Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ds. J. D. Barth (1871-1942)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ds. J. D. Barth (1871-1942)

4 minuten leestijd

II

In Dordrecht sprak hij aanvankelijk in een gewezen houten schoolgebouw, doch de gemeente mocht onder de arbeid van Ds. Barth groeien. Reeds twee jaren na zijn komst werd een ruim vriendelijk kerkgebouw met pastorie in gebruik genomen. Dit was mogelijk, niet in het minst door de grote financiële steun, die de pastor loei zélf verleende, zo zelfs, dat hij de bouw van de pastorie praktisch uit eigen middelen bekostigde.

Het was ook in Dordrecht, dat hij zijn 25-jarig ambtsjubileum mocht herdenken. In zijn gedachtenisrede over Handelingen 26 vers 22 „De verkregen hulpe Gods", waaruit wij een en ander omtrent zijn levensloop ontleenden, gewaagt hij van de vele gedenkstenen in deze, in de nabijheid van zijn geboorteplaats gelegen stad. Van onderwijzingen van Gods gunst, van zoete opbeuringen Zijner liefde en van de aangename omgang met Gods volk, die hij daar in zijn jongelingsjaren mocht ervaren.

Helaas had Ds. Barth in Dordrecht met voortdurende lichaamszwakte te kampen, zodat hij zich begin 1940 genoodzaakt zag emeritaat aan te vragen, hetgeen hem slechts node werd verleend. Hij vestigde zich metterwoon te Nieuwerkerk (Zeeland), welke gemeente hij nog met de prediking des Woords diende. Op 4 april 1940, derhalve slechts enkele weken voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog nam hij afscheid van Dordrecht. Zijn afscheidswoord was ontleend aan Jesaja 26 vers 4 : „Vertrouwt op de Heere tot in eeuwigheid, want in de Heere Heere is een eeuwige rotssteen”.

Nog een enkele maal trad hij in zijn laatste gemeente (Dordrecht) op. Opmerkelijk was het, dat hij daar voor het laatst sprak over de woorden uit Psalm 116 vers 15 : „Kostelijk is in de ogen des Heeren de dood Zijner gunstgenoten”.

Ruim twee jaren mocht hij nog hulpdiensten aan de gemeente Nieuwerkerk verlenen, welke diensten daar ook zeer gewaardeerd werden. Op de laatste zondag in oktober 1942 sprak hij daar over 2 Timotheus 4 vers 7 en 8. Was het als het ware een voorbereiding voor zijn naderend einde, dat hij getuigde van de goede strijd, die hij gestreden had en van de goede loop, die geëindigd was en van zijn verwachting op de kroon der rechtvaardigheid ? Slechts enkele dagen daarna, op 28 oktober 1942, werd hij opgenomen in de rust, die er voor het volk Gods overblijft. Op weg naar Katwijk, waar hij nog een predikbeurt wüde vervullen, kwam op het station Feijenoord te Rotterdam plotseling het einde; een hartaanval doorstond hij niet meer.

Ingevolge zijn wens werd hij te Dordrecht begraven. Ook in de plaats van zijn sterven valt kennelijk des Heeren hand op te merken. Hoe had zijn meermalen geuite wens vervuld kunnen worden, indien hij in Nieuwerkerk ware gestorven? Naar de mens gesproken had het ondoenlijk geweest in die oorlogstijd zijn stoffelijk overschot van het verre Zeeuwse eiland naar Dordrecht over te brengen. Thans was hij er als het ware zelf heen geleid.

De begrafenis werd door zijn boezemvriend, wijlen Ds. G. H. Kersten, geleid. Ook deze sprak over de tekstwoorden, die zijn overleden ambtsbroeder het laatst te Nieuwerkerk had behandeld. Hoe kwam ook in deze toespraak de nauwe band tussen deze twee leraren naar voren. Reeds in 1903 had Ds. Barth gekorrespondeerd met Ds. Kersten over de grondstukken der waarheid, die gekend moeten worden tot ons eeuwig heil.

Ds. Kersten gewaagde bij de begrafenis van de grote plaats, die Ds. Barth onder ons (zowel in de Geref. Gemeenten als in de Staatkundig Geref. Partij - inz.) had ingenomen en ook van de milddadigheid, die Ds. Barth in alle stilte bewees. Pachten werden voor anderen betaald, in tijden van ziekte werd de helpende hand geboden en begrafenissen werden bekostigd ! Zijn gade overleefde haar man nog ruim vijf jaar. Op hoge leeftijd moest zij met haar huisverzorgster, Mej. de Wed. Van Rees (het huwelijk bleef kinderloos), de moeilijke oorlogsjaren, inzonderheid de evakuatie uit Zeeland, medemaken. Mevrouw Barth, die onder Gods volk hoge achting genoot, kwam weer in Dordrecht terecht, waar ook voor haar tal van herinneringen lagen. Op 16 december 1947 volgde zij haar man naar de gewesten der eeuwige zaligheid. Thans verbeiden zij samen de jongste dag. Onder de grafzerk, welke de gemeente van Dordrecht uit dankbare herinnering aan haar eerste leraar schonk, rusten hun stoffelijke overschotten tot de dag der opstanding. De gedachtenis dezer rechtvaardigen zal tot zegening zijn.

door wijlen Dr. C. Steenhlok

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1970

De Wachter Sions | 4 Pagina's

Ds. J. D. Barth (1871-1942)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1970

De Wachter Sions | 4 Pagina's

PDF Bekijken