Bekijk het origineel

Lijden en heerlijkheid.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Lijden en heerlijkheid.

10 minuten leestijd

Meditatie

Onderzoekende, op welken of hoedanigen tijd de Geest van Christus, Die in hen was, beduidde en tevoren getuigde het lijden, dat op Christus komen zou, en de heerlijkheid daarna volgende. 1 Petr. 1 : 11.

Goede Vrijdag - Pasen!

Lijden en heerlijkheid!

Bovenstaande tekst getuigt van beide. Wij herdenken thans ook weer het smartelijk kruislijden van de Middelaar, waaraan Zijn dood verbonden was, alsook Zijn opstanding uit de dood. Van de kruisdood van de Middelaar en van Zijn opstanding hebben de profeten Oud-Testamentisch geprofeteerd. Maar zij hebben in het bijzonder ook gesproken van de zaligheid die daardoor het deel wordt van Gods kerk. Daarom zijn hun profetieën ook van zulk een dierbare inhoud.

Gods Geest heeft de profeten geïnspireerd in het beschrijven van al hun voorzeggingen aangaande Christus' dood en opstanding. Van die Geest wordt in het bijzonder in de tekst die we hierboven neerschreven, gesproken als de Geest van Christus. Die Geest gaat van Vader en Zoon uit. Maar die Geest is het ook wel in het bijzonder Die van Christus gewaagt. Christus heeft tot Zijn discipelen gezegd: "Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid. Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen. Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen".

De heilige Bijbelschrijvers zijn wel door de Heilige Geest in al de waarheid geleid, zodat ze de openbaring Gods feilloos te boek stelden, maar ze hebben er toch ook hun werk aan moeten doen. Lukas heeft alles van voren aan naarstiglijk onderzocht. De profeten van het Oude Testament hebben ook moeten onderzoeken op welke of hoedanige tijd het lijden over Christus komen zou en wanneer die bijzondere tijd zou aanbreken dat de kerk uit alle volken bijeenvergaderd, zou mogen gaan delen in de zo zalige vrucht van Zijn Middelaarsarbeid. In dat onderzoek heeft echter de Geest hen ook geholpen en voorgelicht. Maar zo heeft de Geest ze dan ook in het bijzonder doen inblikken in die zaligheid die door Christus verdiend zou worden voor Zijn kerk en hen daarover doen spreken en schrijven.

Zo was de Geest van Christus in die schrijvers! Zo hebben zij door die Geest in de openbaring die zij kregen, zich verlustigd én verblijd. Hoe onmisbaar is toch de Geest van Christus!

Die Geest hebben we nodig om op een rechte wijze Goede Vrijdag te kunnen houden en ook om de betekenis van het Paasfeit recht te mogen verstaan. Buiten het ontdekkend werk van die Geest om, komt er voor een gekruiste Christus bij ons geen plaats. We kunnen dan de kruisdood van Christus wel overdenken en zogenaamd Goede Vrijdag houden, maar in onze natuurstaat zijn we evenals de Joden vijanden van het kruis van Christus. De gekruiste Christus is ons een ergernis. We willen niet zalig worden door een gekruiste Christus. Het kruis van Christus getuigt van onze schuld en van onze vijandschap. Het kruis van Christus doet ons ook Gods toorn tegen de zonde zien en Zijn heilige wraak over de zonde. Zo wijst het kruis van Christus op wat er eenmaal in het paradijs gebeurd is, waar het schepsel zijn Schepper heeft onteerd en verlaten. Daar is een breuk geslagen die alleen maar door de kruisdood van de Zoon van God geheeld kon worden. In die kruisdood moest Hij Zich door die eeuwige Geest Gode Zijn Vader onstraffelijk opofferen.

