Bekijk het origineel

Hopende en Uitziende

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Hopende en Uitziende

9 minuten leestijd

Daniël 3 : 1.

De koning Nebukadnézar maakte een beeld van goud, welks hoogte was zestig ellen, zijn breedte zes ellen; hij richtte het op in het dal Dura, in het landschap van Babel. Enz.

HOPENDE: De jongelingen in Babel zijn steeds maar in verzoeking gebracht. In het eerste hoofdstuk is ons medegedeeld, hoe ze in de verzoeking kwamen om zich te verontreinigen door de spijze des konings. Nu lezen we in het hoofdstuk dat we voor ons hebben, hoe ze zich moesten nederbuigen voor het beeld dat de koning had opgericht. De vorige keer hebben we uit de kanttekening beluisterd dat de koning wellicht door de vooraanstaande personen in zijn rijk ertoe aangespoord is om zulk een beeld op te richten en de inwijding van dat beeld met een grote plechtigheid te doen plaatsvinden. We kunnen het in dit hoofdstuk beschreven vinden wat er moest gebeuren. De stadhouders, de overheden en de landvoogden, de wethouders, de schatmeesters, de raadsheren, de ambtslieden en al de heerschappers der landschappen moesten komen tot de inwijding van dat beeld. Een heraut moest met kracht roepen: „Men zegt u aan, gij volken, gij natiën en tongen. Ten tijde, als gij horen zult het geluid des hoorns, der pijp, der citer, der vedel, der psalteren, des akkoordsgezang en allerlei soorten van muziek, zo zult gijlieden nedervallen en aanbidden het gouden beeld, hetwelk de koning Nebukadnézar heeft opgericht. En wie niet nedervalt en aanbidt, die zal te dierzelver ure in het midden van den oven des brandenden vuurs geworpen worden".

Wat hadden die staatsdienaars des konings dat spel toch goed bedacht! Die brandende oven behoefde er echt niet te zijn voor al die heidense mensen die tot de inwijding van het beeld genodigd werden. Er was geen twijfel aan, of die mensen zouden zeker wel voor dat beeld nedervallen en het aanbidden. Alleen van die jongelingen uit het Joodse land afkomstig, had men te verwachten dat zij niet zouden nedervallen voor dat beeld. Er was geen geschikter middel uit te vinden om van die jongelingen af te komen dan dat ze nu bedacht hadden.

UITZIENDE: De vijandschap openbaart zich toch altijd maar tegen het innerlijke leven van Gods volk. Dat is het leven dat uit God is. En van die God is de mens nu eenmaal een hater geworden. Daarom kan hij geen godsdienst verdragen waarin het voor de eer van die God wordt opgenomen. Maar vriend, de geschiedenis van die drie jongelingen laat ons toch wel duidelijk zien, dat de ware godsdienst de vuurproef kan doorstaan. De godsdienst van die jongelingen is beproefd geworden. De Heere brengt Zijn volk in de vurige oven der beproeving. De tijdgelovigen kunnen de vuurproef niet doorstaan. Het kan met het schijngeloof wel ver gaan, want de apostel zegt in 1 Kor. 13: , , En al ware het, dat ik al mijn goederen tot onderhoud der armen uitdeelde en al ware het, dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden, en had de liefde niet, zo zou het mij geen nuttigheid geven". Men heeft dan dus wel geloof, maar geen geloof dat door de Hef de is werkende. Als men de liefde mist, mist men alles. Maar die jongelingen in Babel hadden een vuur der liefde in het hart dat het wel winnen mocht van de hitte van het vuur in die brandende oven. Vele wateren kunnen dat vuur der liefde niet uitblussen. De geschiedenis die we hier voor ons hebben, is voor Gods ware volk zo rijk aan lering en vertroosting. De Heere leidt Zijn volk soms toch door zulke diepe wegen. En in die wegen moet Zijn volk Hem toch zo blindelings volgen. De jongelingen hebben wel begrepen dat ze uiteindelijk in de vurige oven terecht zouden komen, maar ze wisten niet of ze daaruit verlost zouden worden.

