Bekijk het origineel

TOELICHTING OP DE DORDTSE KERKENORDENING

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

TOELICHTING OP DE DORDTSE KERKENORDENING

4 minuten leestijd

(vervolg)

Art. 77. De regel voor de afsnijding, (vervolg)

Het slot van het artikel wijst aan, dat de afsnijding zal volgen zo de betrokkene hardnekkig blijft, met stilzwijgende bewilliging van de kerken (dat is de eigen plaatseUjke gemeente) geschiede. Hij zal dan uitgesloten worden van de gemeenschap der. kerk. Zo spreekt ook Zondag 31, vr. en antw. 85 over de toesluiting van het hemelrijk door de Christelijke ban, dat hierbij plaatsgrijpt een uitsluiten uit de christelijke gemeente en uit het rijk van Christus, en dus een uitsluiten uit de gemeenschap aan de uiterlijke bediening van het verbond.

Het andere in het artikel gebezigde woord nl. de afsnijding, ziet op het afsnijden van een üd van een üchaam, dat wegens het kwaad er in afgesneden moet worden. Beide uitdrukkingen, voor deze droeve zaak gebezigd, vinden hun grond in de H. Schrift zelf. Daar wordt in Matth. 18, 17 aangewezen, dat als de betrokken broeder niet horen wil, de tucht uiteindelijk voortschrijdt tot de uitsluiting of afsnijding begrepen in het woord van de Heere Jezus, dat zo hij ook der gemeente geen gehoor geeft, hij zij als de heiden en de tollenaar. Zo zegt ook 1 Cor. 5, 2, dat de boze uit het middeI^zal weggedaan worden nl. van de gemeente, en in vs. 5 wordt zelfs door de Apostel bevolen hem aan de satan over te geven. In 1 Cor. 16, 22 wordt het maranatha, dat hij een vervloeking zij, over hem uitgeroepen. Gal. 5, 12 spreekt van een afsnijden van hen, die de gemeente beroeren, en in 1 Tim. 1, 20 gewaagt de Apostel Paulus er van, dat hij de twee daar genoemde ketters de satan overgegeven heeft.

Paulus sprak daar wel met apostolische macht maar er zit toch ook in de richtUjn voor de macht der kerk. Dan spreekt de Apostel nog in Rom. 9, 3 evenals in 1 Cor. 16, 22 van een verbannen zijn van Christus, wat dus de schriftuurlijke grond biedt voor de kerkelijke ban of uitsluiting uit de gemeente. Het woord , ban' komt in poHtieke, of staatsrechtelijke zin zowel voor als in kerkrechtelijke betekenis, en betekent dan buiten het gemene recht zetten. En zo is de ban dan hier een verklaren dat de betrokken persoon buiten de kring der gelovigen of de gemeente geacht wordt te zijn. Het formuHer van de ban zelf zoals het sinds de Gen. Synode van 's-Gravenhage, 1586, en ter Nat. Synode van 1618/19 ongewijzigd is geweest, en direct na het formulier van het H. Avondmaal volgen zal in het kerkboek, bestaat uit drie delen:

1. De mededeling van de onbekeerlijkheid van de overtreder en van de noodzakelijkheid van zijn afsnijding.

2. Dan volgt de omschrijving van de handeling van de afsnijding zelf, die aldus luidt: Daarom wij. Dienaars en Voorstanders der gemeente Gods alhier, vergaderd zijnde in de naam en de macht van onze Heere Jezus Christus, verklaren voor u allen, dat N. om de voorzeide zaken uitgesloten is, en wordt uitgesloten mitsdezen, buiten de Gemeente des Heeren, en vreemd is aan de gemeenschap van Christus, en van de Heilige Sacramenten, en van aUe geestelijke zegeningen en weldaden Gods, die Hij aan Zijne Gemeente belooft en bewijst, zolang hij hardnekkig en onboetvaardig bUjft in zijn zonden, en is daarom door ulieden te houden als de heiden en de tollenaar, naar het bevel van Christus, Die zegt, in de hemel gebonden te zijn, al wat Zijne (ienaars binden op de aarde.

3. Dan volgt de vermaning aan de gemeente en wordt het formuüer met daiikgebed besloten. In dat gebed wordt met diepe ootmoed beleden, dat de smart in deze afsnijding over de gemeente gebracht, verdiend is, ja, dat allen waardig zijn, om van God afgesneden en verbannen te worden. Er wordt in gepleit om vergiffenis en bewaring voor besmetting der wereld en der afgesnedenen, om getrouwheid in en zegen over het vermanen, opdat er weer blijdschap moge komen over de terugkeer van de afgedoolde, over wie nu rouw is, terwijl het geheel met het Onze Vader besloten wordt. Teder is het gebed bij alle beshstheid van handeling. Geen spoor treft men er in aan van zelfverheffing, maar ootmoed en liefde voor de afgedwaalde gaan voorop. Alleen 's Heeren bevel, met het belang van de gemeente en dat van de overtreder, zijn de beweegredenen tot de rechte gang van deze zo ernstig en gewichtvole kerkelijke handeling.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 september 1965

De Wachter Sions | 4 Pagina's

TOELICHTING OP DE DORDTSE KERKENORDENING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 september 1965

De Wachter Sions | 4 Pagina's

PDF Bekijken