Goede Vrijdag en P^sen spreken van de eeuwige liefde van Christus tot Zijn kerk. Maar de liefde des Vaders zien we in deze heilsfeiten ook zo heerlijk uitstralen. Laat ons echter toch ook niet vergeten, hoe onmisbaar het werk des Geestes is. Die Geest heeft de profeten van het Oude Verbond de grote verborgenheid van het werk der zaligheid geopenbaard eri ze doen inblikken in die dingen waarin de engelen begerig waren om in te zien, zoals de apostel in het volgende of 12e vers zegt. Maar laat ons dit goed in het oog houden, want daar heeft de apostel in geheel dit hoofdstuk het oog op. Wat is de zaligheid waarvan hij spreekt? Wel, die zaligheid bestaat dus in iets waarin de engelen hebben willen inblikken. Hoe kon een heilig God Zijn barmhartigheid openbaren in de verlossing van zondaren, zonder krenking van Zijn recht? In het 3e vers horen we de apostel zeggen: "Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden". Deze woorden hebben ons voor deze Paasdagen die voor ons liggen, heel wat te zeggen.

De wedergeboorte is vrucht van Christus' opstanding uit de dood. De Vader wil daarin Zijn grote barmhartigheid openbaren aan de door Hem van eeuwigheid verkorenen. Die wedergeboorte is nodig om tot de eeuwige zaligheid te kunnen komen. En over die zaligheid spreekt de apostel. Hoe kan God nu gevallen Adamskinderen tot die zaligheid brengen? De engelen hebben het uit zichzelf niet geweten. Hoe zou de gevallen mens het dan weten?

Wat is de mens toch blind in de weg der zaligheid! Neen, die zovele vrolijke Paasfeestvierders die zich in deze dagen weer zullen laten horen, zijn daar niet blind in. Die staan te roemen bij het kruis en bij het geopende graf.

De Bijbelschrijvers van het Oude Verbond moesten echter door de Geest in de verborgenheid van het werk der zaligheid ingeleid worden. De discipelen hadden er ook de Geest toe nodig om licht te krijgen over de weg die zo verborgen voor hen was geweest. Zouden wij buiten het werk en de verlichting van die Geest ooit rechte kennis kunnen krijgen van de grote betekenis van Chris- . tus kruisdood en opstanding?

De Geest overtuigt van zonde, van gerechtigheid en van oordeel. Een vloekende wet verklaart de zondaar schuldig aan al Gods geboden. Alle zonden komen terug die men heeft gedaan, trots zovele waarschuwingen en tegenover zovele goedertierenheden. De toorn Gods wordt in de ziel gevoeld. God is een heilig Rechter Die te allen' dagen schrikkelijk toornt tegen de zonden. De zondaar ziet zich door het wrekend zwaard van Gods gerechtigheid bedreigd en door de bloedwreker overal achtervolgd. En hij komt er achter, geen goed te kunnen doen, maar alleen zijn schuld en oordeel te kunnen verzwaren. O, hoe diep ellendig is zulk een mens! Is er dan geen verlossing? Is hem dan in eeuwigheid, geen genade meer bereid? Alle uitzicht daarop wordt hen ook nog benomen, als de breuk hem wordt ontdekt, die reeds in het paradijs geslagen is. Daar ligt hij in zijn verdoemelijke staat voor God, gans verloren. Er moet aan het recht genoeg gedaan worden. Nooit is die smartelijke scheiding meer weg te nemen tussen God en de ziel.

Zou nu zo’n zondaar ooit een weg tot behoudenis vinden, als Gods Geest hem die niet ontsloot? Waarlijk, het zaligworden uit genade door de borggerechtigheid Van een Ander, is toch zulk een verborgenheid. Het is de Geest Die Christus door het Evangelie aan de ziel ontdekt. Die Geest zal ze doen ervaren dat er water uit de door Mozes geslagen Rotssteen is gevloeid.

De apostel Petrus heeft in de woorden die we thans overdenken op het lijden van Christus

