Bekijk het origineel

De Christen in volle wapenrusting. IV.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Christen in volle wapenrusting. IV.

10 minuten leestijd

Meditatie

Voorts mijn broeders wordt krachtig in den Heer e en in de Sterkte Zijner macht Ef.6:10. Efeze6:10-20.

Toepassing.

Ten eerste: Dit verklaart ons, waarom er zovele belijders, zo weinig ware Christenen zijn, zo vele, die lopen, en zo weinigen, die verkrijgen; zo velen, die tegen Satan te velde trekken, en zo weinigen, die als overwinnaars wederkeren. Immers, allen hebben de begeerte om gelukkig te zijn, maar weinigen hebben de moed en de vastberadenheid om de moeilijkheden te overwinnen die zij op de weg ontmoeten. Gans Israël is met blijdschap onder aanvoering van Mozes uitgetrokken uit Egypte, ja zelfs trok ook veel vermengd volk met hen op; maar toen de honger begon te nijpen, en hun verlangen naar het dadelijk bezit van Kanaan niet werd bevredigd; ja, toen zij in plaats van vrede en overvloed te hebben, oorlog moesten voeren en gebrek moesten lijden, toen waren zij, eveneens lafhartige soldaten, gans bereid om hun vaandel te verlaten en een schandelijke terugtocht naar Egypte te ondernemen. Evenzo zullen de meesten van hen, die het evangelie belijden, als het op stuk van zaken aankomt en zij op de proef worden gesteld, weigeren om Christus wil te lijden, en zeer spoedig de zaak moede worden, die zij hebben ondernomen. Helaas! hun hart bezwijkt, zij zijn gelijk de wateren van Bethlehem. Als zij met zovele vijanden moeten kampen om zich een doortocht te banen, dan zullen zij zich maar tevreden stellen met het water uit hun eigen bakken de hemel overlaten aan anderen, die er zich de moeite vbor willen getroosten. O, hoe velen zijn er niet, die Christus bij deze kruisweg verlaten! Evenals Orpa zullen zij een eind weegs medegaan met Christus, als Hij hen wegvoert van hun wereldse hoop en hen vermaant om bereid te zijn ontberingen en moeilijkheden te verduren. Maar dan kussen zij Hem en - verlaten Hem. Wèl zijn zij er afkerig van om de hemel te verliezen, maar zij zijn er nog meer afkerig van om hem tot zo duur eén prijs te kopen. Zij zijn als die kinderachtige lieden, die vanwege hun smaak voor lekkernijen zich het beroep van banketbakker kiezen; maar de zure drank van harde arbeid, die er mede vergezeld gaat, niet willen slikken, zodat zij de zaak opgeven, omdat zij de arbeid moede zijn. Zo heeft ook het zoete lokaas van de godsdienst menigeen aangetrokken, die dan naderhand geërgerd werd vanwege de zware strijd, waartoe hij werd geroepen. Er wordt een andere geest toe vereist, dan de wereld kan geven of ontvangen, om Christus volkomenlijk te kunnen volgen.

