Bekijk het origineel

TOELICHTING OP DE DORTSE KERKENORDENING.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

TOELICHTING OP DE DORTSE KERKENORDENING.

4 minuten leestijd

(vervolg)

Art. 77. De regel voor de afsnijding (vervolg)

Het doel van de mijding door de afsnijding kerkelijk noodzakelijk geworden, en het toch ook blijven van de natuurlijke banden, was altijd weer om de afgewekene nog voor Christus terug te gewinnen door gebed en vermaning.

Zo wordt het ook al opgevat en toegepast ter Synode van 1571 in art. 31. Daar wordt toch gezegd: De kerkendienaar zal het gebruik en het einde van de ban in 't brede verklaren, en zal de gelovigen vermanen, dat ze geen al te gemeenzame en onnodige conversatie en gezelschap met de verbannene hebben, maar zijn gezelschap schuwen, tot dien einde voornamelijk, opdat de verbannene of uitgeslotene beschaamd zijnde, emstiglijk bedenke zich te bekeren. Ook ter Synode van 1578, art. 97 luidt de verklaring, dat de Dienaar in 't brede zal verklaren het gebruik en het einde der afsnijding, en de gelovigen vermanen, dat zij geen onnodige gemeenschap of conversatie met de afgesnedene hebben, maar zijn gezelschap schuwen, inzonderheid tot dezen einde, opdat de afgesnedene door schaamte verslagen zijnde ernstiglijk bedenken mag om zich te bekeren. Dit komt ook voor in het formulier van de Synode van 1581, te vinden in het kerkelijk Handboekje, Uitg. de Banier, op p. 141.

Ten slotte is dit ook opgenomen in het formulier van de ban te 's Hage in 1586 opgesteld en aanvaard ter synode, welk formuüer, ook sinds 1618/19 in het kerkboek aanwezig is.

Daar luidt het: Voorts vermanen wij u, geliefde Christenen, dat gij u niet vermengt met hem, opdat hij beschaamd worde; nochtans hem niet houdende als een vijand, maar bij wijlen vermanende, gelijk men een broeder doet.

Ook in het gebed wordt in verband met de afgesnedene gebeden, dat er een zich wachten mocht zijn voor alle besmetting der wereld en dergener, die van de gemeenschap der Kerk zijn afgesneden, opdat wij ons huimer zonden niet deelachtig maken, en dat de afgesnedene beschaamd worde over zijne zonde. Ook wordt daar gebeden om een goede ijver, dat met goede christelijke vermaningen en voorbeelden de afgesneden persoon weer terecht gebracht moge worden.

Of een huwelijk met een afgesnedene geoorloofd is, wordt in die zin beantwoord, dat 1578 evenals 1581 het nog toelaat onder vermaan tot boetvaardigheid. Part. vr. 37, maar 1618/19 spreekt uit, dat het onbetamelijk is zodanig huwelijk met de plechtige zegen in de gemeente openlijk te bevestigen, Kerk. Handb. p. 207. Verder wordt de afgesnedene wel uitgesloten van het lidmaatschap der gemeente, maar niet van het komen tot de samenkomsten der gemeente, om zich onder de prediking te zetten, zoals ook de heiden en de tollenaar daar verwacht mag worden om, kon het zijn, tot ware bekering gebracht te worden door genade.

Deze ordinantie van de Koning der Kerk door de kerkelijke uitsluiting uit de gemeente door de uitoefening van de sleutelmacht, en met name die door de kerkelijke ban, gaat van art. 77 terug naar de belijdenis en de Catechismus.

In de Belijdenis komt ze ter sprake in art. 32, als het daar luidt: Zo nemen wij dan alleen aan hetgeen dienstig is om eendrachtigheid en enigheid te voeden en te bewaren, en alles te onderhouden in de gehoorzaamheid Gods; waartoe geëist wordt de excommunicatie of de ban, die daar geschiedt naar het Woord Gods, met hetgeen daaraan hangt. En de Heid. Catechismus, Zondag 30, waarschuwt tegen de ontheiliging van het Verbond Gods door openbare goddeloosheid. Daarom is de christelijke kerk schuldig naar de ordening van Christus

en van Zijn Apostelen, zulken tot ze betering huns levens bewijzen door de sleutelen des hemelrijks uit te sluiten, wat dan nader in Zondag 31, vraag en antw. 85 aangewezen wordt door de christelijke ban, die echter een voorwaardelijk karakter draagt, dat ze wel, die er onder vallen uit de christelijke gemeente worden uitgesloten, maar ook wederom als lidmaten van Christus en van Zijn gemeente aangenomen, zo wanneer ze waarachtige betering beloven en bewijzen.

Dien overeenkomstig volgt dan ook in de kerkorde op art. 77 ook weer art. 78.

Zondag 8.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 oktober 1965

De Wachter Sions | 4 Pagina's

TOELICHTING OP DE DORTSE KERKENORDENING.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 oktober 1965

De Wachter Sions | 4 Pagina's

PDF Bekijken