gewezen en op de heerlijkheid daarna volgende. Hij zegt hoe de Geest de profeten van het Oude Verbond dienaangaande al heeft onderwezen. De Schriften van het Oude Verbond zijn voor de apostel Petrus geopend. Dat heeft ook de Geest gedaan. Dat ging met hem door een diepe weg. Hij heeft zijn Meester moeten verloochenen. Al had hij in Hem als de Christus in waarheid mogen geloven, van Zijn borgwerk was hij nog zo onwetend geweest. Het wordt nu weer door ons herdacht, hoe de discipelen in zulk een voor hen onverklaarbare weg geleid zijn. Christus ging de dood in. Met Hem verging hun hoop en verwachting. Maar Christus bleef niet in de dood. Aan Zijn lijden was Zijn heerlijkheid verbonden. De twee staten van de Middelaar worden meest in de Schrift als in één adem genoemd. Hij Die zo diep vernederd werd, moest ook verhoogd worden. Als we Goede Vrijdag houden, moeten we Hem de dood zien ingaan als die Middelaar Die macht had Zijn leven af te leggen en het wederom aan te nemen. In Psalm 69 horen we Hem in de diepe afgrond van Zijn lijden uitroepen: "Laat hen door Mij niet beschaamd worden die U verwachten, o Heere, HEERE der heirscharen; laat hen door Mij niet te schande worden, die U zoeken, o God Israels. Want om Uwentwil draag ik versmaadheid; schande heeft Mijn aangezicht bedekt". Maar lees verder heel die Psalm na en ge zult zien hoe die Psalm spreekt van het lijden dat op Christus komen zou en de heerlijkheid daarop volgende. En dat tot zaligheid van de kerk.

De heerlijkheid is bij de Middelaar op Zijn lijden gevolgd. Zijn opstanding volgde op Zijn sterven. De ziel mag door een weg van diepe afsnijding het leven in een levende Jezus vinden. De opstanding van Christus zegt ons dat het recht Gods volkomen door Hem is voldaan. De doemwaardige zondaar wordt verlost van schuld en straf en verkrijgt het recht op het eeuwige leven.

En de kerk volgt verder ook de Middelaar door het lijden tot de heerlijkheid. Men is wedergeboren tot de levende hoop door de opstanding.van Jezus Christus uit de doden. Tot een onverderfelijke en onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen bewaard blijft.

De Heere geve ons in de komende dagen zo nog eens op een vernederde en verhoogde Middelaar door het geloof te zien. Die dierbare Geest mocht ons alzo nog eens in alle waarheid leiden.

Hoe hebben we die Geest toch zo nodig, opdat de heilsfeiten voor ons rechte betekenis zullen kunnen krijgen. Zult ge daar goed aan denken, als ge nog in uw onbekeerde staat daarheen leeft? Laat u geen Jezus aanpraten buiten het bevindelijke werk des Geestes om. Maar die Geest doet Zijn werk nog, zowel als Jezus Zijn werk gedaan heeft tot zaligheid van Zijn kerk. Zo leeft ge nog in het kostelijk heden der genade. Zo wordt u nog een gekruiste en een opgestane Christus gepredikt. Ge behoeft niet verloren te gaan bij. getjtek aan bloed tot verzoening eiï'reiniging; *' 11-%^:

O, dat ge met Goede Vrijdag eens als de hoofdman over honderd, bij de kruispaal in waarheid mochten uitroepen: "Waarlijk, deze Mens was rechtvaardig; Deze Mens was Gods Zoon!"

De Heere geve ons in deze benauwde tijd nog onvergetelijke feestdagen. Een levende Jezus mocht Zich nog eens door in waarheid om Hem bedroefde zielen doen aanschouwen, zoals dat voorrecht de discipelen en de vrouwen te beurt viel. Hij is ook van Petrus gezien. En nu heeft Petrus zulk een kostelijk getuigenis mogen nalaten in zijn zendbrief over het lijden dat op Christus komen zou en de heerlijkheid daarna volgende. En dat tot zaligheid der kerk.

Hier moeten we nog een \yeinig lijden. Het lijden zal ook wel heel zwaar kunnen zijn. Maar Christus heeft toch het zwaarste eind van het kruis gedragen. En de heerlijkheid volgt de kerk na het lijden. Dat we dan toch met lijdzaamheid de loopbaan zouden mogen lopen die ons voorgesteld is, ziende op de overste Leidsman en de Voleinder des geloofs. Die voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen en de schande veracht en nu is gezeten aan de rechterhand van de troon Gods. Amen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1982

De Wachter Sions | 8 Pagina's

Lijden en heerlijkheid.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1982

De Wachter Sions | 8 Pagina's

PDF Bekijken