteld. Door het kromme en verdraaide recht van Pilatus voltrok zich het Goddelijke recht in het straffen van de zonden der uitverkorenen aan Christus als Borg. Al stond Hij in Pilatus vierschaar zonder schuld, in de Goddehjke vierschaar stond Hij schuldig daar Hij de ongerechtigheden Zijns volks droeg.

Daarom moest het zwaard van Gods gerechtigheid tegen Hem ontwaken. We vinden in onze tekst God de Vader .aan het woord. Hij is de Handhaver van het recht. Dat is Zijn huishoudelijk werk. Hij handhaaft de gerechtigheid van het Goddelijke Wezen. Zwaard, ontwaak tegen Mijn Her-'^er.... zegt de Heere der heirscharen.

Hij is de Heere der heirscharen, op Wiens wenk en bevel alle schepselen zijn geschapen. Hij heeft over alles te gebieden en niets geschiedt er tegen Zijn wil en besluit. Christus is naar de bepaalde raad en Voorkennis Gods overgegeven. In der waarheid zijn tegen Hem vergaderd, bei­ den Herodes en Pontius Pilatus, met de heidenen en de volken Israels, om te doen al wat Zijn hand en raad te voren bepaald had, dat geschieden zou. Neen, dat verminderde de verantwoordelijkheid niet van degenen die Hem gedood hebben. Als Petrus op de Pinksterdag heeft gepredikt, dat Christus naar de bepaalde raad en voorkennis Gods is overgegeven, heeft hij er gelijk aan toegevoegd: hebt gij genomen, en door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood.

Al voert de mens dus in het bedrijf der zonden Gods eeuwige raad uit, zo sta3.t hij zelf ten volle verj^ntwoordelijk voor zijn daden. Men wil we.' beweren, dat God de zonden niet besloten heeft, om de verantwoordelijkheid van de mens te beter te kunnen handhaven. Maar juist de lijdensgeschiedenis laat ons duidelijk zien, dat de zonden geschieden naar Gods besluit. Of zou het niet van eeuwigheid besloten zijn geweest, dat Judas de Middelaar verraden zou? ALs dit niet besloten was geweest, hoe had dan ooit in het Oude Testament reeds een profetie aangaande deze daad van Judas kunnen zijn gedaan? Nochtans heeft Judas moeten erkennen, dat hij onschuliig bloed verraden had. Hij had het gedaa? .. Dat heeft hij geweten, als zijn conscience ging ontwaken. En nu horen we hier ia de tekst wel de Vader bevel geven aan het zwaard, om tegen de Middelaar te ontwaken, maar dat wil niet zeggen dat God bevel gaf aan de hoofden des volks om Christus te doden. Wat zij deden, deden z: j uit pure vijandschap tegen Christus, waarom zij daarin waren aan te merken fis brullende leeuwen en verscheurende avondwolven.

En toch hadden zij buiten en tegen Gods wil Christus geen kwaad kunnen doen. Heeft Christus Zelf niet tegen Pilatus gezegd, dat hij die macht niet tegen Hem zou 'hebben gehad, als hem die niet van boven gegeven was? Het is juist van zulk een igrote betekenis voor ons, dat de tekst ons zegt dat God het zwaard het bevel gaf om tegen (ühristus te ontwaken.

Het zwaard der gerechtigheid moest uit de schede te voorschijn komen. De zonden moeten gestraft worden. O, laat het ons toch bedenken dat het zwaard der gerechtigheid wel lange tijd als slapende kan zijn, maar dat het eens ontwaken zal-

God zou geen God zijn, als Hij de zonden niet straffen zou. In Zijn lankmoedigheid kan Hij de zonden lange tijd nog ongestraft laten, maar Zijn lankmoedigheid neemt eens een einde. Dan roept Hij het zwaard te voorschijn. En vreselijk zal het zijn, als dat zwaard tegen ons ontwaken zal.

Laat ons toch zien, dat de lijdensgeschiedenis ons zegt, hoe God de zonden straft. Als we Christus niet alrf onze enige Borg en Middelaar leren kennen. Die voor ons de straf gedragen heeft, dan zal 't zwaard van Gods gerechtigheid eens tegen ons ontwaken. Hetzelfde lijden als wat Hij droeg, zullen wij dan eeuwig moeten dragen in de hel. Het zwaard kan niet slapende blijven; het moet eens ontwaken. De zonden moeten gestraft worden. God kan van Zijn recht geen afstand doen. Dat leert ons de lijdensgeschiedenis van Christus. Maar o eeuwige liefde, die zich dan toch in het ontwaken van dat zwaard tegen Christus heeft geopenbaard! Om die eeuwige liefde Gods recht te kunnen zien in het lijden en sterven van de Middelaar, kan nooit verzwegen worden dat het naar de eeuwige raad Gods was dat Hij door de handen der zondige mensen aan het kruis gehecht werd en gedood. Moest de Christus niet al deze dingen lijden, en alzo tot Zijn heerlijkheid ingaan? Zo moest het zwaard tegen Hem ontwaken, dat nog zo lang in de schede had gerust. Vierduizend jaren waren er aan dit lijden en sterven vooraf gegaan, waarin het zwaard wel vele offerdieren had gedood, maar daarmede bleef de gerechtigheid Gods onvoldaan. Het zwaard moest tegen Christus ontwaken, zou er voor de uitverkorenen verlossing zijn. Er is geen verzoening zonder voldoening. Zo deed de eeuwige Goddelijke liefde tot de uitverkorenen Hem Zijn Zoon in de dood overgeven, opdat er door zulk een betaling voor hun schuld voor hen aan het eisend recht zou worden voldaan. Daarom moest de tijd aanbreken, waarin het zwaard bevel kreeg om tegen Christus te ontwaken. Wat ligt de zaligheid van Gods kerk in die eeuwige raad Gods dan toch onwrikbaar vast!

(Wordt vervolgd).

V.

M.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1963

De Wachter Sions | 4 Pagina's

ZWAARD, ONTWAAK!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1963

De Wachter Sions | 4 Pagina's

PDF Bekijken