Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

II. HET SACRAMENT VAN DE HEILIGE DOOP.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

II. HET SACRAMENT VAN DE HEILIGE DOOP.

6 minuten leestijd

ZONDAG 26

De vorige zondagsafdeling heeft ons dus al bij de sacramenten bepaald. De sacramenten van het Nieuwe Testament zijn twee in getal, namelijk de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal. Zo vraagt nu eerst de betekenis van het sacrament van de Heilige Doop onze aandacht. Die Heilige Doop is in de plaats van de besnijdenis gekomen, zoals ons wel bekend is. De besnijdenis was een bloedig sacrament van het Beeld der zaken, nameHjk de Hogepriester der toekomende goederen. Zelf gekomen was. Christus heeft dan ook de Heilige Doop ingesteld in de plaats van die besnijdenis, als Hij Zijn jongeren het bevel gegeven heeft: „Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes".

Wel heeft Johannes ook al reeds gedoopt en zijn doop had dezelfde waarde als de doop die door Christus is ingesteld. Volgens Rome was de doop van Johannes slecht 'n blote ceremonie. Het Concilie van Trente heeft zelfs de vervloeking uitgesproken over degenen die Ieren dat de doop van Johannes in wezen gelijk was aan onze christelijke doop. Maar volgens Johannes' eigen getuigenis was hij gezonden om te dopen en zo doopte hij dus op Goddelijk bevel. Zijn doop was uit de hemel en hij predikte de doop der bekering tot vergeving der zonden. Ook heeft Christus Zich door Johannes laten dopen, wat toch zeker niet zou zijn geschied als die doop niet gelijk was geweest aan de doop die wij thans nog hebben. Maar Christus heeft wel de doop als een blijvend sacrament ingesteld voor de kerk des Nieuwen Testaments. Op deze instelling hopen we in onze derde hoofdgedachte nog terug te komen.

Wat dopen of indopen is, behoeft ons niet gezegd te worden. Het is een handehng waardoor we iets neerlaten in het water, maar dan niet om het in het water te doen blijven, maar om het er ook weer uit op te halen. TJo werd de doop dan ook vroeger door onderdompeling bediend.

Doen we er dan wel goed aan, als we de doop nu bedienen door besprenging? Volgens de Baptisten en andere sekten is een doop door besprenging niet geoorloofd. Zij beroepen er zich op, dat er in de Bijbel geen voorbeelden van zijn te vinden dat de doop ook door besprenging werd bediend. Maar hoewel het waar is dat daar zulke duidelijke voorbeelden niet van zijn, zo kunnen we toch wel aannemen, dat de doop door de apostelen ook wel door besprenging is bediend, als er bijvoorbeeld gehele huisgezinnen werden gedoopt en als op de Pinksterdag de doop zelfs aan drieduizend mensen werd bediend. Maar wat aUe bedenking tegen de doop door besprenging toch wel zeker weg moet nemen, dat is, dat van de betekende zaak van de doop als een besprenging wordt gesproken. In onze voorafspraak hebben wij gewezen op die bekende woorden uit Ezech. 36: „Dan zal Ik rein water op u sprengen".

En verder spreekt Gods Woord in Hebreen 12 van het bloed der besprengmg, dat betere dingen spreekt dan Abel. En in de zendbrief van de apostel Petrus lezen we van de besprenging des bloeds van Jezus Christus. Als nu van de betekende zaak van de doop als een besprenging wordt gesproken, waarom zou die bete­ kende zaak dan niet door een besprenging mogen worden voorgesteld?

De besprenging met het water wijst dus op de besprenging met het bloed van Christus tot reiniging van onze zonden. Het water als het teken in de doop, moet dan ook gewoon zuiver water zijn, zonder enige vermenging. Rome is het ook weer die de wijding van het doopwater voorschrijft, daar het water met oHe moet vermengd worden. Ook dit gaat weer tegen Gods Woord in, want als Johannes doopte in de Jordaan en als de kamerling door Fihppus gedoopt werd op de weg naar Gaza, kwam daarbij in het geheel geen wijding van het doopwater te pas. In water is een dorstlessende of verkwikkende kracht, maar ook een reinigende kracht. Op de reinigende kracht worden we in het bijzonder in de Heilige Doop gewezen. Zo werd de bediening van de Heilige Doop onder het Oude Verbond ook al voorbereid door allerlei wassingen of reinigingen met het water. Die ceremonieel onrein waren, moesten zich met water wassen, daar zij anders de godsdienst niet mochten bijwonen. Ook had men onder Israël de proselivJtendoop. De zogenaamde jodengenoten moesten die ondergaan. Dat waren zij, die overkwamen uit het heidendom tot het jodendom.

De doop moet dus ook nu met gewoon water worden bediend. En dan in de Naam van een drieënig God. Aan deze formule hebben we ons te houden. We lezen wel dat de apostelen in de Naam van de Heere Jezus of in Christus hebben gedoopt, maar deze uitdrukkingen zeggen ons niet dat zij van de voorgeschreven formule afgeweken zijn, maar wijzen slechts op de gemeenschap met Christus, die in de doop betekend en verzegeld wordt.

Maar waar die doop bediend moet worden in de Naam van een drieënig God, mag deze verrichting alleen maar plaatsvinden door een wettig erkend ambtsdrager, die in het ambt staat. Iemand die niet in het leerambt staat, heeft geen bevoegdheid om in de Naam van een drieenig God op te treden. De Roomse nooddoop is dan ook voor ons onwettig, daar die doop niet is bediend door een wettig erkend ambtsdrager. Rome heeft de nooddoop ingevoerd, omdat men de zaligheid aan het sacrament verbindt. Bij de behandeling van de volgende zondagsafdeling komen we hier wellicht nog op terug. Geen dokters of verpleegsters mogen echter kinderen dopen, al is het dat die in levensgevaar zijn. Hoe kan men optreden in de naam van de koning, koningin of overheid, als men geen bevoegdheid daartoe heeft? Men zou zich aan majesteitsschennis schuldig maken, als men dit deed. En zo ook is het een schennis van de allerhoogste majesteit Gods te noemen, als men in de Naam van de drie Goddelijke Personen optreedt, zonder daartoe een aanstelling te hebben.

Over de staat des harten van hem die de doop bedient, alsook over zijn roepmg of zending tot het ambt hebben wij niet te oordelen. Hoevele doopbedieningen zouden dan wel niet ongeldig voor ons moeten zijn. De gewone doop door Rome bediend, wordt door ons dan ook wel erkend. Onze vaderen konden in de tijd van de Reformatie de doop van Rome niet herhalen. Indien zij dit gedaan zouden hebben, zouden ze daarmede eigenlijk gezegd hebben dat er nu lange tijd geen kerk was geweest. En de kerk is er altijd geweest. Vóór de Reformatie had de Heere Zijn kerk in de Roomse kerk. Dit hebben onze vaderen erkend en vandaar de doop niet herhaald die door Rome was bediend. En wij houden er daarom nu ook nog aan vast, dat de doop bediend moet zijn door een wettig geordend leraar in de samenkomst der gemeente.

De bediening van de Heiüge Doop moet met de prediking van het Woord Gods gepaard gaan, zoals Christus die beide in het zendingbevel ook aan elkander heeft verbonden. Zo is de doop een zichtbaar evangelie en een sacrament, door God ingesteld om Zijn beloften daardoor te verzegelen en het geloof Zijn volks te versterken.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 augustus 1969

De Wachter Sions | 4 Pagina's

II. HET SACRAMENT VAN DE HEILIGE DOOP.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 augustus 1969

De Wachter Sions | 4 Pagina's

PDF Bekijken