Ten tweede: Laat dit dan u, o Christenen, aansporen om te streven naar deze heilige kloekmoedigheid, die zo noodzakelijk is voor uw Christelijke belijdenis, dat gij zonder dezelve niet zijn kunt, wat gij belijdt te zijn. De vreesachtigen zijn mede begrepen in het gezelschap der verlorenen, die ter helle gaan, Openb. XXI. De geweldigers en de kloekmoedigen zijn zij, die de hemel nemen met geweld: maar nooit werd de hemel genomen door lafaards. Zeg niet, dat gij koninkhjk bloed in de aderen hebt en uit God zijt gij geboren, tenzij gij de echtheid van uwe stamboom kunt bewijzen door uw heldhaftigheid, en ten spijt van mensen en duivelen heilig durft te wezen. De adelaar stelt de m.oed zijner jongen op de proef, door ze in de zon te laten zien; en Christus beproeft zijn kinderen aan de moed, waarmede zij om Zijnentwil dood en gevaar in het aangezicht blikken. Markus VIII : 34, 35. O, hoe treurig een blik is het, om een stoutmoedig zondaar te zien, en een vreesachtig heilige; een mens die vastbesloten is om goddeloos te zijn, en een Christen, die wankelmoedig is in zijn heilige loopbaan; te zien dat onschuld op de vlucht wordt gejaagd door schuld, terwijl de hel onbeschaamd en met de ontrolde banieren van openlijke Godslastering het veld behoudt; te zien, dat heiligen hun vlag verbergen, omdat zij er zich voor schamen, of er van weglopen, omdat zij bevreesd zijn; terwijl zij er zich hever in moesten hullen om er mee te sterven, dan de glorierijke naam Gods te verraden, die zij aanroepen ten smaad der onbesnedenen. Hebt dan goede moed, o gij heiligen, en weest sterk; uwe zaak is goed. God zelf twist uwe twistzaak, en Hij heeft Zijn eigen Zoon tot Veldheer aangesteld. Zijn eigen Zoon, die genaamd wordt: "De overste Leidsman onzer zaligheid". Hebr. 11 : 10. Hij zal u aanvoeren met moed, en u terugbrengen met eer. Hij heeft voor u geleefd en is voor u gestorven; Hij zal ook met u leven en strijden; want niemand is Hem gelijk in barmhartigheid en liefde voor zijn krijgsknechten. Men zegt, dat Trajanus zijn klederen verscheurde om er de wonden zijner soldaten mee te verbinden: Christus heeft zijn bloed gestort als een balsem om er de wonden zijner heiligen mede te genezen; Hij verscheurt zijn vlees om hen te verbinden. Niemand is Hem gelijk in kloekmoedigheid. Nooit heeft Hij zijn hoofd afgewend van het gevaar, neen zelfs niet toen de boosheid der hel en de gerechtigheid des hemels tegen Hem optrokken. Wetende wat over Hem zou komen, trad Hij voort en zeide: "Wien zoekt gij ? " Joh. XVIII : 4. Hij was onovertroffen in welslagen: nooit heeft Hij een veldslag verloren, zelfs niet toen Hij het leven verloor. Hij heeft den slag gewonnen en de buit in Zijn triomfwagen der hemelvaart medegevoerd naar de hemel, waar Hij hem openlijk tentoonstelt tot onuitsprekelijke vreugde van heiligen en engelen. Gij treedt henen te midden van dappere helden, uw mede-krijgsknechten zijn allen vorstenzonen.

Zie, daar zijn sommigen, die tezamen met u hier beneden de grote, schrikkelijke strijd van beproeving en verzoeking strijden, en zij nemen de hemel in met geweld. Er zijn anderen, die, na menigmaal aangevochten en teruggeslagen te zijn, hun moed en hun lijdzaamheid weer verzamelen; en nu kunt gij hen als overwinnaars zien op de wallen des hemels, vanwaar zij als het ware nederblikken en u, hun medebroederen op aarde, oproepen, om na hen de berg te beklimmen, luid uitroepende: "Val aan, en de stad is uwer, gelijk zij thans onzer is, die na enige weinige dagen van strijd thans gekroond zijn met de heerlijkheid des hemels, waarvan één enkel ogenblik genietens alle onze tranen heeft gedroogd, alle onze wonden heeft geheeld en ons in de vreugde der tegenwoordige overwinning de heftigheid van de strijd heeft doen vergeten". In één woord. Christenen, God en de engelen zijn de toeschouwers, die zien, hoe gij u kwijt als kinderen van de Allerhoogste. Ieder wapenfeit van uw geloof tegen de zonde en tegen Satan doet een

juichtoon opgaan in de hemel, terwijl gij kloekmoediglijk deze verzoeking ter aarde werpt, die moeilijkheid te boven komt, en de grond, die gij had verloren, uw vijanden weder ontrukt. Uw dierbare Heiland, die met de reserve Zijner almacht gereed staat om u te hulp te komen in de nood, gevoelt zijn hart in zich opspringen van vreugde, als Hij de blijken gadeslaat van uw liefde jegens Hem en van uw ijver voor Hem in al de strijd, die gij hebt te strijden. Hij zal de getrouwe diensten niet vergeten, die gij in Zijn krijg op aarde hebt bewezen; want als gij wederkeert uit de slag, dan zal Hij u ontvangen met dezelfde blijdschap, waarmede Hij bij zijn terugkeer naar de hemel ontvangen werd door zijn Vader.

Christelijke moed en vastberadenheid - hoe zij worden verkregen.

Welaan, o Christen! Indien gij aldus moedig het hoofd wil bieden aan alle tegenstand op uw weg ten hemel, zo zult gij wèl doen met uw hart te versterken door zulke zielverheffende gedachten; en dan behoort gij inzonderheid ook wèl toe te zien, dat uwe beginselen gegrond en geworteld zijn, of uw hart zal wankelmoedig en onbestendig wezen; en een onbestendig hart is zo zwak als water, het kan niet uitmunten in moed. Twee dingen zijn nodig om onze beginselen vast en bestendig te maken.

