Bekijk het origineel

ELISA EN DE WONINGNOOD DER PROFETENZONEN.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

ELISA EN DE WONINGNOOD DER PROFETENZONEN.

5 minuten leestijd

De levende kerk begeert uitbreiding door Hem die ten Hemel gevaren is. Welk een dierbare Hogepriester hebben zij aan de rechterhand des Vaders. Door Hem verkrijgen zij het doorbrekende werk in de harten. Welk een ruimte in de drieënige God. En wanneer die ruimte hier al zo groot is, wat zal het dan voor Gods kinderen zijn, als zij ook straks volkomen geheiligd zuHen zijn. Eerst naar dfe ziel opgenomen te mogen worden en bij de Heere te mogen inwonen. Na de jongste dag ook naar het lichaam volkomen zonder zonden de Heere eeuwig groot maken. Dan zal er nooit meer engte zijn. Nooit benauwdheid meer. Nooit strijd meer tegen onze verdorven natuur. Daar zal de heiligheid volmaakt zijn. Daar zingt de kerk van: aar blij vooruitzicht, dat mij streelt! Ik zal, ontwaakt. Uw lof ontvouwen, U in gerechtigheid aanschouwen. Verzadigd met Uw Goddelijk beeld. Ps. 17 : 8.

Dan zal hun begeerte volkomen vervuld zijn. Dat staat de levende kerk te wachten. Kunt ge er niet jaloers op worden. Geen begeerte naar krijgen. Wat kan er bij Gods kinderen een heimwee ontstaan. Het wordt wel eens gezongen: Heer! wanneer komt die dag, Dat ik toch bij U zal wezen. En zien Uw aanschijn geprezen. Psalm 42:1.

Hier blijven ze nog met aües wat zi| mochten wedervaren in het Mesech der eUende. Zij leren de Apostel verstaan in Romeinen 7 : 24-25: k ellendig men, wie zal mij verlossen uit het li, chaam dezes dood? Ik danke God door Jezus Christus, onze Heere. Zolang Gods kinderen hier op aarcte zijn, zijn de benauwdheden nog niet voorbij. Door lijden worden zij geheugd, Voor-en toebereid voor de eeuwige gelukzaligheid. Doch laat üc er bij zeggen: et is niet altijd te eng, te benauwd. De nevelen worden wel eens opgeklaard. Zij krijgen wel eens een klaar bericht. Wat is het vooruitzicht schoon, Hoe anders staat het met de onbekeerde mens. Hoe andters met hen die zich blijven verharden, die in de zonden büjven leven. Wat een engte zal het voor hen straks zijn in de eeuwige rampzaligheid. Mijn onbekeerde medereizigers, ge leeft nog onder het EvangeUe der genade. De deur is nog niet voor goed op het nachtslot Die grote Hogepriester zit nog aan de rechterhand Gods. Er is een Troon der genadfe voor diep schuldige zondaars. De Heere mocht in onze donkere dagen nog zielen willen toebrengen tot de gemeente die zalig zal worden. Genade is een gunnend leven. Dan komen er nooit veel. In de veelheid der onderdanen is des Konings heerlijkheid. Die God verkoren heeft, zuUen er moeten komen. Van oosten en van het westen. Van het noorden en het zuiden. Hij weet ze gelukkig te vinden. Hij weet waar ze wonen. Hoe ze heten. Hij kent ze bij name Hij zegt zelf: k heb nog andere schapen, deze moet Ik ook toebrengen. Dat we zulks nog eens mochten aanschouwen.

Daarmede zouden wij verblijd zijn. Wat een gelukkig volk toch, die met de dichter van de oude rijm mag leren kennen: l mijn misdaden en mijn zonden; Waren zeer groot en zwaar; Maar Uw goedheid, niet om doorgronden, Vergaf die al voorwaar. Wel Hem, dien Gij hebt uitgelezen, Dat hij bij U zij. Heer! Die ook altijd bij U mag wezen, Zander te scheiden meer, Psalm 65 : 2.

Daar is die woning groot genoeg. Christus heeft Zelf gezegd: Ik ga heen om uw plaats te bereiden en wanneer Ik uw plaats zal bereid hebben, zal Ik u tot Mij nemen.

Christus bad zelf in Zijn HogepriesterUjk gebed: ader, Ik wü, dat waar Ik ben, ook de bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad voor de grondlegging der wereld. Joh. 17 : 24. Zijn gebed wordt zekerlijk verhoord. De Zijnen zuUen eens aüen bij Hem zijn. Dat is maar geen misschientje. Dat ligt vast naar het eeuwig welbehagen dés Vaders, om dé verdienste van Gods lieve Zoon, en de bewerking van God de HeiUge Geest. Dat het dierbare geloof toch meer en meer door mocht breken in de harten van al Gods volk. In ons leven mocht 't meer en meer openbaar komen dat onze wandel in de Hemel is. Laat het in uw leven openbaar worden, dat ge van die kinderen der profetenzonen zijt. Dat mag de wereld gerust zien, Daar behoeft ge u niet voor te schamen. Laat de Godsvrucht uit Christus openbaar komen. Al moet het snoeimes er soms diep dborheen, het is opdat ge meerder vrucht zoudt voortbrengen. Dat is geen wettische heUigiheid. De Heere zegt: ijt heüig, want Ik ben Heüig. Hij die u geroepen heeft is getrouw, Die het ook doen zal. Dat is tot troost voor heel de levende kerk. Het is Gods eigen werk waarin Hij verheerlijkt wordt. En het is u tot zaligheid. Hem komt de eer toe, de lof en de aanbidding" 't Is door U aUeen, om het eeuwig welbehagen, In het hele zalig worden komt niets van ons bij, maar het wordt wel in ons uitgewerkt. Het is God die in u werkt beide het wülen en het werken naar Zijn welbehagen. Zo ligt het ook in miin hart verklaard.

A.

E.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juni 1968

De Wachter Sions | 4 Pagina's

ELISA EN DE WONINGNOOD DER PROFETENZONEN.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juni 1968

De Wachter Sions | 4 Pagina's

PDF Bekijken