HOPENDE: Twee dingen zien we hier in de geschiedenis tegenover elkaar staan. Hier was de bekoorlijkheid van de muziek en hier was de dreiging met de oven. Over zulk een verzoeking dus als waarin nu de jongelingen kwamen, moet ge niet gering denken. Het vlees heeft meer met muziek op dan met een brandende overi. Nu, op die jongelingen na, hebben al die mensen daar in het dal van Dura naar de muziek geluisterd. De vraag kan rijzen waar Daniël is geweest. De verklaarders moeten daar ook maar naar gissen, maar zijn het er wel allen over eens, dat hij zich toch ook niet voor dat beeld zou hebben nedergebogen. Hij is niet bij dit feest geweest, om welke reden weten we niet. Later zou hij een keer in de kuil der leeuwen terecht komen. Bij deze gelegenheid zijn het nu alleen de drie jongelingen geweest die de vuurproef moesten j^oorstaan, omdat zij het beeld niet aanbaden.. Al die andere mensen werden door het geluid van de muziek bekoord en behoefden voor de oven niet te vrezen. De dreiging met de oven deed ze toch ook zeker wel liever luisteren naar het geluid van de muziek. Maar hier zien we dan toch ook weer de Goddelijke liefde de scheidslijn trekken. Wat is het toch een eeuwig wonder, om door die Goddelijke liefde te worden onderscheiden van al die mensen die het beeld aanbidden! Daar ziet ge de vrije verkiezing Gods toch weer zo duidelijk in uitkomen. Wat zijn die jongelingen dan toch veel gelukkiger dan al die mensen die op het horen van het geluid der muziek voor het beeld nedervallen. Vriend, ik heb me uit mezelf nooit voor de oven over kunnen krijgen, maar ik heb er toch altijd die eeuwige Goddelijke liefde in gezien als Hij me in de oven bracht. Met de Heere ben ik dan toch ook nooit beschaamd uit gekomen. We hopen het van die jongelingen ook nog wel te vernemen uit de geschiedenis, dat ze door de Heere niet alleen gelaten werden in die oven. In die oven is de Heere met hen geweest. En met de Heere kunnen we overal doorheen, door water en vuur. Arme mensen toch, die alleen maar weten te luisteren naar het geluid der muziek en die de oven wel weten te ontwijken! In deze tijd zien we er zo miljoenen op de vurige oven van de hel aanreizen. Voor die oven zijn ze niet bevreesd, maar die zal toch zoveel heter zijn dan die oven die Nebukadnézar had laten maken.

UITZIENDE: Vriend, ik zie het alles in mijn gedachten precies gebeuren wat hier plaatsvond in het dal Dura. Het geluid van de muziek werd gehoord en gelijk vielen al die mensen die daar waren voor het beeld neer. Alleen die drie jongelingen bleven staan. Maar dat hadden die aanbidders van het beeld wel gezien. Die waren net eender als die vrome bidders die er nu nog wel zijn. Ze aanbaden het beeld, maar zonder hun ogen goed dicht te doen. Ze moesten nodig op die jongelingen letten, om te zien wat die deden. Ha, ha, die bogen zich niet neer. Nu gingen ze voor de bijl. Daar moesten ze zo gauw mogelijk de koning van in kennis stellen. We lezen in vers 8: , , Daarom naderden even ten zelven tijde de Chaldeeuwse mannen, die de Joden openlijk beschuldigden. En dan lezen we verder het verhaal van het bevel dat van de koning was uitgegaan. En als ze hem vertelden, dat de drie jongelingen op dat bevel geen acht hadden gegeven, dan is de koning met grimmigheid vervuld geworden. Die drie jongelingen moesten voor hem worden gebracht. Nebukadnézar heeft hun gevraagd of het met opzet was dat ze zijn beeld niet hadden aangebeden. Hij wilde het alleen nog een keer met hen proberen. Nu, ze hebben het met ons ook nog een keer willen proberen. Maar dat kunnen ze echt wel uit hun hoofd laten. Ik ben ontzettend bang voor de brandende oven. In de ijver van de eerste liefde kan men wel gedacht hebben dat men zo de brandstapel wel op zou kunnen gaan. Maar later is men zo moedig niet meer. Men zou de brandstapel wel op kunnen gaan, als het vuur maar niet zo heet was. Anderzijds is het echter toch wel zo, dat men uiteindelijk op de brandstapel terechtkomt, als men de Waarheid prijs zal moeten geven. Daar heb ik ook wel iets van gevoeld. De jongelingen hebben de koning laten weten dat hij de moeite echt niet behoefde te doen om ze nog tot inkeer te brengen, want ze zouden uiteindelijk toch wel in de oven belanden.

HOPENDE: Ze hebben echter wel een verschrikkelijke uitdaging uit de mond van de koning moeten aanhoren. De koning heeft ze nogmaals bedreigd met de oven en er nog aan toegevoegd: „en wie is die God, Die ulieden uit mijn hand verlossen zou? " Wie die God was, kon hij toch wel weten, als hem die wonderlijke droom is uitgelegd. Hij heeft toen zelf moeten erkennen dat die God een God der goden en een Heere der koningen is. Maar dat was hij blijkbaar nu alweer vergeten. Voor de jongelingen hebben die woorden van de koning toch wel door de ziel gesneden. Het kwam er nu toch wel voor hen op aan. We kunnen in dit gesprek natuurlijk nog niet met de geschiedenis aan een eind komen. De volgende keer hopen we ermee verder te gaan, want we gaan er al naar verlangen om wat van die Vierde te horen. Die drie jongelingen zouden er niet geweest zijn, als die Vierde er niet was. Ze zouden er wel geweest zijn, maar om net als alle mensen in de vurige oven van de hel te komen. Maar nu is die Vierde voor die jongelingen de vurige oven ingegaan, opdat er voor hen geen vurige oven meer zou zijn. O, die dierbare Persoon zien we toch door heel de Schrift heen gedurig maar weer op de voorgrond komen. De rol des hoeks is met Zijn Naam vervuld. Ik verlang ernaar om wat van die Vierde te gaan horen, maar dan moesten die jongelingen zich eerst toch voor die oven over krijgen, zonder die Vierde nog te hebben gezien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1986

De Wachter Sions | 8 Pagina's

Hopende en Uitziende

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1986

De Wachter Sions | 8 Pagina's

PDF Bekijken