Bekijk het origineel

Een onjuist beeld 2.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een onjuist beeld 2.

7 minuten leestijd

Als in het boek „Kerken, sekten en wereldgodsdiensten" het typerende van onze gemeenten wordt aangewezen, dan blijken de genoemde kenmerken stuk voor stuk ernstige dwalingen te zijn. In ons vorig artikel hebben we er vijf vermeld. We wijzen die dwalingen echter van ganser harte af en bedroeven ons er over, dat in dit boek voor jonge studerenden onze gemeenten zo onheus worden bejegend.

Maar laten we met de weerlegging verder gaan. Het derde punt, dat we zouden leren, is, dat doden niet tot het leven kunnen worden geroepen. Ook dit is een beschuldiging, die ons ontstelt. Met zulk een stelling zouden we immers Gods almacht aantasten? Die doden in de zonden en de misdaden krachtdadig en onwederstandelijk roept en levendmaakt. We mogen wel met de dichter zeggen: „Heere, mijn God,

indien ik dat gedaan heb". Ps. 7 : 4a. Onder ons worden de predikaties van ds. Kersten, van de vroegere predikanten van 'de Gereformeerde Gemeenten, van de oude schrijvers en ook van dr. Steenblok en van onze andere predikanten gelezen. Die leren allen, dat de mens dood is in de zonden en de misdaden. Ze leren ook, dat er levendgemaakten zijn, die naar Gods eeuwig voornemen door Geest en Woord uit de doodstaat der zonde zijn geroepen. Hoe zegt men dan, dat wij leren, dat doden niet tot het leven kunnen worden geroepen?

Nee, wij mensen kunnen dat niet. De Heere laat Zijn Woord prediken, met de roepstem tot geloof en bekering, aan alle hoorders. Van Gods Woord kan worden gezegd, wat dr. Steenblok in zijn Dogmatiek bij de Roeping, vr. 19, opmerkt: „Ze houdt de diep schuldige mens vast aan de eis van Gods bevel en dringt de eis van bekering en geloof nog te sterker aan". Daarbij dient ook aan alle hoorders hun doodstaat, een staat van zonde en van de diepste ellende voor ogen te worden gesteld. Een staat, waaruit zij zich nimmer zelf kunnen verlossen. Er is ook niemand, die die verlossing begeert. Maar bij de Heere is genade en een volkomen verlossing voor de voornaamste der zondaren. Dat woord zal de Heere naar Zijn souverein welbehagen gebruiken om sommigen uit de doodstaat der zonde te roepen tot het leven, om ze arme smekelingen te maken aan de troon der genade.

Velen spreken nauwelijks over de staat van vijandschap, van zonde en schuld en onvermogen. De bekering is bij zulke leraren ook zo oppervlakkig, dat er geen almachtige goddelijke kracht toe nodig is om de macht des verderfs te breken en de zondaar als een brandhout uit het vuur te rukken. Velen menen, dat de uitwendige roeping voldoende is en stellen zich gerust met een net burgerlijk en kerkelijk leven, alsof ze daarmee van de dood tot het leven waren geroepen. Maar als er gesproken wordt over het werk, dat God doet en hoe Hij Zijn Naam in Christus ook in het hart van de zondaar komt te verheerlijken, dan openbaart zich weldra de vijandschap. Hoewel juist het leven, dat uit God is, zich daarin verblijdt. Een oppervlakkige leer troost velen, dat ook zij geroepen zijn, zonder ooit een doodschuldige voor God geworden te zijn. Daarom worden velen door zulk een leer voor de eeuwigheid bedrogen.

We hopen dus te blijven bij de Gode verheerlijkende waarheid, dat Hij de dingen die niet zijn roept alsof zij waren en dat Hij doden on wederstandelij k roept door Zijn Geest en Woord. Dan past Hijzelf het uitwendige Woord door Zijn Geest toe, als Hij zegt „Ontwaak, gij die slaapt en staat op uit de doden; en Christus zal over u lichten". Ef. 5 : 14. Die werking blijft voor de levende kerk altijd nodig, maar daarmee wordt ook het heerlijke werk Gods aangeduid, waardoor hij doden in de zonden en de misdaden en geheel van God vervreemden roept tot het leven.

