Bekijk het origineel

Advent 2

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Advent 2

7 minuten leestijd

meditatie

Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben. Jes. 53 : 2.

Een vleselijke koning met heerlijkheid bekleed, zittende op de troon van koning David. Een aards koning om hen van al hun vijanden te verlossen. Och, de mens van nature is toch zo uit de aarde aards. Ziet aan wat voor ogen is en vermaakt zich met al het schijnschoon der wereld. Verwacht het alles van de wereld en zoekt het alles in de wereld. Neen, in de profetie van de komst van Christus ligt niets begeerlijks voor het vrome vlees. Zulk een Koning begeert men echt niet. Want met zulk een Koning moet men vernederd worden. Eigen waardigheid verliezen opdat Hij waarde zal krijgen. Daarom in de aankondiging van de komst van deze Koning in het vlees wordt de gevallen mens gepredikt dat hij koning af moet geraken, eigen eer en heerlijkheid verliezen om door die Koning geregeerd te worden. Zie, en dat is nu alles zo tegen onze natuur in. In onze diepe val wilden wij als God zijn, kennende het goed en het kwaad. In de staat der rechtheid waren wij koningen en priesters en dat volmaakt tot ere van onze Schepper. Maar door moedwillige ongehoorzaamheid, ligt ook die kroon ter aarde neergesmeten. En nu kan die gevallen mens nooit meer tot ere van zijn Schepper zijn. De eerste Adam eer en heerlijkheid verloren. En om nu die verloren staat te herstellen naar het welbehagen Gods tot Zijn uitverkoren volk, moest er een andere Koning komen. Een van eeuwigheid verordineerde Koning. En dat niet door de mens maar door de beledigde Majesteit Zelf verordineerd. Niet door de mens maar wel uit de mens. Geworden uit een vrouw, geworden onder de wet. Deze verordineerde Koning, is de eeuwige Zone Gods Zelf. De Heere zal Zichzelf met Zichzelf verzoenen. Want, zegt de apostel: „God was in Christus de Wereld met Zichzelf verzoenende, hare zonden haar niet toerekende". En dat in de volheid des tijds door lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid van de Borg. De Middelaar heeft Zich van eeuwigheid Borg gesteld om de Zijnen te verlossen. Hij zal vlees en bloed aannemen om zo in alles Zijn broederen gelijk te worden. Bleef Die Hij was, n.1. de waarachtige Zone Gods, eenswezens met de Vader en de Heilige Geest en werd wat Hij niet was, n.1. waarachtig mens. En zo is Hij nu in de volheid des tijds als een rijsje opgeschoten. En heeft het nu uw aandacht wel eens gehad dat er staat: „Voor Zijn aangezicht? " Dus voor het aangezicht des Heeren! Zo zal Hij de Ware Borg zijn. Die van God gesteld is en van God uitgaat. Het Woord is vlees geworden. O, wie anders dan de Heere alleen kon toch zulk een weg uitdenken. Hierin komt God volkomen aan Zijn eer.

Hier komt nu niets van de mens bij, noch in aanmerking. De eeawige Zone Gods Knecht geworden. En geen knecht te paard, maar in zeer diepe vernedering. Salomo zeide: , Ik heb knechten te paard gezien en vorsten gaande als knechten op de aarde". De gevallen mens rijdt als een koning te paard in een vermeende hoogheid. En de Koning der koningen, gaat als een knecht op aarde. Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten. Als een spruitje teer en klein. Maar het is een Goddelijk werk. En eerlang zal Hij zijn die Boom, welke de gehele aarde vervullen zal en in Wiens takken de vogelen des hemels zullen nestelen. Maar zo zal nu ook het Goddelijke werk in het hart van de uitverkoren zondaar aanvankelijk als een rijsje voor Zijn aangezicht opschieten. Die hoge boom zal vernederd worden, ja afgehouwen. En als een rijsje zal het nieuwe leven door Gods Geest gewerkt zich gaan openbaren. Uit de diepte van verlorenheid en een waar Godsgemis opkomende, kan het zichzelf niet voor een rijsje houden, maar de Heere Zelf zal het gaan verklaren op Zijn tijd. En gelukkig die in de stand van het leven maar niet verder kan komen. Hoge bomen zijn er toch al genoeg, maar ik vrees dat er nooit stormen over heen gegaan zijn. Verstorven en tweemaal ontworteld, daar hoor je niet veel meer van. Maar kom, de profeet Jesaja doet ons horen, dat de Middelaar zal komen als een rijsje en dat uit een dorre aarde. Het gaat dus nog lager. Als een wortel uit een dorre aarde. Wat kan er nu uit een dorre aarde voortkomen? Maar ja, dat maakt nu juist het wonder uit. Als de Heere een mens bekeert, leren zij zich ook meer en meer als een dorre en dode aarde kennen waar nu geen goede vrucht meer uit voort kan komen. In Nazareth, woonde een arme maagd, die zich als een dorre aarde had leren kennen. Een afstammeling van het zo vervallen koningshuis van David. Moest daar nu een Koning uit voortkomen? , , Kan uit Nazareth iets goeds zijn? " zeide Nathanaël. Neen, uit Nazareth kan nu nooit meer iets goeds voortkomen, maar de Heere zal er het Allerbeste uit voort doen komen. Ziet een maagd zal zwanger worden en zij zal een Zoon baren en Zijn naam Immanuël heten. En de vervulling daarvan lezen wij in Lukas 2. Want in Lukas 1:26 en 27 lezen wij: , En in de zesde maand werd de Engel Gabriel van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazareth; Tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, wiens naam was Jozef, uit het huis Davids en de naam der maagd was Maria". De engel van God gezonden. Dus het ging van God uit. En dat maakt nu juist het wonder uit. Immanuël, God met ons. Door onze diepe val werd het: od tegen ons en dat naar het rechtvaardig oordeel over de zonden. Maar krachtens souvereine liefde en vrije verkiezing der Zijnen, zal het worden door de zending van de Middelaar: od met ons. En door het verlossende werk van de Middelaar zal het zijn: od voor ons. En door de inwoning des Heiligen Geestes: od in ons. Gelukkig degenen die hier een zielbevindelijke kennis van mag krijgen. Want met minder zal het niet kunnen. Nademaal de wortel der zaak in hem gevonden wordt en daar zal het toch zo op aankomen. Een wortel uit een dorre aarde. Geen verwachting meer van des mensen zijde. De Heere vervult Zijn beloften altijd door het onmogelijke heen, maar Zijn Raad zal bestaan en Hij zal al Zijn welbehagen doen. Alles is gericht op de ere van Zijn grote naam.

En Zijn Naam zal nu door dat Rijsje en door die Wortel op het allerhoogst worden verheerlijkt. Hij kon zeggen: „Ik heb Uwen Naam verheerlijkt op de aarde. Ik heb voleindigd het werk, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen". En dat in een weg van zeer diepe vernedering. Maar wat mocht de kerk van de oude dag zich toch doen verliezen in dat Goddelijke werk. Zeker, de meesten moesten van zulk een prediking van Jesaja niets hebben. Neen, dan is het voor de Jood een ergernis en voor de Griek een dwaasheid. Maar voor hen die mogen geloven is het een kracht Gods tot zaligheid. Voor een ellendige zondaar die zich als een afgehouwen tronk komen waar te nemen wordt het nu juist zulk een eeuwig wonder, dat Hij als een Rijsje is voortgekomen uit een afgehouwen tronk en als een wortel uit een dorre aarde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1988

De Wachter Sions | 8 Pagina's

Advent 2

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1988

De Wachter Sions | 8 Pagina's

PDF Bekijken