Ten eerste: een welgevestigd oordeel of vaste overtuiging ten opzichte van deze waarheid Gods. Hij, die niet recht weet tegen wie hij strijdt, of waarvoor hij strijdt, kan spoedig overgehaald worden om een andere zijde te kiezen, of om tenminste onzijdig te blijven. Er worden mensen gevonden, die doorgaan voor belijders, en toch nauwelijks rekenschap weten te geven van de hoop, die in hen is, of op wie zij hopen. Toch willen zij voor Christenen gehouden worden, al is het ook dat zij lopen, eer zij weten welke boodschap zij hebben te verrichten. Of, zo er al beginselen bij hen zijn, dan zijn die toch zo onvast, dat iedere wind ze omwaait, zoals losse dakpannen van een dak waaien. Blinde ijver zal weldra schandelijk op de vlucht worden gedreven, terwijl een heilige vastberadenheid, gegrond op vaste beginselen, het hoofd opheft, gelijk een rots in het midden der baren. "De lieden, die hun God kennen, zullen sterk zijn en krachtige daden doen". De engel heeft aan Daniël gezegd, wie de mannen waren, die vast op hun stuk zouden blijven staan, en in die ure stand zouden houden voor hun God, beide onder verzoeking en onder de vervolging, die door Antiochus over hen gebracht zou worden; en dat niet alle Joden, maar slechts sommigen van hen, laaghartiglijk omgekocht zouden worden door vleierij en beloften, en dat anderen, verschrikt door dreigementen, hun belijdenis zouden verzaken. Er waren slechts enige weinigen, en dat waren mensen met vaste grondbeginselen, die hun God, Die zij dienden, kenden, en wel gegrond waren in hun godsdienst, die sterk zouden zijn en krachtige daden doen. Dat is: zij zouden doof zijn voor vleierijen, en onverwinbaar door macht of geweld.

Ten tweede: Een oprecht streven naar het rechte doel in onze belijdenis. Laat iemand nog zo wèl onderwezen zijn in de dingen van Christus, zo hij in zijn belijdenis het rechte doel niet voor ogen heeft, dan zullen zijn beginselen niet vast geworteld zijn. Hij zal niet veel wagen voor Christus, niet meer dan hij zonder gevaar voor zichzelven doen kan. Een geveinsde kan wel veel vuur en ijver vertonen en een vlaag van moed in het overkomen van moeilijkheden, maar ten laatste zal het blijken, dat al zijn moed niets was dan schijn. Hij, die met zijn behjdenis een vals doel voor ogen heeft, zal spoedig aan het einde zijn van zijn belijdenis, zodra hij slechts aan zijn zwakke zijde wordt aangetast; ik bedoel, wanneer hij geroepen wordt om zich datgene te ontzeggen, waarnaar zijn hart al die tijd in stilte heeft gestreefd. Nu ontzinkt hem de moed, nu kan hij niet verder. O, wacht u voor die loense blik op uw eigen voordeel, genot of eer, of iets, wat het ook zij, minder dan Christus en de hemel, want zij zullen uw hart wegnemen, gelijk de profeet zeide van wijn en van vrouwen, dat is: onze liefde; en als onze liefde weggenomen is, dan zal er weinig moed overblijven voor Christus. Hoe dapper was Jehu in den beginne, en hij zegt het der wereld aan, dat het ijver is voor God! Maar waarom bezwijkt zijn hart nu, vóórdat het werk nog half ten einde is? Zijn hart was nooit in de rechte plaats geweest. Dezelfde zaak, die in den beginne zijn moed heeft opgewekt, heeft die moed ten laatste geheel bij hem uitgedoofd, en dat was zijn eerzucht, zijn begeerte naar een koninkrijk heeft hem in ijver doen ontbranden tegen het huis van Achab, om diegenen uit te roeien, die hem ten laatste van de troon zouden kunnen stoten. En toen dit geschied was en hij in het rustig bezit bleef van de troon, toen heeft hij Gods werk niet durven ten einde brengen uit vrees van het volk door zulk een grondige reformatie tegen zich in te nemen, en al dus hetgeen hij verkregen had, wederom te moeten verliezen. Het is gelijk dit wel eens gebeurt met soldaten, die bij de bestorming van een stad een rijke buit hebben veroverd, maar daardoor zó bedorven werden, dat zij nooit meer tot vechten in staat waren.

1644-1679 te Lavenham

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1982

De Wachter Sions | 8 Pagina's

De Christen in volle wapenrusting. IV.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1982

De Wachter Sions | 8 Pagina's

PDF Bekijken