De vierde beschuldiging luidt, dat wij zouden Ieren, dat de prediking van het Evangelie voor onbekeerden geen zin zou hebben. De motivering daarvan zou dan luiden, dat onbekeerden immers dood zijn en niet gevoelen, dat zij Christus nodig hebben. Dit is in feite een herhaling van de tweede en de derde beschuldiging. Wat de zin van de prediking van het Evangelie betreft, die hebben wij, zoals al gezegd is, niet te bepalen. Gods bevel luidt: predikt het Evangelie alle creaturen. Er staat dus alle creaturen. Dus niet alleen tot die van dood levendgemaakt zijn. Zo heeft ook dr. Steenblok Wet en Evangelie aan alle hoorders gepredikt. In „Rondom Verbond, Roeping en Doop", blz. 184, zegt hij: „Alzo gebiedt de Wet de onherboren zondaar alles wat hem in de uiterlijke roeping voorgehouden wordt, zowel de Wet als het Evangelie, te geloven en zich te bekeren. Dit alles dient om de mens in zijn onherboren staat onverschoonbaar te stellen, onontschuldigbaar te maken, hem te overtuigen van Gods rechtvaardigheid en van eigen schuldigheid en onvermogen om ooit door zichzelf met God verzoend te kunnen worden. En dat, opdat hij uitgedreven moge worden in de diepe nood van zijn ziel naar de Heere Jezus, als de enige Zaligmaker voor zijn arme ziel”.

Ja maar, zal misschien iemand tegenwerpen: het Evangelie in engere zin bestaat toch uit enkel beloften, zonder enige voorwaarde te stellen in de mens ? Dat wilde dr. Steenblok toch niet aan alle hoorders zonder onderscheid prediken? Nee, dat is waar, dr. Steenblok wilde niet alle hoorders voorhouden, dat God hun de zaligheid onvoorwaardelijk belooft. Dat Evangelie naar de mens brengen velen en duizenden worden er door misleid. Het Evangelie, dat dr. Steenblok aan alle hoorders predikte, vinden we beschreven in vr^ag 84 van onze Heidelbergse Catechismus. Daar lezen we: „Hoe wordt het hemelrijk door de prediking des heiligen Evangelies ontsloten en toégesloten? Antw.: Alzo, als, volgens het bevel van Christus, aan de gelovigen, allen en een iegelijk, verkondigd en openlijk betuigd wordt, dat hun, zo dikwijls als zij de beloftenis des Evangelies met een waar geloof aannemen, waarachtiglijk al hun zonden van God, om der verdiensten van Christus wil, vergeven zijn; daarentegen alle ongelovigen en die zich niet van harte bekeren, verkondigd en betuigd wordt, dat de toorn Gods en de eeuwige verdoemenis op hen ligt, zolang als zij zich niet bekeren; naar welk getuigenis des Evangelies God zal oordelen, beide in dit en in het toekomende leven”.

Dat is dus iets anders, dan de afkondiging van een algemeen pardon aan alle hoorders zonder onderscheid. Tegen die leer heeft hij zich scherp gekeerd als een afwijking van Gods Woord en bedriegelijk voor de hoorders.

We eindigen deze keer met een aanhaling uit ds. G.H. Kersten, Zondag 31: God doet met Zijn Woord, wat Hem behaagt, doch als het kostelijke van het snode onderscheiden wordt en de gemeente niet met zalvende, bedriegelijke woorden wordt heengezonden, of op wankele gronden wordt neergezet, zal niet alleen de prediker zich vrijmaken van zijn hoorders, maar zijn kerk niet ledig staan. Trouwens daarmede heeft hij niet te rekenen. Zou hij met Paulus niet zeggen: Predik ik nu de mensen of God ? Of zoek ik mensen te behagen ? Want indien ik nog mensen behaagde, zo ware ik geen dienstknecht van Christus". Openlijk worde het, volgens het bevel van Christus, alle ongelovigen en die zich niet van harte bekeren (men lette op de onderscheiding, die de catechismus hier maakt) verkondigd en betuigd, dat de toorn Gods en de eeuwige verdoemenis op hen ligt, zolang zij zich niet bekeren, naar welk getuigenis des Evangelies God beide in dit en in het toekomende leven oordelen zal. Dat is toch wat anders dan te prediken, dat de beloften als sneeuwvlokken rondom ons vliegen en wij ze slechts te grijpen hebben". Dit zei ds. Kersten, die een troostrijke prediker was voor Gods arme volk, naar de woorden van Jesaja: Troost, troost Mijn volk, zal ulieder God zeggen". (40 : 1).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1985

De Wachter Sions | 8 Pagina's

Een onjuist beeld 2.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1985

De Wachter Sions | 8 Pagina's

PDF Bekijken